Digitalisering van de rechtspraak wordt minder ambitieus
12-04-2018 | door: Witold Kepinski

Digitalisering van de rechtspraak wordt minder ambitieus

De Rechtspraak verlegt de focus van het automatiseren van juridische procedures naar vergroting van de digitale toegankelijkheid. Dat schrijft de Raad voor de rechtspraak in een brief (pdf, 916,9 KB) aan minister Dekker voor Rechtsbescherming. De digitalisering wordt daarmee eenvoudiger en beter te beheersen zo beweert De Rechtspraak. Uit extern onderzoek is gebleken dat de Rechtspraak heeft onderschat hoe ingewikkeld het is om juridische procedures te digitaliserenDaaruit blijkt ook dat het ICT-project een dure grap is geworden.

De Rechtspraak werkt sinds enkele jaren aan de modernisering en digitalisering van juridische procedures. In alle rechtsgebieden zijn digitale stappen gezet. Maar digitaal procederen bleek meer tijd en geld te kosten dan gepland. In opdracht van de Raad heeft een onafhankelijke commissie het digitaliseringsprogramma onderzocht en advies gegeven voor verbeteringen. De Raad heeft de minister vandaag geïnformeerd over het onderzoek en de maatregelen die de Rechtspraak neemt om de digitalisering op een goede manier voort te zetten.

Reset

De digitalisering van de rechtspraak wordt minder ambitieus. Het programma gaat zich richten op het digitaal uitwisselen en beschikbaar stellen van gegevens over rechtszaken voor juridische professionals en rechtzoekenden. 'We willen graag tegemoetkomen aan de grote behoefte aan snelle, moderne en toegankelijke rechtspraak,' zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. 'Ik stel vast dat de Rechtspraak zichzelf daarbij is voorbijgelopen. Het digitaliseringsprogramma wordt gereset: we moeten kleinere stappen nemen. Degelijkheid gaat voor snelheid.'

Besturing

Uit een onafhankelijk extern onderzoek (pdf, 374,4 KB) blijkt dat het digitaliseren van juridische procedures enorm complex is. Dat komt door de IT-techniek, maar ook doordat het veel tijd kost om de procedures bij de gerechten te harmoniseren en de wetgeving minder vereenvoudigd is dan gewenst. De onderzoekers concluderen verder dat de besturing van de digitalisering tekort schoot: de risico’s werden tijdig in kaart gebracht, maar besluiten over maatregelen lieten te lang op zich wachten. Het was niet duidelijk genoeg waar verantwoordelijkheden waren belegd. De kennis bij bestuurders en de organisatie is flink verbeterd, maar was niet voldoende om het complexe programma in goede banen te leiden.

Maatregelen

De Raad neemt, mede op advies van de externe onderzoekscommissie, een aantal maatregelen voor een goede vervolg van de digitalisering:

  • de digitalisering die in verschillende programma’s binnen de Rechtspraak plaatsvond, is ondergebracht in één informatievoorzieningsorganisatie;
  • de Informatievoorzieningsorganisatie Rechtspraak (IVO) pakt knelpunten in de IT-architectuur aan, werken in kleine realiseerbare stappen wordt het uitgangspunt;
  • automatisering die niet goed past binnen het voornemen om te vereenvoudigen, zoals eKanton, wordt direct beëindigd;
  • de besturing van het digitaliseringsproces wordt vereenvoudigd en rollen en bevoegdheden worden verduidelijkt;
  • de kennis van de bestuurders en de organisatie wordt met opleiding, training en begeleiding op het noodzakelijke niveau gebracht.

Onafhankelijke controle

De Rechtspraak versterkt de onafhankelijke controle op de digitalisering. De Raad laat regelmatig onafhankelijke reviews uitvoeren op de voortgang van de digitalisering. De toekomstige projecten zullen daarnaast worden bekeken door het Bureau ICT-toetsing (BIT), die beoordeelt of projecten kans van slagen hebben of anders moeten worden ingericht. Het BIT houdt daarbij rekening met de onafhankelijke rol van de Rechtspraak binnen de overheid.

Vervolgstappen

De Rechtspraak zal een plan uitwerken voor de verbetering van de digitale toegankelijkheid. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de mensen die met de IT-systemen gaan werken: Rechtspraakmedewerkers, professionals en instanties die vaak gerechtelijke procedures voeren en rechtzoekenden. De planning is in het najaar gereed.
 
'We realiseren ons dat we hiermee opnieuw een beroep doen op organisaties in de juridische keten waarvan de Rechtspraak de afgelopen tijd al veel heeft gevraagd bij de voorbereiding en invoering van het digitaal procederen,' zegt Frits Bakker. 'Zij hebben soms ook flinke investeringen gedaan. De digitalisering duurt nu langer, maar we waarderen de opgebouwde samenwerking zeer en zetten die graag voort.'

In de rechtsgebieden waarin al digitaal wordt geprocedeerd, blijft dit gewoon doorgaan. De digitalisering op het terrein van strafrecht, gaat volgens planning door. Op het terrein van toezicht is in november 2017 de landelijke invoering van digitaal werken in bewindszaken gestart. Deze loopt volledig door in 2018. Komende maanden zal er een besluit worden genomen over de landelijke invoering van digitaal procederen in handelsvorderingen.

Financiering

De keuze voor digitale toegankelijkheid heeft uiteraard financiële gevolgen. Aan de ene kant zal er de komende minder jaren geld nodig zijn voor digitalisering. Aan de andere kant worden de besparingen die komende jaren zijn te verwachten ook minder. De Raad gaat daarom met de minister van Justitie en Veiligheid in gesprek over financiële oplossingen voor de langere termijn.

Zie ook:

brief aan de minister (pdf, 916,9 KB)

het externe onderzoek (pdf, 374,4 KB)

FAQ link

Terug naar nieuws overzicht