Nieuws Nieuws http://executive-people.nl http://executive-people.nl/item/200/interview.html Sun, 19 Apr 2015 17:02:25 +0100 FeedCreator 1.7.2-ppt (info@mypapit.net) Hillary Clinton: 'Vrijheid van internet is mensenrecht' http://executive-people.nl/item/527438/hillary-clinton-vrijheid-van-internet-is-mensenrecht.html "We zijn in een voortdurende strijd verwikkeld met dictatoriale regimes om het internet open te houden", zegt Hillary Clinton in een interview met Klaus Schwab, voorzitter van het World Economic Forum. Dit interview vond plaats tijdens Dreamforce, voordat zij zich kandidaat stelde voor het Amerikaanse presidentschap eerder deze week. In dit gesprek gaat zij ook in op de waarde van intermenselijk contact in een tijd dat technologie communicatie ingrijpend verandert.

 

]]>
Fri, 17 Apr 2015 10:31:04 +0200 Hillary Clinton: 'Vrijheid van internet is mensenrecht' http://executive-people.nl/item/527438/hillary-clinton-vrijheid-van-internet-is-mensenrecht.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Modulaire datacenters zijn de toekomst http://executive-people.nl/item/527046/modulaire-datacenters-zijn-de-toekomst.html Modulaire datacenters zijn de toekomst, ook voor enterprises. Bas Born, Sales Manager IT Business bij Schneider Electric, geeft echter aan dat deze trend alleen bij organisaties past die een juist en volledig idee hebben over de inrichting van een dergelijk datacenter. Die kennis heeft niet iedereen. En dat is nu precies de reden waarom het concern een kant-en-klaar datacenter heeft ontwikkeld. Hoe zet je die in de markt en wat voor channel-partners heb je daarvoor nodig?

Vrijwel iedere organisatie heeft te maken met een exponentiële toename van data. Dat heeft grote gevolgen voor de bestaande infrastructuur en dus ook voor het datacenter. De IT-omgeving groeit hard, aangezien er steeds meer servers en opslagsystemen nodig zijn voor het verwerken en opslaan van de data. Dat vereist dat datacenters en serverruimtes zo optimaal mogelijk ingericht moeten zijn.

Grondige expertise noodzakelijk

“Voor het inrichten is zeer specifieke kennis nodig, die organisaties vaak niet in huis hebben”, zegt Born. “Daarom hebben ze veelal behoefte aan partijen die hen kunnen ondersteunen bij het aanpassen van het datacenter aan de veranderende eisen.”

Schneider Electric heeft die expertise in de datacenterwereld opgebouwd, het bedrijf heeft inmiddels tientallen jaren ervaring. “We richten serverruimtes en datacenters meer en meer op een modulaire wijze in. In eerste instantie deden we dit alleen voor de grote commerciële datacenters. Inmiddels zien we dat de eigen datacenters van middelgrote en grote bedrijven ook steeds vaker vragen naar modulair gebouwde datacenters. Het was voor ons dan ook een logisch vervolg om met een kant-en-klare oplossing te komen: het prefab datacenter.

Concept en doelgroep

De prefabricated datacentermodules van Schneider Electric zijn geplaatst in een metalen behuizing, die flexibel op het eigen terrein van een organisatie geplaatst kan worden. Hierdoor blijven de data op de eigen locatie en onder eigen beheer, zonder dat het datacenter beslag moet leggen op de fysieke ruimte. “Daarnaast reduceren organisaties de tijd die nodig is voor de implementatie- en installatie fors. Het resultaat is een korte time-to-market.”

Schneider Electric levert niet de IT zelf, daarvoor kunnen ze ook samenwerken met andere IT-leveranciers. “Wij dragen zorg voor de complete infrastructuur van een datacenter of serverruimte. Denk hierbij aan racks, koeling PDU’s en UPS’en. Organisaties hoeven eigenlijk alleen zorg te dragen voor het plaatsen van servers en andere apparatuur.”

Maatwerk

“Uiteraard is het voor ons wel van belang om te weten wat voor IT in het kant-en-klare datacenter moet worden geplaatst. De infrastructuur moet immers de IT-belasting aankunnen. Dus op het moment dat we weten wat de load is en of er high density in komt, houden we daar in het fabricageproces al rekening mee. Het hele ontwerp wordt op de eisen van organisaties afgestemd. We bepalen van tevoren onder andere het aantal racks, de noodstroom, de hoeveelheid aan koeling en de power distribution. Kortom: het gaat echt om maatwerk.”

Born merkt nog op dat het geen noodzaak is om alles in de kant-en-klare serverruimte in te passen. “Soms is het voor een organisatie beter om een andere modulaire datacenteroplossing erbij te plaatsen.”

Sectoren met grote interesse

Een branche waar het containerconcept bij uitstek geschikt is, is de gezondheidszorg. “Deze sector heeft te maken met een gigantische toename van de hoeveelheid data, waardoor IT-omgevingen hard groeien. Zij kunnen de capaciteit echter niet zomaar uitbreiden, aangezien de zorg te kampen heeft met een gebrek aan ruimte. Die is bestemd voor de zorgverlening aan patiënten.

Een prefab serverruimte is overal te plaatsen: van een parkeerterrein tot een dak. Daarnaast ziet hij dat telco’s industrieën zijn die veel aandacht hebben voor de datacentercontainers.

Potentiële partners

Heeft Schneider Electric al partners in Nederland die zijn containeroplossing kunnen verkopen? “Verkopen wel, en dat kunnen we eventueel ook zelf. Maar het implementeren is veel belangrijker”, zegt Born. Hij is dan ook vooral op zoek naar partijen die de oplossing kunnen installeren, implementeren en onderhouden. En daarin liggen voor de juiste partners ook de verdienkansen verscholen.

Born is van mening dat er in het kanaal ook voor de IT solution-VAR’s kansen liggen. “Ik denk dat hier een hele interessante handshake te maken is. Want als de solution-VAR advies verleent over een nieuw storagecluster, of high density computing gaat introduceren bij een klant, dan kan hij meteen ook nadenken over waar de extra apparatuur wordt geplaatst, hoe hij dat gaat inrichten en of hij dat kan standaardiseren. Bouwt hij het modulair op, zodat hij het makkelijk kan uitbreiden, dan is het wellicht handig ook meteen te designen voor zo’n containeroplossing. Dat je dat een-op-een op elkaar kunt afstemmen, geloof ik absoluut.”

Grote kansen voor IT solution-VAR’s

Born gelooft ook heilig in het feit dat een IT solution-VAR dit concept eerder verkoopt dan een datacenter-integrator. “Want die IT solution-VAR wordt gedreven door de vraag en noodzaak vanuit de IT-behoefte van de klant, ter ondersteuning van de functionaliteit die nodig is om het hoofd te bieden aan die eerder aangehaalde enorme groei in datacreatie en dataconsumptie. Want wordt er ergens bijvoorbeeld mobile banking geïmplementeerd, en een IT solution-VAR weet daarvan en ziet wat de impact is op de IT- infrastructuur, dan wordt hij als eerste getriggerd ook te gaan nadenken over de datacenterinfrastructuur. Dus die kan perfect dat all-in-one-concept verkopen als dat in aanmerking komt.”

Dat is echter weer niet de partij die, zoals Born het uitdrukt ‘de handjes en voetjes gaat leveren’ voor het implementatie- en installatiewerk. Dat is een vak apart. Wat dat betreft is Schneider Electric met name op zoek naar nieuwe partijen die het hele concept van A tot Z kunnen ontwerpen, leveren, implementeren en beheren.

Datacenter-integrators

Andere partijen die interessant zijn, zijn de huidige partners die serverruimtes installeren en daar ook de spullen voor leveren: de reeds genoemde datacenter-integrators. “Sommige daarvan zijn in staat alles te doen. Die kunnen de prefab datacenters verkopen, assembleren, implementeren en aansluiten, inclusief koelwatervoorziening en het hele elektrotechnische vraagstuk. Andere datacenter-integrators zijn helemaal bekend met het inrichten van die container, maar het aansluit- en het installatiewerk dat besteden ze uit, terwijl de verkoop misschien ook door een ander gebeurt.

As-a-service?

De containeroplossing is in de toekomst als het ware als Datacenter-as-a-Service in te zetten, waardoor het concept van pay-per-use ontstaat. “Als een partner van ons beschikt over meerdere kant-en-klare datacenters, kunnen zij deze tijdelijk aan organisaties verhuren. Denk hierbij aan bedrijven of instellingen die tijdelijk capaciteit nodig hebben vanwege een verbouwing of verhuizing. Biedt hierbij een interessante financieringsconstructie aan. Dan heb je een zeer interessant concept in handen”, besluit Born.

]]>
Sat, 11 Apr 2015 08:00:07 +0200 Modulaire datacenters zijn de toekomst http://executive-people.nl/item/527046/modulaire-datacenters-zijn-de-toekomst.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
“De community is het hart van iedere organisatie” http://executive-people.nl/item/526315/a-de-community-is-het-hart-van-iedere-organisatiea.html Een community driven business, dat is waar Jay Ramsanjhal, voorzitter van de Dynamics user group, in gelooft. “Er vindt een verschuiving plaats van eenzijdig zenden naar het aangaan van de dialoog, het creëren van een community. ” En dat laatste is precies wat Dynamics user group wil bieden aan de leden. Ramsanjhal ziet dat traditionele vormen van vereniging zoals we die decennia lang gekend hebben, niet meer voldoen in de huidige maatschappij. Hoe gaat de Dynamics user group om met deze maatschappelijke veranderingen en hoe vergroot de organisatie haar relevantie in dit nieuwe landschap?

Waarde creatie centraal

Er is volgens Ramsanjhal geen standaard succesformule om ineens heel veel gebruikers te trekken en massaal waarde te leveren. “Je moet tijd steken in een duurzame relatie met je leden. Als zij ervaren dat je daadwerkelijk waarde kunt creëren, stellen ze zich voor je open. Waarde creatie staat dan ook centraal in een goede community.”

Bij ontstaan van een relevante community waarin waarde creatie centraal staat zijn er vier belangrijke stappen die doorlopen moeten worden. “Het begint met verbinden, mensen met elkaar in contact laten komen. De tweede stap is 'engageren', in die fase raken mensen met elkaar betrokken. Doordat ze meer betrokken zijn met elkaar besluiten ze (stap 3) met elkaar te delen. Dat kan een idee zijn, een behoefte of een vraag. De vierde stap is: creëren. Leden gaan samen of voor elkaar iets creëren en ontwikkelen. Voorwaarde daarvoor is wel dat mensen gepassioneerd zijn om te delen. Als je alleen maar iets komt halen, kom je niet verder dan stap 1.”

Dat delen gebeurt steeds vaker binnen de Dynamics user group. Soms zijn er verschillende partijen die graag zouden zien dat een bepaalde functionaliteit zou worden toegevoegd aan Microsoft Dynamics. De Dynamics user group brengt die partijen bij elkaar zodat ze elkaar kunnen helpen door de ontbrekende functionaliteit zelf te ontwikkelen en bijvoorbeeld de kosten te delen. Sommige partijen hebben die extra functionaliteiten al ontwikkeld en stellen die gratis of tegen kostprijs beschikbaar aan anderen. “Een voordeel van delen is dat we sterker staan in de dialoog met Microsoft met betrekking tot het toevoegen van nieuwe functionaliteiten. Wij kunnen laten zien waar de behoefte ligt bij een grote gebruikersgroep.”

Faciliteren

Een goede community zorgt voor de randvoorwaarden waardoor leden in staat zijn om samen waarde te creëren. Het faciliteren van de dialoog is daarin volgens Ramsanjhal het allerbelangrijkste. Een concreet voorbeeld van het faciliteren van een dialoog is het Partnerkompas. Door te leren van de ervaringen van anderen kunnen eindgebruikers een betere keus maken voor een partner. “Gebruikers vroegen ons om partners in kaart te brengen, aan de hand van een aantal kenmerken, zodat zij beter de dialoog met hen aan konden gaan”, legt Ramsanjhal uit. De community blijft daarin een neutrale partij en doet alleen uitspraak over objectieve elementen. “Zo worden partners ook gedwongen om zich niet alleen te positioneren vanuit een mooi marketingverhaal maar zich op de inhoud te richten. Hierin zie je ook een actuele tendens terug: tien jaar geleden lieten gebruikers zich leiden door partners, nu willen zij de regie voeren. Voor zulke gebruikers hebben wij het perfecte podium.”

Terug naar de essentie

Initiatieven zoals het Partnerkompas zijn geen typische activiteiten voor gebruikersverenigingen. De naam 'gebruikersvereniging' is volgens de voorzitter dan ook geen gepaste titel meer. “Het is niet aansprekend meer en we lopen een grote groep belanghebbenden mis die door die naamgeving niet voor ons kiezen. Want wat moet je als CEO met een eindgebruikersvereniging? Een CEO zou misschien wel geïnteresseerd zijn in een community of kennisplatform waar gelijkgestemden samen komen. Daarom zijn wij aan het kijken hoe we onszelf kunnen rebranden. We willen terug naar de essentie.”

Volgens Ramsanjhal betekent 'rebranden' niet dat de organisatie ineens profit-driven moet zijn. “Ik geloof nog steeds dat een goede community een non-profit instelling mag hebben, maar ik wil wel toe naar een maturity level, waar je strategisch partner bent van zowel je eindklant als je leverancier. Wij willen leden aantrekken op drie niveaus: op operationeel niveau, tactisch niveau en directie niveau. Met deze verandering verwachten we ook meer gebruikers op directieniveau aan te spreken.”

Passie voor delen terugvinden

Als de verwachtingen van Jay Ramsanjhal uitkomen, vormen community's in de toekomst het hart van iedere organisatie. “Ik ken bijvoorbeeld een bedrijf dat geen helpdesk heeft, maar waar de support volledig plaatsvindt door de leden zelf. Hun klanten zijn hun leden en andersom. Dat is een mooi voorbeeld van hoe het ook kan. Zelf heb ik gebruikers de afgelopen maanden ook steeds vaker geadviseerd om interne gebruikersgroepen op te zetten. Gebruikers leren immers het beste van andere gebruikers, want die spreken dezelfde taal.”

Ramsanjhal ziet wel dat de passie voor delen nog niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid is. “Dat gaat niet iedereen van deze generatie zo goed af. Dat is een gevolg van onze cultuur, van hoe mensen zijn opgevoed en opgegroeid en hoe een bedrijf in elkaar zit. Bij de jongere generaties zie je dat al makkelijker gaan, kijk maar naar de basis van alle sociale netwerken. Dat zal moeten groeien, mensen zullen het van elkaar moeten zien en uiteindelijk zal het weer in ons bloed zitten en zullen nieuwe leden het automatisch doen. Dat is iets waar ik alleen van kan dromen. community denken standaard wordt.”

]]>
Sat, 28 Mar 2015 08:00:03 +0100 “De community is het hart van iedere organisatie” http://executive-people.nl/item/526315/a-de-community-is-het-hart-van-iedere-organisatiea.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Intel Security helpt data beschermen met True Key wachtwoord manager http://executive-people.nl/item/526223/intel-security-helpt-data-beschermen-met-true-key-wachtwoord-manager.html Cybercriminelen worden steeds slimmer in het ontfutselen van wachtwoorden door te hacken of door Phishing. Wachtwoordbeveiliging op basis van karakters is niet meer goed, aldus Raj Samani, CTO bij Intel Security. Daarom heeft Intel Security het True Key cross-platform applicatie ontwikkeld. die het wachtwoordenprobleem probeert op te lossen met behulp van persoonlijke kenmerken, zoals gezichtsherkenning en vingerafdrukken.

“Met True Key kunnen gebruikers makkelijker en veiliger inloggen. True Key is op te vragen via truekey.com en kan zes maanden gratis worden getest”, aldus Samani. De Intel Security CTO is een bekend internationaal spreker en adviseur van bedrijven en overheden, betreft hoe ze hun security het best kunnen inrichten om zich te wapenen tegen cybercrime. “Maar mensen moeten ook goed weten hoe ze zelf hun data beschermen door niet zomaar apps te downloaden en toegang te geven aan softwareleveranciers tot databestanden, apps en de camera.”

Samani zegt dat door digitalisering behoefte is aan een geïntegreerde security en privacyregelgeving. “De digitalisering leidt tot meer online gevaren. Gemiddeld zijn er nu 370 online gevaren per minuut. Maar dat zegt de meeste mensen niet veel. Als security-specialist moet je dus wel blijven uitleggen dat security en vertrouwen in de digitale wereld wel belangrijk is, ook aan oudere mensen. Vroeger werd je door criminelen met wapens overvallen, nu doen ze dat vaker vanaf een pc door te hacken. De crimineel ziet niet dat hij een oud omaatje berooft als ze reageert op een phishing e-mail door haar wachtwoorden van de bank in te vullen.”

Volgens Samani zijn er nu betere beveiligingslagen nodig. “Gebruik niet alleen een wachtwoord maar ook gezichtsherkenning, of een fingerprint. Dat kan met de Intel True Key-technologie. Inmiddels wordt True Key breed toegepast door partijen zoals Brightstar, Deutsche Telekom en Prestigio, Deutsche Telekom gaat de True Key-applicatie installeren voor Europese klanten. Ik zal mij blijvend inzetten om mensen voor te lichten over de gevaren van cybercrime en hoe je dat kan voorkomen. Mensen zijn nog weinig bewust over de waarde en gevoeligheid van data. Daarom bieden we Intel True Key de eerste zes maanden gratis aan.”

Meer informatie: www.truekey.com 

]]>
Fri, 27 Mar 2015 10:29:48 +0100 Intel Security helpt data beschermen met True Key wachtwoord manager http://executive-people.nl/item/526223/intel-security-helpt-data-beschermen-met-true-key-wachtwoord-manager.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
CIO's zien de waarde van open source software tijdens SUSECon 2015 in Amsterdam http://executive-people.nl/item/525963/cios-zien-de-waarde-van-open-source-software-tijdens-susecon-in-amsterdam.html In toenemende mate zien resellers, maar ook CIO's, de waarde van open source software. Zij kunnen zich uitvoerig op de hoogte stellen van de merites van deze programmatuur tijdens SUSECon15. Deze conferentie van SUSE vindt in november voor het eerst in Europa plaats en wel in Amsterdam.

Ronald de Jong, VP EMEA Sales, en Marijn de Vos, Country Manager Benelux van SUSE, zijn opgetogen over het feit dat de conferentie naar Nederland komt. “Dat biedt iedereen de mogelijkheid om zich op de hoogte te stellen van de mogelijkheden die onze software biedt. Iedereen is welkom en er is voor iedereen wat wils. Mensen die de business vertegenwoordigen krijgen te horen over het gebruik van de programmatuur en hoe dat bedrijfsdoeleinden ondersteunt. Ontwikkelaars krijgen uit de eerste hand tips en trucs aangereikt en horen waaraan wij werken. CIO’s herkennen zich in de implementatieverhalen die wij aanbieden. En onze partners krijgen een volledig overzicht van waar we mee bezig zijn. Iedereen die komt, leert uiteraard ook van elkaar. Wij ook van de inbreng van alle bezoekers.”

De Beurs van Berlage vormt van 2 tot en met 6 november het toneel. Voorgaande jaren moesten belangstellenden naar de VS om de conferentie bij te wonen. “Dat was een bewuste keuze om de markt aldaar te bedienen. Maar nu is de tijd rijp om de thuismarkt – tenslotte zijn we Europees van origine – ten dienste te zijn”, vertelt De Jong. De Vos vult aan: “We verwachten zeker twee tot drie keer zoveel bezoekers als in Orlando vorig jaar in november. Er kunnen maximaal 1500 mensen in het beursgebouw. Waarschijnlijk zal het overtekend zijn en dienen mensen zich op tijd aan te melden. Voor diegenen die zich vroeg aanmelden, hebben we een early bird korting.” Voortaan vindt het evenement het ene jaar plaats in Europa en het andere jaar in de VS.

Overname positief ontvangen

Maar we hoeven niet te wachten tot november om te horen wat er zoal gaande is bij SUSE. Als eerste komt de overname door Micro Focus aan bod. In Nederland zijn de medewerkers van Micro Focus al verhuisd naar het kantoor in Alphen aan den Rijn. “Eigenlijk zal er niet zo veel veranderen; wij blijven een zelfstandig bedrijfsonderdeel met eigen (pre)sales, ontwikkelaars, marketing, eigen profit & loss. Wat wel verandert, is dat het moederbedrijf gaat investeren in SUSE, waardoor we meer spankracht krijgen”, licht De Jong toe.
“Micro Focus – bekend in de mainframe wereld van Cobol(-applicaties) – en SUSE vullen elkaar aan; er is geen overlap in producten. De SUSE-gemeenschap heeft positief gereageerd op de overname. Dat geldt ook voor de partners. Die krijgen immers een aanvullende markt in de schoot geworpen. Niet iedereen zal daarop ingaan, maar voor sommige partners is het een mooie uitdaging hun portfolio uit te breiden”, zegt De Vos. Hij vervolgt: “Ook de aandeelhouders (via Micro Focus maakt SUSE nu deel uit van een beursgenoteerd bedrijf) zijn ingenomen met de overname. Vanaf het moment van aankondiging vorig jaar november is het aandeel in prijs gestegen en het zit nog steeds op dat hogere niveau.”

Storage voor tier 2 en 3

SUSE heeft zijn software defined storage oplossing half februari officieel beschikbaar gesteld. SUSE Storage is gebaseerd op het open source file- en objectopslagsysteem Ceph Firefly. De software biedt organisaties een oplossing voor zelfhelende, zelfregulerende, gedistribueerde opslag. Het is bedoeld voor objectopslag, archivering en bulkopslag. Eigenschappen omvatten onder meer thin provisioning, deduplicatie, cache tiering, replicatie op afstand, copy-on-write cloning, en erasure codering.
“We concurreren met onze oplossing zeker niet met de grote jongens als EMC, HP, IBM en Hitachi die dure opslagsystemen hebben met een beschikbaarheid van wel zes negens. Nee, SUSE Storage is geschikt voor dataopslag en -retrieval van gegevens die niet in millisecondes beschikbaar hoeven te zijn. Voor de tier 2 en tier 3 toepassingen”, licht De Jong toe. “Maar dan krijg je wel een relatief goedkope oplossing, want de software van SUSE kan heel goed overweg met standaard hardware (COTS; Commercial of the Shelf).” Trots vult De Vos aan dat SUSE druk bezig is om met een aantal hardware leveranciers OEM-overeenkomsten te sluiten. Zij verkopen hun opslagsysteem onder eigen naam. “De meesten zullen niet eens weten dat SUSE Storage het besturingssysteem is.”

Training

Omdat storage nieuw is voor SUSE en zijn partners, heeft de onderneming een trainingsprogramma in het leven geroepen voor de partners. “Wij hebben een aantal storage specialisten aangenomen om die training gestalte te geven en onze partners bij te staan waar dat nodig is. We zoeken nog steeds naar specialisten om de groep uit te breiden”, zegt De Vos.

Live Kernel patching

Opgetogen zijn ze allebei over de algemene beschikbaarheid van Live Kernel patching. Een oplossing die het mogelijk maakt om patches toe te passen zonder ook maar een nanoseconde downtime. De presentatie van deze technologie tijdens SUSECon14 in Orlando oogstte een staande ovatie. “Er is heel veel belangstelling, maar deze patching-toepassing is alleen geschikt voor ons jongste besturingssysteem SUSE Linux Enterprise Server (SLES) 12. De meeste klanten zitten nog op versie 11, soms nog op 10. De oplossing is een extra aansporing om over te stappen op versie 12. ”, zegt De Vos. Tijdens de TechExchange op 25 maart kunnen belangstellenden meer te weten komen over SLES 12. Dit evenement is door iedereen te bezoeken.

Openstack Cloud

Geen gesprek met een IT-organisatie tegenwoordig zonder dat het woord cloud valt. SUSE heeft in 2012 als een van de eersten zijn Openstack Cloud gelanceerd: hiermee is het mogelijk een private cloud te maken binnen de eigen omgeving. “Er zijn al klanten, zij hebben hun ervaringen opgetekend, er zijn architectuurschema's ontwikkeld. Het leeft. En inmiddels komt er vraag vanuit de markt naar dit product. In elk land waar we vertegenwoordigd zijn, hebben we minstens één klant”, geeft De Jong aan.

Door: Teus Molenaar

]]>
Tue, 24 Mar 2015 15:01:10 +0100 CIO's zien de waarde van open source software tijdens SUSECon 2015 in Amsterdam http://executive-people.nl/item/525963/cios-zien-de-waarde-van-open-source-software-tijdens-susecon-in-amsterdam.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'VMware technologie biedt organisaties nieuw IT-model’ http://executive-people.nl/item/525968/vmware-technologie-biedt-organisaties-nieuw-it-modela.html IT-beslissers hebben mobility en cloud hoog op hun lijstje staan. Deze behoefte wil VMware met zijn partners invullen met nieuwe producten en diensten, zoals met VMware Horizon EUC-oplossingen, vSphere 6 servervirtualisatie, VSAN 6 sofware-defined storage, NSX software-defined networking en vCloud Air public cloud portfolio. Volgens Stef Koopman, Channel Manager VMware Benelux, kunnen channel partners met deze VMware-technologie organisaties productiever en sterker maken, zoals met software defined datacenter (sddc), end user computing (euc) en hybride clouds waarbij data tussen private en public cloud snel en eenvoudig heen en terug kan worden getransporteerd. VMware biedt hierbij een OneCloud beheerplatform voor alle clouds, applicatie en devices. “Daarnaast is het services aanbod aanzienlijk uitgebreid, die via onze channel partners kunnen worden verkocht”, aldus Koopman.

Volgens Koopman is het technologie-aanbod van VMware zo groot geworden dat partners het beste keuzes kunnen maken. “We dagen onze partners letterlijk uit om verder te denken dan alleen maar het resellen van server virtualisatie. Ze kunnen sterker groeien als ze het businessmodel van een klant goed kennen en daarbij VMware virtualisatie en cloud oplossingen aan koppelen. Denk hierbij aan virtualisatie van de verschillende componenten binnen het datacenter, te weten: server, netwerk en storage, met daarboven een beheerlaag die wordt aangeboden als één entiteit: OneCloud. Vanuit die waarde propositie is dit voor resellers de nieuwe manier om het totale businessmodel van een klant te ondersteunen. Een nieuw IT-model. De reseller denkt dan niet meer naar de klant toe vanuit een productgedachte, maar van een oplossingsgedachte. Partners kunnen met het VMware dienstenportfolio klanten helpen met services; van datacenters tot en met de eindpoint device. Vandaar dat VMware een nieuwe slogan heeft die het hele portfolio samenvat: ‘OneCloud, any application, any device’. Vanuit een software-gecontroleerde omgeving gaan VMware en zijn partners nieuwe businessmodellen adresseren die efficiënt zijn voor eindgebruikers. VMware biedt nu een geïntegreerd geheel van IT-oplossingen in plaats van point solutions.”

Services

VMware Professional, Enterprise en Premier partners worden volgens Koopman op het gebied van diensten nog beter ondersteund met het nieuwe VMware Partner Professional Services Program. “Hiermee kunnen consulting partners zelf services verkopen en leveren rond bijvoorbeeld software-defined datacenter (sddc), storage (VSAN), netwerk (NSX) en hybride cloud (vCloud Air) oplossingen. Partners krijgen hiermee toegang tot kennis rond services sales en het leveren van bewezen technologie, welke is gebaseerd op de diensten van de VMware Professional Services Organization (PSO).”

VMware introduceert verder binnen het vCloud Air Network, het Managed services programma waarmee service providers VMware  Managed Services aan klanten kunnen resellen vervolgt Koopman. “Het VMware vCloud Air Network Program is uitgebreid met managed services mogelijkheden voor vCloud Air Network service providers. Hiermee kunnen VMware partners VMware vCloud Air gebruiken als core infrastructuur en daarop eigen managed services leveren.”

Solution Competencies

VMware introduceert verder nieuwe solution competenties die onderdeel uitmaken van het VMware Partner Network. De nieuwe Mobility Management Solution Competency beloont partners die mobillty beheeroplossingen van VMware Airwatch verkopen, aldus Koopman. “Met deze competentie komen partners in aanmerking voor Solution Rewards rebates als ze AirWatch producten in combinatie met VMware Workspace Suite verkopen. VMware introduceert verder de Software-Defined Data Center Competency. VMware partners kunnen zich hiervoor vanaf het tweede kwartaal van 2015 in specialiseren. Met de Software-Defined Data Center Competenty laten partners aan klanten zien dat ze de beste kennis hebben van vijf VMware technologieën: Networking, Software-Defined Storage, Server Virtualization, Management Operations en Management Automation Solutions Competencies. Om deze competency te behalen, dienen partners minimaal twee VCP- of VTSP certificeringen in Software-Defined Data Center in huis te hebben en sales trainingen te volgen in het laten landen van VMware’s IT-visie bij klanten. Partners die de Software-Defined Data Center Solution Competency behalen komen in aanmerking voor Solution Rewards rebates. Het VSP- en VTSP Curriculum krijgen tot slot een zesde versie en er komt een update voor de server virtualisatie competentie met meer focus op VMware vSphere in combinatie met Operations Management en Virtualization Optimization Assessment (VOA).”

