‘IT is nu nog engineered-to-order’

16-12-2016 | door: Jasper Bakker

‘IT is nu nog engineered-to-order’

Ondanks jaren van volwassenwording is veel IT nog steeds een tech-gebeuren. Cloud computing belooft bevrijding door IT-middelen in businesstermen te gieten. Betalen naar gebruik, zonder dat diepgaande technische kennis vereist is. “Klanten willen niet weten hóe het werkt, áls het maar werkt.”

Aan het woord is Anton Loeffen, CEO van cloud service broker Eshgro. Hij vult zichzelf meteen aan: “En als klanten het maar kunnen meten aan de hand van bekende zaken. Dat kunnen hele eenvoudige metrics zijn: bijvoorbeeld kosten per gebruiker, of op urenbasis.” Het belangrijkste voor bedrijven is dat ze hun afname van IT-middelen kunnen relateren aan hun eigen business. Ondernemingen die geen IT-bedrijf zijn, willen niet lastiggevallen worden met technologiezaken.

IT in businesstermen

Dit wil niet zeggen dat IT er niet toe doet, om de beruchte uitspraak van de Amerikaanse auteur Nicholas Carr aan te halen. IT doet er wel degelijk toe, maar moet in businesstermen bezien en benut worden. Afname hoort daar ook bij, argumenteert de CEO van Eshgro. Een belangrijk element voor de business is dan ook dat er onafhankelijke toetsing moet zijn, benadrukt hij. Toetsing van IT-middelen, -diensten en -leveranciers. “Wat gebeurt er met jouw business als ik een foutje maak? Wat gebeurt er als ik failliet ga?”

In het geval van fouten zijn er de bekende SLA-niveaus (service level agreements). In het geval van faillisementen kan er escrow om de hoek komen kijken. Dit kan een afnemer dan toegang geven tot de broncode van de software die wordt gebruikt. Alleen staat dat dus niet altijd gelijk aan continuïteit van de afgenomen diensten. Een bedrijf moet dan zelf IT-kundig zijn, of snel een andere aanbieder vinden. Hoe zit dat eigenlijk als Eshgro onverhoopt zou wegvallen? “Dan staat HPE garant”, stelt Loeffen gerust.

Essentiële vragen stellen

De bovengenoemde vragen zijn van zakelijke aard. Net zoals businessgerichte kwesties zoals op welk grondgebied data wordt opgeslagen, middels welke beheerprocessen en complianceregels er wordt gewerkt. Dit zijn allemaal vragen die eigenlijk door elke klant gesteld moeten worden, zegt Loeffen. “En als ze die niet zelf stellen, dan doen wij dat wel. Zodat ze daarna ook bij onze concurrenten worden gesteld”, lacht de Nederlandse CEO.

Zijn bedrijf is een cloudaanbieder, maar biedt meer dan alleen een bepaalde eigen cloud. Dit in tegenstelling tot de bekende definitie van ‘cloudbedrijf’. Eshgro werpt zich op als ‘makelaar’; het is een cloud service broker die een volledig aanpasbare catalogus serveert met applicaties die dan als diensten zijn af te nemen. Daarmee laat Eshgro zijn IT-dienstverlenende partners de markt opgaan zodat zij IT-gebruikende bedrijven kunnen bedienen.

Tweestrijd

Bij die IT-afnemers speelt er vaak een tweestrijd. Aan de ene kant willen bedrijven misschien wel hun bedrijfskritische applicaties naar de cloud brengen. Alleen is zo’n cloudmigratie een dermate kostbare investering dat het van belang is om jaren stabiliteit te eisen. Aan de andere kant hebben bedrijven te maken met commodity-applicaties, die wel gemakkelijk als clouddienst zijn af te nemen. Loeffen noemt mail en kantoorapplicaties.

