Duurzame keuzes rond de nieuwe datacenter-campus van Terremark in Amsterdam

Duurzame keuzes rond de nieuwe datacenter-campus van Terremark in Amsterdam

31-05-2011

Duurzame keuzes rond de nieuwe datacenter-campus van Terremark in Amsterdam


Het ontwikkelen en bouwen van een nieuw datacenter-campus, een gebied met meerdere datacenters en ondersteunende gebouwen,  is een ingewikkeld en complex proces. Terremark, in 2009 nog door Computerworld uitgeroepen tot één van de meest duurzame IT-providers in de wereld en lid van de Green Grid, heeft veel ervaring in het bouwen van datacenters. Bij de ontwikkeling van het ‘NAP of Amsterdam’ nam Terremark duurzaamheid vanaf de tekentafel mee in het project. De doelstelling om een PUE van minder dan 1,25 te realiseren, leidt soms tot interessante keuzes.

1 Duurzaam ontwikkelen

De IT- en internetwereld is een snelle wereld. Veranderingen lijken in hoog tempo te komen en wat gisteren nieuw was, is morgen al weer oud. Door te kiezen voor een 50jaar perspectief, de looptijd van de huurovereenkomst van de grond, werd het mogelijk om een heldere toekomstvisie te ontwikkelen. Door meerdere datacenters op 1 locatie te bouwen kunnen de centra veel apparatuur delen en is er veel minder overcapaciteit noodzakelijk dan de N+2 die gebruikelijk is voor deze klasse van datacenters. De modulariteit van de bouw voorkomt ongebruikte overcapaciteit. Het voordeel van de schaalgrootte zorgt bovendien voor een duurzamer gebruik van grondstoffen.

2 Locatiekeuze met milieu in het achterhoofd

Na het besluit van Terremark om een eigen faciliteit in Europa te gaan bouwen, heeft het klimaat in de te kiezen regio een rol gespeeld. In Amsterdam komt de gemiddelde dagtemperatuur alleen in juli en augustus boven de 20 graden; de nachttemperatuur is gemiddeld ruim onder de 20 graden. Hierdoor is het relatief eenvoudig om koude buitenlucht te gebruiken voor het koelen van de apparatuur in het datacenter. In het zuiden en oosten van Europa is een dergelijke aanpak veel moeilijker te realiseren, omdat zelfs ‘s nachts de temperatuur boven de 20 graden blijft.

3 Gebruik van duurzame energie

Het is nog geen sinecure om voor een groot complex een energieleverancier te vinden die de grote hoeveelheden benodigde stroom kan garanderen. Het energieverbruik van de campus ,als deze volledig operationeel is, zal bijna 45 MV bedragen. Terremark koos er bewust voor om zoveel mogelijk groene stroom te gebruiken. Deze stroom wordt opgewekt door middel van natuurlijke energiebronnen zoals de zon, wind en waterkracht.

4 Gebruik van efficiënte apparatuur

Om het grote vermogen op een efficiënte manier te distribueren, is het van belang de juiste apparatuur te kiezen. Bij de keuze van stroom- en noodstroomvoorzieningen viel veel winst te behalen. Het is gebruikelijk is om naast generatoren gebruik te maken van UPS-systemen op basis van batterijen. Deze batterijen zijn zeer milieubelastend als ze aan het einde van hun levensduur (gemiddeld 3 jaar) moeten worden gerecycled. In Amsterdam  worden heeft Terremark ‘Rotary UPS’-systemen geïnstalleerd. Een vliegwiel wordt  continu aangedreven en zal bij stroomuitval de overschakeling naar de generatoren overbruggen. Hoewel deze oplossing iets meer stroom verbruikt,  is deze op de lange termijn veel milieuvriendelijker.   Virtualisatie van traditionale systemen voor beheer (servers, firewalls, loadbalancers, etc.) zorgt ook voor een afname van het energieverbruik.

5 Hergebruik van warmte

Het datacenter produceert veel warmte.  Zelfs al is de koudere buitenlucht gratis, er zijn nog steeds systemen nodig om de luchtstromen te verplaatsen. Juist door de warme lucht niet te koelen maar opnieuw te gebruiken, zijn er grote winsten te behalen. Zo wordt de verwarming van de kantoren van de campus gevoed met warme lucht uit het datacenter en wordt momenteel onderzocht hoe andere gebruikers van Schiphol de restwarmte van het datacenter kunnen hergebruiken.

6 Opleiden en faciliteren van gebruikers

Het ‘NAP of Amsterdam’ is gebouwd om als colocatie-datacenter te fungeren. Dit betekent dat Terremark grote delen van het datacenter verhuurt aan organisaties die hun eigen IT-systemen in het datacenter zullen plaatsen. Juist door gebruikers te helpen bij het maken van duurzame keuzes, worden relevante besparingen mogelijk. Het cold corridor-principe bij de opbouw van de racks is slechts één van de vele efficiëntiemaatregelen die wij nemen. Het bieden van een dienst als ‘remote hands’ zorgt indirect voor energie besparing.  Door 24/7 aanwezigheid van datacenter technici te garanderen, kunnen gebruikers op afstand fysieke werkzaamheden laten  uitvoeren, zoals het wisselen van kabels en harde schijven of het racken van servers. Gemiddeld zorgen deze diensten voor vele duizenden minder autokilometers per jaar.
 

Terug naar nieuws overzicht