Koopman vervolgt: “De voornaamste boodschap rond het VMware Partner Professional Services Programis dat we in onze partners willen investeren met een breed serviceaanbod naar eindgebruiker. Ze hebben nu beschikking over een uitgebreid kant-en-klaar serviceaanbod om met VMware technologie een upsale te maken naar de cloud. Hierdoor zullen klanten in staat zijn veel flexibeler en dynamischer hun IT resources in te zetten naar de constante veranderingen in bestaande businessmodellen. Zo kan een partner met een VMware Virtualization Optimalization Assessment (VOA) zijn klanten inzicht geven in zijn bestaande virtuele infrastructuur. Hiermee kunnen partners vervolgens een optimalisatieslag maken en een roadmap naar het software-defined datacenter. Partners die denken in businessoplossingen worden daardoor een trusted advisor van eindgebruiker omdat ze helpen met optimalisatieslagen op zowel de korte als de lange termijn, met een duidelijke waardepropositie voor de eindgebruikers.”

Crossplatform

‘’Die propositie wordt nog meer waard als gespecialiseerde VMware partners nauwer samenwerken in het bedienen van klanten’’, vervolgd Koopman. “Daar ligt kwaliteit en meerwaarde. We creëren een ecosysteem van crossplatform partners die elkaar aanvullen en gespecialiseerd zijn in één of twee oplossingen. Je ziet daardoor meer partners samenwerken zoals contract management partners met service partners. Of bij businesstransformatie waarbij een nieuw model van IT wordt opgezet ter ondersteuning van nieuwe businessprocessen die inspelen op klanten die veranderen. Je ziet daardoor samenwerking ontstaan tussen IT-consultancy en business consultancy.”

Hybrid Cloud

VMware vCloud Air biedt volgens Koopman aan klanten veel interessante enterprise functionaliteiten. “Dat is een unieke propositie welke private clouds naadloos laat aansluiten op Public clouds. Verder bieden we een uniform cloud managementplatform vanwaar zelfs applicaties kunnen worden ontsloten naar Amazon Web Services (AWS) en Azure,  De strategie van VMware is tweeledig. Zo biedt VMware vCloud Air, deze richt zich op een service aanbod vanuit de eigen VMware public cloud. Daarnaast biedt VMware via het VMware vCloud Air Network (vCAN) model clouddiensten aan via een netwerk van op VMware technologie gestandaardiseerde partners. Het grootste voordeel voor klanten om op dit model in te stappen is een verschuiving van Capex naar Opex, waardoor nieuwe (en bestaande) IT diensten flexibeler, efficienter en inzichtelijker worden."

VMware introduceert verder binnen het vCloud Air Network, het Managed Services programma waarmee service providers VMware Managed Services aan klanten kunnen resellen. Dit maakt het mogelijk om beide routes vanuit de serviceproviders aan te kunnen bieden, vervolgt Koopman. “Het VMware vCloud Air Network Program is uitgebreid met managed services mogelijkheden voor vCloud Air Network serviceproviders. Hiermee kunnen VMware partners VMware vCloud Air gebruiken als core infrastructuur en daarop eigen managed services leveren.”

OpenStack

VMware vSphere Enterprise Plus klanten kunnen nu ook gratis gebruik maken van de VMware Integrated OpenStack (VIO)-distributie van het open-source cloud besturingssysteem. Hiermee kunnen ze OpenStack services en application programming interfaces (api’s) op hun VMware infrastructuur koppelen voor hun workloads, met een single support contract. Hierdoor kunnen ze gebruik maken van de voordelen van een open-source cloudplatform en tegelijkertijd gebruik maken van VMware-omgevingen en workloads. Volgens Koopman biedt deze samenwerking een interessante businessmogelijkheid voor partners. “OpenStack is geen concurrent, maar een aanvulling op VMware. Bijvoorbeeld op het gebeid van DevOps, waarbij developers en system operators samenwerken aan een ontwikkelmethode waarbij op een agile manier nieuwe code wordt geschreven die stabiel in een productieomgeving kan draaien. Op deze manier kunnen eindgebruikers een applicatie die ontwikkeld is in een OpenStack DevOps omgeving importeren naar de VMware productieomgeving zonder dat dit enige uitdagingen oplevert.”

Door: Witold Kepinski

]]>
Mon, 23 Mar 2015 12:52:12 +0100 'VMware technologie biedt organisaties nieuw IT-model’ http://executive-people.nl/item/525968/vmware-technologie-biedt-organisaties-nieuw-it-modela.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Gebruikers kunnen verder met de N Series’ http://executive-people.nl/item/525496/a-gebruikers-kunnen-verder-met-de-n-seriesa.html Tot woede van veel CIO’s die hadden geïnvesteerd in de N Series van IBM, heeft IBM eerder dit jaar de stekker uit deze reeks getrokken door de OEM-relatie met NetApp te beëindigen. Om gebruikers van deze opslagoplossing te helpen hebben NetApp en Tectrade de handen ineen geslagen, zodat de technologie gewoon verder kan worden ontwikkeld.

 

De samenwerking tussen Tectrade en NetApp gaat al terug tot 2006. De N Series is in die samenwerking een belangrijk product geweest, en Tectrade is door NetApp twee keer tot N Series partner van het jaar benoemd. Chief Commercial Officer bij Tectrade Ronald van Heek: “Steeds meer klanten komen bij ons met de vraag ´hoe ziet mijn toekomst eruit met de N Series? Hoe kan ik zorgen dat al die investeringen in een platform waar ik heel enthousiast over ben niet verloren gaan?”

Al die klanten zijn tevreden over het platform van NetApp. En of ze het nu wel of niet jammer vinden dat IBM ermee stopt, ze willen allemaal zekerheid hebben voor de toekomst. Vandaar dat we samen met NetApp hebben gekeken naar de mogelijkheid om ze een heel soepele migratie te kunnen bieden.”

 

Garanderen

Peter Wilbrink, Director Sales Benelux bij NetApp, voegt daaraan toe: “Voor ons is het belangrijk om de continuïteit van onze eindklanten te garanderen. Hoe borgen we dat, samen met onze partners die de vertrouwensrelatie hebben met de klant. Want de klanten hebben te maken met een grote dynamiek, opslag is erg belangrijk, en tegelijkertijd hebben ze behoefte aan ruimte voor uitbreiding. Daarvoor willen we gezamenlijk een oplossing vinden.”

Hij vervolgt: “Het is weliswaar een IBM productlijn die wegvalt, maar de technologie die daaraan ten grondslag ligt is NetApp-technologie. We gaan dus die gebruikers als NetApp helpen. De N Series als productlijn verdwijnt, maar de functionaliteit was altijd al beschikbaar in de NetApp-oplossingen. Omdat de softwarebasis vergelijkbaar is kun je dat heel eenvoudig naast elkaar zetten. De software wordt door ons gewoon verder ontwikkeld. Daarin hebben we al grote stappen gezet, bijvoorbeeld de overgang van single clusters naar multiple clusters.”

Onze klanten kijken naar de borging van continuïteit, en de rol die een expertise van een partner daarin kan spelen. Bijvoorbeeld in de vorm van managed services. Ze willen een infrastructuur die als oplossing wordt neergezet, wat weer de basis vormt voor het applicatiestuk dat toegevoegde waarde biedt voor de klant.”

 

Intensiveren

Volgens Van Heek is de intensivering van de samenwerking met NetApp een belangrijke stap. “In het voorjaar zijn we Gold Partner van NetApp geworden, wat aangeeft hoe belangrijk NetApp storage is in ons portfolio. Het beëindigen van de N Series is een uitgelezen moment om een nieuwe storagestrategie voor de komende drie tot vijf jaar te ontwikkelen.”

De wensen op dat gebied ziet hij sterk veranderen: “We zien vanuit de business bij onze klanten dat CIO’s en CEO’s er steeds meer vanuit gaan dat IT draait zoals bijvoorbeeld Amazon. Het is er, het is flexibel, altijd beschikbaar, en je kunt snel groeien. Tegelijkertijd neemt de omvang van de data enorm toen. Ook de waarde van data wordt groter, wat tevens betekent dat het risico van verlies groter wordt. De oplossingen die we met NetApp aanbieden zorgen voor de gewenste efficiëntie, waardoor organisaties ook op kosten kunnen besparen. Door de ingebouwde flexibiliteit kunnen wij onze klanten helpen om werkelijk een infrastructuur met de kenmerken van een cloud te bieden.”

De afgelopen maanden zijn zo al diverse grote klanten gemigreerd van de N Series naar NetApp FAS systemen met Clustered Data Ontap, van grote retailers tot financiële instellingen. `We hebben dus al een aantal duidelijke voorbeelden van partijen die niet alleen snel een nieuwe infrastructuur hebben gekregen, maar daarmee tegelijkertijd kostenbesparingen gaan realiseren over de komende jaren.”

 

Verwachting

Mijn verwachting is dat veel N Series klanten de stap zullen maken naar NetApp FAS met Clustered Data Ontap. IBM heeft een fantastisch portfolio, zeker met Flash en Software Defined Storage, en we zijn Premier Partner van IBM. Onlangs wonnen we zelfs de IBM Beacon Award voor onze Cloud oplossingen op basis van IBM Storage. Maar we zien dat klanten die ooit voor de N Series hebben gekozen, dat hebben gedaan voor de functionaliteit. Zij zijn aan die functionaliteit gehecht geraakt. Het is niet voor niets het meest populaire storage OS in de markt.”

Wilbrink voegt hieraan toe: “Heel belangrijk is hierin de expertise die Tectrade in de loop der jaren heeft opgebouwd. Ze kennen de producten en de functionaliteiten, en weten hoe je daar bij de klant voordelen uit kunt halen. Zij kunnen daarin de klant van advies dienen, bijvoorbeeld over het moment waarop je bepaalde zaken in een migratie gaat oppakken.”

Overal zien we dat de hoeveelheid gegevens die we opslaan en de intensiteit van die gegevens gigantisch toenemen. Daar komen steeds meer apparaten bij, daar komt steeds meer informatie bij. Bovendien heb je niet meer alleen met interne gebruikers te maken, er komen ook steeds meer externe gebruikers bij. Dat gaat sterk drukken op de infrastructuur, wat vraagt om flexibiliteit.”

 

Migratie

Organisaties zijn dus op zoek naar een toekomstbestendige infrastructuur om groei te ondersteunen, en die tegelijkertijd flexibel genoeg is om snel in te kunnen zetten. Het is voor een eindgebruiker transparant waar de gegevens uiteindelijk worden opgeslagen, en ze zijn altijd beschikbaar. En het is schaalbaar, bijvoorbeeld om tijdelijk extra capaciteit in te zetten bij marketingacties.”

Van Heek: “Die migratie is in de praktijk heel erg makkelijk. Een van onze klanten met een grote omgeving is, één petabyte aan storage, heeft de implementatie van het nieuwe systeem binnen één week gedaan. En de migratie van de overige data gaat vervolgens online door aan de achterkant. Één petabyte aan data migreren duurt wel even maar de nieuwe NetApp FAS omgeving biedt meer dan vierhonderd procent performance-verbetering.”

]]>
Sat, 14 Mar 2015 08:00:57 +0100 ‘Gebruikers kunnen verder met de N Series’ http://executive-people.nl/item/525496/a-gebruikers-kunnen-verder-met-de-n-seriesa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Barry Devlin: Het gaat niet om de data, maar om het inzicht http://executive-people.nl/item/525433/barry-devlin-het-gaat-niet-om-de-data-maar-om-het-inzicht.html “Je zou niet moeten worden gedreven door data, maar geïnformeerd worden door informatie”, zegt de Zuid-Afrikaanse BI-specialist Barry Devlin. Hij is eind maart keynotespreker bij de DW & BI Summit. Hij pleit voor een bredere benadering van data, meer menselijke inbreng, maar vooral meer focus op de toepassing ervan.

 “De uitdagingen waar de bezoekers van de DW & BI Summit voor staan zijn divers”, zegt Barry Devlin. “In de markt zien we op dit moment twee ontwikkelingen. De ene kant is de excitement over alle externe, ongestructureerde, niet gemanagede data, bijvoorbeeld door the Internet of Things. Dit groeit razendsnel. Aan de andere kant leeft er angst voor deze ontwikkeling. Het is fascinerend om te zien hoe dat uitpakt. Gaan de kansen en de groei belangrijker worden dan de roep om meer governance, of andersom?”

Volgens hem worden dergelijke vraagstukken in een te vroeg stadium van bovenaf naar de IT toegeschoven. “Ik denk dat het altijd begint bij de business. Waar het om gaat is wat we ermee willen doen als organisatie. Terwijl nu de technologie nog te vaak de business drijft. Alles wat in de business wordt ontwikkeld is echter gebaseerd op technologie. Wanneer je businessmensen dus vraagt hoe ze verder willen, zeggen ze dat ze meer data willen gebruiken en meer technologie willen inzetten.”

Brug

“Ik merk dat de brug tussen die twee entiteiten wankel is”, vervolgt hij. “Ik heb daar een boek over geschreven, met de strekking dat IT zou moeten opstaan en zeggen dat het niet alleen gaat om de bits en de bytes, het gaat er juist om de technologie te ontwikkelen in het kader van de business, om samen te werken met de business, om ze te helpen begrijpen wat er mogelijk is met technologie.”

Andersom is het zaak dat ook de business meer zou moeten weten van technologie. “Dat wordt overigens steeds makkelijker, omdat de huidige business managers deel uitmaken van de Millennial-generatie. Zij kennen het verschil tussen een iPod en een iPad. IT moet dus met relevant advies komen voor de business, en de business moet daar adequaat mee omgaan.”

Unintelligence

Dat vraagt ook om een andere benadering van data intelligence en data warehousing. Zijn boek Business Unintelligence slaat op de weinig slimme manier waarop organisaties met data omgaan. Want het gaat verder dan de data, ook intuïtie speelt bijvoorbeeld een rol. Je zou niet moeten worden gedreven door data, maar geïnformeerd worden door informatie.”

Het gaat dus om wat je doet met de data. “Het verschil tussen data en informatie is een filosofische vraag. We zijn geobsedeerd geraakt door data, je kunt er als techneut prachtige dingen mee doen. Maar het idee van informatie is subtieler, want dan gaat het over de context waarin je het gebruikt, hoe verbetert het mijn inzicht, en hoe kan ik er betekenis aan geven. Alleen beschikken over data is niet genoeg.”

“We zouden bijna vergeten dat de waarde ervan zit in het gebruik, en de verhalen die eruit komen. En ik hoop dat dit er altijd een menselijk element aan zal toevoegen. Het is erg interessant om de maatschappelijke en bredere economische impact te bekijken van wat we doen. Want in feite zijn we met een soort ongepland experiment bezig met data. Ik ben benieuwd hoe dat gaat aflopen.”

]]>
Thu, 12 Mar 2015 08:27:52 +0100 Barry Devlin: Het gaat niet om de data, maar om het inzicht http://executive-people.nl/item/525433/barry-devlin-het-gaat-niet-om-de-data-maar-om-het-inzicht.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
SAFE Summit Intel Security: Security vraagt om snelheid http://executive-people.nl/item/525183/safe-summit-intel-security-security-vraagt-om-snelheid.html Voor welke uitdagingen staat de Chief Information en Security Officer (CISO)? Deze vraag stond centraal bij de SAFE Summit die Intel Security begin dit jaar organiseerde. De CISO staat onder druk om geïntegreerde oplossingen te bieden die zowel het bedrijf als de klanten beschermen. “Het gaat nu om financiële impact op de lange termijn, want als mensen een bedrijf beschouwen als onveilig doen ze er geen zaken meer mee.”

Radboud Beumer, senior regional director Benelux, Intel Security opende de dag met een korte introductie over de integratie van McAfee in Intel Security. De dreiging waar organisaties mee te maken hebben wordt steeds ernstiger en zwaarder, wat vraagt om integrale oplossingen. Niet alleen antivirus, maar een breed portfolio op het gebied van security.

Beumer: “Intel Security is prominent aanwezig in het datacenter, en begrijpt de cloud. Dat is belangrijk, want die cloud stelt bedrijven voor aantal uitdagingen. Zo weet je niet altijd waar de data is. Hoe bescherm je die data?” Een andere ontwikkeling die CISO’s hoofdbrekens bezorgt is The Internet of Things. “Over enkele jaren hebben we meer dan vijftig miljard via IP verbonden apparaten. Dat is een enorm aantal. Iedere fabrikant, om welke sector het ook gaat, komt met apparaten die M2M verbonden zijn via IP.”

Zorgen

Tegelijk constateert hij dat de exposure aan malware toeneemt. “We ontdekken duizenden nieuwe stukken malware per dag. Maar waar we ons echt zorgen over maken zijn de zaken die we niet vinden. Want de aanvallen worden steeds geavanceerder. En wat daarbij niet helpt is dat de security in veel organisaties georganiseerd is in silo’s met point-oplossingen.”

“De uitdaging is om dat te doorbreken met integrale oplossingen. Er zit vaak nog teveel tijd tussen de aanval en het ontdekken ervan. Dat vraagt om een andere manier van verdedigen tegen bedreigingen. We hebben snelheid nodig. In technologie, en het delen van informatie, en het nemen van beslissingen.”

Business transformatie

Richard Curran, Head of Security Intel EMEA ging dieper op deze problematiek in: “Security is essentieel voor Intel. Er komt meer en meer technologie. Dat leidt tot fundamentele veranderingen, tot daadwerkelijke business transformatie. Technologie is in ieder apparaat aanwezig, van wearables tot het datacenter. Dat vraagt om een end to end security framework. Want het netwerk moet veilig zijn. Maar hoelang blijven security-oplossingen bruikbaar? Want de oude oplossingen voldoen niet meer door de snelle ontwikkelingen rond Social, Mobile, Analytics en Cloud. Dat vraagt om een nieuwe benadering van security.”

Naarmate meer connectiviteit en intelligentie in apparaten zit moeten ze veiliger worden. Naast de eerder genoemde risico’s die gepaard gaan met connected devices als slimme energiemeters en wearables verandert ook het dreigingslandschap. Curran: “Soms duurt het weken of maanden om dreigingen te herkennen.”

Impact

“Maar de impact is groter dan vroeger, security breaches zijn ingrijpend voor een bedrijf of een merk. De CISO staat dus onder druk om oplossingen te bieden die zowel het bedrijf als de klanten beschermen. Het gaat nu om financiële impact op de lange termijn, want als mensen een bedrijf beschouwen als onveilig doen ze er geen zaken meer mee. En bij een major intrusion kun je er zeker van zijn dat het in de pers komt.”

Een van de zwaartepunten in de ontwikkeling van nieuwe oplossingen door Intel Security is security analytics. Bedrijven hebben soms te maken met duizenden events op een dag, het is dus zaak om te weten wat er gebeurt, om de juiste informatie te hebben, en het juiste veiligheidsbeleid te formuleren.”

Om welke dreiging het gaat werd uitgelegd door Troels Oerting, tijdens een van zijn laatste publieke optredens als Head of European Cybercrime Centre (EC3), Europol. Vlak na de SAFE Summit ging hij als CISO aan de slag bij Barclays. “De dreiging is reëel”, zegt Oerting. “Moet je bezorgd zijn? Ja. Maar er is geen reden om een hype te creëren. Het gaat niet om of, maar om wanneer. Wees voorbereid.”

Bedreigingen

Hij rekent voor: “Er zijn op dit moment 2,9 miljard mensen met internettoegang over de hele wereld. Over een aantal jaren zal dat meer dan 4 miljard zijn, met de grootste groei in gebieden als Afrika en Midden Amerika. Dat zorgt niet alleen voor meer mogelijkheden, maar ook voor meer bedreigingen.”

“De meeste inkomsten in de wereld zijn geconcentreerd in de westerse wereld. Dus waar gaan criminelen heen? Die komen naar ons toe. Het Internet of Things zal daar een belangrijke rol in gaan spelen. Hetzelfde geldt voor mobiel. In de toekomst zullen we een toename zien van ‘altijd online’. Dat heeft groot effect op de wetshandhaving. Want voor criminelen in cyberspace is het niet nodig fysiek naar een land te reizen. De politie ziet die criminelen dus niet, ze werken vanuit het buitenland.”

Criminele groepen

“Er is geen absolute veiligheid op internet. Maar we kunnen het wel beter doen dan nu. Er zijn een aantal bedreigingen. De eerste is die van de extremisten die een politiek doel hebben. Daarnaast zijn er terroristen die het internet gebruiken voor communicatie, facilitatie en radicalisering, en om geld te stelen. Dan zijn er nog de landen zelf. De beste hackers in de wereld werken voor bepaalde landen. Dat kunnen we zien aan de tijdzones waarin ze actief worden, bijvoorbeeld in Rusland of het Verre Oosten.”

“We zien een groter belang van landen om actief te worden op het internet. Meerdere landen ontwikkelen een offensieve capaciteit. Dan zijn er de criminele groepen. De malware die zij ontwikkelen is van een hoge kwaliteit, en wordt professioneel geproduceerd. Dat kan in opdracht worden ontwikkeld. De producenten gebruiken die malware niet zelf, maar verkopen het weer aan andere groepen. Je kunt van alles kopen op het Darknet, van malware tot een DDOS-aanval. Je hebt alleen geld nodig, je hoeft zelf geen computerdeskundige te zijn. We hebben met de bestrijding van cybercrime dus een geografisch probleem. In de fysieke wereld kun je één iemand tegelijk beroven, of in één huis tegelijk inbreken. Maar als cybercrimineel kun je verschillende computers tegelijk aanvallen.”

Investering

Ook is er een psychologisch verschil: “Je ziet niet de schade die je aanricht, je ziet de mensen niet, je steelt alleen hun geld. Dat verlaagt de grens. Bovendien komen de criminelen uit landen waar ze toch niets te verliezen hebben. We zullen dus een toename van cybercriminaliteit zien.”

Hij adviseert organisaties daarom om security niet te zien als uitgave, maar als een investering. “Raak gewend aan breaches, ontsla niet iedere keer dat het gebeurt een CIO. Rapporteer de breach, en als een organisatie alles gedaan heeft dat mogelijk is, hoeft er niemand ontslagen te worden. Er bestaat tenslotte geen absolute security.”

]]>
Sun, 08 Mar 2015 08:00:19 +0100 SAFE Summit Intel Security: Security vraagt om snelheid http://executive-people.nl/item/525183/safe-summit-intel-security-security-vraagt-om-snelheid.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Vertrouwen in je organisatie is het belangrijkste dat je hebt’ http://executive-people.nl/item/525184/a-vertrouwen-in-je-organisatie-is-het-belangrijkste-dat-je-hebta.html  Dit is een werkveld waar ik wel wat gerelateerd werk aan heb gedaan, en waar ik wel wat inzichten in heb gekregen, zegt generaal bd Peter van Uhm met gevoel voor understatement over het onderwerp security. Hij sprak begin dit jaar tijdens de SAFE Summit van Intel Security, waar CIOs en CISOs werden bijgepraat over trends en ontwikkelingen op het steeds complexer gebied van de security. Executive People sprak exclusief met hem over zijn visie op IT en security.

 “Iedere sector vindt zichzelf apart. Maar tegelijk zijn er veel overeenkomsten tussen organisaties in verschillende branches”, zegt generaal bd Peter van Uhm, voormalig bevelhebber van het Nederlandse leger. “Wanneer je de eindverantwoordelijkheid hebt voor een organisatie is het goed te beseffen dat de wereld heel complex is, en alles van invloed is op je organisatie. Je kunt maar één keer het vertrouwen in jouw organisatie verliezen. En dat is een heel duur verlies.”

“Het is dus zaak strategische afwegingen te maken over de manier waarop je het beste je bedrijf kunt leiden. Daar hoort bij hoe je nadenkt over de vraag hoe je uiteindelijk de mensen op de werkvloer zo goed mogelijk hun werk laat doen. Dat draagt uiteindelijk bij aan het vertrouwen in je organisatie. Want dat is het mooiste dat je hebt, en het ergste om te verliezen als bedrijf.”

Gezichtsverlies

Maar het gaat niet alleen om het gezichtsverlies van de eigen organisatie. Wanneer er iets gebeurt op het gebied van IT dan gaat het verder dan alleen het eigen bedrijf. Want dan verlies je waarschijnlijk ook gegevens van toeleverancier of klanten. En wanneer zij het gevoel hebben dat jij er aan de voorkant niet alles aan hebt gedaan om dat te voorkomen dan ben je behalve het vertrouwen ook je klanten kwijt. En misschien je toeleveranciers.”

"Wat je op het gebied van security moet doen is eigenlijk hetzelfde als wat we doen met auto’s. Er rijdt bijna niemand meer zonder airbag, alleen de hobbyisten die graag in oude auto’s rijden nemen dat risico nog. Wat je dus als bedrijf moet doen is een airbag bouwen. Thomas Friedman schreef in The World is Flat onder andere: ‘Je moet je niet afvragen óf het gebeurt maar wanneer het gebeurt.' Er is een constante dreiging, die hoeft op dit moment niet aan de orde te zijn maar hij is er wel. Je moet als organisatie dus zorgen dat je zonder problemen een deukje kunt oplopen."

Dreiging

De dreiging is in technologisch opzicht nieuw, maar het reageren op dreiging is dat geenszins. Van Uhm plaatst dit graag in perspectief: ”In de Middeleeuwen probeerden we duiven met de boodschap van de tegenstander naar beneden te halen. We maakten gebruik van versleutelde berichten. Na de introductie van zaken als telex, telefoon en radio deden we aan elektronische oorlogvoering. We luisterden elkaars radio’s af en probeerden de radio van de ander plat te leggen. Dit is de volgende stap. Is het nieuw? Ja, maar tegelijkertijd ook niet.”

“Er is dus geen reden er bang voor te zijn. We hebben nieuwe technologische mogelijkheden, en het is zaak uit te zoeken hoe we die technologische mogelijkheden veilig kunnen gebruiken. En dat is bij strijdkrachten niet anders dan bij bedrijven. Het mooie is alleen dat de strijdkrachten sommige dingen wel mogen die bij bedrijven verboden zijn. Niet in Nederland natuurlijk, maar wel in de missiegebieden. Defensie heeft dus niet alleen een cyber command, maar ook een offensieve capaciteit.”

Mensen centraal

Centraal in iedere security-strategie staan volgens Van Uhm de mensen. “Die moet je ervan overtuigen dat zij op een veilige manier werken. Uit de statistieken rond Arbo-veiligheid blijkt duidelijk dat het gros van de ongevallen voortkomt uit menselijk falen. Is dat in de cyberwereld anders? Zwakheden ontstaan omdat mensen slordig zijn, even niet nadenken, of gemakzuchtig zijn. Je moet die mensen ervan overtuigen dat je daardoor een grotere mate van kwetsbaarheid creëert dan noodzakelijk is.”

Hij aarzelt om het woord oorlog te gebruiken bij de digitale dreiging. “We hebben in ieder geval te maken met een gevechtsveld. Vroeger was bijvoorbeeld duidelijk of in een bepaalde regio veel fysiek werd ingebroken. Die situatie is veranderd. Het is een gevechtsveld waar je niet meer aan kunt ontsnappen, je zit erin of je nu wilt of niet. En alles in dat gevechtsveld is met elkaar verbonden, connected. Daar moet je je goed van bewust zijn.”

Waar het op neerkomt, zegt hij, is dat mensen voor een organisatie de grootste asset zijn. “Investeer daarin, anders worden ze de zwakste schakel. En eigenlijk zijn het dan niet de mensen zelf die de zwakste schakel zijn, maar de leidinggevende zelf. Want die heeft in dat geval nagelaten de juiste beslissingen te nemen.”

Verantwoordelijk

Het juiste leiderschap is dus cruciaal. “In het Engels wordt dat samengevat met twee termen: je bent niet alleen responsible, maar ook accountable. Dat laatste blijft altijd het geval, ook wanneer je geen beslissing neemt of iets uitbesteedt. Want ook als je de beslissing genomen hebt om niets te doen ben je verantwoordelijk.”

“Je mag ook best zaken uitbesteden, maar dan heb je zelf bewust het besluit genomen om dat te doen, en ben je verantwoordelijk voor dat besluit. Er zijn nog teveel leiders die vinden dat ze verantwoordelijkheid kunnen delegeren. Daar ben ik het niet mee eens. Je kunt wel verantwoordelijkheid geven aan mensen, maar dit ontslaat je als leider niet van overall verantwoordelijkheid en accountability.”

