Nederlanders sceptisch over potentie van spraaktechnologie
06-11-2018 | door: Wouter Hoeffnagel

Nederlanders sceptisch over potentie van spraaktechnologie

Nederlandse werknemers lijken vooralsnog niet goed te kunnen weten hoe ze spraaktechnologie die vergeleken kan worden met Siri, Alexa of Google Assistant op de werkvloer kunnen inzetten. 43,1% van de Nederlanders heeft geen idee of zijn bedrijf ooit gebruik gaat maken van voice-robots en 30,7% meent dat dergelijke technologie in zijn bedrijfstak zelfs nooit gebruikt zal gaan worden. Dergelijke cijfers staan in schril contrast met het optimisme dat bedrijven als Amazon en Google aan de dag leggen.

Dit blijkt uit onderzoek door PanelWizard in opdracht van TJIP, The Platform Engineers. Het Delftse technologiebedrijf deed enquêteonderzoek onder duizend respondenten en vroeg hen naar de potentie die zij zagen in voice-assistenten op de eigen werkvloer. Voice-assistenten als Google’s Assistent, Apple’s Siri en Amazons Alexa kunnen door middel van kunstmatige intelligentie complexe handelingen verrichten. TJIP wil met het onderzoek in kaart brengen hoe open mensen staan voor het gebruik van spraaktechnologie op de werkvloer en hoe mensen de technologie het liefst inzetten.

Gematigd optimistisch

Nederlanders zijn nog zeer gematigd in hun optimisme over de introductie van voice-assistenten op de werkvloer. Slechts 21% van de respondenten is positief over de technologie. De overige respondenten zijn negatief (18,6%), neutraal (26,8%) of hebben geen mening (33,6%). Geluidsoverlast (34%) op de werkvloer wordt aangemerkt als belangrijkste negatieve punt van voice-assistenten.

De onderzoekers vroegen ook voor welke taken werknemers voice-assistenten eventueel in zouden zetten. Kennisvragen beantwoorden als alternatief voor Google (31,6%), agendabeheer (31,7%) en actuele informatie opzoeken (31,3%) scoorden daarbij het hoogst. Met name complexere taken als planningen opstellen (14,4%), communiceren met klanten (14,3%) en complexere berekeningen maken (16,7%) scoorden minder goed. Uit eerder onderzoek van TJIP bleek ook al dat het vertrouwen dat consumenten hebben in advies van kunstmatige intelligentie wel groeit, maar dat dit tegelijkertijd ook heel afhankelijk is van de zwaarte van de onderwerpen. Schijnbaar vertrouwen we de complexere voice-assistenten dus nog niet te veel toe, laat staan in ons eigen werk.

'Doorbraak is nog ver weg'

Respondenten menen dat een doorbraak van spraaktechnologie nog ver weg is. Van de respondenten die wel menen dat er gebruik gemaakt gaat worden van voice-technologie schat 7,9% dat dit nog zeker 10 jaar duurt en 7,1% nog zeker vijf jaar. Toch wil dat niet zeggen dat de inzet van voice-assistenten op korte termijn geen grote vlucht kan nemen. Een behoorlijke groep (26,1%) gebruikt voice-assistentie (zoals Siri) privé wél wekelijks, en 14,9 % zelfs dagelijks.

“Wat opvalt uit de cijfers is dat we in de regel welwillend zijn om nieuwe technologie te gebruiken. Het onderzoek toont maar weer eens aan dat het lastig is om zelf te bedenken welke mogelijkheden spraaktechnologie ons in de toekomst allemaal kan bieden. De bal ligt bij bedrijven als TJIP om aan te tonen dat slimme voice-assistenten inderdaad toegevoegde waarde hebben,” zo verklaart Dingeman Leijdens, directeur en oprichter van TJIP.

Terug naar nieuws overzicht