‘Simpel is goed, maar simplificatie is complex’
29-11-2015

‘Simpel is goed, maar simplificatie is complex’

Meer dan ooit staat de CIO onder druk. Van meerdere kanten worden eisen en beperkingen opgelegd. Maar vergelijk het met een snelkookpan: onder druk kunnen goede dingen gebeuren. Zoals het uitbannen van complexiteit: “ICT onzichtbaar maken!”.

“Het simpele voorbeeld is wat er gebeurt als je ‘s ochtends opstaat. Je doet je licht aan. Zónder erbij na te denken wat er allemaal bij komt kijken om dat licht in de ochtend mogelijk te maken.” Patrick van de Werken, regional director Noord-Europa bij Nutanix, noemt de complexiteit van elektriciteitscentrales, de dekking van het lichtnet, de bedrading in huis, de fabrieken waar lampen worden gemaakt en uiteindelijk dat ene knopje waarmee de hele magie wordt geactiveerd. Zodat je ‘s ochtends licht hebt bij het opstaan.

‘Designed with failure in mind’

“Dat is de toekomst van het datacenter: invisible infrastructure”, bezweert hij. Een schakelaar voor de business waarmee achter de schermen flink complexe systemen in actie worden gezet om bepaalde functies te vervullen. Eerst was de ICT en de CIO nog bezig om storage onzichtbaar te maken. Nu is de taak gevolgd om virtualisatie onzichtbaar te maken. Cruciaal daarbij is de directe koppeling aan clouds van externe aanbieders zoals AWS van Amazon of Azure van Microsoft én aan on-premise systemen in eigen datacenters.

Het toverwoord is software-defined, legt Van de Werken uit. “Alles is gedistribueerd en het mag fout gaan.” Hij legt uit dat de datacenter-appliances van Nutanix ook met die gedachte zijn ontworpen. “Vier blades en er mag er gewoon één uitvallen, dat is geen probleem.” De geïntegreerde combinatie van server en storage is self-healing. Daarnaast heeft het hyper-converged systeem proactieve mogelijkheden in huis: om fouten vóór te zijn en zelfs capaciteitsplanning uit te voeren.

Naar voorbeeld van Google, Amazon

Wie heeft er behoefte aan ICT die is ontworpen om rekening te houden met uitval? Steeds meer organisaties, weet de Nutanix-topman. Niet voor niets hebben topingenieurs van Oracle en Google in 2009 aan de basis gestaan van Nutanix. De mede-ontwerpers van krachtige, schaalbare systemen als de Exadata-appliance en het Google File System benutten hun ervaring in het koppelen van massale commodity hardware in flexibele en betrouwbare supersystemen.

“Zo hebben de Google’s en Amazons van de wereld hun IT ook ingericht”, vertelt Van de Werken. Nutanix ziet dat CIO’s van andere bedrijven ook richting dergelijke architectuur gaan. Deels uit visie, deels gedwongen. Onderzoeksbureau IDC spreekt al sinds 2007 van Het Derde Platform, dat volgens de analisten dit jaar industriebreed zorgt voor innovatie, groei en ook disruption. Het gaat om Big Data, social en mobile, licht marketingmanager Frank aan de Stegge toe. “De huidige ICT-architectuur is simpelweg niet toereikend daarvoor.”

De pijn van legacy verzachten

Organisaties die snel in willen - of moeten - springen op dergelijke snelle trends hebben daarvoor flexibiliteit, verregaande automatisering en forse simplificatie nodig. “Simpel is goed, maar simplificatie is complex.” Web-scale is de vereiste voor nieuwe toepassingen en systemen. De agility van de business moet voorop staan: klein kunnen beginnen, snel en soepel en met name lineair kunnen groeien. “Daarvoor zoeken CIO’s nieuwe technologie”, weet Van de Werken. Dit alles is namelijk mede bezien in het licht van de concurrentie die hetzelfde kan en je dus zó voorbij kan streven. Innovatie en groei voor de één, is de door IDC aangehaalde disruption voor de ander.