Op het gebied van security zijn in het Nederlandse bedrijfsleven nog wel zaken te verbeteren. “Het leiderschap is vaak heel erg druk met het regelen van de business as usual. En zij vinden al die technische dingen ballast, te complex. Maar het is juist belangrijk om tijd te maken voor ter zake deskundige experts, zodat het mogelijk is een goede afweging te maken in het risicomanagement. Dan kun je de afweging maken waar je in gaat investeren. Wat wil ik wel beveiligen en wat wil ik niet beveiligen? Hij die alles verdedigt, verdedigt niets. Je moet keuzes maken, dat is de verantwoordelijkheid van de leider.”

Marco van der Hoeven

]]>
Sat, 07 Mar 2015 08:00:56 +0100 ‘Vertrouwen in je organisatie is het belangrijkste dat je hebt’ http://executive-people.nl/item/525184/a-vertrouwen-in-je-organisatie-is-het-belangrijkste-dat-je-hebta.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Awingu slaat mobiele vleugels uit http://executive-people.nl/item/525186/awingu-slaat-mobiele-vleugels-uit.html De Awingu software nestelt zich volgens Van Uytven eenvoudig tussen de eindgebruikers en hun bedrijfstoepassingen, met behoud van alle beveiligingsvoorzieningen, en vergt alleen een browser die HTML5 ondersteunt op de eindtoestellen. “En daar kan meteen ook nog een bijkomende besparing worden gerealiseerd, want naast gewone PC's, notebooks, tablets of smartphones, volstaan ook goedkope chromebooks, of kan je gewoon iets oudere toestellen langer gebruiken.

"Eigenlijk zijn we de enigen die vandaag al een visie op het nieuwe werken in de eenentwintigste eeuw bieden," vat Tom Costers de aantrekkelijkheid van Awingu voor CEO's en CIO's samen. Zelf kwam hij eind vorig jaar het team van Awingu versterken als Chief Commercial Officer, na meer dan tien jaar ervaring bij Microsoft, ook op het hoofdkantoor in Seattle. "Jongeren denken niet meer na over het toestel waar ze op willen werken, en verwachten een volledige vrijheid, in alle veiligheid." Met Awingu kan je zelfs de nieuwe ‘Millennials’ generatie pijnloos verzoenen met de solide 'back office' toepassingen, ook als die draaien op nog kranige AS/400 toestellen, of al op nieuwe Linux-servers, of gewoon ergens in de cloud, of zelfs mainframes. En tegelijk beschikken alle medewerkers over de nodige middelen tot samenwerken en het delen van bestanden. Daar bovenop biedt Awingu nog de mogelijkheid om rekening te houden met de exacte locatie van de gebruiker dankzij GPS-technologie en biedt het High Definition (HD) videostreaming.

Droom voor de partners

Awingu kiest uitdrukkelijk voor een go-to-market model via partners, niet alleen omdat dit een logische keuze is voor een nog jong en klein bedrijf zegt Costers. "Wij zijn een 'enabler' en een bouwsteen die het IT-kanaal helpt de nieuwe werkwijze en ontwikkelingen als BYOD en chromebooks te introduceren bij oude en nieuwe klanten," aldus Walter Van Uytven. Zo kunnen ze inspelen op de toenemende vraag bij de professionele klanten om naar de cloud te gaan. Die zoekt immers geen leverancier van commodities, maar een 'business process' transformator. Onze 'aggregator' abstraheert de informatie infrastructuur van het bedrijf, zodat een nieuwe aanpak mogelijk is op de bestaande oplossingen."

De partner kan zo niet alleen zijn bestaande klanten verder helpen en dus behouden, maar tevens openen zich meer mogelijkheden voor het aanbieden van professionele diensten. Daarbij kan worden gedacht aan bijkomende connectoren tussen Awingu en toepassingen, allicht in samenwerking met Awingu zelf. "En dat kan in weinig tijd worden geklaard," aldus van Uytven, "Zo kunnen we met een klein team, 'lean and mean', toch doorgroeien. We zorgen enkel voor de softwarelicenties, terwijl de eindklant zowel licenties als diensten bij de partner koopt."

Awingu rekent voor de verdeling zowel op wereldwijde als op regionale partners, zoals integratoren en distributeurs met toegevoegde waarde, als op hosters en isp's, zoals Proximus/Belgacom, die Awingu rechtstreeks als een service aanbieden. “Awingu biedt als bedrijf aan de partners alle kennis om het product te ondersteunen. De recente opleidingsessies waren compleet volgeboekt, inclusief wachtlijsten," merkt Tom Costers tevreden op. “Momenteel hebben al meer dan vijftig partnerbedrijven de Awingu expertise in huis gehaald.”

Tijd voor uitbreiding

Als softwarebedrijf kan je snel uitbreiding nemen, en vandaag heeft Awingu dan ook al voet aan de grond in België, Nederland evenals Spanje, Italië en het Midden-Oosten.Bovendien tekenden drie 'go to market' partners, die in Awingu een mooie opstap naar hun klanten zien: Google, Microsoft en Samsung. Voor Google opent dit kansen voor de eigen toepassingen zoals Chromebooks bij bedrijven, terwijl Microsoft denkt aan een combinatie met het Azure Cloud platform. Samsung op zijn beurt is geïnteresseerd in een maximaal gebruik van zijn mobiele toestellen in de bestaande omgevingen van bedrijfstoepassingen.

"In april worden ook de activiteiten in de Verenigde Staten opgevoerd," licht Van Uytven de komende expansieplannen toe. "Daar wordt nu eerst de focus op gericht, en dan wordt volop gewerkt aan Azië, waar we exclusief met partners zullen werken en niet met een eigen kantoor."

In de Benelux werkt Awingu ondertussen al samen met partners als Ingram Micro, Nextel, Proximus, Econocom en SAIT. Dat laatste bedrijf is een voorbeeld van een partner die zijn klassiek klantenpubliek, zoals in dit geval overheden en politiediensten, een nieuwe aanpak voorstelt met behulp van Awingu. "Sinds begin dit jaar krijgen we meer tractie in de markt en dat vertaalt zich in meer spontane vragen van bedrijven," klinkt Costers tevreden, "Ook het winnen van de 'best new technology' award op de Belgische Channel Awards zet meer bedrijven ertoe aan spontaan inlichtingen te vragen”.

Try & Buy

Om het net zo breed mogelijk uit te gooien, mikt Awingu ook op een 'Try & Buy' aanbod op de eigen website (vanaf eind maart 2015). "Een e-channel moet nu eenmaal deel uitmaken van een totale kanaalstrategie," meent Van Uytven. De hele opzet van de Awingu aggregator maakt het mogelijk om eenvoudig, snel en klein te beginnen, om later sterk door te groeien. "Awingu is dan ook gecreëerd voor kleinere en middelgrote bedrijven met tientallen tot honderden gebruikers, maar evengoed voor de grootste bedrijven met duizenden toestellen." En met een 'Try & Buy' kan ook de eenvoud van het systeem worden aangetoond. Overigens zal dit niet in concurrentie gaan met de partners, want die blijven het voordeel hebben van de Awingu ondersteuning, met expertise, selling scenario's en een uiterst eenvoudig 'deal registration' systeem. "Wie er werk insteekt zullen we beschermen," aldus Costers, want "ons succes komt er bij gratie van het partner ecosysteem."

Voor al die expansieplannen doet Awingu een beroep op een tweede financieringsronde, ter waarde van 3 miljoen euro (na de 12 miljoen euro uit de eerste ronde). "2015 is een bijzonder boeiend en ambitieus jaar" erkent Costers, "maar we zitten wel goed op schema." Een vertrouwen dat geheel door Walter Van Uytven wordt gedeeld: "We hebben nog geen klant verloren, of een prospect gehad die het verhaal maar niets vond!" 

Door: Guy Kindermans

Op 22 april organiseert Awingu samen met Nextel in Hotel Bilderberg in Garderen het Enterprise Mobility Event 2015. Kijk voor het programma op www.ict-trends.nl en meldt u aan.

]]>
Fri, 06 Mar 2015 14:11:55 +0100 Awingu slaat mobiele vleugels uit http://executive-people.nl/item/525186/awingu-slaat-mobiele-vleugels-uit.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Hybride cloud vraagt om juiste mindset http://executive-people.nl/item/525105/hybride-cloud-vraagt-om-juiste-mindset.html Eén cloud, elk apparaat, elke applicatie; met deze verwijzing lanceerde softwareleverancier VMware recentelijk nieuwe data- en infrastructuuroplossingen. Klanten vragen om op simpele wijze data en applicaties te beheren. Daarom ontwikkelde VMware een robuuste, hybride cloud. Volgens Carl Eschenbach, Chief Operating Officer (COO) van VMware, gaan bedrijven vanzelf een keer over op de hybride cloud, het is enkel de mindset die sommige bedrijven tegenhoudt.

 

'We willen bedrijven laten zien dat het samenbrengen van de publieke en private cloud eenvoudig is', vertelt Eschenbach. 'Daarom hebben we het devies 'one cloud, any device, any app' in het leven geroepen. Het betekent dat wij één cloudomgeving kunnen creëren voor bedrijven, ongeacht hoeveel ze on-premise hebben draaien, of als een service uit de publieke cloud gebruiken. De hybride cloud is echt.'

 

Van private naar publieke

 

De meeste klanten van VMware zetten het platform van het bedrijf in om een private cloudomgeving op te zetten. Nu ziet de softwareleverancier dat steeds meer organisaties behoefte hebben aan oplossingen die 'als een service' worden aangeboden via de publieke cloud. Om beheer en opslag van alle applicaties te optimaliseren biedt VMware de hybride cloud. Uiteindelijk zal iedereen daarnaar overstappen, verwacht Eschenbach: 'Het is niet een kwestie van 'of', maar van 'wanneer'.'

Het is belangrijk dat de IT-afdeling de publieke cloud ook omarmt, omdat businessafdelingen behoefte kunnen hebben aan oplossingen die daar geboden worden. 'Sommige afdelingen, zoals marketing, productontwikkeling, business development of sales, zetten een schaduw IT-omgeving op door bijvoorbeeld e-mailmarketing- of CRM-systemen zelf af te nemen. Dan loopt een bedrijf veel risico, omdat de interne intelligentie niet beschermd kan worden', vertelt Eschenbach.

'Het is onnodig inefficiënt om niet mee te groeien met de publieke cloud', gaat Eschenbach verder. 'Partnerapplicaties die op ons platform draaien, kunnen snel gekoppeld worden aan de private cloud van een bedrijf of zelfs naar de private cloud overgezet worden.' Het heeft vooral te maken met de mindset van een IT-afdeling om de publieke cloud te omarmen en een software defined omgeving op te zetten, waarmee de business zelf applicaties kan afnemen en kan inrichten.

 

Vanuit klantbehoefte gegroeid

 

Steeds meer klanten gaven bij VMware aan op zoek te zijn naar een oplossing waarbij data zowel in de private als de publieke omgeving beheerd kon worden. 'We hebben een outside-in aanpak', vertelt Eschenbach. 'We brengen continu de behoefte van de klant in kaart. Daar komt bij dat we een sterke productfocus hebben en veel investeren in de ontwikkeling van onze oplossingen. De engineers van de R&D-afdeling hebben een duidelijke visie over waar VMware naartoe wil gaan. Beide inzichten leiden tot het huidige aanbod.'

Het momentum van hybride cloud is groot, aldus Eschenbach. VMware ziet wereldwijd een groei in deze aanpak. De adoptie wordt vergroot door de duizenden partners die VMware vertegenwoordigen over heel Europa. Nederland onderscheidt zich daarin specifiek door zijn early adopter houding: 'Vooral in de gezondheidszorg, de bancaire wereld, educatie en overheid zien we een robuuste markt met hoge eisen', aldus Eschenbach.

De groei van de hybride cloud heeft vooral met de mindset van de Nederlanders te maken. De bedrijven in ons kleine land blijven niet testen, maar gaan snel door met live-gang van nieuwe netwerken en infrastructuren. De informatie die naar voren komt uit de best practices van de Nederlanders wordt overigens gebruikt om bedrijven wereldwijd te helpen met het zetten van de volgende stap in hun ontwikkeling naar de hybride cloud.

 

Mensen, processen en transformatie

 

'Die actieve houding die Nederlandse bedrijven aannemen, zou ik aan elk bedrijf aanraden. Het gaat niet zozeer om de technologie van de hybride cloud, maar meer om mensen, processen en transformatie. Bedrijven die data per afdeling opslaan en gericht zijn op traditionele platforms, zullen niet snel overstappen. Als je gebruik wilt maken van de voordelen van een hybride cloud, dan moet je kunnen toestaan dat data wordt verschoven naar de meest efficiënte en effectieve plek.'

Uiteindelijk draait het namelijk niet om de applicatie of het apparaat, maar om de relatie tussen de gebruiker en zijn data. Deze ontwikkeling is goed te zien in end-user computing, aldus Eschenbach. 'Steeds meer bedrijven gaan werken met een virtuele desktop, omdat medewerkers op die manier overal op een veilige manier kunnen werken.' Om bedrijven te ondersteunen in het beheren van mobiele devices heeft VMware afgelopen jaar Airwatch overgenomen.

 

Beveiliging op softwareniveau

 

Beveiliging is bij zowel de hybride cloud, als de virtualisatie van de desktop cruciaal en een zorg voor veel bedrijven. 'Het is één van de belangrijkste pijlers van onze producten, want bedrijven gebruiken ons platform voor kritische data. Daarom hebben wij de beveiliging uit de hardwarelaag gehaald en op softwareniveau gezet. Dat betekent dat de veiligheid op alle strategische punten wordt gecontroleerd. Omdat onze platforms, zowel in de publieke- en private cloud, werken op basis van dezelfde software, kunnen we de beveiliging naar een hoger niveau brengen.'

De hybride cloud moet eenvoudig én geloofwaardig zijn voor c-level executives. Daarom is het bouwen aan vertrouwen één van de belangrijkste pijlers van VMware. 'Als je als bedrijf duizenden applicaties hebt draaien voor bedrijfskritische processen, dan is het belangrijk dat je de leverancier kan vertrouwen', vertelt Eschenbach. 'Ons platform wordt wereldwijd door meer dan 500.000 bedrijven gebruikt, maar het is belangrijk dat we beide voeten aan de grond houden en duidelijk kunnen uitleggen waarom we met de hybride cloud koploper zijn.’

 

Door: Anne van den Berg

 

]]>
Thu, 05 Mar 2015 12:24:48 +0100 Hybride cloud vraagt om juiste mindset http://executive-people.nl/item/525105/hybride-cloud-vraagt-om-juiste-mindset.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Marc Groetelaars: ‘Wij zorgen voor gestructureerde processen’ http://executive-people.nl/item/524808/marc-groetelaars-a-wij-zorgen-voor-gestructureerde-processena.html Marc Groetelaars is een goede bekende in de Nederlandse IT-markt. Lange tijd is hij het gezicht geweest van VMware in de Benelux. Vorig jaar is hij aan de slag gegaan bij het razendsnel groeiende ServiceNow als Regional Director Benelux. Executive People sprak met hem over de uitdagingen van zijn klanten, en de manier waarop ServiceNow daarop inspeelt.

“Bij ServiceNow zetten we de klant volledig centraal”, zegt Marc Groetelaars. “Dit betekent dat alle mensen die je hier tegenkomt dezelfde passie delen, en gericht zijn op dat stipje op de horizon waar we met elkaar voor gaan. Dat is voor iedereen hier gelijk, en dat spreekt me heel erg aan. ServiceNow als organisatie geeft enorm veel energie.”

Hij citeert de altijd uitgesproken Nederlands-Amerikaanse CEO van ServiceNow, Frank Slootman: “We make a ´ding’ in the Universe. Op dagelijkse basis zie ik dat wij de manier waarop klanten werken, veranderen. En dat gebeurt op een enorm vooruitstrevende manier, het heeft veel impact. Op de gebruikers, op de manier waarop zij werken en ook op het plezier dat ze in hun werk hebben.”

Privéleven

Dat heeft volgens hem alles te maken met de manier waarop mensen in hun privéleven omgaan met technologie. “Alles is social geworden. Mensen zijn gewend om alles wat ze doen te delen via sociale media als Facebook, en alles wat ze op zakelijk gebied doen gebeurt op LinkedIn. Wij geloven erin dat alles wat werkgerelateerd is, zoals de manier waarop werk gemanaged wordt, kan plaatsvinden via het platform van ServiceNow.”

Hij wijst op de discrepantie tussen de omgeving thuis en de IT-omgeving op het werk. “Als consument zijn we ondertussen gewend om heel snel en intuïtief te werken, bijvoorbeeld wanneer je iets wilt bestellen. Maar op het werk krijgen we met allerlei processen te maken die niet op elkaar aansluiten. Het zijn museumstukken, het lijkt soms wel of je teruggaat naar die grote envelop met een papiertje erin, die door alle departementen gaat om te worden afgetekend. Dat kan echt niet meer.”

Management

En dat is waar ServiceNow kansen ziet. “Wij structureren het werk, we structureren de workflows en passen daarop orchestratie toe. De basis is dat een medewerker wat vraagt, en iemand anders moet dat leveren. Daartussen zit een workflow, een proces. Dat kun je structureren, om vervolgens Service Management toe te passen om het automatisch en snel te laten verlopen, effectief en zonder fouten.”

“Daar kun je uiteindelijk orchestratie omheen bouwen. Want management heeft alleen zin wanneer er een duidelijke uitkomst is. Dat management is nodig om goed te kunnen meten, om op basis daarvan uiteindelijk weer de juiste beslissingen te kunnen nemen. Wij veranderen zo de manier waarop mensen werken.”

Eén architectuur

Het onderscheidend vermogen van ServiceNow is volgens Groetelaars de eenduidige architectuur. “Wij hebben geen last van meerdere vormen van architectuur die aan elkaar geknoopt moeten worden. Dat noemen wij het single system of record. Wanneer je dat hebt beschik je over één platform waarop je al het werk kunt gaan doen. Want uiteindelijk gaat het om de applicaties, de dienstverlening.”

Dat werken op een heterogene manier maakt de volgende stap mogelijk, het creëren van een system of engagement. “Simpel gezegd is dat is dat niets meer dan effectieve samenwerking tussen mensen, tussen systemen en mensen, en tussen afdelingen onderling. Daarmee krijg je effectieve processen, iets dat je kunt auditen, en waar je zaken als governance en risk compliance aan toe kunt voegen.”

“Het resultaat is dat de kwaliteit omhoog gaat, en de kosten dalen. Dat is voor iedereen in een organisatie relevant, maar essentieel is dat je daardoor een hele goede gebruikerservaring krijgt. Juist die ervaring dus die we gewend zijn in ons privéleven met de snelheid van Facebook op je smartphone, met het gemak van bestellen bij Amazon of Bol.com.”

Moderniseren en transformeren

Om dit mogelijk te maken beschikt ServiceNow wereldwijd over zestien datacenters. “Er is geen enkele andere cloud-leverancier die daarbij in de buurt komt. Dit garandeert ons uptime, availiblity en security. Wij hebben daarmee het enige serieuze cloudplatform, waar ook ons eigen datacenter in Amsterdam deel van uitmaakt.”

ServiceNow heeft weliswaar een IT-achtergrond, maar de toepassing is volledig gericht op de business. “Met onze klanten praten we naast het moderniseren en transformeren van ITuiteindelijk altijd over een duidelijk effect op de business. Het gaat nadrukkelijk om de zakelijke toepassing, namelijk servicemanagement voor de bedrijfsvoering. En of de toepassing dan is bij IT, HR of marketing is minder van belang.”

ServiceNow ziet een opvallende trend: “We zien regelmatig dat we klanten hebben waar we aanvankelijk geen rol spelen binnen de IT-afdeling, maar wel binnen bijvoorbeeld de HR-afdeling omdat ze daar veel problemen met hun workflow. Daar implementeren we dan bijvoorbeeld een knowledge base, een self service portal, waarmee mensen zelf de verantwoordelijkheid en de instrumenten krijgen om antwoorden te zoeken. Je ontlast zo de HR-afdeling, die zich innovatief en proactief kan opstellen.”

Dienstverlening als service

De manier waarop de oplossingen worden geleverd passen ook in een duidelijke trend. “De afgelopen jaren zijn we steeds meer gewend geraakt aan de ontwikkeling van software as a service, wat in toenemende mate evolueert naar dienstverlening as a service. Organisaties stappen af van het idee dat ze zelf alles in beheer moeten hebben, en zelf alles kopen. Die ontwikkeling was al zichtbaar door de shadow clouds, die zijn ontstaan omdat de oplossingen van IT niet voldeden zodat afzonderlijke afdelingen hun eigen oplossingen gingen kopen.”

“Waar wij nu voor willen zorgen is dat de CIO service broker wordt voor zijn organisatie. Met de nadruk op service. De IT gaat zorgdragen voor de dienstverlening. Bij steeds meer bedrijven is de CIO niet meer degene die de kapotte pc repareert, maar een executive die waarde toevoegt en ervoor zorgt dat er effectief en intuïtief kan worden gewerkt door middel van service management. Dan krijgt IT toegevoegde waarde. De rol van de CIO wordt dan die van een echte business partner. Everything as a service.”

]]>
Sat, 28 Feb 2015 08:00:50 +0100 Marc Groetelaars: ‘Wij zorgen voor gestructureerde processen’ http://executive-people.nl/item/524808/marc-groetelaars-a-wij-zorgen-voor-gestructureerde-processena.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Bedrijfsleven is onvoldoende op de hoogte van aanstormende Europese ... http://executive-people.nl/item/524694/bedrijfsleven-is-onvoldoende-op-de-hoogte-van-aanstormende-europese-databeschermingsregels.html Aankomende Europese regelgeving op gebied van gegevensbeveiliging zou het Europese, en dus ook het Nederlandse bedrijfsleven op zijn minst enigszins nerveus moeten maken. Maar niemand lijkt er serieus mee bezig. Dat komt waarschijnlijk, zegt Pieter Lacroix (foto), directeur Nederland van cybersecurity bedrijf Sophos, omdat vrijwel niemand zich al echt op de hoogte heeft gesteld van de nieuwe Europese General Protection Regulation die in aantocht is, en die naar verwachting nog dit jaar zijn beslag zal krijgen.

Waar gaat het om? 25 januari 2012 werd het startsein gegeven. Het was de dag waarop de Europese Commissie haar voorstellen publiceerde voor een nieuw stelsel van databeschermingsregels, de zogeheten General Data Protection Regulation (GDPR). Doel: een ingrijpende herziening van de bestaande Europese Data Protection Directive uit 1995. In klare taal gesteld: Brussel is bezig met het formuleren en implementeren van EU-databeveiligingswetgeving die zijn weerga niet kent en grote gevolgen gaat hebben voor hoe bedrijven op korte termijn hun IT-voorzieningen hebben in te richten.

Overheid is erg stil!

“Ik heb gemerkt dat veel organisaties hiervan totaal niet op de hoogte zijn”, zegt Pieter Lacroix van Sophos Nederland. “Dat bleek uit onderzoek dat Sophos in oktober 2014 heeft laten uitvoeren door Vanson Bourne onder 1500 professionals in de UK, Frankrijk en Duitsland, en dat bleek ook uit de vele glazige blikken die mijn deel waren toen ik hierover sprak op de laatste Infosecurity-beurs, afgelopen najaar in de Jaarbeurs te Utrecht. En waar ik mij nog het meest over verbaas, is dat er zelfs vanuit de Nederlandse overheid tot nu toe geen enkele aandacht aan wordt gegeven. Ik vind het echt heel vreemd dat het van die kant nog zo stil is.”

De herziening van die Europese Data Protection Directive, stelt Lacroix, is er onder meer op gericht de gegevens van klanten beter te beveiligen. In het verleden werden data die belangrijk waren al meestal versleuteld, maar straks móet het ook echt. “Er zijn boeteclausules in aantocht die er werkelijk niet om liegen. Dat varieert van 350 duizend tot 100 miljoen euro. En er wordt ook gedacht aan percentages van de omzet, die lopen van een 0,5 tot 5 procent. Let wel: dat gaat om wereldwijde omzet. En ik benadruk het woord omzet, omdat veel mensen vaak alleen naar de winstcijfers kijken. Er zijn echter een hoop sectoren die slechts draaien op een winstmarge van 2 procent. En als je dan een dergelijk percentage van je omzet moet gaan betalen als boete, dan betekent dat zo’n beetje een faillissement.”

Meldplicht

Met degelijke encryptie van al je medewerkers- en klantendata kom je een heel eind, maar daarmee ben je er nog niet, legt Lacroix uit. “Alles staat en valt met bewijsvoering tegenwoordig. Je kunt wel zeggen dat je alles versleuteld had, maar je moet het ook kunnen bewijzen. Dat kan, bijvoorbeeld, met managementsoftware als die van ons. Dus dat is belangrijk. Wat ook belangrijk is: je krijgt straks een meldplicht als je als organisatie informatie bent kwijtgeraakt. Dat betekent dat als er informatie van jou op straat is beland, je daar al je klanten over moet inlichten. Encrypted informatie is echter geen informatie. Heb je je informatie versleuteld en die informatie raakt dán verloren, dan hoef je dat dus niet te melden. Dat voorkomt reputatieschade. En zoals we allemaal weten, zijn daaraan al heel wat bedrijven ten gronde gegaan.”

 Wat te doen?

Hoe kunnen bedrijven zich nu zo goed mogelijk hierop voorbereiden? “Het begint natuurlijk met bewustwording”, zegt Lacroix. “Op het moment dat niemand weet dat dit gaat spelen, kan ook niemand zich erop voorbereiden. Daarom hebben wij als Sophos besloten een Europese roadshow te organiseren, die in Nederland plaatsvindt in de eerste helft van maart. Daarmee wil Sophos bedrijven  waarschuwen over wat er aankomt en waar ze allemaal rekening mee moeten houden. Die roadshow gaat binnenkort in Nederland van start. We hebben vier sessies gepland. Dat is in Utrecht, Zwolle, Amsterdam en Eindhoven, op 5, 11, 12 en 17 maart. Dat zijn een soort ontbijtsessies, die plaatsvinden van half negen tot kwart over tien. Heel kort, heel simpel wordt daarin verteld: dit is de regulering die eraan komt en dit is wat je eraan kunt doen. Organisaties die hierin geïnteresseerd zijn, kunnen zich inschrijven via de site van Sophos. Ze doen er bovendien verstandig aan even te linken naar www.sophos.com/eu. Daar kunnen ze op basis van een aantal korte vragen in slechts 60 seconden checken of ze al klaar zijn voor die nieuwe regelgeving. De ‘60 seconde compliance check’ noemen we dat.”

Door: Dick Schievels

]]>
Thu, 26 Feb 2015 09:15:53 +0100 'Bedrijfsleven is onvoldoende op de hoogte van aanstormende Europese databeschermingsregels' http://executive-people.nl/item/524694/bedrijfsleven-is-onvoldoende-op-de-hoogte-van-aanstormende-europese-databeschermingsregels.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Reportage: 'Niet bezorgd over beperkte perceptie Xerox' http://executive-people.nl/item/523578/reportage-niet-bezorgd-over-beperkte-perceptie-xerox.html Onder CIO's is Xerox niet direct de eerste naam die naar boven komt bij het outsourcen van business processen. Toch komt zestig procent van de omzet uit dienstverlening. Om te laten zien wat het bedrijf doet op het gebied van professional services organiseerde Xerox deze week in Londen simple@work, waar meer dan honderd C-level executives werden bijgepraat over de activiteiten en plannen op het gebied van services. Zowel CEO Ursula Burns als Robert Zapfel, President van Xerox Services, waren daar aanwezig om de verdiensten van het bedrijf in de zakelijke dienstverlening uit te dragen.

Voorafgaand aan de officiële aftrap van Simple@work stond Robert Zapfel de pers te woord. Hij staat nu bijna een jaar aan het roer van de services-tak, na een lange carrière bij IBM. Daar heeft hij 35 jaar lang diverse functies bekleed, waaronder twintig jaar in diverse leidinggevende functies in de IBM Global Services-divisie. Die ervaring komt hem nu bij Xerox goed van pas, omdat in de perceptie van Xerox vaak vooral de activiteiten op document-gebied genoemd worden.

Zapfel maakt zich daar niet zichtbaar druk om. “CIO's weten ons wel te vinden”, zegt hij.” De vraag waar organisaties mee zitten is dat ze op zoek zijn naar een partner om hen te helpen bij hun processen. Wij hebben een grote merknaam, mensen weten dat Xerox een goed bedrijf is. Zij denken niet aan de positie in markten, dat is niet zo erg.”

Brand challenge

Mensen die zaken met ons doen bereiken we niet via massamedia, het is voor ons zaak de senior executives aan te spreken. Dat is niet zo´n probleem, want wanneer en bedrijf bijvoorbeeld wil outsourcen gaan ze te rade bij ervaren adviseurs die met een shortlist komen waar Xerox vervolgens deel van uitmaakt. Het is een interessante brand challenge, we zitten niet vast aan bepaalde sectoren, we hebben een breed spectrum aan klanten.”

