RWS naar datagedreven organisatie

RWS naar datagedreven organisatie

RWS naar datagedreven organisatie

Directeur Informatievoorziening Floris van der Bas, en Lead Architect Infra Pieter Schoonens.

02-02-2021 | door: Witold Kepinski en Teus Molenaar

RWS naar datagedreven organisatie

Als er één organisatie is waar veel data in omgaan, dan is het Rijkswaterstaat wel. Een dienst die bovendien steeds meer gegevens genereert, onder meer via een sensornetwerk. “Maar we willen één punt waarop we de gegevens inzichtelijk maken, geen honderden dashboards”, zeggen Directeur Informatievoorziening Floris van der Bas, en Lead Architect Infra Pieter Schoonens.

Het gesprek met Van der Bas en Schoonens gaat voornamelijk over de netwerkinfrastructuur.

Van der Bas blikt eerst terug op het afgelopen jaar; een periode die gekenmerkt werd door de pandemie en de maatregelen die de overheid neemt om haar in te dammen. Het zoveel mogelijk thuiswerken springt daarbij het meest in het oog. “Wij hebben zo’n twaalfduizend werkplekken. Het is gelukt om vrijwel iedereen van huis uit te laten werken. Daar komt bij dat Rijkswaterstaat een vitaal onderdeel van de samenleving vormt; wij mogen niet verzaken, want dan loopt alle verkeer in het honderd of het land loopt grotendeels onder water”, onderstreept hij het belang van de dienst en de informatietechnologie die de processen ondersteunen.

Gedurende die opschalingsoperatie voor het thuiswerken is de productie gelijk gebleven, ondanks Covid-19.

‘Eerst het ijzer’ was Van der Bas’ uitgangspunt: zorgen dat je over genoeg capaciteit beschikt om negen- tot tienduizend mensen vanuit huis te kunnen laten werken. “Daarbij loopt dan ineens het dataverkeer van buiten naar binnen. De internetkoppeling en beveiligingssystemen worden hierop aangepast en ook de capaciteit is verhoogd.” Na het ijzer en de bandbreedte kwamen de gesprekken over de licenties. “De leveranciers hebben zich schappelijk opgesteld”, oordeelt Van der Bas. “Ten slotte hebben we maatregelen genomen om onze werkplekken in de thuiswerksituatie te kunnen voorzien van patches en updates. Hierbij hebben we onder meer gebruik gemaakt van de hedendaagse cloud mogelijkheden.”

Cloud werkplek

“In 2020 zijn wij gestart met het verkennen van de cloud mogelijkheden voor de werkplek en kantoorautomatiseringsomgeving. Door deze verkenning waren wij in staat een snelle overgang te maken van de Skype-voorziening in ons datacenter naar Teams-online om de video-vergadermogelijkheden voor onze medewerkers te verbeteren. Ook hebben we een eerste stap gezet met het ontwikkelen van een nieuwe werkplek volledig gebaseerd op de SaaS-diensten uit de cloud. Voor deze ontwikkeling hebben we gebruik gemaakt van de best practices uit de markt”, zegt Schoonens.

“Deze nieuwe werkplek is eerst aan een zeer beperkte groep Rijkswaterstaat medewerkers beschikbaar gesteld en bouwen we nu verder uit om aan de specifieke Rijkswaterstaat eisen en wensen te voldoen. Eén van de dingen waar we tegenaan liepen, is dat de mensen die met een nieuwe cloudwerkplek werken niet rechtstreeks vanuit hun lokale browser het Rijkswaterstaat intranet konden raadplegen. Dit is een onderwerp dat we in 2021 gaan oplossen.”

Virtualiseren

Onderdeel van de Rijkswaterstaat werkplekstrategie is het verminderen van de applicatie voetprint op de werkplekken. Denk hierbij aan mensen die met CAD-systemen werken. “Wij bouwen voor hen een specifieke virtuele omgeving in ons datacenter. Mensen kunnen dan device onafhankelijk met hun applicaties werken. We bieden de cloudwerkplek eerst aan mensen zonder bedrijfsapplicaties. We hebben de applicaties opgedeeld in A, B en C, waarbij de laatste alle bedieningsapplicaties (voor sluizen, tunnels en dergelijke) omvat. Bij dergelijke toepassingen gaan alle alarmbellen rinkelen, vanwege de veiligheidsaspecten”, zegt Van der Bas.

Niet alles kan dus in de cloud. Rijkswaterstaat gebruikt hiervoor de datacenters van de Rijksoverheid en levert zelf één van deze vier datacenters. “Overigens willen we de cloudbeginselen ook toepassen binnen onze eigen datacenters. Dat is nu onze belangrijkste ontwikkeling. Bij ons werk gaan we altijd uit van de drie stappen: innoveren, uniformeren en ten slotte produceren”, licht hij toe.

ODS

Beiden vertellen dat Rijkswaterstaat veel mensen ‘in het veld’ heeft en dat er erg veel data wordt verzameld. De bedoeling is om naar voorspellend onderhoud te gaan van wegen, bruggen, sluizen, tunnels; kortom al die onderdelen die gezamenlijk de Nederlandse infrastructuur vormen. Sensornetwerken verzamelen naast gegevens over verkeersstromen op de weg, gladheid, waterstanden, en waterkwaliteit ook gegevens over de toestand van (kunst)werken. Die worden geanalyseerd om te bepalen of onderhoud nodig is. Waar mogelijk worden de data in de edge via kunstmatige intelligentie verrijkt om automatisch tot beslissingen te komen.

Van der Bas roemt in dit verband Object Data Services (ODS): een uniforme manier om data van verschillende objecten te verzamelen, op te slaan en te vergelijken. “We willen naar een datagedreven organisatie”, vertelt Van der Bas. “Het is wel een hele uitdaging om de ontsluiting van alle data in één systeem ‘te vangen’, maar dat is de enige mogelijkheid. We willen onze aandacht niet moeten verdelen over honderden dashboards.” De uitdaging zit onder meer in de definities die je hanteert. Welke data(stroom) relateer je precies aan een slagboom, bijvoorbeeld? Een uniforme thesaurus is nodig om zinvol vergelijkingen te kunnen maken.

Blauwe golf

Voor de ICT-beveiliging gebruikt Rijkswaterstaat een Security Operations Center (SOC). “Wij zijn erg terughoudend met het verstrekken van informatie hierover”, antwoordt Van der Bas op de vraag welke strategie de dienst volgt. Wel vertelt hij ronduit over duurzaamheid dat inmiddels een beleidsthema is binnen de dienst.

“Wij kijken hoe IT kan helpen om processen duurzamer uit te voeren, maar we willen de IT zelf ook duurzamer maken.” Als toepassing noemt hij de ‘Blauwe golf’: ervoor zorgen dat schepen zoveel mogelijk zonder hindernissen (sluizen, bruggen) kunnen doorvaren. Want het afremmen en weer op gang brengen van een schip kost veel energie (lees: uitstoot van broeikasgassen). Om nieuwe ideeën vorm te geven, overlegt Rijkswaterstaat met de markt, onder meer via de Marktdag. “Alles is nu veel dynamischer”, meent Van der Bas. “Wil je naar smart mobility, dan moet je flexibele systemen hebben, geen IT met beton eromheen. Ook de markt is in beweging en er komen nieuwe spelers. Het kan best zijn dat er een IT-bedrijf komt, dat zegt: wij leveren nu ook tunnels. Daarom is het nodig voeling te houden met de markt.”

Door: Teus Molenaar en Witold Kepinski

Terug naar nieuws overzicht