Helft van de Nederlandse bedrijven laat regie liggen bij scheppen van informatiewaarden

26-02-2016 | door: Wouter Hoeffnagel

Helft van de Nederlandse bedrijven laat regie liggen bij scheppen van informatiewaarden

Ruim de helft (53%) van de Nederlandse bedrijven slaat de plank mis en laat de regie voor het extraheren van inlichtingen uit data bij IT liggen. Nederland presteert hiermee slechter dan andere landen.

Dit blijkt uit onderzoek van informatiemanager Iron Mountain door PwC. IT-professionals hebben volgens het adviesbureau een belangrijke, maar ondersteunende rol in het proces waarbij bedrijven informatiewaarde scheppen uit hun kostbare en kwetsbare data. Maar het C-level, de directies en onze afdelingsmanagers zijn het zélf die de regie moeten nemen. Want alleen zij kunnen het doel en de waarde van data-analyses goed bepalen en bewaken, zoals verbetering van de externe klantrelaties en het verhogen van de interne efficiëntie.

Data-analyse decentraal uitvoeren
´De data horen centraal, de analyse hoort decentraal´, stelt PwC. In de praktijk is dit echter niet de werkwijze die in Europa en Amerika wordt gehanteerd. Nederland presteert van alle onderzochte landen het slechtst.

Informatiewaarde creëren uit data heeft volgens het adviesbureau veel te maken met:

  • IT-platform
  • IT-vaardigheden (data-analist)
  • IT-hulpmiddelen (gereedschappen)
  • Toegang tot waardevolle data

Vooral de IT-afdeling kan vaak goed bij data
Maar behalve de harde technologie van het platform, liggen bij Nederlandse bedrijven ook de vaardigheden en hulpmiddelen in 70% van de gevallen bij de IT-afdeling. En in 60% van de gevallen is het in Nederland de IT-afdeling zélf die vooral goed bij de kostbare en kwetsbare data kan.

Data op de IT-afdeling zijn een kostenpost en een veiligheidsrisico. Afdelingsmanagers, directies en het C-level zijn het die de vrucht moeten plukken van de investering in data en kunnen als enige werkelijk de gezochte waarde creëren met hun data-analyses.

Geen onwil of nalatigheid
Het is geen onwil of nalatigheid, concluderen de onderzoekers van Iron Mountain en PwC. Het is onwetendheid. Managers weten niet welke vaardigheden benodigd zijn. Zo beschikt een kwart (25%) van de onderzochte bedrijven niet over een essentiële data-analist. Managers weten ook niet wie binnen de eigen organisatie over de essentiële vaardigheden beschikt. Zo wordt een derde (29%) van de data-analisten niet ingezet om waarde te scheppen uit de bedrijfsinformatie. Managers overschatten de aanwezige kennis, vaardigheden en hulpmiddelen en zijn zich niet bewust hoeveel informatiepotentieel onbenut blijft.

Er is volgens Iron Mountain veel voor te zeggen om kostbare en kwetsbare informatie centraal op te slaan. IT is er dan om de data vast te leggen en te bewaren, om gegevens toegankelijk te maken en te beveiligen. Maar voor de analyse en het creëren van waarde, moeten de decentrale afdelingsmanagers hun leidinggevende rol nemen en beschikken over de toegang tot de data, over de vaardigheden en de benodigde gereedschappen. Op al die vlakken scoren Frankrijk, Spanje en Canada stukken beter dan Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de VS.

Terug naar nieuws overzicht