Hij wijst erop dat zestig procent van de omzet van Xerox uit dienstverlening komt. “Veel bedrijven zijn op zoek naar partners om hen te helpen bij hun business. In Europa is dit voor ons een markt van twee miljard dollar. Dat is nog niet zoveel als in de Verenigde Staten, maar het is wel een snel groeiende markt. Business process services zijn de nieuwe golf in outsourcing.”

Strategische relaties

Volgens Zapfel speelt de specifieke vraag van organisaties Xerox in de kaart: “We zien dat de CAO (Chief Administrative Officer), verantwoordelijk is voor allerlei zaken zoals HR, Legal, finance en accounting. Die zoekt daarom mensen die meer dan één van die dingen kunnen doen. In praktijk concurreren wij steeds met partijen die zich specialiseren op één van die gebieden, terwijl Xerox al die gebieden bedient.”

“Xerox is uniek als een brede BPO-aanbieder. Hiermee kunnen bedrijven strategische relaties willen aangaan, maar wel met minder partijen, bij ons terecht. Wij kunnen alle onderdelen aanbieden, in plaats van één onderwerp. Dat is wat onze klanten vragen, en dat is wat de waarde voor onze cliënten verhoogt.”

Transformatie

Dit was ook de boodschap van Ursula Burns tijdens de keynote. “Organisaties moeten meer doen met minder. Daar hebben we allemaal mee te maken. Vroeger was het een zaak van schaal en capaciteit. Maar nu is er veel meer ‘meer’. Meer tevreden klanten, meer verandering, meer partners. Meer gebieden waar we zaken doen. ‘Minder’ verandert ook. Eerst was het minder geld en minder mensen. Nu gaat het om minder regelgeving, minder kwetsbaarheid, minder storingen in systemen. De markt verandert, de concurrentie verandert, en de regelgeving verandert. Dat vraagt om business transformatie. Dat is waar Simple@ work gaat.”

 “We zorgen voor transformatie in een breed scala aan gebieden. Transport, gezondheidszorg, customer care, hospitality. Innovatie van business processen met technologie is wat we doen. Wij willen als business engineer helpen. We begrijpen het probleem, en onze mensen hebben de skills om te helpen met die problemen. Op veel gebieden hebben mensen al dagelijks met onze oplossingen te maken, alleen weten ze het niet.”

Verkeersboetes

De toepassingen die Xerox in Londen toonde waren divers, van oplossingen op het gebied van Customer Care en Digital Signage in de cloud tot software om complexe verkeersvraagstukken op te lossen. Daarmee worden onder meer in Los Angels en Adelaide verkeers- en vervoersstromen in kaart gebracht en geanalyseerd om stedenplanners te helpen de juiste beslissingen te nemen.

Op het gebied van verkeer heeft Xerox in Nederland bijvoorbeeld een specifieke oplossing verkocht aan Cition, dat verantwoordelijk is voor het beheer van betaalde parkeerplaatsen in Amsterdam. Dit bedrijf maakt gebruik van het Compliance webportaal van Xerox. Hiermee worden online betalingen van parkeerboetes voor buitenlandse kentekens afgehandeld. Dit maakt onderdeel uit van het streven van de Gemeente Amsterdam om het parkeerbeleid volledig te digitaliseren.

Cition controleert door middel van geavanceerde scantechnologie kentekens op betaald parkeren in Amsterdam. Auto’s met een buitenlands kenteken die geen parkeergeld hebben betaald, krijgen een sticker op de voorruit geplakt met een link naar een website. Op deze website krijgt de eigenaar een foto van zijn of haar kenteken en een overzichtskaartje van de parkeerplek te zien. De website biedt vervolgens de mogelijkheid online bezwaar te maken tegen de naheffingsaanslag of deze direct via creditcard of iDeal te betalen.

Bekijk hier meer Simple@work

]]>
Sat, 07 Feb 2015 08:00:17 +0100 Reportage: 'Niet bezorgd over beperkte perceptie Xerox' http://executive-people.nl/item/523578/reportage-niet-bezorgd-over-beperkte-perceptie-xerox.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Beschouw een DDoS-aanval als een terroristische aanslag' http://executive-people.nl/item/523159/beschouw-een-ddos-aanval-als-een-terroristische-aanslag.html Huawei, een Chinese leverancier van netwerk- en telecomoplossingen, heeft in 2014 een anti-DDoS dienst aan de Nationale Beheersorganisatie Internet Providers (NBIP) geleverd. NBIP is non-profit alliantie van meer dan 100 Internet Service Providers (ISP) in Nederland die onder andere on-demand DDoS traffic cleaning services aan tientallen ISP’s en hosters levert. Hierbij worden de Huawei anti-DDoS appliances van de serie AntiDDoS8160 ingezet die meer dan 200 Gbps beveiligingsperformance heeft. Hierdoor kan de NBIP een veiliger en betrouwbaarder dienstverlening bieden. De aangesloten ISP’s kunnen hierdoor hun business voor hun klanten continueren. “Beschouw een DDoS-aanval als een terroristische aanslag.”

In de afgelopen jaren hebben een groeiend aantal en steeds slimmere DDoS-aanvallen voor enorme veiligheidsproblemen gezorgd voor service providers en enterprises. Het is geen IT-probleem, maar ook een business probleem geworden. Zo liggen soms uren websites van banken plat waardoor er niet kan worden betaald. In Nederland hebben DDoS-aanvallen de dagelijkse activiteiten van een groot aantal datacenters beïnvloed. ISP’s kunnen DDoS-aanvallen vaak niet meer alleen aan.

De DDoS-aanvallen hebben steeds grotere volumes in vorm van tientallen gigabits en op dit moment worden dagelijks DDoS-aanvallen geregistreerd. De NBIP, een shared services center voor ISP’s, is daarom begonnen met de ontwikkeling van effectieve anti-DDoS-oplossingen ter verdediging tegen DDoS-aanvallen, met als doel voor haar deelnemers de continuïteit van de dienstverlening te garanderen en de veiligheid te verbeteren. De NBIP biedt haar anti-DDoS dienstverlening aan onder de noemer ‘de Nationale Anti-DDoS Wasstraat’ (NaWas). Ook is er samenwerking met de Nederlandse overheid om de veroorzakers van DDoS aanvallen op te sporen en de Nederlandse digitale infrastructuur veiliger te maken.

Accuraat

Om de beste anti-DDoS oplossing te kiezen heeft NBIP een vrij strikt testproces en een ‘proof of concept’ opgezet die meer dan drie maanden duurde. Uiteindelijk is de anti-DDoS oplossing van Huawei als eerste geselecteerd voor het project. De Huawei AntiDDoS8160 appliance, is nu enige maanden operationeel en on-demand binnen enkele seconden in te zetten als er een DDoS aanval op een deelnemer wordt uitgevoerd. De AntiDDoS8160 appliance werkt prima met andere merken apparatuur. Alex Bik, voorzitter van NBIP, zegt: “We hebben uitgebreid getest en ervaring opgedaan, bijgestaan door senior engineers van de verschillende aangesloten ISP’s. Dit was een grote uitdaging voor alle deelnemende aanbieders van de competitie, waarbij gebruiksgemak en strikte eisen voor het snel ondervangen van een DDoS aanval direct het eindresultaat beïnvloedden.”

Redundant

Een complete set functies en doelmatigheid van de beveiliging waren de speerpunten van deze test, zo vervolgt Bik. “De Huawei Anti-DDoS oplossing presteerde beter dan andere anti-DDoS-oplossingen. De Huawei anti-DDoS-oplossing bleek veel schaalbaarder te zijn en een twee keer zo hoge performance in het ondervangen van aanvallen als gemiddeld in de industrie te hebben en reageerde binnen twee seconden op een aanval. We beschouwen een DDoS-aanval als een digitale terroristische aanslag en dat moet je waar mogelijk bestrijden met de beste hulpmiddelen. De Huawei AntiDDoS8160 appliance helpt aanvallen tegen houden doordat hij precies ziet wat voor aanval er wordt uitgevoerd en wat zich afspeelt binnen het netwerk.”

Visuals

De oplossing bleek verder accuraat en beschikte over een bijzonder grote verwerkingscapaciteit met snelheden tot 960 gigabit per seconde. Bik: “Tevens beschikt de oplossing over een gebruiksvriendelijk management systeem met heldere visuals op de console. Daarnaast biedt Huawei een goede prijs/prestatie verhouding voor zijn AntiDDoS8160 appliance.”

Cyber resilience

Huawei is ervan overtuigd dat de succesvolle samenwerking tussen NBIP en Huawei de cyber resilience op de Nederlandse markt aanzienlijk zal bevorderen, aldus Theo van Andel, Marketing Manager van Huawei: “We zien een toename van zowel het aantal DDoS-aanvallen als de gebruikte bandbreedte tijdens deze aanvallen. Met de service die NBIP nu aanbiedt, gebaseerd op onze high-end anti-DDoS oplossing, zullen ISP’s en hosting providers nu in staat zijn hun klanten effectief en tegen zeer aantrekkelijke tarieven te beschermen tegen dit soort aanvallen. Hierdoor zijn klanten verzekerd om hun business te continueren.”

Door: Witold Kepinski

]]>
Fri, 30 Jan 2015 09:01:01 +0100 'Beschouw een DDoS-aanval als een terroristische aanslag' http://executive-people.nl/item/523159/beschouw-een-ddos-aanval-als-een-terroristische-aanslag.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Reportage: Er is leven na de N-Serie http://executive-people.nl/item/522932/reportage-er-is-leven-na-de-n-serie.html Nederland is een van de landen met de meeste gebruikers van de N-Serie. Wat betekent het beëindigen van de OEM-relatie tussen IBM en Netapp voor hen? De ontwikkeling van de software houdt op, dus wie verder wil staat voor een migratie. Tectrade en NetApp gaan daarom samenwerken om de investeringen in N-Series technologie van organisaties veilig te stellen, en hun storagestrategie aan te scherpen. Daarom vond deze week het Tectrade & NetApp Storage Seminar plaats waarin wordt getoond hoe de NetApp-oplossingen de bestaande storage-omgeving aanvullen en nòg efficiënter kunnen maken.

Tectrade gaat IBM- en NetApp Business Partners onder meer helpen door een soepele overstap mogelijk te maken van IBM N-Series naar het identieke NetApp FAS. Dit gebeurt door het Tectrade NetApp-team, dat bestaat uit experts in data- en infrastructuurmanagement, die bedrijven helpen om bedrijfskritische data te beheren, te beschermen en de optimaliseren. Zo helpt Tectrade organisaties met het aanscherpen van hun risicomanagement, snijden in de kosten en het op het scherpst van de snede managen van de toenemende hoeveelheid waardevolle data.

Goede toekomst

“We werken al sinds 2006 samen met NetApp”, zegt Ronald van Heek, Chief Commercial Officer bij Tectrade. “Meer dan 68 klanten in heel Europa gebruiken de N-Series. We willen hier daarom eerst kijken naar deze klanten die geïnvesteerd hebben in deze technologie. Wij willen ze een goede toekomst bieden, los van het N-Series platform.”

Peter Wilbrink, Director Sales Benelux bij NetApp voegt daaraan toe: “De samenwerking met IBM was heel intensief, wat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat onze klanten ook in de toekomst een goede oplossing hebben. Samen met IBM business partners willen we die volgende stap zetten, en een migratiepad bieden voor de klanten die de technologie gebruiken. Het voordel van de NetApp-technologie is dat ze niet op andere software hoeven over te stappen.”

Bedrijfsprocessen ondersteunen

“Ook voor nieuwe gebruikers is dit interessant”, vervolgt Van Heek. “We zijn daarom NetApp Gold Partner geworden, om te zorgen dat gebruikers ook daadwerkelijk alle voordelen kunnen behalen.” Wilbrink: “Voor potentiële nieuwe gebruikers betekent dit dat de partners meer oplossingen kunnen aanbieden, zoals FlexPod dat we met Cisco in de markt zetten. Daar kunnen klanten een platform mee bouwen dat de bedrijfsprocessen dynamisch ondersteunt.”

]]>
Sat, 24 Jan 2015 08:00:28 +0100 Reportage: Er is leven na de N-Serie http://executive-people.nl/item/522932/reportage-er-is-leven-na-de-n-serie.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Het volledige storage-spectrum is vertegenwoordigd’ http://executive-people.nl/item/522519/a-het-volledige-storage-spectrum-is-vertegenwoordigda.html “Ik ben er trots op dat tijdens deze summit vendoren present zijn die het hele storage-spectrum beslaan, van high end tot low end”, zegt Thijs Vink, Director Benelux Advanced Solutions van IT-distributeur Ingram Micro. “Zij geven hun visie op de storage-markt en op de trends, en zij vertellen de deelnemers over de manier waarop ze invulling geven aan hun oplossingen voor die markt. Alles komt aan bod, van MKB tot high end datacenter storage.”

Hij doelt op de bijeenkomst Solutions made Simple, een grote Storage Summit die Ingram Micro op 6 maart organiseert in het NBC in Nieuwegein. “We zien dat alle segmenten binnen de storage-markt op dit moment een enorme groei doormaken”, zegt Vink. “Er speelt ontzettend veel, van de ontwikkelingen op mobiel gebied tot cloud. Tijdens de storage summit komen alle marktleiders samen die oplossingen bieden voor deze segmenten.”

Ronde tafel

Sjors Vonk, Value marketeer Benelux, voegt daaraan toe: “Van de vijftien aanwezige leverancier komen er twaalf aan het woord tijdens verschillende seminars, waarin zij hun visie geven op de toekomst van storage. Daarnaast hebben we een ronde tafelsessie waar diverse marktleiders aanschuiven, zoals HP, Netapp en Nimble. Zij gaan hier in discussie over trends en ontwikkelingen op de storage-markt. Tijdens deze dag zal Danny Frietman als dagvoorzitter optreden.”

Tijdens deze dag zullen drie overkoepelende thema´s centraal staan: Data growth & scalability, Flash storage en Back-up and archiving. Vink: “Storage Summit is bedoeld voor alle aanbieders van storage-oplossingen. Het aanbod tijdens de dag is heel breed, van leveranciers voor datacenter tot vendoren voor MKB en mobiele omgevingen. Dit maakt een bezoek aan deze summit interessant voor een breed scala aan bedrijven, van de traditionele VAR tot de grote System Integrator.”

Compleet verhaal

Vonk: “Met een breed aanbod bedoelen we ook dat deze dag is bedoeld voor zowel salesmensen als technisch personeel. De seminars zullen voornamelijk gericht zijn op sales, maar op de informatiemarkt zijn weer veel producten en technici aanwezig. Het is uitdrukkelijk bedoeld voor beide categorieën.” Op een informatiemarkt hebben alle leveranciers een stand waar zij hun producten tonen.

Vink: “Het is uniek dat we leveranciers over de hele breedte aan het woord laten komen. Er zijn in Nederland nooit evenementen waar alle aspecten van een markt vertegenwoordigd zijn. De storage summit biedt de bezoekers een compleet verhaal.”

Executive People is tijdens deze dag als mediapartner aanwezig, en zal onder meer vanaf een eigen studio op de beursvloer verslag doen van het evenement.

]]>
Fri, 16 Jan 2015 14:02:23 +0100 ‘Het volledige storage-spectrum is vertegenwoordigd’ http://executive-people.nl/item/522519/a-het-volledige-storage-spectrum-is-vertegenwoordigda.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Astrid Zwiers: SAP-eindgebruiker centraal http://executive-people.nl/item/521831/astrid-zwiers-sap-eindgebruiker-centraal.html Astrid Zwiers, CIO van P-Direkt, is voorzitter van de Vereniging van Nederlandse SAP Gebruikers (VNSG). Astrid Zwiers was al bestuurslid Internationale Samenwerking bij de VNSG, en ze heeft de voorzittershamer overgenomen van Tonnie van der Horst van de Rabobank. Tijdens het VNSG Congres in Maastricht zei Zwiers de SAP-eindgebruikers meer centraal te stellen, onder andere door de software van SAP gebruiksvriendelijker en eenvoudiger te maken.

Waarom ben je voorzitter geworden van de VNSG?

“Ik werd ervoor gevraagd, ik zat al in het bestuur van de VNSG. Ik hoefde er niet lang over na te denken, omdat er een aantal belangrijke zaken te doen is door en voor de VNSG. SAP-software is niet altijd makkelijk te begrijpen en SAP als organisatie niet altijd goed te benaderen. Daardoor heb je als voorzitter van de VNSG een belangrijke taak en rol. We hebben een goede modus met SAP en de eindgebruikers. Het VNSG Congres, dat begin april 2014 werd gehouden, levert altijd veel nieuwe contacten en ervaringen op. Dat geeft een leuke dimensie aan het werk.”

Wat wil je als voorzitter binnen de VNSG bewerkstelligen?

“Ik heb een aantal prioriteiten. Ik zie nieuwe mogelijkheden voor de VNSG om te ontwikkelen van een ‘eenvoudige hub’ naar een slimme ‘switch’. De VNSG kan hierbij meer gebruik maken van samenwerkingstechnologie, zodat we leden makkelijker met elkaar kunnen verbinden. Zo werken we vaker met webinars -een ontzettend groot succes. Mensen kunnen daardoor slimmer samenwerken. Verder kan de VNSG haar rol als topbeïnvloeder van SAP verder uitbouwen, door op alle eindgebruikersniveaus in te steken,  waaronder ook op C-niveau. Hierdoor geven we SAP input, bijvoorbeeld betreffende de helderheid over productstrategie en implementatiehulp die gebruikers vragen.

Stelt SAP de eindgebruiker meer centraal?

“De gebruikersvriendelijkheid is al verbeterd. SAP heeft naar de wensen van de VNSG geluisterd en aanpassingen doorgevoerd. Alleen de mate waarin gebruikers dit implementeren, de adoptiegraad,  is  nog onvoldoende. SAP gaf tijdens het VNSG Congres 2014 een mooie presentatie over nieuwe software met betere ‘usability’. Slechts duizend van veertigduizend SAP-klanten gebruiken deze nieuwe toepassingen. SAP speelt zelf een belangrijke rol om licenties inzichtelijker en  de implementatie makkelijker te maken voor eindgebruikers. Dat kan worden bewerkstelligd door goed naar eindgebruikers te luisteren. De eindgebruiker accepteert geen ingewikkelde software meer. De SAP-software moet net zo eenvoudig zijn als apps op een smartphone.”

Wat verwacht de CIO van SAP?

“We vragen aan SAP om met ons mee te denken hoe we kunnen innoveren. SAP kan het best eindgebruikersorganisaties ‘value for money’ geven, bijvoorbeeld door zichtbaar te maken hoe nieuwe technologie bijdraagt aan betere en snellere bedrijfsprocessen.  Tijdens de openingssessie van het VNSG Congres kwam een opmerking van iemand uit het publiek overimplementatiefouten door de IT-manager. Je moet als IT-manager en als CIO zorgen dat beloftes worden waargemaakt. IT heeft soms terecht een slechte naam, omdat bijvoorbeeld implementaties langer duren en meer geld kosten dan gepland. Daar moeten we beter in worden, en daarbij hebben we ook de ondersteuning van SAP nodig. SAP moet reële inschattingen kunnen afgeven en toepassingen aanbieden die we ook makkelijk kunnen implementeren. Als CIO vraag ik aan SAP: denk met me mee over de toepasbaarheid, ook op een 'installed base', en maak grote investeringen uitlegbaar. Aan de andere kant moeten (IT-)organisaties ook beter worden in het kortcyclischer en betrouwbaarder innoveren en implementeren.”

Wat kunnen leden van de VNSG verwachten?

“We blijven kritisch en constructief naar SAP. We betrekken alle leden, bijvoorbeeld met netwerkgesprekken en themamiddagen. Dat doen we op nationaal en internationaal niveau. De VNSG zet zich op drie punten in: het verhelderen van de  productstrategie van SAP, het verbeteren van adoptie door bijvoorbeeld betere implementatiehulp en transparante licentiëring. 

Meten

Hoe zie je de innovatie van SAP terug bij P-Direkt?

“We merkten bij P-Direkt een aantal jaren geleden ook dat eindgebruikers zeiden: we hebben een uitgebreide (SAP) zelfbediening-tool, je kan er alles mee, maar het is te ingewikkeld. Een eindgebruiker moet eerst veel leren en weten voordat hij  aan de slag kan met SAP-software.  We hebben als P-Direkt onze dienstverleningsprocessen, onze doelgroep en de gebruiksvriendelijkheid van ons portaal onderzocht. Dat doe je door alle typen gebruikers binnen je organisatie te betrekken, en te kennen, zoals de snelle beslissers of mensen die altijd eerst meer achtergrondinformatie willen hebben. Maar ook door het opzoeken van eindgebruikers en door het uitvoeren van  gebruiksvriendelijkheidonderzoeken. We hebben met al die informatie en kennis  het P-Direkt portaal verbeterd, en ook onze doelgroepcommunicatie en de wijze waarop ons contactcenter gebruikers te woord staat. Dat meten we ook. We willen als P-Direkt een gebruikerstevredenheid met een waarderingscijfer van 7 hebben; we zijn in een jaar van een 5,8 naar een 6,9 gegaan dankzij deze inspanningen. We zijn er dus bijna. SAP zou dat eigenlijk ook moeten doen: maak meetbaar wat de eindgebruikers van je applicaties vinden.”

Is SAP veranderd?

“Ik sprak tijdens het VNSG Congres  met iemand die een tijd uit de SAP-wereld was geweest en op het congres kwam kijken wat er veranderd was. Die persoon zei -en ik herken dat- dat op het gebied van gebruiksvriendelijkheid SAP een ware omslag had gemaakt. Hij zei dat als we een paar jaar terug over gebruiksvriendelijkheid spraken met SAP, we vaak presentaties van Duitse techneuten te zien kregen  die een mooi overzichtsscherm hadden gemaakt. Maar nu hebben ze een ontwerpteam dat eindgebruikers benadert voor input. SAP is duidelijk aan het innoveren op dit gebied, en heeft een eerste slag gemaakt.”

Wat ondertussen belangrijk blijft voor gebruikers is dat SAP die Duitse degelijkheid heeft en deze houdt in de borging van 'end-to-end' bedrijfsprocessen. Dat is de reden dat gebruikers jaren geleden voor SAP hebben gekozen, en dat ook de waarde van innovaties zichtbaar moet worden. Dat moet SAP koesteren.

]]>
Sat, 03 Jan 2015 08:00:57 +0100 Astrid Zwiers: SAP-eindgebruiker centraal http://executive-people.nl/item/521831/astrid-zwiers-sap-eindgebruiker-centraal.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Top 10 interviews in 2014 http://executive-people.nl/item/521499/top-interviews-in.html Dit jaar heeft het team van Executive People weer vele tientallen interviews gehouden met toonaangevende excutives. In dit overzicht de belangrijkste en populairste interviews die we dit jaar hebben geplaatst.

1. De keerzijde van de nieuwe economische realiteit: Zijn we naïeve digitale optimisten geworden?

Een appartement huren voor je vakantie doe je goedkoop bij AirBNB, een taxi bestel je voordelig via Uber. Je kinderen werken op school met een iPad, en thuis bedien je met je tablet niet alleen de thermostaat, maar ook de televisie en de verlichting. Heb je nieuwe schoenen nodig? Ook die bestel je online en laat het de volgende dag keurig thuisbezorgen. Nieuwe technologische mogelijkheden maken ons leven vaak makkelijker, leuker en in veel gevallen goedkoper.

 

2. Arnoud Klerkx, Sanoma Learning: 'Het gaat om digitale producten, niet om technologie'

In zijn vorige functie in een meer klassieke ‘CIO-rol’ was hij vooral ‘die man van de IT’. Nu is hij als een ‘Chief Digital Officer’ verantwoordelijk voor een ingrijpende digitale transformatie van de business, vanuit de Raad van Bestuur. Executive-People sprak met Arnoud Klerkx over zijn visie op technologie en de uitdagingen waar hij als Chief Business Technology Officer bij Sanoma Learning mee te maken heeft.

 

3. Jeroen Tas: 'Werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks zelf'

Begin dit jaar richtte Philips een nieuwe business-groep op om een toekomstbestendige visie op de gezondheidszorg uit te werken en te implementeren. Aan voormalig corporate CIO, Jeroen Tas, de taak om hier de komende jaren een succesvol bedrijfsonderdeel van te maken. "Mijn belangrijkste inbreng is een nieuw perspectief: het denken in termen van architecturen en platforms."

 

4. Pleidooi voor de Wiebes-factor en een goed fundament

Steeds meer overheden en bedrijven kiezen ervoor een CIO als commissaris of lid van de Raad van Toezicht te benoemen. Maarten Hillenaar – voormalig CIO Rijk en thans senior adviseur bij PBLQ –gaat in op de competenties van de CIO/commissaris en analyseert de verschillen en overeenkomsten tussen overheid en bedrijfsleven.

 

5. Marc Swartjes, Gartner: Geen weg terug meer voor Digitale business

Het thema van Gartner Symposium/ITXpo dit jaar is Driving digital business, een logisch vervolg op het thema vorig jaar Focus Connect Lead. Hoe zorgen CIO’s, of andere IT bestuurders ervoor dat hun organisatie daadwerkelijk businessvoordelen behaalt door de inzet van ICT? Executive People sprak hierover met Marc Swartjes, regional vice president Gartner Benelux.

 

6.Rituals: Snelle groei gefaciliteerd door ICT

Cosmeticamerk Rituals maakt een spectaculaire groei door Tien jaar geleden had de keten nog één winkel in de Amsterdamse Kalverstraat en inmiddels is Rituals te vinden in veertien landen met 350 winkels en bijna 1000 ‘shop-in-shops’. IT speelt bij deze expansie een cruciale rol. Een van de meest recente projecten is het uniformeren van alle stamdata met behulp van de Master Data Management (MDM)-software van Stibo Systems. Hiermee heeft iedereen in de organisatie altijd de beschikking over de juiste data, wat uiteindelijk leidt tot altijd de meest recente stuurinformatie.

 

7. CIO-interview: Mark Verheijen, Binck Bank

“Binck is een IT-bedrijf met een bankvergunning”, zegt CIO Mark Verheijen van Binck Bank. Alle business is IT, en deze visie wordt in praktijk gebracht door Business-IT Fusion. Dit betekent dat de eigen ontwikkelafdeling een integraal onderdeel is geworden van de business units. Hierdoor is de business zelf in staat om IT te ontwikkelen, wat onder meer de time to market voor nieuwe producten fors verkort. Executive People prak met Mark Verheijen over deze strategie.

 

8. Andre Richier, EC: 'CIO moet e-leader worden'

ICT zorgt voor banen, innovatie met ICT zorgt ervoor dat bedrijven en organisaties hun concurrenten voorblijven. Om dat te bereiken zijn mensen met de juiste vaardigheden nodig. De Europese Commissie houdt zich daarom bezig met het opstellen van e-leadership skills, die onder meer van belang zijn voor de CIO. De verantwoordelijke ambtenaar, Andre Richier, bezocht daarom dit jaar een bijeenkomst van CIONET.

 

9. 'IT liever gebruiken dan aanschaffen'

De business wordt steeds afhankelijker van IT. Technologie is in toenemende mate uitgegroeid tot een cruciale asset om de business te laten groeien. Maar hoe zet je die technologie in, en welke rol speelt de leverancier van die technologie? Over deze vragen sprak Executive People met Eugene Tuijnman, CEO van SLTN InterAccess, dat ontzorgen hoog in het vaandel heeft staan.

 

10. Video: Afscheidsinterview Thijs van Koppen

De afgelopen drie jaar heeft Thijs van Koppen als Regional Vice President Executive Programs Benelux bij Gartner het EXP-programma succesvol uitgebouwd, en afgestemd op de vragen die in deze tijd van hectische veranderingen leven bij CIO's. Eerder was hij onder meer CIO bij Robeco. Volgende maand vertrekt hij naar de Verenigde Staten, waar hij bij Gartner het EXP-programma gaat leiden in Noord- en Zuid Amerika en Japan. Tijdens het Gartner CIO Leadership Forum keek Executive People met hem terug op zijn werk in Nederland, en spraken we over de trends voor de CIO die tijdens het forum werden gepresenteerd.

]]>
Tue, 30 Dec 2014 08:00:57 +0100 Top 10 interviews in 2014 http://executive-people.nl/item/521499/top-interviews-in.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Informatica moet standaard in vakkenpakket' http://executive-people.nl/item/521507/informatica-moet-standaard-in-vakkenpakket.html "Jonge mensen die afstuderen aan universiteit of hogeschool moeten de juiste kennis en vaardigheden hebben om direct aan de slag te kunnen. Opleidingen moeten daarom optimaal aansluiten op de behoefte van de arbeidsmarkt, stelt Sandor Nieuwenhuijs, Technical Director bij Oracle Nederland. "Zeker in de ICT is er grote behoefte aan afgestudeerden met de juiste skills en het informatica-onderwijs moet daarin kunnen voorzien. Oracle wil dat ondersteunen en biedt daarom via het Oracle Academy programma opleidingsinstellingen gratis informatica-lespakketten en bijscholing van docenten aan."