Daarbij wordt er niet langer naar de technologie gekeken, maar naar het functionele. Dat is ook de boodschap die Loeffen uitdraagt. “Welke technologie je nodig hebt, wil je eigenlijk niet weten.” Hoeveel terabytes aan opslag een back-up in beslag neemt, zou niet ter zake moeten doen. In het aanbod van Eshgro is back-up dan ook een keuzemenu waarbij de afnemer kan kiezen uit bewaren van een X aantal dagen, in een Y aantal verschillende datacenters. Vervolgens komt daar gelijk een kostenplaatje bij. “Wij alloceren wel de benodigde opslagruimte”, stelt Loeffen gerust.

Bezig met de I of de T?

Natuurlijk is zijn stelling van ‘niet willen weten’ afhankelijk van de businesspersoon met wie er zaken wordt gedaan, erkent hij. “CFO’s en CEO’s willen het niet weten.” CIO’s of IT-managers vormen een geval apart. “Is de IT-manager bezig met de I of met de T?”, is de cruciale vraag. In het eerste geval is het iemand die richting C-level gaat en die denkt aan de regiefunctie. In het tweede geval kan het iemand zijn die vreest z’n speeltuin vol technologie kwijt te raken.

Ondanks die mogelijke vrees rukt de omarming van IT als een service op. Voor volledige acceptatie van clouddiensten is nog wel een mentaliteitsverandering nodig. Volgens Loeffen denkt vijftig tot zestig procent van de IT-managers nu nog over clouds: dat moeten we zelf doen. “Slechts veertig procent denkt: dat moeten we juist niet doen.”

De crux, aldus de cloudmakelaar, is dat IT’ers en ook bedrijven zich moeten afvragen wat hun expertise of hun onderscheidende niche is. Als je goed bepaalt wat je expertise is en daar dan op inspeelt, “dan word je gesprekspartner voor de business”. IT functioneert dan echt ten behoeve van de business en is daarmee toekomstbestendig. Komt dit niet neer op het dichten van de aloude - en overbekende - kloof tussen IT en business? Loeffen knikt instemmend. “Het gaat langzaam, langzamer dan ik had gedacht.”

Z’n tijd vooruit

De CEO van Eshgro vertelt dat hij eigenlijk al in 2004 meende dat functionaliteit en integratie het gingen overnemen van focus op technologie. Zijn bedrijf had toen een soort herstart van waar het in 2000 aan was begonnen. Namelijk het ontwikkelen en via netwerken aanbieden van IT op basis van functionele bouwblokken. Loeffen is eind vorige eeuw al tot het inzicht gekomen dat veel ontwikkelwerk nogal recursief was. Herhaling in de code, herhaling in de opdrachten voor verschillende klanten.

“Dat moest anders kunnen”, zag Loeffen toen al in. Als het nou eens functioneel werd ingericht, en via netwerkverbindingen te ontsluiten voor diverse gebruikers? In 2000 was het echter nog te vroeg. “Connectiviteit bleek problematisch. Dat, en legacy-IT.” Bestaande applicaties waren niet goed aan te sluiten op de softwaretoekomst zoals Loeffen die begin deze eeuw al wou realiseren.

Overtuigingskracht

“In 2004 hebben we het opnieuw geprobeerd: een pilot met vijf klanten voor de functionele afname van onze software. Dus als een dienst.” Nu, twaalf jaar later, klinkt dit als een logische aanpak en een valide model. Dat leek het toen echter niet. “Er was wel wat overtuigingskracht nodig”, geeft Loeffen aan. De focus van Eshgro lag van begin af aan op line-of-business (LOB) applicaties en bedrijven zijn er nogal terughoudend in om die ‘aan te raken’.

Het als een dienst afnemen van LOB-toepassingen, compleet met betaling naar gebruik, was toen nog een vreemd of zelfs eng idee. Dit ondanks het feit dat sommige kernapplicaties al wel werden afgenomen vanuit datacenters van derden. Inmiddels leven en werken we in een andere wereld. Toch verloopt de overgang naar functionele, businessgerichte IT geleidelijk. “Eigenlijk is IT nu nog steeds engineered-to-order”, verzucht Loeffen. Maar de verandering is op gang gekomen: IT als een service is niet meer te ontkennen of tegen te houden.

Door: Jasper Bakker 

Terug naar nieuws overzicht

Tags

interviews