Tegelijkertijd moet de erfenis van bestaande ICT niet worden vergeten. “Respect voor legacy!”, verzekert Van de Werken. Daarbij stipt hij wel aan dat de aanpak van hyper-converged en web-scale ook pijnpunten van traditionele ICT kan wegnemen. Zoals bijvoorbeeld software-upgrades, wat bij legacy IT een precaire en tijdrovende operatie is. Onderhoudsperiodes moeten worden ingepland, systemen moeten eventueel down worden gehaald, upgrades uitgevoerd en verder uitgerold. Dit zal niet het geval zijn binnen een web-scale omgeving.

Ondertussen moet de bedrijfsvoering het doen met minder. Op halve kracht opereren of in het ergste geval even werken zonder een bepaalde applicatie of ICT-functie. “Bij Nutanix voer je een upgrade uit op één node in het systeem waarna dat als een complete ‘rolling upgrade’ doorkomt op de andere nodes. Terwijl alles gewoon blijft draaien. Dat is volledige ondersteuning van de business”, prijst de regional director aan.

‘Het gaat niet om grootte’

Op de vraag of wel iedereen zich wil meten aan Google of Amazon, antwoordt hij dat het niet gaat om grootte. “Ik reageer dan altijd tegen CIO’s: maar je wilt wel de flexibiliteit en snelheid van een Google.” Hij erkent dat het niet altijd bij elke organisatie opportuun is om gelijk aan een hyper-converged web-scale architectuur te beginnen. “De vraag is of er al projecten zijn gedefinieerd waar dit in past. Vaak komt dat wel na verloop van tijd.” Soms is dat een kwestie van afwachten, soms creëren bedrijven ook juist IT-projecten om aan hyper-converged te kunnen ruiken.

Van de Werken noemt het voorbeeld van Nutanix-klant Sligro. Dat is een groothandel in horecabenodigdheden en dus een voorbeeld van de retailsector, die normaliter niet als heel innovatief bekend staat. Toch is dat een misvatting. “Bij Sligro was er het besef dat er teveel komt kijken bij het alleen maar operationeel houden van een legacy 3-tier architectuur.” Alleen door te innoveren kon het bedrijf zich weer gaan differentiëren binnen deze sector. Het is een zeer groot succes gebleken, meldt Van de Werken.

Besparen op meters en beheer

Sligro’s CIO is aan hyper-converged begonnen met een project voor desktopvirtualisatie. Dat is zo goed bevallen dat er vervolgens diverse andere toepassingen zijn gevolgd. Daaronder ook een al draaiende, generiek te noemen ICT-applicatie als Microsoft Exchange. “De datacenter footprint is enorm verkleind.” Gemiddeld valt er met een hyper-converged aanpak wel 60 tot 70 procent aan kostbare datacenterruimte te besparen, aldus Van de Werken. Daarnaast zijn er tevens kostenbesparingen te behalen op het gebied van energieverbruik.

“Dáár zijn CIO’s erg in geïnteresseerd.” Immers, dat scheelt geld: zowel op de huidige kosten als op toekomstige uitgaven voor groei. Naast het letterlijk winnen van ruimte speelt er ook beheer besparing. Nutanix noemt cijfers van wel 71 procent voor minder tijd die klanten kwijt zijn aan systeembeheer. Dat is een besparing die per jaar blijft doortellen, ook met het oog op salariskosten voor ICT-beheerders. “Sligro had dat ook al door.”

Licht aan

“Je moet niet Google zelf als referentiekader nemen, maar wel de methodologie die het gebruikt.” Marketingtopman Frank aan de Stegge (foto) haalt nog het voorbeeld aan van een kleinere Belgische klant waar de complete IT-afdeling slechts uit drie man bestaat. Daar is door een overstap op een Nutanix-systeem van 8 blades zo’n 40 procent op stroomverbruik bespaard. De belofte is simpel te kunnen beginnen, daarbij te betalen naar gebruik (pay as you go) en zo de ICT onzichtbaar zien te maken. “Wie wil er geen invisible infrastructure?”, vraagt Van de Werken retorisch. “Wie wil er nadenken over wat er nodig is om ‘s ochtends je licht aan te doen?”

Auteur: Jasper Bakker

Terug naar nieuws overzicht