Het Oracle Academy programma richt zich niet alleen op universiteiten en hogescholen, maar juist ook op het voortgezet onderwijs, benadrukt Nieuwenhuijs. "Want daar moet de basis van het informatica-onderwijs liggen. Helaas wijst de praktijk vaak anders uit. Op veel middelbare scholen kan geen curriculum informatica worden gevolgd omdat er geen docent is die het kan geven.
Anders dan bijvoorbeeld in Engeland en België, waar het gewoon standaard onderdeel is van het vakkenpakket, is informatica in Nederland niet meer dan een hobbypakket dat je in het gunstigste geval erbij kunt doen, maar er is geen officieel examen voor. In het examenprogramma van HAVO en WO zijn wel vakken opgenomen als filosofie, Turks, Arabisch, Russisch en Fries, maar informatica ontbreekt daarin. Scholieren die een informaticastudie willen volgen - of een van de vele andere studierichtingen waarin informatica een belangrijke component is - worden daardoor op voorhand al op een kennisachterstand gezet."

Oracle Academy

Het Oracle Academy programma voorziet in gratis SQL en Java lespakketten en biedt daarmee toegang tot hoogwaardige softwarekennis en Java ontwikkelomgevingen voor scholen, universiteiten en hun leerlingen en studenten. Daarnaast biedt Oracle Academy gratis bijscholing aan voor informatica-docenten. "Oracle draagt daarmee bij aan het op peil houden van de kennis in informatica", aldus Nieuwenhuijs.

Oracle Academy biedt twee lesprogramma's aan: 'Introduction to Computer Science' en ‘Advanced computer science’.

Introduction to Computer Science is een programma dat voornamelijk is gericht op de hogere klassen van het voortgezet onderwijs en het eerste jaar van het hoger onderwijs. "We richten ons op de informatica docenten die graag willen worden bijgeschoold in de basis van het programmeren", vertelt Nieuwenhuijs. "We bieden twee soorten trainingen die de docent kan volgen: een Java Programming training en de Database Design and Programming with SQL training. Na het volgen van de training krijgen de docenten toegang tot al het Oracle lesmateriaal, dat eenvoudig is te installeren is op de onderwijscomputers.

Er zijn verschillende trainingsmogelijkheden. Voor degenen die een live klaslokaal-ervaring willen, levert Oracle een in-class training van 5 dagen met een gecertificeerde instructeur. Voor docenten die de voorkeur geven aan een gemixte ervaring, biedt Oracle Academy een virtuele opleiding van 6 tot 12 weken, gevolgd door een 2/ of 3-daagse in-class training. Docenten die ervaring hebben in het lesgeven in Java, Database Design, SQL of PL/SQL kunnen via een 'Experience Pass' toegang krijgen tot het Oracle lesmateriaal.

Het Advanced Computer Science (ACS) programma is gericht op hogescholen en universiteiten. Dit programma geeft voor een bedrag van 500 dollar per jaar toegang tot 180 lespakketten op het gebied van Oracle software en technologieën. "Het ACS-programma geeft geen trainingen aan de leerkrachten omdat we er van uit gaan dat zij deze kennis al hebben", licht Nieuwenhuijs toe. "Mochten docenten nog behoefte aan bijscholing hebben, dan kunnen ze met korting een cursus volgen bij Oracle University."

Informatica opent deuren

In Nederland hebben zich al bijna 50 opleidingsinstanties aangemeld voor het Oracle Academy programma, vertelt Nieuwenhuijs. "Voor het merendeel zijn dat universiteiten en hogescholen, maar we willen de komende tijd met name de scholen in het voortgezet onderwijs stimuleren om deel te nemen aan het Oracle Academy programma. Want nogmaals, wij vinden dat informatica niet mag ontbreken in het vakkenpakket van de hogere klassen in het voortgezet onderwijs. Er zijn in deze tijd maar weinig vakken die zoveel deuren openen voor studenten als informatica. Scholieren moeten daarom de gelegenheid krijgen om op een goede manier en op het juiste moment kennis te maken met informatica, zodat ze dat kunnen laten meewegen bij hun keuze voor een vervolgstudie."

Bron: Oracle Gebruikersclub Holland (www.ogh.nl). Voor meer informatie over het Oracle Academy programma kunt u terecht bij Bas Kamsma van Oracle Nederland, e-mail: bas.kamsma@oracle.com.

]]>
Wed, 24 Dec 2014 08:57:54 +0100 'Informatica moet standaard in vakkenpakket' http://executive-people.nl/item/521507/informatica-moet-standaard-in-vakkenpakket.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘PC markt was dit jaar de grote verrassing’ http://executive-people.nl/item/521485/a-pc-markt-was-dit-jaar-de-grote-verrassinga.html Het was een goed jaar voor Intel. Voor het eerst groeit de markt voor pc’s weer sneller dan de tabletmarkt. Ook op de zakelijke markt is een opleving merkbaar, vooral dankzij cloud computing, de vraag naar security en the Internet of Things. Executive People blikt met Patrick Bliemer, Managing Director Intel Northern Europe, terug op 2014, en kijkt vooruit naar het komende jaar.

Financieel was 2014 voor Intel een sterk jaar, zegt Patrick Bliemer, Managing Director Intel Northern Europe. “Beter nog dan wij hadden verwacht.” Deze groei komt zowel uit de markt voor tablets als die voor pc’s. Begin 2014 heeft Intel op de consumentenmarkt daarom groots ingezet op de tabletmarkt, zonder echter de voor hen traditioneel belangrijke pc-markt te vergeten. Die focus op beide segmenten is een goede stap gebleken.

“De tabletmarkt was een grote uitdaging voor ons. Het was heel duidelijk dat wij ons marktaandeel niet konden behouden wanneer we geen significante rol zouden spelen in een groeisegment als tablets. Onze CEO heeft daarom voorspeld dat wee dit jaar veertig miljoen chips zouden moeten verkopen op die markt.”Dat is echter minder makkelijk gegaan dan verwacht omdat de markt tekenen van verzadiging begint te vertonen.

“De groei van tablets is ontzettend snel gegaan het afgelopen jaar. Daarom is er in het afgelopen kwartaal zelfs een negatieve groei geweest in het totaal aantal verkochte tablets. Het is in verschillende landen, waaronder Nederland, een vervangingsmarkt geworden. Nederland is zelfs een van de eerste landen waar meer tablets zijn verkocht dan pc’s. We zien die trend ook in de Scandinavische landen en Engeland, de op een na grootste markt buiten Duitsland. Duitsland groeit nog steeds een beetje met tablets.”

Andere marktbenadering

Dit vraagt van Intel een andere martkbenadering dan voorheen. “Het is makkelijker om mee te liften op iets dat groeit dan iets dat verzadigd is. We verwachten wel dat we het jaar uitgaan met veertig miljoen verkochte chips, dus ons doel op de tabletmarkt is waarschijnlijk wel gehaald.”

De pc-markt was de grote verrassing. “Die heeft een hele sterke ontwikkeling doorgemaakt. Een jaar geleden leek de pc nog afgeschreven. Maar wij hebben altijd duidelijk proberen te maken dat de pc zich opnieuw blijft uitvinden. We innoveren in de pc omdat het nog steeds een device is waarbij zowel consumenten als zakelijke gebruikers aangeven dat het een apparaat is waar ze steeds naar teruggaan. Alleen is er te weinig vernieuwing in dit segment. Men gaat hem pas vervangen als hij kapot gaat.”

Datacenter blijft groeimarkt

Ondertussen blijft de markt voor datacenters onverminderd doorgroeien, vooral onder invloed van cloud service providers, cloud computing en hyperscalers. “Die groei zien we ook in Nederland, waar nieuwe datacenters worden gebouwd. Wij hebben een sterke propositie voor de hardware in die datacenters.”

“De visie die we daarin hebben, en waar we onze strategie ook grotendeels op is gebaseerd, is die van de software defined infrastructure. Daarbinnen zijn nog volop keuzes te maken. We hebben natuurlijk zelf een aantal oplossingen in huis, maar daarin is het platform altijd open, zodat je ook met andere partijen kunt innoveren en uitbouwen. Dat is vergelijkbaar met de end-to-end security-oplossing die we via McAfee en Intel security leveren. Daar sluiten we ook een combinatie met andere security-oplossingen niet uit. We leveren de building blocks waarvan we moeten aantonen dat zij samen superieure oplossing bieden.”

Cloud

Cloud computing als businessmodel staat onverminderd op de agenda van organisaties. “Het SMB heeft die overstap grotendeels al gemaakt met oplossingen als Azure, Amazon of KPN. Ik denk dat er weinig bedrijven in de sector SMB’s zijn die nog een eigen serverinfrastructuur kunnen rechtvaardigen. Het gaat er vooral om dat je heel duidelijk kunt aangeven wat je nodig hebt om flexibiliteit in te kunnen bouwen.”

Grote ondernemingen hebben volgens hem meer aarzelingen. “Het is nog een beetje een tweespalt. Veel cloud bestaat daar uit hybride oplossingen. Ik denk dat het een interessant vraagstuk gaat worden. Er zijn uitgesproken partijen die zeggen dat hybride een overgangsmodel is, en dat uiteindelijk alles public cloud wordt. Maar er ook partijen die duidelijk aangeven, vooral op basis van beveiligingsrisico’s, dat er altijd noodzaak zal zijn voor een private cloud. Hoe dat zich verder ontwikkelt is moeilijk te zeggen, maar er blijven weinig modellen over die niet in de cloud kunnen draaien.”

Baanbrekende security

Een grote uitdaging voor organisaties blijft security. “Dat bieden wij met Intel Security. Onze engineering teams zijn hierin samengevoegd, evenals de hardware en de software. Zo kunnen we daadwerkelijk met nieuwe security-oplossingen komen. Want er is behoefte aan baanbrekende security-technologieën die verder gaan dan alleen software gebaseerde security oplossingen. Honderd procent bescherming kun je nooit garanderen, maar je moet wel in staat zijn om ieder onderdeel van de end-to-end oplossing te kunnen leveren. Die combinatie biedt een robuuste oplossing.”

The Internet of Things tenslotte is een andere grote groeimarkt voor Intel. “We verwachten daar een hele sterke groei. En we zijn er al sterk aanwezig, weinig mensen weten dat we al heel lang actief zijn op het gebied van embedden. Er zit in meer Intel in apparatuur dan de gemiddelde consument weet, of je nu geld uit een automaat haalt of incheckt op een luchthaven. Dat wordt nu allemaal verbonden met het internet, wat weer allemaal data genereert. Daar kun je services op gaan bouwen. Op dat gebied doen we veel research and development. Hoe het er uiteindelijk uit komt te zien kan niemand voorspellen. Maar dat het groot is en dat wij als Intel een grote rol spelen in die revolutie is fantastisch.”

]]>
Wed, 24 Dec 2014 08:00:08 +0100 ‘PC markt was dit jaar de grote verrassing’ http://executive-people.nl/item/521485/a-pc-markt-was-dit-jaar-de-grote-verrassinga.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
“Telecomwet sluit niet meer aan bij de werkelijkheid” http://executive-people.nl/item/521383/a-telecomwet-sluit-niet-meer-aan-bij-de-werkelijkheida.html Veel activiteiten die te maken hebben met het Internet vallen onder de Telecomwet en dat begint steeds meer te wringen. Het is tijd voor een nieuwe wet die beschrijft hoe de wereld van internet in elkaar zit en wat de uitgangspunten moeten zijn voor verschillende rollen en functies.

We realiseren ons niet wat voor een enorme maatschappelijke verandering er aan de gang is volgens Michiel Steltman, directeur bij DHPA. “Als je over 100 jaar terugkijkt naar dit tijdperk, zul je zien dat alles door het internet is veranderd. Er is geen sector in de maatschappij die niet is geraakt door het internet, dus het is misschien nog wel een ingrijpendere ontwikkeling dan de industriële revolutie. Toch is er wettelijk niets voor geregeld. Voor elektriciteit hebben we de elektriciteitswet. Voor wegen hebben we de wegenverkeerswet. Voor allerlei grote maatschappelijke thema’s hebben we een wettelijk kader, maar voor de grootste innovatie aller tijden – het internet – hebben we niets. Dat is toch bizar?”

Veel internet- en onlinebedrijven worden op dit moment aangeduid als aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, waarmee ze onder de Telecommunicatiewet vallen. Dat is het enige wettelijke kader dat de overheid op dit moment heeft voor internet. Steltman vergelijkt het met de opkomst van de telefoon: “De eerste telefoons werden door de overheid aangeduid als klanktelegraaf zodat ze onder de Telegrafiewet van 1854 vielen. Tot de situatie in 1904 onhoudbaar werd en de wet op communicatievoorzieningen er kwam. Deze geschiedenis herhaalt zich nu.”

Nieuwe werkelijkheid

Die Telecomwet sluit niet meer goed aan bij de werkelijkheid van het internet, volgens Steltman. “De internetwereld en de online-industrie steken heel anders in elkaar dan de telecommunicatie-industrie. De telecomsector is verticaal geïntegreerd en bestaat voornamelijk uit bedrijven die de gehele dienstverlening voor hun rekening namen. De internetwereld is echter horizontaal geïntegreerd en bestaat uit veel verschillende specifieke rollen en functies met een totaal verschillende dynamiek.”

Omdat internetbedrijven nu allemaal over één kam worden geschoren, ontstaan er krampachtige pogingen om een indeling te maken die de Telecomwet eigenlijk niet goed ondersteunt. In de recente beleidsnotitie over netneutraliteit van het ministerie van Economische Zaken worden allerlei nieuwe termen geïntroduceerd zoals ‘losse diensten’, ‘gespecialiseerde diensten’, toegangsdiensten’ of ‘inhoudsdiensten’. Het wordt er daardoor niet gemakkelijker op. Steltman voorspelt Babylonische spraakverwarring als we zo doorgaan. “In de recente parlementaire historie zie je al dat er in debatten over de online wereld steeds andere termen worden gebruikt voor rollen en functies in de online wereld.” Ook voor bedrijven is het daardoor moeilijk te bepalen wie nu wat is en wat moet doen of laten. “Of, om het in politieke termen te beschrijven: een toename van de administratieve lastendruk van bedrijven.”

'Geautomatiseerde werken?'

Als voorbeeld noemt Steltman AMS-IX, het grootste internetknooppunt ter wereld. “AMS-IX is nu door de ACM aangeduid als ‘aanbieder van telecommunicatiediensten’. Dat is een drama. Het bedrijf zou in beginsel aan allerlei verplichtingen moeten voldoen die helemaal niet voor hen bedoeld zijn, zoals de bewaarverplichting en de tapverplichting. Dat is technisch niet eens uitvoerbaar, je kunt verkeer van drie Terabit per seconde niet gaan tappen. Daar moeten dan weer allerlei uitzonderingen voor worden bedacht. Gedoe, om niets. Zo speelt dat ook bij de zorgplicht. Lange tijd is er gedebatteerd over welke bedrijven precies aan die zorgplicht zouden moeten voldoen. Het ministerie spreekt nu over de uitbreiding van de zorgplicht, en ook daar zal er, als er duidelijke kaders ontbreken, onduidelijk zijn voor wie dat moet gelden en voor wie niet. Nog zorgelijker wordt het bij het thema handhaving en opsporing. In het voor maart 2015 aangekondigde wetsvoorstel ‘computercriminaliteit III’ wordt gesproken over 'geautomatiseerde werken'. Dat is veel te breed geformuleerd. Daarmee zouden justitie en politie rechten krijgen om zelfs de kern van het internet binnen te dringen, en dat schiet het doel uiteraard compleet voorbij.”

Tijd om wakker te worden

De politiek begint nu wakker te worden. Steltman: “Een aantal politieke partijen begint het belang van betere wettelijke kaders in te zien en zullen daar op in gaan zetten.. Een wettelijk kader dat beschrijft hoe de wereld van internet in elkaar zit en wat de uitgangspunten moeten zijn voor verschillende rollen en functies. Met die wettelijke kaders kun je weer een jaar of 30 voorruit.” Dat er niet eerder is ingegrepen, zou volgens Steltman kunnen komen omdat internet leidt tot disruptieve innovaties. “Dat verschijnsel is beschreven door Clayton Christensen, een professor aan de Harvard universiteit. Het kenmerk van disruptieve innovaties is dat als je er midden in zit, je het niet ziet. Het gaat geleidelijk. Veel mensen in zowel de overheid als bedrijven denken dat het gaat om een conversie van media en telecommunicatie, maar snappen niet dat er iets veel groters en fundamenteels aan de hand is.”

Er moet nu echter wel wat gaan gebeuren, vind Steltman. “Net als met de telefoon in 1904 is ook nu de situatie niet meer houdbaar, de overheid moet iets gaan doen. De wetgeving moet veel fijnmaziger worden en beter worden afgestemd op de realiteit van de online economie. Het is belangrijk dat er terminologie wordt gebruikt die herkenbaar is voor bedrijven die actief zijn in de sector, en voor publiek en overheid . De onafhankelijkheid van bedrijven in de sector digitale infrastructuur, is essentieel . Net zoals netneutraliteit, waarmee iedereen vrij en ongefilterd toegang heeft en houdt tot het internet. Maar duidelijkheid vooraf is daarbij nodig: wat mag nu precies wel en wat mag niet? Door dat helder te krijgen kunnen we de debatten veel eenvoudiger maken en toespitsen op specifieke rollen en functies, kunnen we de juridische zekerheid verhogen en de lastendruk voor bedrijven verlagen.”

]]>
Sun, 21 Dec 2014 09:00:31 +0100 “Telecomwet sluit niet meer aan bij de werkelijkheid” http://executive-people.nl/item/521383/a-telecomwet-sluit-niet-meer-aan-bij-de-werkelijkheida.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Nooit meer bang voor datagroei: 3 stappen om je dataopslag te optimaliseren http://executive-people.nl/item/521382/nooit-meer-bang-voor-datagroei-stappen-om-je-dataopslag-te-optimaliseren.html Datagroei is voor veel bedrijven nog een vijandig fenomeen. De hoeveelheid data groeit exponentieel, waardoor het voor bedrijven moeilijk is om waarde te halen uit de beschikbare informatie. Toch wordt het pas echt een uitdaging als bedrijven juist niets doen. Dan groeien de kosten harder dan de waarde die de beschikbare gegevens opleveren, vertelt Ronald van Heek, chief commercial officer bij Tectrade. Aan de slag dus! En dat kan door deze drie stappen te nemen.

'Enerzijds zien we dat veel bedrijven bang zijn voor de grote hoeveelheden data die erbij komen. Dat is niet gek als je bedenkt dat we in de wereld tegenwoordig elke dag meer data produceren dan we in de gehele geschiedenis verzameld hebben', aldus Van Heek. 'Anderzijds zien we dat de kosten voor opslag en beheer in de komende jaren zullen stijgen. Nu beslaan opslagkosten nog 13 procent, maar in 2017 zal dat stijgen naar 52 procent.'

Angst voor datagroei is contraproductief. Bedrijven vinden het lastig om stappen te ondernemen omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen. De daadwerkelijke waarde van de beschikbare informatie blijft zo verborgen in de opslag. Waardevolle en waardeloze informatie blijven op één hoop liggen en de kosten blijven stijgen. Om daar verandering in te brengen, kunnen de volgende drie stappen gezet worden, zo betoogt Van Heek.

Storage analytics brengt in kaart wat je hebt

Om te weten welke waarde je uit data kan halen, moet je eerst weten welke informatie beschikbaar is. Als je overzicht hebt over de herkomst van je data, het soort en het belang voor de organisatie, kun je een start maken van een dataopslag strategie. Het overzicht kun je creëren door een uniforme storage analytics oplossing te implementeren. Van wie is de data? Hoe vaak wordt het gebruikt? Waar is het opgeslagen en past het type opslag bij het soort data? Door deze exercitie maak je onderscheid in de data die je moet bewaren en data die verplaatst kan worden of zelfs verwijderd.

Door storage analytics toe te passen, kan de IT-afdeling, of de verantwoordelijke datamanager onderscheid maken in de data volumes en de verschillende types in kaart brengen. Daar stopt het niet. 'De volgende stap is de vertaling voor de business. Zij moeten beschikking krijgen over de data die ze nodig hebben voor het verbeteren van hun bedrijfsdoelstellingen. Het inventariseren van deze gegevens zou de eerste prioriteit moeten zijn van een chief digital officer, die business en IT verbindt.'

Als je de businessdoelstellingen meeneemt in het analyseren van data, zie je dat niet alle data even waardevol is. Het is niet altijd zinvol om gegevens langdurig op te slaan. 'Twee jaar geleden waren we op het jaarlijkse Gartner Symposium bij een bijeenkomst over dataopslag. De eerste prioriteit die de analist aanvoerde, was het ontwikkelen van een dataverwijderingsstrategie. Dat is voor veel bedrijven lastig en je ziet dan ook vaak dat organisaties soms vele honderden terabytes aan data hebben, maar nog nooit iets hebben weggegooid', verklaart Van Heek.

Automatisering van storage tiering

Als je je gegevens in kaart hebt gebracht en hetgeen hebt verwijderd wat niet meer nuttig is, ga je de toewijzing van gegevens aan opslag automatiseren. Je wilt namelijk niet bij elk project opnieuw nadenken over welke opslag je beschikbaar hebt en waar je wat gaat plaatsen. Dat kan beter automatisch bepaald worden door software. Het deel dat cruciaal is voor een bedrijf en vaak gebruikt wordt, zal op een tier 1 opslagsysteem geplaatst worden. Data die met een lagere performance toe kan, zal geplaatst worden op een tier 2 opslag.

De automatisering is een stap die ook terugkomt bij software-defined storage en computing. Alles is software gestuurd en is niet afhankelijk van de onderliggende infrastructuur. 'Je tilt de intelligentie een niveau hoger en uit de gesloten storage. Het maakt dus niet meer uit welke hardware-oplossing van een bepaalde opslagleverancier je gebruikt. Daarbij kan ook capaciteit uit de cloud makkelijk aangesloten worden', aldus Van Heek.

Overigens is het volgens Van Heek waarschijnlijk niet zo dat bedrijven snel grote hoeveelheden productiedata in de cloud zullen zetten. 'Het is het vraagstuk waar veel bedrijven nu over nadenken. Zeker als ze hun data bij één leverancier zullen onderbrengen, dan wordt een bedrijf te afhankelijk. Ook willen organisaties vaak geen cloudleverancier waarbij hun data over de grens worden bewaard. Als bedrijven dus kiezen voor een cloudoplossing, dan is een exitstrategie zeker geen overbodige luxe.'

Comprimeren van data

Naast het plaatsen op de juiste opslagsystemen kun je overgaan op slimme compressietechnieken, vertelt Van Heek. 'In de praktijk zien we dat de volume altijd naar beneden gaat, maar sommige gegevens zijn succesvoller te comprimeren dan anderen. Zo is een database te verkleinen met 50 tot 80 procent. E-maildata is te verkleinen met 30 tot 60 procent. Als je spreekt over compressie en of hoe zich dat terugbetaalt, dan kun je er gewoon een rekenmachine bij pakken.'

Hoewel de eerste stappen misschien omslachtig lijken, leidt de juiste storage en dataopslagstrategie tot enorme voordelen. Kosten worden verlaagd, het beheer voor de IT-afdeling wordt eenvoudiger, maar voor de business levert het misschien de meeste waarde op. Met toegang tot de juiste datasets, kan door middel van business analytics ondersteuning worden geboden aan het verbeteren van de bedrijfsdoelstellingen. Zo wordt datagroei geen vijand, maar je beste vriend.

Door Anne van den Berg

]]>
Sat, 20 Dec 2014 08:00:36 +0100 Nooit meer bang voor datagroei: 3 stappen om je dataopslag te optimaliseren http://executive-people.nl/item/521382/nooit-meer-bang-voor-datagroei-stappen-om-je-dataopslag-te-optimaliseren.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Snelle bus en analyse tegen cybercrime http://executive-people.nl/item/521108/snelle-bus-en-analyse-tegen-cybercrime.html In de strijd tegen virussen, hackers en ander digitaal gespuis heeft Intel Security de volgende stap gezet: Threat Intelligence Exchange (TIE). Dit is het eerste product dat gebruik maakt van de Data Exchange Layer (DXL), eveneens een vinding van Intel Security. Bij elkaar, zo vertelt Radboud Beumer, directeur Benelux van het bedrijf, komt het neer op een razendsnelle messaging structuur (een bus) en centrale analyse van al het netwerkverkeer. De digitale wapenwedloop is nog in volle gang.

Vier jaar geleden heeft Intel de beveiligingsexpert McAfee overgenomen. Inmiddels is de oude naam aan het verdwijnen. Het pand op Schiphol-Rijk heeft Intel Security op de gevel staan. Het visitekaartje van Beumer meldt eveneens de nieuwe naam. Als we er niet op kunnen vertrouwen dat het digitale verkeer veilig af is te handelen, dan stort de hele computerindustrie in elkaar, moet Intel hebben beseft toen het bedrijf een bod deed op McAfee. “Voor Intel is beveiliging een bijzonder belangrijk aspect”, legt Beumer uit. Maar het gaat nog een stap verder, zegt de Benelux-directeur. “Uiteindelijk moet je de risicobeheersing zien in te bakken in de chips zelf. Voordat het besturingssysteem dan opstart, wordt eerst gecontroleerd of alles in orde is. Dan heb je snelheidswinst en een veel eenvoudiger beheer. We zijn al een aardig eind op weg om onze processoren intrinsiek veilig te maken.”
Maar nu gaat het gesprek over wat vandaag de dag beschikbaar is. Daarmee komen meteen DXL en TIE in beeld.

Te veel informatie

De digitale dreigingen (threat landscape) zijn in omvang toegenomen, maar ook in complexiteit. Black listing en white listing zijn niet meer afdoende om ongewenste bezoekers buiten te houden. Die oplossingen vergen namelijk veel onderhoud. Vorig jaar al, is overgestapt op analyses van het netwerkverkeer, op zoek naar afwijkend gedrag van softwarepakketjes. Dat is een doelmatigere methode om de gegevens te beveiligen.
In de afgelopen jaren hebben organisaties hun gegevens gelaagd beschermd: firewall, intrusion detection, intrusion prevention, anti-virus software. “Een beheerder moet dan de routers in de gaten houden, maar ook de switches, de desktops, alle mobiele apparatuur. Die genereren bij elkaar een berg aan gegevens over het netwerkverkeer. Dat is zo veel dat de beheerders het overzicht compleet kwijt zijn. Een aanvaller in het oog krijgen, komt dan neer op het zoeken naar een naald in de hooiberg. Er is gewoon te veel informatie.”

Snelle bus

Het is zinvol om die gegevens over het netwerkverkeer te kanaliseren naar een centraal verwerkingspunt. Hiervoor heeft Intel een snelle bus bedacht: de Data Exchange Layer. Te vergelijken met een enterprise service bus. De onderneming komt met een andere vergelijking: die van het menselijk zenuwstelsel. Dat is een electro-chemisch communicatienetwerk voor het aansturen van spieren, en het verwerken van zintuiglijke prikkels en emotionele en cognitieve processen.
DXL is de architectuur van Intel Securtiy die zorgt voor zich aanpassende beveiliging. Het is een real-time, in twee richtingen werkend communicatienetwerk dat informatieuitwisseling over cyberaanvallen en -dreigingen sneller en eenvoudiger maakt, zodat de verschillende beveiligingscomponenten binnen een bedrijfsnetwerk als één onderdeel opereren. TIE opereert binnen de DXL-architectuur en verzorgt de centrale opslag van externe, vendorspecifieke en door de organisatie opgedane kennis over cyber- en dreigingsinformatie. Hierdoor is het mogelijk om nog acurater en sneller te reageren op zero day dreigingen en aanvallen.

Handelen

“De snelle bus is de helft van het verhaal”, zegt Beumer, “want je moet natuurlijk ook in staat zijn om al die gegevens snel te analyseren en meteen te handelen als dat nodig blijkt. Uit onderzoek (Needle in a Datastack) blijkt dat het bedrijven gemiddeld 14 uur kost alvorens een datalek te ontdekken, waarbij slechts 14% in staat is binnen een paar minuten te ontdekken wat de bron van dit lek is en het snel te herstellen. Dan blijf je achter de feiten aanlopen. Er is intelligentie nodig om de analyses te doen en meteen te handelen. Dat hebben wij verwerkt in de Threat Intelligence Exchange. Een veilig gevoel krijg je alleen als de informatie snel wordt verzameld en er meteen een beoordeling plaats vindt met aansluitende actie, mocht dat nodig zijn. Je moet weten wat de impact is van een bepaalde bedreiging op de bedrijfsvoering om een passend antwoord te formuleren en navenant te handelen. Dat doen wij hiermee.”

