Digitale transformatie index

Hans Timmerman, CTO Dell EMC Nederland

05-02-2019

Digitale transformatie index

In 2016 werd voor de eerste keer een onderzoek uitgevoerd onder bestuurders wereldwijd hoe zij binnen hun organisatie bezig waren met digitalisering. Uit dat onderzoek bleek dat slechts een kleine voorhoede van 5% van de organisaties wereldwijd werkelijk het stempel digitaal op hun organisatie kon drukken. Een kleine dertig procent had serieuze plannen, waarvan er al enkele in uitvoering waren. Maar de meerderheid zag die trend wel gebeuren, maar deed (nog) weinig tot niets om te transformeren naar een digitale organisatie.

Eind vorig jaar is wederom dit onderzoek uitgevoerd en de conclusie is dat nog steeds een klein percentage van de wereldwijde organisaties – nog steeds 5% – zich in de echte voorhoede bevindt en zijn processen daadwerkelijk geheel digitaal heeft ingericht. Anderzijds verwacht ruim de helft van de bestuurders dat hun bedrijf door digitalisering het lastiger zullen gaan krijgen in de markt door concurrenten en start-ups die digitalisering wél actief omarmen. Het blijkt zelfs zo erg dat een derde van de bestuurders betwijfelt of zijn organisatie over vijf jaar nog wel kan overleven.

Digitale disruptie

Digitale disruptie is nu serieus de wereld aan het veranderen, zeker in de opkomende markten. Deze organisaties hebben geen last van hun legacy en kunnen snel groeien op een volkomen digitale basis. Digitaal leiderschap treffen we dus vooral in de opkomende markten aan, terwijl de digitale achterblijvers vooral in het westen te vinden zijn. De Dell Technologies Digitale Transformatie Index (DTI) van 2018 laat zien dat de vooruitgang op 2016 niet zo bijster groot is. De leiders van toen zijn dat nog steeds, met slechts een minieme groei in aantal organisaties.

Wel zien we dat de volgers – de digitale adopters – hun voet proberen bij te trekken en meer digitaliseringsprojecten hebben gestart en lopend hebben. Die groep is wereldwijd van 14% naar 23% gegroeid. Dertig procent van de ondervraagde bedrijven – de volgers – kijkt wel wat digitalisering voor mogelijkheden voor hun organisatie zou hebben, maar zij hebben nog weinig gedaan. Negen procent van de bedrijven heeft zelfs geen digitale plannen, zij zijn de achterblijvers in deze trend.

Barrières

Het gebrek aan vooruitgang gaat bij veel organisaties gepaard met groeiende zorgen over de toekomst. Er zijn volgens de ondervraagden nog vele interne barrières om daadwerkelijk de transformatie te kunnen starten. Natuurlijk staan hier data-privacy en veiligheidsproblemen op de eerste plaats. Men maakt zich zorgen hoe dit in een verder digitaliserende organisatie op goede en afdoende wijze te organiseren. Maar op de tweede plaats staat het gebrek aan budget en middelen. En dat is vreemd, omdat de top van een organisatie in staat moet worden geacht voor deze belangrijke veranderingen voldoende budget vrij te kunnen maken. Waar een wil is, is immers altijd een weg.

Op de derde plaats volgt het tekort aan interne vaardigheden en expertise. Ook dit is natuurlijk een logische zaak; zolang men niet begint met dit soort projecten zal ook de expertise niet groeien en is het lastig externe deskundigheid van de arbeidsmarkt te halen. De schaarse deskundigheid in de markt zal juist zijn heil zoeken bij bedrijven die digitalisering hoog in het vaandel hebben staan en zichtbaar op dit gebied voortgang boeken. Dit staat in relatie met een ander punt dat door de geïnterviewden wordt genoemd: het ontbreken van een volwassen digitale cultuur binnen de organisatie. Ook hier weer bijt de slang in zijn eigen staart: zonder actief digitaal leiderschap en zichtbare activiteiten zal in de organisatie niet snel een digitale cultuur ontstaan.

Geen strategie

Een overige barrière die genoemd werden, zijn regulering en wetswijzigingen. Deze is zelfs van de negende plaats in 2016 naar de vierde plaats in 2018 gestegen. Deze veranderingen leggen zo’n last op de organisatie om de bestaande processen aan te passen dat tijd en budget ontbreekt voor digitale innovatie van die processen. Organisaties hebben last van een verouderde infrastructuur die lastig is aan te passen aan nieuwe wetgeving. En dit repareren kost zoveel moeite en tijd dat juist de innovatie – die flexibiliteit op dit gebied kan brengen – in de ijskast blijft staan.

Maar zonder een samenhangende digitale strategie en visie (nummer negen op de lijst) en voldoende senior support en sponsoring (nummer acht) zullen transformaties of zelfs slechts modernisering van de infrastructuur niet snel plaats vinden. Enerzijds wordt geklaagd over een informatie-overload van wat men allemaal zou moeten starten, anderzijds ontstaat er door gebrek aan kennis en inzicht op het gebied van digitalisering een apathische houding bij de leiding. Zolang Raden van Bestuur maar ook Raden van Commissarissen onvoldoende de digitale uitdagingen en risico’s zien, zal die situatie niet snel worden veranderd. En dat is slecht nieuws.

Geen vertrouwen

Het blijkt dat een derde van de ondervraagde leiders weinig vertrouwen heeft dat zijn of haar organisatie in staat is uiteindelijk te gaan voldoen aan alle nieuwe wetgeving zoals de GDPR. Drie op de tien mensen gelooft dat hun organisatie niet goed zorgt voor werknemersgegevens en een derde gelooft dat hun bedrijf klantgegevens niet goed genoeg beschermt. Bijna de helft betwijfelt zelfs of hun organisatie deze processen binnen vijf jaar wél goed geregeld zal hebben.

Dit wijst eigenlijk op een vertrouwenscrisis. Bedrijfsleiders hebben geen vertrouwen in het vermogen van hun organisatie om transparant en compliant te worden en te zijn door een gebrek aan de juiste techniek, processen en menselijke vaardigheden. Maar als gevraagd wordt wat de bedrijfsleiders als positieve resultaten zouden zien als men daadwerkelijk zou kunnen gaan transformeren, dan weet bijna iedereen wel de voordelen op te noemen. Productiviteit, winstgevendheid, omzetgroei, klantenbehoud en beter rendement op IT-investeringen. Ook weet men dat digitalisering hen zal helpen op het gebied van privacy, gegevensbescherming en cybercriminaliteit. Ondanks alle barrières wil (en hoopt) ruim 90% van de bestuurders de komende drie jaar te zullen starten met genoemde projecten en investeringen.

Paradox

Hier zien we de eerder genoemde paradox van de digitale transformatie: omdat men niet begint, wordt het steeds lastiger om te starten. Op kennisgebied gaat men achterlopen. De concurrentie die wel begonnen is, loopt steeds verder uit en de kans dat een digitale start-up opeens in je markt verschijnt, wordt met de dag groter. En die achterstand claimt een toenemende inspanning van de bestaande processen en de vaak verouderde infrastructuur, waardoor capaciteit voor actie nog verder afneemt. De tijd is rijp, de techniek is aanwezig, de goede voorbeelden zijn er in overmaat en het gaat goed met de economie. Als men nu niet in beweging komt, moeten die organisaties het ergste vrezen voor hun toekomst.

Door: Hans Timmerman (foto), CTO Dell EMC Nederland

Terug naar nieuws overzicht
Digitale Transformatie