Volledig open

Zoals bij alle producten heeft Intel ook TIE en DXL ontworpen met openheid als uitgangspunt. Een API volstaat om apparatuur van andere leveranciers naadloos te laten aansluiten op de busstructuur. De chipfabrikant werkte met meer dan honderd leveranciers samen bij de ontwikkeling van deze beveiligingsproducten. Deze aanpak heeft tevens de mogelijkheid dat resellers de producten als managed service onder eigen naam kunnen aanbieden aan hun klanten.
Bovendien is de oplossing volledig schaalbaar. Beumer zegt dat het geen enkel probleem is als er miljoenen endpoints tegelijk actief zijn in het netwerk. Tegelijkertijd is de invloed op de prestaties van het netwerk te verwaarlozen, zo verzekert Beumer.

Hij vertelt dat het bedrijf er alles aan doet om beveiliging tussen de oren te krijgen; niet alleen bij de IT-afdeling, maar ook bij het algemeen management. Het is een reis die we met z'n alle ondernemen. “We doen dat bijvoorbeeld met workshops; we hebben hier op het hoofdkantoor een war room gebouwd, zodat iedereen precies kan zien wat er gebeurt bij een aanval; en wat ertegen is te doen. Overigens gaat het allang niet meer alleen om de geautomatiseerde, administratieve systemen. Ook de Scada-systemen, die zorgen voor aansturing van industriële processen, zijn in toenemende mate slachtoffer. Bijvoorbeeld van mensen die losgeld eisen, of anders de verkeerslichten in een stad gaan ontregelen – ik noem maar iets. En wat denk je van het Internet of Things? Dat machines rechtstreeks met elkaar communiceren en handelen? Dan is beveiliging een absolute randvoorwaarde.”
En dat kan alleen als er een snelle bus is voor het berichtenverkeer en zoveel mogelijk geautomatiseerd de verkeersstromen analyseren en meteen handelen als daar aanleiding toe is.

Door: Teus Molenaar

]]>
Tue, 16 Dec 2014 12:25:32 +0100 Snelle bus en analyse tegen cybercrime http://executive-people.nl/item/521108/snelle-bus-en-analyse-tegen-cybercrime.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
EMC: flash betekent eenvoud http://executive-people.nl/item/521176/emc-flash-betekent-eenvoud.html Flashgeheugen dient alleen voor applicaties die razendsnel toegang moeten hebben tot data, zo is de algemene opvatting. “Zo zijn wij ook begonnen”, zegt Ehud Rokach, mede-oprichter en algemeen directeur van ExtremIO, “maar allengs zijn we erachter gekomen dat flash vooral eenvoud betekent binnen de opslagstrucuur, flexibiliteit en kostenbesparing.” Hij zegt te concurreren met bijvoorbeeld de Exabyte van Oracle.

We spreken elkaar in het Center of Excellence van EMC te Tel Aviv dat vooral is gericht op innovatie. EMC heeft nog drie andere CoE's in Israël. Wereldwijd beschikt de onderneming over negen van dergelijke onderzoekscentra. In Tel Aviv ligt de nadruk op flash en de 'software defined opportunities', zo legt Simon Walsh uit. Hij is de COO Emea bij EMC. “Wij veranderen mee met onze klanten, maar we zullen nooit een system integrator zijn”, legt hij uit. “We blijven een technologiebedrijf met twaalf procent van onze omzet in onderzoek en ontwikkeling.”

De onderneming investeert fors in Elastic Cloud Storage (ECS), omdat het bedrijfsleven snelheid, flexibiliteit en risicobeheersing nodig heeft.

Kostenbeheersing nodig

Walsh verklaart dat het bedrijfsleven tegenwoordig gedwongen is op de dubbeltjes te letten. Tegelijk is er het besef dat automatisering nieuwe markten en/of bedrijfsmodellen kan ontsluiten. “De CIO is daarmee zo belangrijk geworden dat hij niet meer rapporteert aan de CFO, maar rechtstreeks aan de CEO.”

Hij zegt ondernemingen vijfenzestig procent van hun IT-budget kwijt zijn aan 'lopende zaken', voornamelijk bestaande uit personeelskosten, software en telecom. “Wij hebbben ons best gedaan de kosten voor hardware en en energie sterk naar beneden te krijgen, zodat binnen het IT-budget meer geld overblijft voor verandering”, zegt Walsh.

Op dit moment zien we dat wijzigingen in het IT-landschap leidt tot ontwrichtende marktinitiatieven. Denk aan de taxidienst Über (draait op EMC), BMW die een eigen softwarebus ontwerpt om een andere beleving van het autorijden mogelijk te maken. KPN brengt (dankzij de EMC-infrastructuur) tv naar de woningen zonder nog een settop box nodig te hebben. “Heel ingenieus”, vindt Walsh.

Totaalaanbod

In 2012 stond bij het onderzoek van Gartner naar de bestemming van IT-euro's 'productverbetering' nog bovenaan. In 2013 staat 'IT' op de eerste plaats. Gevolg door 'digital capabilities', 'R&D innovation' en dan pas 'productverbetering'. Daarbij gaat het bij de IT-afdeling voornamelijk om de software driven onderneming. Slim gebruik van algoritmes zorgt voor beperkte behoefte aan hardware en lager energieverbruik.

Dit betekent wel een nauwe samenwerking tussen hard- en software. “Daarom zie je dat EMC een andere beweging heeft dan bijvoorbeeld HP en Symantec die bedrijfsonderdelen splitsen. Wij kopen   juist interessante technologiebedrijven om die te integreren in onze bedrijfsvoering, zodat we een totaalaanbod kunnen bieden aan onze klanten. Denk aan Pivotal (een bedrijf dat software en diensten aanbiedt om in een cloudomgeving grote hoeveelheden data snel te kunnen analyseren) en VMware (virtualisatieplatform). Wij doen bijvoorbeeld daardoor aan inline deduplicatie. We lopen door de integratie van technologieën voorp in IOPS, vermindering van energieverbruik en prestatieverbetering.”

Tot die overnames behoren ook de van oorsprong Israëlische bedrijven ScaleIO (juni 2013) en XtremIO (mei 2012). ScaleIO biedt een softwareoplossing aan om virtuele SAN's te maken (Storage Arena Networks) en claimt daarmee de opslagkosten van de datacenter met tachtig procent te kunnen verminderen. SAP gebruikt bijvoorbeeld in zijn datacenters ScaleIO om de opslagkosten te drukken.

Toch nog blockgeheugen

Flash geheugen heeft twee nadelen: het is duur, en het slijt. Op den duur schrijft het systeem data op verkeerde plekken weg en is het medium onbetrouwbaar. EMC heeft, via XtremIO, dit laatste euvel weten te overwinnen. Maar nog steeds is flash nou niet het medium om koude data naar toe te schrijven. Archivering kan beter op standaard SATA, bijvoorbeeld, of op tape. Flass is er al sinds Toshiba in 1980 voor het eerst met dit soort geheugen op de markt kwam, zo vertelt Renen Hallak, CTO van XtremIO. Maar het duurde nog tot ongeveer 2010 voor SSD's (Solid State Disk) voor het eerst in enteprise arrays opduiken. Onder meer vanwege die toenemende onbetrouwbaarheid.

Flash heeft wel voordelen: razendsnel data wegschrijven en weer oproepen, eenvoudige deduplicatie. En met thin provisioning en snapshots heeft het medium ook nauwelijks problemen. Voor RAID-systemen is het altijd een keuze tussen efficiëntie of capaciteit. “Met flash is allebei tegelijk mogelijk”, prijs Hallak dit type geheugen aan. “Flash kondigt een nieuw tijdperk in automatiseren af. Altijd moesten we werken langs de lijn 'rekenen, netwerken en opslag'. Met flash is dit sequentiële pad ten einde.”

Toch ziet hij flash als een transitietechnologie. “Want we hebben het hier nog steeds over blockgeheugen. Stel je voor dat je de voordelen van flash hebt op bestandsniveau. Wat gebeurt er dan met byte access?”, prikkelt hij de fantasie.

Exponentiële groei

Ehud Rokach, mede-oprichter en algemeen directeur van XtremIO, toont zich verheugd dat EMC 'zijn' bedrijf al heeft overgenomen voordat er een echt product op de markt was. “Ze zagen de potentie van onze technologie en hebben dit in het pakket opgenomen, omdat klanten keuze willen. Sommigen willen alleen een softwarematige oplossing; dan kunnen ze terecht bij ScaleIO van EMC. Dat bovendien het mogelijk maakt om echt aan scale out te doen zonder dure hardware te hoeven aanschaffen. Anderen willen alleen flash; dan kunnen ze bij ons terecht. In de praktijk zul je zien dat hybride omgevingen ontstaan in het IT-landschap bij bedrijven.”

Wereldwijd is all flash al een markt van 1 miljard dollar. Volgens Rokach blijft het daar niet bij en is er sprake van exponentiële groei.

Bruikbaarder maken

Het prijsverschil tussen ruwe flash en schijven is nog steeds groot: flash is vier tot vijf keer duurder. Maar wie meerekent dat compressie, deduplicatie en snapshotting zoveel beter gaat met flash, zal volgens Rokach zien dat de TCO van beide media ongeveer vergelijkbaar is.

Hij vertelt dat zijn team de komende tijd doorgaat met het bruikbaarder maken van flash voor het datacenter. En oplossingen aandragen voor consolidatie van de verschillende opslagvormen binnen het datacenter.

“Eigenlijk zijn we in het begin uitgegaan van de enorme prestatieverbetering die flash biedt”, zegt hij. “Maar gaandeweg hebben we ontdekt dat datareductie, efficiëntie en eenvoudiger beheer nog betere eigenschappen zijn van flash dan de hoge snelheden.”

Door: Teus Molenaar

]]>
Tue, 16 Dec 2014 12:01:31 +0100 EMC: flash betekent eenvoud http://executive-people.nl/item/521176/emc-flash-betekent-eenvoud.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'De cloud is de nieuwe vendor lock-in' http://executive-people.nl/item/521107/de-cloud-is-de-nieuwe-vendor-lock-in.html Sam Palmisano, de oud-CEO van IBM, noemde Dutch Cloud in zijn jaarrapport van 2012 een kleine, maar innovatieve cloud provider op wereldschaal. De leidende IT solutions provider voor de Golfstaten in Dubai maakt met hulp van Dutch Cloud de omslag naar cloud dienstverlener. De meer dan acht jaar ervaring op dit vlak maakt Martijn van Zoeren, CEO van Dutch Cloud, tot een gewild adviseur. Maar als hoofdrol ziet hij nog steeds het verder uitbouwen van zijn bedrijf.

Van Zoeren zit eigenlijk al met zijn hoofd in Dubai terwijl hij vertelt hoe Dutch Cloud vorm kreeg. Twee uur later hoort hij op Schiphol te staan. Toch neemt hij de tijd voor het gesprek, en zelfs voor de fotosessie na afloop. “Ik was al met cloud computing bezig voordat die term bestond”, zegt hij. In 2004 verkocht hij servers aan bedrijven, kocht er meer in en hield die voor een klant achter de hand voor het geval zij meer rekenkracht nodig zouden hebben. In Nederland was de term cloud computing nog niet doorgedrongen in die tijd.

Amazon noemde in 2006 zijn oplossing de Elastic Compute Cloud. De Amerikaanse schrijver Nicholas Carr heeft het in zijn boek The Big Switch (januari 2008) over de gevolgen van cloud computing voor het bedrijfsleven. Maar het zou nog wel even duren voordat het verschijnsel brede bekendheid zou genieten in de lage landen. In 2008 brachten IBM en Gartner een white paper uit over het fenomeen cloud computing. “Dat heeft wel geholpen, want daarvoor moest ik het nog uitleggen aan de medewerkers van IBM wat ik nou precies wilde met mijn bedrijf.”

Hij richtte in 2009 de firma op met eigen geld. De bankencrisis hield de wereld stevig in zijn greep; geen enkele bank wilde investeren in iets waarvan ze nog nooit hadden gehoord.

Blauw bloed

Van Zoeren heeft zijn cloud (met meerdere co-locaties in Amsterdam, Düsseldorf en Londen) opgebouwd met IBM-hardware en -software. “Ik heb een beetje blauw bloed”, zegt hij. “Mijn vader heeft heel lang voor Big Blue in Nederland gewerkt.” Maar dat is niet de reden waarom hij met IBM-producten werkt. Hij prijst de kwaliteit ervan en werkt nauw samen met IBM.

Hij heeft ooit bij een softwarebedrijf gewerkt en laakt het licentie-circus. “Een half jaar voordat de licentie zou verlopen, kwam er iemand van het softwarebedrijf voor verlenging ervan. Er volgde wat gesteggel en vervolgens zat je er als bedrijf weer drie of vijf jaar aan vast. Daarna zag je ze niet meer.”

Die betonnen licentiewereld, dat moest anders kunnen, vond hij. Gewoon rekenkracht inhuren als je het nodig hebt. En maandelijks afrekenen. Dat is de basis van Dutch Cloud. Het klinkt eenvoudiger dan het is, want je moet natuurlijk het platform inrichten, een afrekenmodel maken, beheersoftware ontwikkelen en Service Level Agreements opstellen. Van Zoeren zegt van nature lui te zijn, dus heeft hij alles zoveel mogelijk geautomatiseerd. Tegelijk hecht hij aan kwaliteit.

“Honderd procent beschikbaarheid; dat bieden wij. Ik weet bijvoorbeeld dat Amazon er per jaar in totaal drie dagen uit ligt. Dat is niet veel, en het gebeurt veelal op de 'stille uren', maar met de huidige technologie is het niet nodig. Dus dat moet je je klanten dan niet aandoen, vind ik.”

Op dit moment is ongeveer zeventig procent van zijn klanten een SaaS-provider, maar in toenemende mate vindt 'corporate Nederland' de weg naar Dutch Cloud.

Meedenken

Dutch Cloud ziet zichzelf inmiddels als een managed cloud provider. Dat is een dienstverlener die met de klant meedenkt over diens processen, legt Van Zoeren uit. Want er verandert nogal wat als je (een deel van) jouw gegevens in handen geeft van een dienstverlener; en dat geldt ook voor (een deel van) de bedrijfsprocessen. “Je moet innovatief zijn. Waarbij mijn uitgangspunt is dat de klant koning is. Die begeleiden we dan ook zo goed mogelijk. Tegenwoordig is er nogal wat keus om een cloud provider te kiezen. Denk aan Microsoft, IBM Soft Layer, Amazon en HP. Organisaties zien de verschillen niet. Wij helpen hen daarbij. Onze kracht is het meedenken en het samen vinden van de beste oplossing voor de klant. Bovendien ontwikkelen wij steeds meer aanvullende diensten.”

Gecertificeerd

Als een organisatie overweegt voor cloud diensten te kiezen, is beveiliging vaak een twijfelpunt. “Wij voldoen aan alle wet- en regelgeving. Zo hebben we een ISO 27001 certficaat. En we hebben een 3402-verklaring in voorbereiding”, zegt Van Zoeren. “Wij zijn volledig AFM-proof.” Erop doelend dat de inrichting van zijn co-locaties en de processen de toets der kritiek van de Autoriteit Financiële Markten kan doorstaan; een verklaring waaraan bijvoorbeeld banken veel waarde hechten

“Wij zijn compliant, en we kunnen dat aantonen. Daarmee borgen we ook meteen de bescherming van persoonsgegevens”, legt hij uit. “Maar ja, je kunt een mooi certificaat aan de muur hebben hangen; het gaat erom dat je kunt laten zien dat het je menens is als het gaat om beveiliging en privacy. Wij hebben een onafhankelijke auditor die jaarlijks een controle doet, en daarbij ook nog eens elke maand nagaat of wij doen wat we beloven. Wij zijn transparant naar onze klanten toe; die kunnen die rapporten altijd inzien. Maar we gaan nog verder: we ontwikkelden de Security Officer Online, waarmee klanten ‘on the fly’  kunnen zien wat er gebeurt.”

Exit-strategie

Als Van Zoeren eenmaal begint te praten over zijn bedrijf, dan is hij niet te stuiten, maar Schiphol is onverbiddelijk. Toch wil hij nog één punt duidelijk maken: met elke klant bespreekt hij een exit-strategie. “De cloud is de nieuwe vendor lock-in. Je kunt per maand opzeggen, geven ze aan, maar vaak lukt dat niet. De vorm waarin data worden bewaard, is vaak zo specifiek dat je het niet kunt meenemen naar een andere aanbieder. De data gijzelen een bedrijf.”

Niet bij Dutch Cloud, bezweert Van Zoeren. “Als iemand weggaat, dan heeft hij binnen drie dagen een volledig werkende omgeving. Niet alleen de data, maar ook de metadata. We hebben onszelf een flinke boete opgelegd als we daar niet aan voldoen.”

Door: Teus Molenaar

]]>
Mon, 15 Dec 2014 13:33:35 +0100 'De cloud is de nieuwe vendor lock-in' http://executive-people.nl/item/521107/de-cloud-is-de-nieuwe-vendor-lock-in.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Laat het device los en richt je op de gebruiker’ http://executive-people.nl/item/521083/a-laat-het-device-los-en-richt-je-op-de-gebruikera.html IT-security is één van de vele dingen waar CIO’s mee worstelen, maar het verdient een centralere rol. Een omslag naar moderne beveiliging kan de business namelijk veel voordeel brengen, stelt Tonny Roelofs, country manager bij Trend Micro.

 

“We hadden ooit één device om te beveiligen”, vertelt de Trend Micro-landsdirecteur. Met op die ene pc één belangrijke toepassing, of hooguit een handjevol. Tegenwoordig is de wereld heel anders, qua IT-gebruik en dus ook qua beveiliging daarvan. “We moeten daarom van device-security over naar gebruikers-security”, stelt hij. “Ook vanuit compliancy.” Zo zijn in de zorg groepsaccounts niet meer toegestaan, geeft Roelofs aan, omdat daarbij immers niet valt te achterhalen welke persoon iets heeft gedaan in een systeem.

 

Welkom in de moderne wereld

 

De verschuiving in de IT-wereld om rondom de gebruiker te gaan werken, is volgens Roelofs onontkoombaar. Ooit kon de IT-manager nog wegkomen met botte afwijzing van een nieuwe technologie, device of product: ‘Dat supporten we niet’. Dat is geen haalbare kaart meer, zeg Roelofs, die zelf ooit technisch beheerder is geweest. De oogkleppen moeten echt af. De CIO van nu heeft te maken met drie belangrijke factoren, somt Roelofs op.

Ten eerste de veranderde gebruiker. Hij of zij gebruikt allerlei middelen, devices en diensten. Daarbij ziet die gebruiker dat als normaal; het verwachtingspatroon is heel anders dan vroeger, toen de werkgever de werkmiddelen bepaalde en verschaftte. “Kijk dus naar de gebruiker, richt je daarop”, tipt Roelofs. Anders loop je het risico van ‘wild gebruik’ van Dropbox of Google Drive, of van gebruikers die gevoelige documenten doormailen aan hun Hotmail-account, of die ze onwetend synchroniseren met hun Apple iCloud.

De tweede belangrijke factor waar de CIO mee om moet gaan, is de veranderde infrastructuur. De IT-omgeving van nu is heel anders, kan veel meer, en dat heeft consequenties voor security. Virtuele machines en clouds zijn mooie middelen om business-gedreven pieken op te vangen; flexibel en goedkoop. “Voor de business is dat prachtig! Vanuit security-oogpunt niet zo.” De vraag is namelijk welke - eventueel gevoelige - bedrijfsgegevens waar staan en waar ze heen gaan. Is de tijdelijke inzet van een publieke clouddienst wel in overeenstemming met de beveiligingsvereisten voor data?

De professionalisering van cybercrime

Tenslotte wijst Roelofs op de derde factor die de CIO security-kopzorgen geeft: de veranderde aanvaller. Die is geëvolueerd; niet langer een buitenstaander die een los mailtje (met phishing of malware) afvuurde om een reputatie als l33t hacker te behalen. De aanvaller is tegenwoordig een professioneel onderdeel van een omvangrijke business. “In de cybercrime gaat zes keer meer omzet om dan in de drugsscene”, weet Roelofs.
De doelwitten zijn volgens hem dan ook niet meer alleen de banken en organisaties met waardevol intellectueel eigendom. Iedereen kan op de korrel worden genomen, om zakelijke redenen. Zoals de Russische online-betalingsfirma Assist, die drie jaar terug business verloor door een DDoS-aanval in opdracht van concurrent ChronoPay.

Malware in de Antwerpse haven

Roelofs noemt ook het aansprekende voorbeeld van malware in de haven van Antwerpen. Daar zijn bij containerterminals, expediteurs en rederijen via fysieke inbraak keyloggers (in de vorm van stekkerblokken) en via phishing-mails malware geplaatst. Vervolgens hebben de daders binnenkomende containers met daarin verstopte drugs ‘omgeleid’ en opgehaald. De gehackte havenbedrijven waren slechts een middel, niet het doel van de criminelen.

Het is dus essentieel dat bedrijven de door hun gebruikte technologie, hun eigen processen en hun organisatie op één lijn hebben voor betere beveiliging. Roelofs geeft als voorbeeld de alarminstallatie van een huis, wat bij een bos en een bejaardentehuis ligt. Als iets gebeurt, gaat het alarm wel af, maar wie hoort het? Koppeling aan een effectief responsesysteem is nodig om deze deeloplossing tot een goed beveiligingsgeheel te maken.

‘Ook onze deeloplossing voldoet niet’

Hetzelfde geldt voor IT-beveiliging, stelt Roelofs. Bedrijven hebben een security-framework nodig: om een beter, completer beeld te krijgen van hun staat van beveiliging. Dit is niet slechts een leveranciersboodschap; in de praktijk worden er al wel security-frameworks gebouwd, ziet Roelofs. Organisaties zijn zich er steeds meer van bewust dat ze niet langer voor elk deelgebied een oplossing moeten kopen.
“Zelfs de hedendaagse antimalware-oplossingen zijn onvoldoende”, zegt de directeur van Trend Micro openhartig. Zelfs de som der delen van verschillende deeloplossingen biedt geen soelaas. “Het gaat om correlatie van events.” Losstaand kunnen events onschuldig lijken, maar in een breder beeld kan blijken dat het verkenningspogingen zijn van hackers.
Het inrichten van een Security Operations Center maakt dit mogelijk. Overigens is dat niet eens iets dat elk bedrijf zelf moet doen; SoC’s zijn ook beschikbaar als dienst, geleverd door derden. “Combinatie van de deelgebieden brengt niet alleen centraal management en rapportage, maar door de interconnectiviteit breng je security naar een hoger niveau”, voegt Roelofs toe.

Verantwoordelijk voor wat je niet weet

Trend Micro stelt CIO’s dan ook op de proef met de vraag: ‘Weet je wat er op je netwerk plaatsvindt en ben je er zeker van dat er niets verkeerds tussen zit?’. Want de CIO is daar immers verantwoordelijk voor. Zo’n driekwart geeft eerlijk aan dat ze niet goed weten wat er op hun netwerk gebeurt, vertelt Roelofs. En in honderd procent van de gevallen weet de securityleverancier met een scanoperatie aan te tonen dat er wel degelijk verkeerde dingen gebeuren. Zoals bij een ziekenhuis waar Trend Micro maar liefst zes command&control-servers aantrof van een hacker.
Roelofs vindt dat zorgwekkend: CIO’s zijn dus verantwoordelijk voor dingen waar ze geen weet van hebben. Bovendien is het tegenwoordig niet meer alleen verantwoordelijk ‘op papier’ maar met echte gevolgen. CIO’s worden ter verantwoording geroepen door hun business. De recente grote cyberinbraak bij de Amerikaanse winkelketen Target heeft dat aangetoond: de CIO en ook de CEO zijn hun baan daar kwijt.

Jongleeract voor de CIO

Bovenop de huidige complexiteit van de veranderde gebruiker, infrastructuur en aanvaller komen nog nieuwe ontwikkelingen. Zoals de toename van IP-connected devices, de notificatieplicht voor gegevensverlies, en in gemeenteland de decentralisatie van overheidstaken. Allemaal zaken die meer taken en verantwoordelijkheden brengen, zonder dat daar automatisch budget voor meekomt.
De kunst voor CIO’s is om de juiste balans te vinden tussen goede beveiliging en de business-vereisten van de organisatie. “Er zal altijd een spanningsveld zijn tussen de business en security. Beveiliging moet wel werkbaar zijn, nu meer dan ooit. Want dat is de gebruiker gewend.”

Door: Jasper Bakker

]]>
Sun, 14 Dec 2014 09:01:39 +0100 ‘Laat het device los en richt je op de gebruiker’ http://executive-people.nl/item/521083/a-laat-het-device-los-en-richt-je-op-de-gebruikera.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Huishoudens beschermen hun Wi-Fi omgeving beter dan kantoren http://executive-people.nl/item/520988/huishoudens-beschermen-hun-wi-fi-omgeving-beter-dan-kantoren.html Huishoudens beschermen hun Wi-Fi netwerken beter dan kantoren. Dat komt omdat consumenten vaker moderne Wi-Fi apparatuur aanschaffen en betere wachtwoorden en encryptie gebruiken. Voor resellers in het mkb is dit een uitgelezen kans om Wi-Fi netwerken van kantoren beter te beveiligen. Dit zegt cybersecurity-specialist James Lyne, die werkzaam is bij Sophos, leverancier van complete security oplossingen.

Tijdens een Warbiking-tour in het najaar van 2014 door Amsterdam toonde James Lyne, Global Head of Security van Sophos, de onveiligheid Wi-Fi-netwerken aan. Op zijn speciaal geprepareerde racefiets testte Lyne de draadloze veiligheid van bedrijven, woningen en mobiele apparaten. Hierbij was zijn fiets voorzien van Wi-Fi scanners, access points en GPS-ontvangers. Hij scande de beveiliging van de duizenden Wi-Fi-netwerken in de stad en het gedrag van mobiele internetters. “Zo konden we goed inzien welke huishoudens en bedrijven de beste security hebben.”

Van de 14.213 draadloze netwerken die Lyne al fietsend onderzocht, was 43,22% open toegankelijk, zonder beveiliging. “4,1% is beveiligd via Wired Equivalent Privacy (WEP), waarvan al jaren bekend is dat het eenvoudig te omzeilen en te hacken is. 19,56% is beschermd via Wi-Fi Protected Access (WPA) – ook een achterhaald protocol. Slechts 33,12 % van de beveiliging voldoet aan de huidige beveiligingsstandaarden (WPA2)."

Alarmerend

De slechte beveiliging van Wi-Fi netwerken in Amsterdam vindt Lyne alarmerend. Zowel bedrijven en particulieren nemen online veiligheid onvoldoende serieus. Als cybercriminelen de communicatie tussen apparaten onderling en tussen apparaten en servers kunnen onderscheppen, krijgen ze de beschikking over een massa waardevolle gegevens. Het gaat dan bijvoorbeeld om persoonlijke gegevens van klanten en om procesinformatie. Hij testte zelf het gedrag van mensen uit die op zoek waren naar een gratis toegankelijke Wi-Fi. Op verschillende plekken in Amsterdam zette James Lyne zelf ook een open draadloos netwerk op. Binnen enkele seconden maakten Amsterdammers hiermee verbinding zonder zich te bekommeren over de veiligheid van die verbinding. Lyne kon zien dat zijn netwerk niet alleen gebruikt werd voor Facebook, Twitter en webmail, maar ook voor online bankieren. “Kennelijk zijn mensen zich onvoldoende bewust van wat je prijsgeeft via een onbekende Wi-Fi-verbinding. Ik had niet alleen wachtwoorden en saldo-informatie kunnen inzien, maar ook zelf bankhandelingen kunnen verrichten. Dat heb ik uiteraard niet gedaan – ik ben heel bewust binnen de grenzen van het wettelijk en moreel toelaatbare gebleven. Maar anderen houden zich niet aan die grenzen, dat zou iedereen inmiddels toch wel moeten weten.”

Gefustreerd

Lyne zegt gefrustreerd te zijn doordat veel Wi-Fi netwerken niet afdoende zijn beveiligd terwijl de meeste mensen wel weten dat dit gevaarlijk is. “Mensen weten dat er zero-day aanvallen plaatsvinden waarbij criminelen misbruik proberen te maken van zwakke delen in software. Vaak raken de effecten van die aanvallen na een paar weken in de vergetelheid. Bedrijven vergeten daarom hun security te optimaliseren tegen aanvallen.”

UTM

Lyne zegt dat huishoudens en bedrijven zich beter kunnen beschermen door gebruik te maken van het WPA2 protocol en een veilig wachtwoord. “Kleine bedrijven zouden gebruiken kunnen maken van managed wireles solutions, met moderne wireless access points en een UTM die kan functioneren als wireless controller. Het gaat niet alleen meer om wireless security, maar ook om netwerk security. Maak daarbij gebruik van moderne web security producten zoals een vpn-tunnel met automatisch encryptie. Als ik dan contact maak met een access point, via  een vpn-tunnel, is al mijn data verkeer versleuteld, ook in een openbare netwerken zodat niemand kan mij monitoren.”

Managed

Lyne zegt dat er kansen voor channel partners zijn om kantoren te voorzien van moderne en krachtige security oplossingen. “Tijdens mijn fietstocht door Amsterdam bleek dat Wi-Fi netwerken in woonhuizen beter zijn beveiligd tegen security lekken dan van kantoren. Dat komt omdat huishoudens vaak betere security uit of the box krijgen geleverd van hun service providers. Huishoudens gebruiken vaak betere wachtwoorden. Kleine kantoren en mkb gebruiken vaak verouderde apparatuur en hebben geen security team in dienst om problemen snel te fixen. Resellers kunnen daarop inspringen om het mkb verder helpen met moderne technologie. Dat is meer dan alleen maar het verkopen van antivirus. Resellers kunnen hen het best de meest moderne security diensten aanbieden. Bijvoorbeeld managed Wi-Fi omgevingen voor het beschermen van endpoints zoals notebooks, tablets en smartphones. Liefst met eenvoudig beheer, zodat organisaties geen grote zorgen hoeven te maken over hun IT-security.”

Meer informatie over de fietstochten van James Lyne zijn te lezen op www.sophos.com/warbiking

WK

]]>
Thu, 11 Dec 2014 11:27:20 +0100 Huishoudens beschermen hun Wi-Fi omgeving beter dan kantoren http://executive-people.nl/item/520988/huishoudens-beschermen-hun-wi-fi-omgeving-beter-dan-kantoren.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
BPSolutions: Enterprise-technologie in hapklare vorm voor MKB http://executive-people.nl/item/520878/bpsolutions-enterprise-technologie-in-hapklare-vorm-voor-mkb.html De strategie van BPSolutions heeft drie pijlers: cloud & managed services, data & security en IT-project management & consulting. Vooral cloud & managed services worden steeds belangrijker. “De uitdagingen van onze klanten spelen op diverse gebieden”, zegt Mark de Groot, Algemeen Directeur van BPSolutions. “Belangrijke thema´s zijn cloud, analytics, mobile en security. Tegelijkertijd verandert de rol van IT. Het wordt steeds functioneler, en is daarmee minder technisch gedreven.”

Dit betekent dat de gesprekspartners van BPSolutions in een organisatie veranderen. “De business speelt onmiskenbaar een grotere rol in het beslissingstraject. Budgetten worden nog maar voor ongeveer de helft beheerd door de traditionele IT-organisaties, en voor de andere helft door business managers. Bij een thema als Big Data praten we bijna alleen nog maar met marketing executives, met de CFO of met de supply chain managers.”

Nieuwe businessmodellen

Deze verschuiving geldt volgens Mark de Groot voor vrijwel alle branches. “Intern merken we het als IT-bedrijf zelf ook. Iedere onderneming wordt geconfronteerd met het feit dat traditionele business modellen achterhaald zijn en ondervindt, de uitdaging om businessmodellen voor de toekomst te ontwikkelen. Maar je kunt bijvoorbeeld niet zomaar van de ene op de andere dag overstappen naar een volledig online gedigitaliseerd model. Tegelijkertijd voelen bedrijven de concurrentie van nieuwe toetreders, die zogezegd born in the cloud zijn. Neem de financiële sector, waar bijvoorbeeld KNAB even een nieuwe bank opzet. Die heeft geen legacy en zet gewoon het ideaalbeeld van een moderne bank neer.”

BPSolutions heeft volgens De Groot dus op twee manieren te maken met de digitale transformatie: “Enerzijds willen we goed inspelen op de veranderende klantvraag, anderzijds investeren we veel in onze eigen mensen om naar dat nieuwe businessmodel te groeien. Zij hebben andere skills nodig dan voorheen, bovendien willen we dat die nieuwe skills uniek zijn zodat onze klanten de toegevoegde waarde ervan herkennen. Dat is tevens de manier om ons te onderscheiden.”

Toegevoegde waarde

Cloud & managed services zijn voor die toegevoegde waarde belangrijke thema’s. “We doen bij onze klanten bijvoorbeeld veel op het gebied van data management, analyse en beveiliging. Omdat dit de nodige veranderingen voor die organisaties betekent, zien we een toenemende vraag naar goede projectmanagers en advisering.”

“We verzorgen bijvoorbeeld integratieprojecten bij ziekenhuizen waarbij we tijdens het fusieproces tussen tweeziekenhuizen de volledige IT verbinden. Dat zijn grote projecten waarvoor die organisaties de capaciteit niet permanent in huis willen hebben, maar wel op het juiste moment geschikte mensen willen kunnen inzetten. Wij hebben die brede skillset dankzij onze mensen aan boord.”

Eigen kracht

Het is voor het bieden van die toegevoegde waarde dus zaak om goed te kijken waar de eigen kracht ligt in een organisatie. “Je moet wel bij je leest blijven. Je kunt niet te ver van je comfortzone afwijken, want dan ben je niet meer geloofwaardig. Al die facetten bij elkaar bepalen de richting die je inslaat en welke producten en diensten je vervolgens gaat aanbieden. En uiteraard is het belangrijk om goed te luisteren naar wat de klanten vragen. Steeds vaker ontwikkelen we samen met onze klanten specifieke oplossingen.”

“Voor veel bedrijven is IT niet hun core business. Ze willen niet zelf op zoek gaan naar de schaarse IT-mensen. Dat laten ze over aan partijen voor wie IT wèl de core business is. Dit is voor ons een belangrijk groeidomein. In 2012 hebben wij daarom onze cloud &managed services afdeling neergezet om hier invulling aan te geven. Inmiddels leveren we onze klanten 24x7 monitor- en beheerdiensten en cloud services, onder meer met IBM SoftLayer.”

Samenwerken

IBM is voor BPSolutions een belangrijke partner. “Daarin maken we een bewuste keuze. We werken tevens steeds hechter samen met ISV’s en consultancy & system integrators om gezamenlijk de eindklantten bedienen.”

Het aanbod van BPSolutions is volgens een modulair model opgebouwd, zodat eenvoudig kan worden opgeschaald als dat nodig is. Zeker bij cloud & managed services is dat een veelgevraagd model. “Het portfolio loopt van alleen monitoring tot volledige outsourcing, zowel van diensten als de hele infrastructuur. Die modulariteit geeft de klant de mogelijkheid om makkelijk in te stappen en vervolgens te wennen aan de samenwerking.”

Continuïteit

Het grote voordeel van dit systeem is dat de continuïteit beter gewaarborgd is. “Bij veel bedrijven is slechts één persoon voor het systeem verantwoordelijk. Wanneer die afwezig is of vertrekt heeft het bedrijf niets meer, wat zelfs de business kan bedreigen. Door voorzichtig in te stappen, los je heel eenvoudig dit soort business issues op en kunnen de organisaties aan elkaar wennen. Je krijgt flexibiliteit, continuïteit en het risico wordt enorm verlaagd.”

Mark de Groot vat samen: “We leveren enterprise class-technologie, die we dankzij de managed services toegankelijk maken voor het MKB tegen marktconforme tarieven. Zo combineer je het beste van twee werelden. Wij zijn weliswaar relatief klein, maar werken samen met grote leveranciers. We bieden dit met top class IBM-technologie. Onze klanten hoeven zich niet druk te maken over zware implementaties, ze hoeven bij wijze van spreken alleen maar de stekker in de muur te steken.”

]]>
Wed, 10 Dec 2014 11:10:00 +0100 BPSolutions: Enterprise-technologie in hapklare vorm voor MKB http://executive-people.nl/item/520878/bpsolutions-enterprise-technologie-in-hapklare-vorm-voor-mkb.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Visma: lokaal ondernemerschap met internationale oplossingen http://executive-people.nl/item/520877/visma-lokaal-ondernemerschap-met-internationale-oplossingen.html Het Noorse softwarebedrijf Visma blijft zich voortdurend uitbreiden. In Nederland nam het bedrijf de afgelopen jaren onder andere AccountView en DBS over. Daarbij stelt Visma zich anders op dan andere bedrijven: ze geven het management van hun dochterbedrijven de ruimte om hun eigen plan te trekken.

Visma, één van de grootste leveranciers van zakelijke cloudsoftware en -diensten in Noord-Europa, zette in 2006 voor het eerst voet op Nederlandse bodem, met de overname van Accountview, gevolgd door de overname van DBS in 2010. Op 1 januari 2013 fuseerden die verschillende vestigingen zich tot één bedrijf: Visma Software BV.

Bijzonder aan de dochterondernemingen van de Scandinavische marktleider, is dat ze hun couleur locale behouden volgens Han van den Hof, algemeen directeur van Visma in Nederland. “De meeste softwarebedrijven willen overal in de wereld zitten. Vaak zit het hoofdkantoor in Amerika en daar wordt een strategie bepaald die voor 100 landen geldt. Of je het daarmee eens bent of niet, doet er niet toe. Je moet het gewoon uitvoeren. De filosofie luidt: ‘If it works in the States, it works everywhere’. Bij Visma is dat niet zo.”

Respect voor het ondernemerschap
Ten eerste is het gebruikelijk dat het management van het bedrijf dat Visma overneemt, aan boord wordt gehouden. “Visma koopt bedrijven op voor hun technologie of marktaandelen, maar ze gaan er vanuit dat het management dat er zit weet hoe ze een bedrijf moeten leiden en hoe ze hun producten het beste verkopen”, vertelt Van den Hof. “Visma respecteert het ondernemerschap. Als jij iets anders wilt doen omdat jouw markt om een andere benadering vraagt, dan krijg je die vrijheid.”

Dat is ook nodig, weet de directeur. Misschien niet als je aan multinationals verkoopt - die doen graag zaken met bedrijven die ook overal ter wereld zitten - maar wel als je aan het MKB verkoopt. Je hebt dan bijvoorbeeld te maken met de wet- en regelgeving en het HRM-beleid in een land. Van den Hof: “Neem bijvoorbeeld het ontslagrecht: in Amerika vlieg je er zo uit. Al werk je er al tien jaar, je krijgt twee weken mee en that’s it. In Nederland kan dat helemaal niet – gelukkig. Ook de manier waarop je iets op de markt brengt en hoe je iets vertelt is in Nederland heel anders dan in Amerika. Amerikanen noemen alles ‘great’ en ‘awesome’, terwijl een Nederlander snel zal denken: mag het wat minder? Dat zijn belangrijke verschillen.”

Met SaaS wordt nieuwe trend ingezet
Door de toenemende samenwerking tussen de Visma-vestigingen worden er meer en meer internationale Visma-oplossingen en -producten op de markt gebracht in Nederland, zoals Visma.net, SaaS-oplossingen en e-accounting.

“Elk product dat wij vanaf nu nieuw op de markt zetten zal een SaaS-product zijn”, vertelt Van den Hof. “Op dit moment hebben we nog on-premises-oplossingen waarbij bepaalde deelproducten al SaaS zijn. Het wordt hybride, in het tempo van de klant zullen we gaan zeggen: voor dat onderdeel hebben we nu ook een SaaS-product, wil je op dat onderdeel on-premises blijven of wil je naar SaaS? Zo gaan we dat steeds meer aanvullen.”

Voorbeelden van dat soort hybride producten zijn Visma.net Advisor (een soort CRM-oplossing voor accountancy), SaaS-Payroll-oplossing, Severa (online projectmanagement) en Visma.net Financial. “Je ziet dus dat de coreproducten – financials en payroll – SaaS-producten worden. In de nabije toekomst zal dat ook gelden voor HRM en logistiek. Ik verwacht dat we over een jaar een redelijk compleet portfolio hebben, waarin een klant volledig SaaS-producten kan afnemen als hij dat zou willen. Maar hij kan ook een on-premises-oplossing  als basis blijven gebruiken en daar af en toe een deelproduct aan toevoegen. Wij dwingen de klant dus niet om naar SaaS te gaan.”

Wel is Van den Hof ervan overtuigd dat uiteindelijk iedereen SaaS zal gaan gebruiken. “Er zitten grote voordelen aan zoals pay per use: je betaalt naar wat je daadwerkelijk gebruikt. Ook ben je als klant flexibel, je sluit geen heel jaarcontract af maar betaalt per maand. Je hoeft je bovendien geen zorgen meer te maken of je hardware wel up-to-date is, updates worden automatisch voor je gedaan.”

Sociale interactie gaat enorm veranderen
Nu er nieuwe producten op de markt komen, worden marketing en branding steeds belangrijker volgens Van den Hof. Dat heeft alles te maken met de IT-trends van dit moment: Cloud, Mobile, Social en Information. “Wat vooral enorm gaat veranderen is wat wij noemen de sociale interactie, de manier van verkopen en marketing. Voorheen was het zo dat een verkoper informatie gaf om de klant te overtuigen dat zijn oplossing de beste was. Dat is inmiddels een achterhaald concept, klanten hebben vaak al 60 tot 70 procent van de informatie gevonden via internet en social media. De verkoper moet dus een specifieke vraag gaan beantwoorden in plaats van zijn verkooppraatje af te draaien. Hij gaat zich niet meer bezighouden met verkopen, maar met het helpen van de klant bij het aanschaffen van een product. Dat is een enorme mentaliteitsverandering, zowel aan de verkoop- als aan de aankoopkant. Dat betekent dat je je interne bedrijfsvoering daarop moet aanpassen, en dat heeft met cloudoplossingen te maken.”

Daarnaast noemt Van den Hof de zorg als voorbeeld, waar zelfsturende teams op dit moment heel actueel zijn. “E-HRM (elektronische zelf-service HRM) heeft een enorme vlucht genomen. Vroeger was er een HRM-afdeling waarin de centrale informatie stond, de lijnmanager gaf informatie van zijn medewerkers op aan HRM. Dat was allemaal een heel gedoe. Nu zijn er oplossingen waarbij de verpleegkundigen die informatie zelf invoeren. Dat geeft hen het gevoel dat zij de ‘owner of their own destiny’ zijn, zoals je dat kunt noemen. Ze bepalen bepaalde zaken nu zelf, zonder daar een manager voor nodig te hebben. Het maakt de informatie ook veel actueler, je weet zelf immers het beste of je contactgegevens nog kloppen of wanneer je verhuisd bent.”

De consument wordt steeds machtiger, daar komt het volgens Van den Hof op neer. “Het is niet meer zo dat wij hen vertellen hoe zij het moeten doen, zij vertellen ons hoe ze het willen hebben. Met cloudoplossingen kan dat ook veel makkelijker.”

]]>
Wed, 10 Dec 2014 08:44:32 +0100 Visma: lokaal ondernemerschap met internationale oplossingen http://executive-people.nl/item/520877/visma-lokaal-ondernemerschap-met-internationale-oplossingen.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
De kracht van Tooling in de uitvoering van informatiebeveiliging overheid http://executive-people.nl/item/520737/de-kracht-van-tooling-in-de-uitvoering-van-informatiebeveiliging-overheid.html De overheid is een enerverend marktsegment met bijzondere uitdagingen. Zo zijn informatiebeveiliging en compliancy hot topics waar veel om te doen is. Dit komt mede door de invoering van de Baseline Informatiebeveiliging Rijksoverheid (BIR) en –Gemeenten (BIG). SMT heeft geconstateerd dat er binnen de overheid met name op het gebied van de uitvoering van- en controle op de informatiebeveiliging behoefte is aan een ondersteunende oplossing die rijksbreed, èn bij de lokale overheid, toepasbaar is. Het bedrijf uit Zoetermeer heeft hiervoor een specifieke toepassing ontwikkeld op basis van het populaire Splunk. Executive-People sprak hierover met Bernardo Dijkland, Business Manager Overheid bij SMT.

Veel overheidsinstanties hebben in de loop der jaren hun informatiebeveiliging al aangepakt, maar dan wel ieder voor zich met hun eigen interpretatie van methoden en processen, vaak gebaseerd op een eigen interpretatie van NEN-ISO27001 en -2. Maar naarmate de digitale communicatie tussen overheden toeneemt en er meer systemen gekoppeld worden, groeit de behoefte aan een breder toepasbare baseline. In 2010 is een speciale commissie akkoord gegaan met de BIR (Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst) welke alle departementale en interdepartementale baselines op het gebied van informatiebeveiliging vervangt. Deze baseline heeft  als doel vertrouwen te krijgen in elkaars netwerken en het delen van informatie te bevorderen. Daarnaast gaat het natuurlijk om veilig samenwerken.

Maar het opstellen van een baseline is één ding, het invullen ervan is een heel ander verhaal. “In de BIR staat keurig beschreven wat de richtlijnen zijn, maar er staat niet in hoe je het moet doen”, vertelt Dijkland. “De algemene baselines zijn prima, maar iedereen moet ze dan wel gebruiken en zich er aan houden, zonder teveel speelruimte. En dat moet natuurlijk ook gecontroleerd en aangetoond kunnen worden. Daar zit een uitdaging en daar is tooling voor nodig.”

Splunk User Group Dutch Government

Vorig jaar heeft SMT, reagerend op de behoefte binnen de overheid om informatie en kennis over de toepassing van Splunk onderling te kunnen delen, de Splunk User Group Dutch Government opgezet. Dit is gebeurd in samenwerking met een aantal overheidsorganisaties. “Het gaat daarbij om het bij elkaar brengen van belanghebbenden, en om het uitwisselen van ideeën over de vraagstukken die iedereen bezighouden. Zo geven deelnemers wisselend een presentatie over de manier waarop zij Splunk gebruiken.”

Tijdens een van de presentaties is de invulling m.b.t. de BIR behoefte naar boven gekomen, waarna meerdere deelnemers hiermee individueel aan de gang zijn gegaan. Meerdere overheidsorganisaties zijn daar ondertussen mee bezig, en de cases worden in de gebruikersgroep uitgewisseld. Dijkland: “Daarmee ben je nog niet klaar, maar het biedt wel concrete ondersteuning en richting voor de invulling en het voldoen aan de regelgeving. Het draait hierbij (ook) om de processen, waarbij we kijken hoe technologie hierin zinvol kan ondersteunen en bijdragen.

Feitelijk is dat het startpunt geweest om vanuit SMT te kijken wat er mogelijk is met de technologie van nu. “We hebben daarom informatie over de BIR erbij genomen, en vervolgens in samenwerking met de Haagse Hogeschool (Academie voor ICT & Media) een inventarisatie gemaakt van de behoeften aan tooling en processen. Daaruit bleek dat de tooling en kennis die wij al in huis hebben heel goed van waarde kan zijn. Met name de controle van een aantal onderdelen uit de baselines kunnen hiermee worden ingeregeld en geautomatiseerd. Uiteraard geldt dat ook voor de op ISO-27001 en -2 gerelateerde baselines, zoals Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeentes (BIG), de Interprovinciale Baseline Informatiebeveiliging (IBI) en de Baseline Informatiebeveiliging Waterschappen (BIWa) en de Medische informatica – Informatiebeveiliging in de zorg (NEN-7510).

App

Hier zijn we verder mee aan de slag gegaan, wat heeft geresulteerd in  de SMT Splunk BIR-app. De eerste versie van de app is goed ontvangen. “We kregen gelijk de vraag waar je het kunt downloaden?, Een paar Gemeenten en Ministeries, waren zo enthousiast dat ze overal gingen verkondigen wat de mogelijkheden zijn. Uiteraard worden de gebruikers om feedback gevraagd, zodat de app daarmee verder verbeterd kan worden. Het is belangrijk die informatie te delen met elkaar, zodat gebruikers zelf hun kennis kunnen delen en creativiteit toe kunnen voegen. Splunk is een laagdrempelige tool om verbanden te leggen, je kunt zo ver gaan als je zelf wil met je creativiteit, en in de basis is het niet heel moeilijk om data om te zetten naar waardevolle informatie.”

Einde dienstverband

Een goed voorbeeld is volgens hem het hoofdstuk in de baseline over de wijziging of het einde van een dienstverband:

“Stel dat een organisatie moet kunnen aantonen dat iemand die uit dienst is niet meer in HRM systemen voorkomt, en diegene ook niet meer betaald moet worden. Maar ook geen toegang meer heeft tot zaken als het pand, de fietsenstalling, de voordeur, de datacenters, netwerken, databases et cetera. Dit betekent dat je goed moet nadenken over de verschillende informatiebronnen die je daarvoor allemaal nodig hebt. Dat is een uitdaging, ook omdat geen organisatie identiek is.”

Uit de analyse van SMT bleek dat heel veel reeds aanwezige databronnen (logbestanden van netwerken, toegangspoorten, applicaties, etc.) gebruikt konden worden om op meerdere vereisten van de baseline te controleren. “Dat hebben we overzichtelijk gemaakt in een dashboard, waarmee je gelijk voor een belangrijk deel kunt aangeven of je als organisatie in control bent”.

Cultuur en organisatie

Uiteindelijk ligt de grootste uitdaging niet op technologisch vlak, maar op dat van processen, cultuur en organisatie. Alle informatie is wel ergens voorhanden, maar hoe breng je het samen? “Vooral dat verbinden is belangrijk. Want je kunt niet zomaar overal data vandaan halen. In praktijk is het bijvoorbeeld moeilijk om toegang te krijgen tot de informatie van verschillende afdelingen omdat daar nu eenmaal strenge beveiligingsafspraken over zijn gemaakt. Wie mag iets wel zien en wie niet? Zeker bij de overheid speelt dit, begrijpelijkerwijs, een erg grote rol.”

De wet- en regelgeving is complex, maar het begint altijd met de eerste stap. Dijkland: “Belangrijk bij het delen van data is om de verantwoordelijke personen in te laten zien dat het geen kwestie is van het weggeven van zaken, maar het een uitwisseling betreft waarvoor ze snel zinvolle (stuur) informatie terugkrijgen. Begin met de mogelijkheden die er al zijn om het in te vullen, begin bij de basis: het loggen van gegevens. Wat je in ieder geval nooit moet vergeten is dat eigenlijk alle benodigde informatie al voorhanden is. De vraag is alleen: hoe krijg ik die eruit? Hoe maak ik het zichtbaar en waardevol voor de organisatie? Daarmee kun je als overheidsinstantie aantonen dat je in control bent.”

“Je kunt er nooit voor zorgen dat alles volledig is dichtgetimmerd. Maar je kunt er wel voor zorgen dat je in control bent. Je kunt ervoor zorgen dat je iets kunt terughalen als er iets is gebeurd, zodat je weet hoe het is gebeurd, wanneer en door wie. Gebruik de hulpmiddelen om dat inzichtelijk te maken.”

]]>
Sun, 07 Dec 2014 08:05:51 +0100 De kracht van Tooling in de uitvoering van informatiebeveiliging overheid http://executive-people.nl/item/520737/de-kracht-van-tooling-in-de-uitvoering-van-informatiebeveiliging-overheid.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Sandor Klein: ‘CIO, bevrijd je resources’ http://executive-people.nl/item/520736/sandor-klein-a-cio-bevrijd-je-resourcesa.html “Als je niks doet, groeit je datacenter toch 10 procent per jaar.” Sandor Klein, vice-president International Sales bij EnterpriseDB, schetst het probleem waar CIO’s tegenaan lopen. IT-groei bij stilstand, terwijl stilstand achteruitgang is. Wat te doen?

Een veelgehoord advies is dat de CIO budget moet vrijmaken. Sandor Klein van EnterpriseDB verbetert dit advies: “De CIO moet resources vrijmaken”. Wat neerkomt op meer dan slechts ‘geld overhouden’. Het vrijmaken van resources zorgt dat er meer beschikbaar is voor je core-activiteiten, legt hij uit. Daarmee kan een onderneming volgens Klein ‘sneller to market gaan’ en ook nog eens innoveren. Want de huidige activiteiten simpelweg draaiende houden, levert uitdijende IT op. “Als je niks doet, groeit je datacenter toch 10 procent per jaar”, duidt hij de gevolgen van ‘normaal’ IT-gebruik.

Afzetten tegen de gevestigde orde

“Dat is een mooi businessmodel voor traditionele leveranciers, zoals van proprietary databases.” Daar zetten Klein en EnterpriseDB zich tegen af. Support-subscriptions, dát is het businessmodel van deze dienstverlener en tools-maker voor de bekende open source database PostgreSQL. Niet licenties per processorcore, serversocket, etcetera. Dat zijn de verdienmodellen van de gevestigde IT-aanbieders, die dus ook verdienen als de klant zakelijk niet groeit maar qua IT wel.

Het zijn niet alleen de ‘alternatieve’ leveranciers als EnterpriseDB die dit zien. Ook de IT-gebruikende bedrijven beseffen dat het anders moet. Dat besef uit zich ook al in de praktijk, vertelt Klein. Zie maar de snelle groei van EnterpriseDB, dat zich nu meer profileert onder de afkortingsnaam EDB. Het telt een flink aantal grote organisaties onder zijn klanten, waaronder vele Nederlandse gemeenten en ministeries, en het merendeel van de top 10 banken in Europa, inclusief ABN Amro.

Ontsnappen aan vendor lock-in

“Twee dingen zijn heel belangrijk”, verklaart Klein de groeistuip van het tien jaar jonge databasebedrijf. Ten eerste willen bedrijven ontsnappen aan vendor lock-in. Deze ‘insluiting’ bestaat niet alleen uit de software, maar ook uit de audits die leveranciers kunnen en mogen plegen bij hun klanten. “Klanten willen over naar een vrijer model”, waar ze ook toe aangezet zijn door de crisis, aldus Klein.

Ten tweede willen bedrijven enterprise tooling. Voor veel applicaties bestaan er wel open source-equivalenten, maar onderscheidend is het omringende geheel van hulpmiddelen. Een open source-database an sich hoeft niet interessant te zijn voor elke onderneming. Het gaat om bijbehorende beheertools en ook om migratiemiddelen. Zo biedt EDB migratietools om van Oracle naar PostgreSQL over te stappen.

Professionalisering, in product en partnerships

Daar heeft EDB de afgelopen tweeënhalf jaar flink aan gewerkt. “We hebben ons product geprofessionaliseerd: qua features, schaalbaarheid, replication en multi-masters”, somt Klein op. “En er zit meer in de pijplijn.” Sinds vorig jaar is het bedrijf ook partner van HP, waardoor het toegang heeft tot flinke middelen om test- en ontwikkelwerk verder uit te voeren. “Het gaat heel hard. We testen ook op 64-core HP-servers.”

Daarnaast geniet EDB al geruime tijd preferentiestatus op IBM’s pSeries-servers, tegenwoordig Power Systems geheten. Die krachtige Unix-servers draaien veelal IBM’s eigen DB2-database of PostgreSQL van EnterpriseDB. Daarnaast is EDB ook uitgeroepen tot Alliance Partner of the Year van serverleverancier HP. Inmiddels staat het databasebedrijf dan ook stevig in het rijtje naast Oracle, Microsoft SQL Server en IBM DB2.

Volgens onderzoeksbureau Gartner is EDB een serieuze bedreiging voor de gevestigde orde in databaseland. De marktvorser plaatst in zijn bekende Magic Quadrant leveranciers op basis van hun visie en hun uitvoering daarvan. Wat betreft de leveranciers van operationele database-managementsystemen is EDB een jaar geleden al geplaatst in het kwadrant voor Challengers. “Gartner komt één dezer dagen met een nieuw Quadrant, voor 2014, waarin we gestegen zijn in het leader quadrant”, verklapt Klein.

9 van de 10 dingen, voor 10% van de prijs

In het kwadrantenoverzicht van eind vorig jaar zat EDB nét boven de grens die Gartner trekt tussen de niche-spelers en de uitdagers voor de gevestigde orde. Het gaat hier om het Magic Quadrant voor operational DBMS, wat Gartner voorheen OLTP (Online Transaction Processing) noemde. De wereldwijde databasemarkt wordt door Klein ingeschat op een slordige 30 miljard dollar. “Tachtig procent daarvan is relationeel, en tachtig procent daarvan is Oracle”, schetst de EDB-topman de groeimogelijkheden voor zijn bedrijf.

Hij is daarin wel realistisch: “Er zal altijd wel Oracle nodig blijven, voor sommige toepassingen. Wij kunnen niet alles. Maar wel negen van de tien dingen, en dan voor tien procent van de prijs.” Vrijmaken van budget, correctie: van resources dus. Klein ziet in databases het derde IT-veld dat nu wordt ‘bevrijd’. Eerst was er Linux dat door met name Red Hat de zakelijke markt in is gebracht, legt de EDB-topman uit. Toen volgde middleware dat opkwam door Jboss (in 2006 overgenomen door Red Hat).

De databaserevolutie, na Linux en middleware

Nu is de database aan de beurt. Daarbij is er niet alleen de opkomst van alternatieve leveranciers zoals EDB. Tegelijkertijd speelt de trend van de zogeheten NoSQL-databases, als volledig ander systeem dan de traditionele relationele database. Klein ziet dat als een interessante ontwikkeling, die echter niet direct bedreigend is. “Het meeste databasewerk is transactioneel”, legt hij uit. Daarbij willen bedrijven waarborgen, die bijvoorbeeld abonnementen voor ondersteuning en 24x7 support hun geven.

EDB wil zich daarmee juist onderscheiden. Maar op technisch vlak neemt het de jonge, in ontwikkeling zijnde concurrentie wel serieus. Zo is ondersteuning voor het JSON-bestandstype voor NoSQL opgenomen in EDB’s ‘eigen’ PostgreSQL-software. “Het komt samen.” Daarmee wil de leverancier bedrijven keuze bieden, op weg naar de veelal onbekende toekomst. Cloud speelt daarbij ook een rol, waarbij EDB is gecertificeerd voor het snelgroeiende open source cloudplatform OpenStack. “Iedereen die Openstack noemt, heeft gelijk de aandacht van CIO’s.”

Op weg naar IT als utility

CIO’s staan namelijk op de uitkijk: ‘Wat is de nieuwe trend?’ Volgens Klein was cloud al een tijdje de trend, maar hij ziet meer heil in het benaderen van IT als een utility. Dat omvat ook cloud maar is daar niet toe beperkt. IT als nutsmiddel is geen verre toekomstmuziek, maar nu echt al aan de orde. “Zie supersuccessen zoals Salesforce”, verwijst de EDB-topman naar de bekende online-aanbieder van CRM (custromer relationship management). Aan de CIO de taak om te navigeren in deze veranderende wereld.

Door Jasper Bakker

]]>
Sat, 06 Dec 2014 08:00:53 +0100 Sandor Klein: ‘CIO, bevrijd je resources’ http://executive-people.nl/item/520736/sandor-klein-a-cio-bevrijd-je-resourcesa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'ReadyRECOVER is uitkomst voor het MKB' http://executive-people.nl/item/520740/readyrecover-is-uitkomst-voor-het-mkb.html ReadyRECOVER, de nieuwe back-up en restore oplossing voor het ReadyDATA opslagsysteem van NETGEAR, is een absolute uitkomst voor het MKB. Met die overtuiging brengen Arend Karssies en Eric Lindeman het volgens hen 'unieke' product naar het kanaal. “Onze data resellers lopen ermee weg”, vertelt Karssies. “Met ReadyRECOVER zijn wij de eerste technologieleverancier die ‘incrementele snapshots’ laat presteren als een volledige back-up.”

Met ReadyRECOVER kunnen bestanden, mappen, databases en zelfs volledige systemen snel en betrouwbaar worden hersteld. “Voor het MKB is zo'n oplossing voor databescherming ideaal”, weet country manager CBU Benelux Arend Karssies. “De oplossing is super betrouwbaar en goed betaalbaar met een gemiddeld MKB-budget. Natuurlijk, er zijn meer dan honderdduizend andere back-up oplossingen en 'integratiesamenwerkingen' tussen heel veel verschillende hardware en software vendoren. Maar wat dit uniek maakt: elke vijftien minuten een volledige back-up van servers, desktops, laptops, waar een agent ook maar op draait.”

Alleen incrementals

De truc is dat de software van ReadyRECOVER eenmalig een volledige back-up schrijft, en daarna alleen maar de incrementals. “Maar die incrementals zijn net zo betrouwbaar als een volledige back-up”, legt Karssies uit. “Dat is mogelijk dankzij de kracht van ons file system op ReadyDATA en de checks die gedaan worden op de achtergrond in de software integratie.” ReadyRECOVER maakt daardoor een uitstekende back-up, met een minimale impact op de resources van een bedrijf. “Het is genoeg om één keer een back-up te maken”, verduidelijkt Eric Lindeman, technisch specialist en beta tester bij NETGEAR. “Daardoor is de footprint op je storage en ook de belasting van je netwerk minimaal. Je hoeft iedere keer alleen maar een paar bitjes van snapshots over te drukken. Je krijgt een complete back-up van je data, zonder om de zoveel tijd een complete back-up van het volledige systeem te hoeven maken.”

Het systeem maakt een incrementele back-up, maar gebruikt die als een volledige back-up. Karssies: “Zo wordt de back-up ook gezien. Maar omdat de back-up incrementeel is, kun je hem veel sneller verplaatsen, naar het internet of een lokaal netwerk, dat maakt niet uit. Je back-up window wordt daardoor korter. Je kan een volledige image restoren.” Lindeman: “Je slaat een back-up iedere keer op als een virtual image. Heb je een virtualisatie draaien, dan is het mogelijk om de server waarvan je een back-up hebt gemaakt gelijk aan te roepen. Binnen een paar minuten heb je weer een volledig draaiende oplossing, die hooguit een kwartier achterloopt.”

Pure MKB-oplossing

ReadyRECOVER is een pure MKB-oplossing, die optimaal werkt in combinatie met ReadyDATA. De oplossing is geschikt voor MKB-klanten die het duurdere StorageCraft niet kunnen betalen. Karssies: “Bij StorageCraft moet je normaal gesproken een heel stuk managementsoftware kopen om je back-ups te verdichten naar één back-up. Maar in de samenwerking tussen ReadyRECOVER en ReadyDATA zit zoveel intelligentie, dat je met een minimale inzet van zowel capaciteit als performance het maximale eruit haalt, tot aan een volledig herstel van je virtuele of fysieke omgeving. Dat is de kracht van ReadyRECOVER: zowel virtueel als fysiek. We hebben bovendien en speciale agent voor de back-up van data die worden aangemaakt door Exchange, die is los verkrijgbaar. Daarmee kun je items herstellen op e-mail niveau.”

De licenties voor het nieuwe product, ReadyRECOVER in combinatie met ReadyDATA, zijn sinds het vierde kwartaal te koop. NETGEAR heeft de oplossing al volledig geïntegreerd in zijn storage en sales trainingen. “We hebben het 'gepitcht' bij tien resellers en die lopen er allemaal mee weg”, vertelt Karssies. “Ze zien dat de positionering aanvullend is. Werkomgevingen in het MKB met zes tot acht machines en een of twee servers, daarvoor is dit een heel mooie oplossing. Resellers zouden dit trouwens ook nog als een dienst kunnen aanbieden, als Back-up as a Service (BAAS). Bij NETGEAR Sales kunnen resellers een demo aanvragen, en er staat een demo online.”

]]>
Fri, 05 Dec 2014 16:21:58 +0100 'ReadyRECOVER is uitkomst voor het MKB' http://executive-people.nl/item/520740/readyrecover-is-uitkomst-voor-het-mkb.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Crowdologist Irma Borst: 'Succes niet gegarandeerd met crowdsourcing' http://executive-people.nl/item/520499/crowdologist-irma-borst-succes-niet-gegarandeerd-met-crowdsourcing.html Crowdsourcing is een bekende term, maar verder dan 'laten we de klant vragen wat ze willen', komen de meeste bedrijven niet. Laat staan dat ze zich realiseren dat zowel viral marketing, co-creatie, crowdfunding als user generated content onder de term vallen. Irma Borst, crowdologist zoals ze zichzelf noemt, vertelt tijdens een presentatie op initiatief van SupportmyIT over crowdsourcing. Succes is niet zomaar gegarandeerd is. Kwaliteit is altijd een uitdaging.

Irma Borst begon met haar promotieonderzoek naar het fenomeen voordat de term 'crowdsourcing' bestond. Ze startte met het onderzoek met een focus op open source business. Geen onderzoek naar open source technologie, maar naar hoe het achterliggende business model in andere initiatieven toegepast kan worden. Toen Jeff Howe de term 'crowdsourcing' introduceerde in het blad Wired, wist ze dat dit precies was, waar ze onderzoek naar deed: hoe activiteiten voor bedrijven worden uitgevoerd door enthousiasteling en vrijwilligers buiten het bedrijf.

Wisselend succes

Crowdsourcing bestaat uit meerdere vormen, namelijk co-creatie, viral marketing, self-service, user generated content, crowdintelligence, folksonomy en crowdfunding. In elk van deze vormen wordt de crowd om verschillende soorten input gevraagd. Bij crowdintelligence wordt gebruik gemaakt van hun kennis. In co-creatie draait het om creativiteit. Bij viral marketing om vertrouwen. Crowdfunding haalt financiële middelen binnen. Maar sommige vormen draaien simpelweg om tijd, door de crowd in te zetten voor eenvoudige taken.

Neem Wikipedia, waarbij een grote groep vrijwilligers in plaats van een aantal experts uit een bedrijf hun kennis vastleggen. Onderzoek toont aan dat door inzet van de massa, Wikipedia een groter aantal onderwerpen sneller weet te beschrijven dan de traditionele encyclopedie Britannica Online. Overigens vecht de staf van Britannica Online de methode van het onderzoek nog steeds aan. Zij geloven niet dat de kwaliteit van Wikipedia daadwerkelijk hoger is.

Een ander voorbeeld van crowdsourcing is Innocentive. Op dit platform worden problemen gepost waar bedrijven lange tijd aan hebben gewerkt, maar niet uitkwamen. De problemen worden voorgelegd aan communityleden, voornamelijk bètawetenschappers. Ze komen uit andere disciplines, waardoor ze een andere kijk op de bedrijfsuitdagingen hebben. Zo wordt meer dan twee derde van de problemen alsnog opgelost. Ondanks het uiteindelijke succespercentage, blijkt ook Innocentive een groot aantal kwalitatief lage oplossingen te krijgen, namelijk 94% van de inzendingen. Bewaken van kwaliteit is dan ook een belangrijk punt in crowdsourcing initiatieven.

Collaboratie versus competitie

De vraag blijft: waarom doen mensen mee met dit soort initiatieven? In eerste instantie werd gedacht dat mensen die vrijwillig activiteiten voor bedrijven verrichten gedreven worden door sociale motivatie, vertelt Borst, maar daar bleek geen bewijs voor. Mensen worden eerder gedreven door kennisvergaring en plezier. Dit is in principe gunstig voor bedrijven die crowdsourcing inzetten, omdat zij vrijwilligers niet hoeven te belonen.

Echter, een groot aantal mensen wordt ook door extrinsieke motivatie gedreven, zoals door beloning of status. De extrinsieke en intrinsieke motivaties sluiten elkaar niet uit; iemand kan zowel met plezier meewerken én door een beloning gedreven worden. Door beloningen te geven, nemen de kosten voor het bedrijf toe, maar de kwaliteit van het werk van de online vrijwilligers kan beter gestuurd worden. De vrijwilligers zullen aan criteria moeten voldoen om voor de beloningen in aanmerking te komen. Ze hebben dus een beter beeld van de gewenste kwaliteit.

Naast de keuze om crowdsourcing betaald versus onbetaald te laten verrichten, kan het crowdsourcing initiatief collaboratief versus competitief worden uitgevoerd. In een competitieve vorm werkt iedere deelnemer afzonderlijk aan zijn eigen oplossing, terwijl bij een collaboratie mensen samen aan een oplossing werken. Soms gebeurt dat iteratief: één begint, de volgende werk daarop verder et cetera. Competitie wordt gekozen als meerdere creatieve of innovatieve oplossingen worden verwacht, terwijl samenwerking wordt ingezet als aanvullende kennis gebruikt moet worden in de uiteindelijke oplossing.

Succes in goud

Het Amerikaanse bedrijf Goldcorp heeft gekozen om deelnemers aan hun crowdsourcing initiatief te belonen als ze succesvol meewerkten. Het werd eveneens een competitief initiatief. Niet zonder succes: het goudmijnersbedrijf stond op het punt om failliet te gaan en besloot tot een drastische stap. Alle kaarten van het goudwinningsgebied werden online gezet. Iedereen mocht mee zoeken naar nieuwe goudaders en voor de vinders wachtte dus een beloning. Het project bleek een enorm succes en dankzij crowdsourcing bleef het bedrijf gespaard van de ondergang.

 

 

Expert sourcing bij SupportmyIT

Ronald Tensen zet expert sourcing in met zijn bedrijf SupportmyIT. Het is een gesloten vorm van crowdsourcing. Met andere woorden: niet iedereen kan zomaar toetreden tot de crowd van SupportmyIT. Op die manier wil Tensen de kwaliteit van de crowd van ict-experts beter kunnen bewaken. Op een zelf ontwikkeld, online platform wordt de groep experts samen gebracht met klanten met een ict-probleem. Niet opgelost? Dan hoeft de klant niet te betalen. Dit moet de kwaliteit voor de klant verder garanderen.

 

Door Anne van den Berg

 

]]>
Tue, 02 Dec 2014 09:50:01 +0100 Crowdologist Irma Borst: 'Succes niet gegarandeerd met crowdsourcing' http://executive-people.nl/item/520499/crowdologist-irma-borst-succes-niet-gegarandeerd-met-crowdsourcing.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Veeam maakt data en applicaties altijd beschikbaar http://executive-people.nl/item/520476/veeam-maakt-data-en-applicaties-altijd-beschikbaar.html De wereldwijde omzet van back-up –en recoverysoftware groeide in 2013 met 6,8 procent tot 4,7 miljard dollar, aldus onderzoeksbureau Gartner. Deze groei was deels te danken aan het feit dat bedrijven en overheden behoefte hebben aan geïntegreerde oplossingen voor back-up en recovery in de cloud en informatiebeheer. Daarnaast is de back-up markt voor gevirtualiseerde omgevingen in trek. Deze markt is nu goed voor 3,6 miljard dollar en in 2018 voor 7,1 miljard dollar. Die groei wordt veroorzaakt doordat organisaties hun data en applicaties vaker in de cloud plaatsen, waarbij deze 24/7 beschikbaar en beschermd moeten zijn. “Veeam Availability Suite versie 8 is hierbij de gepaste oplossing met technologie voor back-up, recovery en beschikbaarheid voor datacenters en de cloud”, aldus Veeam ceo Ratmir Timashev. “Veeam-technologie werkt goed samen met andere technologieën zoals VMware, Microsoft, EMC, NetApp, HP en Cisco. De wereldwijde 27.000 Veeam channel partners kunnen daardoor hun klanten een goede back-up met een hoge beschikbaarheid bieden. Veeam helpt hiermee resellers te transformeren naar service providers.”

Ratmir Timashev, ceo van availability specialist Veeam, is een ‘self-made man’. Begin jaren negentig reisde hij als jonge afgestuurde technologie student vanuit Moskou met 300 dollar op zak naar de Verenigde Staten om aan de Ohio State University te studeren. Hij is altijd geïnteresseerd geweest in IT-business. Zo had hij een handelsbedrijf in Rusland dat IT-onderdelen verkocht. In Noord-Amerika werd hij wederom IT-ondernemer, onder andere van een online winkel in 1995. Later interesseerde hij zich voor virtualisatietechnologie en startte hij in 2006 met Veeam, dat back-up, disaster recovery en security-toepassingen levert voor virtual machines (vm’s) van VMware en Microsoft Hyper-V. Veeam verkoopt zijn software uitsluitend indirect via channel partners.

De zelfverzekerde ondernemer Timashev leidt zelf het bedrijf dat bewust niet-beursgenoteerd is, zodat aandeelhouders geen druk op hem kunnen uitoefenen. De komende jaren wil de ceo van Veeam verder groeien, net zoals de voorgaande jaren. “In 2014 stijgt de omzet van Veeam naar 380 miljoen dollar. In 2015 moet dat met 35 procent zijn gestegen naar 500 miljoen dollar. In 2018 wil Veeam de magische omzetgrens van 1 miljard dollar halen. De meeste omzet wordt gerealiseerd door resellers in de EMEA-regio. Daarna volgt Noord-Amerika waar we iets meer concurrenten hebben dan op het Europese continent.”

Service Provider

Veeam stond de laatste jaren bekend als de back-upsoftware leverancier voor virtuele omgevingen. De ceo van Veeam ziet nu voor resellers enorme groeikansen met cloud-gebaseerde back-up van data en applicaties die altijd beschikbaar moeten zijn. Timashev spreekt hierbij van ‘availability’ ofwel beschikbaarheid. “Beschikbaarheid is voor datacenters en serverruimtes belangrijker dan alleen maar back-up en recovery van data. Dat komt omdat het datacenter verandert door de combinatie van storage, virtualisatie en cloud. Een rto (recovery time objective of maximaal toegestane onderbreking) en rpo (recovery point objective of maximaal toegestaan verlies van data) van een enkele uren is niet meer van deze tijd. Daarom biedt de nieuwe Veeam Availability Suite Versie 8 back-up, data availability, disaster recovery en Cloud Connect. Deze oplossing zorgt voor een snelle rto van enkele minuten. Dat kan met snapshot-oplossingen van HP, EMC en NetApp, waarbij Veeam een tool biedt voor back-up en replicatiefuncties. Tevens ondersteunt Veeam Availability Suite Versie 8 ook applicaties zoals Exchange, SharePoint, SQL en Active Directory. Resellers kunnen met de technologie van Veeam een service provider worden en daarmee Disaster-recovery-as-a-service (DRaaS) aanbieden voor back-up, recovery, replicatie en beschikbaarheid van data in de cloud.”

Cloud Connect

Met Cloud Connect kunnen channel partners back-up, recovery en availability als een ‘as-a-service’ verkopen, aldus Timashev. “Veeam Availability Suite v8 met Cloud Connect biedt verder ook data replicatie en volledige continue spiegeling van data sets. Daarnaast biedt Veeam replicatie ondersteuning voor VMWare en Microsoft Azure in de cloud. Veeam Cloud Connect biedt Veeam-klanten een geïntegreerde manier om back-ups naar een offsite back-up repository te verplaatsen, die beheerd wordt door een zelfgekozen service provider. Hierdoor zijn investeringen in een eigen offsite-infrastructuur niet nodig. De service providers wordt een platform geboden om snelle en veilige back-ups naar de cloud te bieden aan klanten. Veeam Cloud Connect is zo op te zetten dat elke Veeam ProPartner een service provider kan worden en binnen tien minuten offsite back-updiensten aan zijn klanten kan aanbieden door gebruik te maken van de cloud-infrastructuur van de service provider of van VMware vCloud Air of Microsoft Azure.”

ProPartner

Veeam werkt nauwer samen met Microsoft en VMware om partners te helpen hun diensten op het gebied van beschikbaarheid uit te breiden naar de cloud. Veeam is de samenwerking met beide partijen aangegaan om ervoor te zorgen dat Veeam Cloud Providers (VCP’s) in staat zijn Veeam Cloud Connect te implementeren in Microsoft Azure en VMware vCloud Air. Hierdoor beschikken resellers en service providers over twee oplossingen die een einde maken aan de kosten, complexiteit en zorgen die gepaard gaan met het ontwerp en implementatie binnen een datacenter. “De integratie van Veeam Cloud Connect met Azure en vCloud Air is interessant voor bestaande en nieuwe leden van het Veeam ProPartner-netwerk die service provider willen worden en hun klanten beschikbaarheid in de cloud willen bieden, zonder te hoeven investeren in hun eigen cloud-infrastructuur, aldus Timashev.

3-2-1-regel

Veeam raadt IT-organisaties aan de 3-2-1-regel toe te passen: drie kopieën van data op twee verschillende media, waarvan er één offsite staat. Timashev: “Met Veeam Cloud Connect kan de IT-afdeling aan deze offsite-vereiste voldoen, zonder te investeren in offsite-beheer of een offsite–infrastructuur. De cloud resources zijn namelijk op aanvraag beschikbaar. Als onderdeel om een cloud gebaseerde beschikbaarheid te bieden, kondigde Veeam onlangs de Veeam Cloud Provider (VCP)-partners aan die ondersteuning bieden voor cloud back-up met Veeam Cloud Connect zodra de Veeam Availability Suite v8 beschikbaar komt.”

Unique Selling Points

Volgens Timashev heeft Cloud Connect veel unique selling points voor resellers. “Het biedt veilige en nauwe integratie tussen server en storage hardware. Zo werkt Veeam nauwer samen met HP’s hardware. Hierdoor kopen Veeam klanten sneller een HP server. Ook integreert Veeam Cloud Connect nauw met storage-systemen van EMC, NetApp en Netgear. Zo kunnen NetApp-partners en -klanten met Veeam heel veel gebruikmaken van snapshots. Veeam Availlability Suite Versie 8 integreert ook nauw samen met software, zoals Microsoft Exchange en Microsoft SQL.”

Volgens Timashev kunnen de 27.000 wereldwijde Veeam resellers,  nu binnen no-time een service provider worden waarbij ze zijn verzekerd van maandelijkse inkomsten met availabiliy diensten. “Gartner voorspelt dat 66 procent van de resellers zal verdwijnen, de overige 33 procent wordt service provider. Onze 25.000 resellers kunnen aansluiten aan het Veeam Cloud Provider-programma. Inmiddels verkopen duizenden resellers Veeam Cloud Connect, een multi-channel service met back-updiensten. Dit biedt resellers een additionele omzetstroom. Veeam Cloud Connect wordt alleen via het Veeam Cloud Provider-programma aangeboden. Resellers kunnen zo verder groeien als service provider.”

‘Goede job’

De ceo verklaart zelf waarom Veeam snel is gegroeid. “Een succesvol IT-bedrijf heeft drie dingen nodig: goede producten, goede sales & marketing en goede partners. Veeam heeft ze alle drie en daarom zijn we leider in de markt voor back-up en recovery voor virtuele omgevingen. We hebben deze ‘availability’-markt zelf gecreëerd omdat data en applicaties in een modern datacenter altijd beschikbaar moeten zijn voor de business. Zo kunnen organisaties hun concurrentiepositie versterken en meer services bieden. De IT-afdeling speelt hierbij een strategische rol. Business-afdelingen hebben geen behoefte aan een legacy back-up. Ze hebben juist de nieuwste oplossingen nodig voor beschikbaarheid. Maar met Veeam zorgen onze partners dat het moderne datacenter altijd beschikbaar is.”

Partners kunnen met Veeam Availabity Suite v8 hun klanten helpen met een hoge beschikbaarheid van een modern datacenter, aldus Timashev. “Partners zien de waarde van onze technologie voor het moderne datacenter. Veeam neemt een belangrijke plek in in moderne datacenters die gebruikmaken van de beste storage-, virtualisatie- en cloudtechnologie. Veeam zorgt dat data altijd beschikbaar is. Ons product is betrouwbaar en eenvoudig te beheren met ondersteuning van een toegankelijk partnerprogramma. Veeam en zijn channel partners doen samen een ‘goede job’, want we groeien. Ik zegt altijd tegen resellers: geef ons feedback. Zeg tegen ons wat voor sales- en marketingondersteuning je nodig hebt voor je verschillende klanten. Praat ook veel met IT-managers en IT-directeuren die nu bezig zijn met het bouwen van een modern datacenter in opdracht van de cio. Vervang daar oude back-upapplicaties voor de moderne Veeam availability-oplossingen. Laten we samen meer marktaandeel veroveren en groeien.”

Veeam gaat de komende jaren voor verdere groei. Daarbij heeft een Amerikaanse private equity investeerder uit een minderheidsaandeel van 5 procent in het bedrijf genomen. Veeam ziet onder andere groeikansen in data management en oplossingen voor OpenStack-omgevingen, aldus Timashev. “Daar willen we nummer één in worden. Komende jaren zullen we overnames doen en onze producten blijven we geheel via channel partners verkopen. Veeam blijft onafhankelijk, ik heb geen behoefte om een beursgenoteerd bedrijf te worden. Die visie past ook bij de trend om een niet-beursgenoteerd bedrijf te zijn. We kunnen zelfstandig met onze strategie groeien. Daardoor zijn we leider in de availability-markt die alleen maar verder groeit.”

Veeam Endpoint Backup Free

Het lijkt erop dat Veeam zijn zinnen heeft gezet op het worden van een speler in de markt van end-point back-upoplossingen. Daarvoor introduceert Veeam Endpoint Backup Free voor desktops en notebooks. Timashev: “Veeam staat er om bekend dat het gratis producten aan de developer community geeft. We bieden met Veeam Endpoint Backup Free complete functies voor IT-professionals in het mkb die voor organisaties back-ups moeten maken op notebooks. We wachten nu op de feedback van de community. We kijken daarna hoe we Veeam Endpoint Backup verder ontwikkelen, door bijvoorbeeld een full blow enterprise endpoint of server back-up oplossing van te maken. Veeam gelooft dat IT-omgevingen volledig geautomatiseerd worden, maar dat geldt niet voor een endpoint zoals een smartphone, tablet of notebook. Een eindpoint is altijd fysiek omdat mensen die altijd op zak willen hebben. Daarom willen we ook voor deze devices een betrouwbare oplossing bieden.”

Door: Witold Kepinski

]]>
Mon, 01 Dec 2014 16:21:40 +0100 Veeam maakt data en applicaties altijd beschikbaar http://executive-people.nl/item/520476/veeam-maakt-data-en-applicaties-altijd-beschikbaar.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
SAP: 'Nederland is rijp voor Design Thinking' http://executive-people.nl/item/520196/sap-nederland-is-rijp-voor-design-thinking.html SAP richt op allerlei plekken in de wereld AppHauses in. Zo’n AppHaus is een creatieve omgeving waar multidisciplinaire teams samen met klanten aan nieuwe, slimme, creatieve oplossingen werken. Design thinking, het non-conformistisch denken vanuit de gebruiker en het eindresultaat, staat hierin centraal. We spraken met Jeffrey Raskeyn van SAP over dit concept.

 'Traditioneel worden problemen vaak analytisch en rechtlijnig benaderd, vanuit de linker hersenhelft', zegt Raskeyn. 'Design Thinking richt zich echter op creatief denken vanuit de rechter hersenhelft. Dat moet leiden tot creatieve oplossingen die de gebruiker centraal stellen.' Het creatieve proces verloopt in zes fasen: Understand, Observe, Point of View, Ideate, Prototype en Test. 'Dat proces kost tijd, het is niet even in een vrij uur achter het bureau of in een vergaderruimte gedaan. Mede vanuit dat perspectief zijn de AppHauses ontstaan. Een AppHaus geeft creativiteit alle ruimte.'

Multidisciplinair

Belangrijk voor de AppHauses is het multidisciplinaire aspect. Dat daagt iedereen uit verder te kijken dan zijn eigen vakgebied. 'Experts kunnen van elkaar leren en inspiratie opdoen. Juist de combinatie van verschillende visies en disciplines werkt ontzettend stimulerend. De sfeer heeft wel wat weg van een tech-startup of reclamebureau.'

Volgens Raskeyn is de naam niet voor niets gekozen. 'Het is een eerbetoon aan Bauhaus. Deze kunststroming uit de jaren ‘20 van de vorige eeuw hechtte ook enorm veel waarde aan het combineren van disciplines uit allerlei richtingen.'

Heidelberg

AppHaus is inmiddels een succesvol concept. Momenteel staan ze in onder andere Parijs, Dublin, Shanghai, Los Altos en Bangalore. Een bijzondere vestiging staat in Heidelberg, vlakbij de SAP campus. Een bijzondere, volgens Raskeyn: 'Het is de eerste 'customer facing' AppHaus, gevestigd in een voormalige sigarenfabriek. Het team werkt er op 900 vierkante meter aan ruim 250 projecten. Klein en groot: van interface-ontwerpen tot complexe implementaties.'

De teams in Heidelberg werken gemiddeld aan tien tot twintig projecten tegelijkertijd. Tien van de 27 medewerkers zijn afkomstig uit SAP zelf. De rest komt 'van buitenaf', ieder met een totaal verschillende achtergrond. Officieel is de club onderdeel van het SAP Design Services Team, maar volgens Raskeyn zijn ze bewust buiten de eigen campus gevestigd. 'Zo houden ze een frisse blik op hun klussen.'

Nederlands AppHaus

Inmiddels gaan de eerste voorzichtige stemmen op voor een Nederlands AppHaus. Een aantal Design Thinking-enthousiastelingen bij SAP Nederland neemt hierbij het voortouw. 'Vier afgevaardigden zijn dit jaar afgereisd naar Heidelberg om het concept beter te leren kennen en te brainstormen over een mogelijke Nederlandse afdeling', zegt Raskeyn. 'Momenteel bekijken we of een Nederlands AppHaus haalbaar is en of deze een fysieke locatie moet krijgen.'

Tijdens deze sessies is ook het idee van een DesignEd ontstaan. 'Momenteel hebben we de TechEd-sessies, maar die zijn gericht op de techniek. De DesignEd zou kunnen starten als een zij-event en uiteindelijk zelfstandig kunnen worden. Hoe dan ook, Nederland is wat mij betreft rijp voor Design Thinking.'

In samenwerking met VNSG dat eerder een artikel hierover publiceerde

]]>
Mon, 01 Dec 2014 15:49:07 +0100 SAP: 'Nederland is rijp voor Design Thinking' http://executive-people.nl/item/520196/sap-nederland-is-rijp-voor-design-thinking.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
De keerzijde van de nieuwe economische realiteit: Zijn we naïeve digitale optimisten geworden? http://executive-people.nl/item/520342/de-keerzijde-van-de-nieuwe-economische-realiteit-zijn-we-naa-macr-eve-digitale-optimisten-geworden.html Een appartement huren voor je vakantie doe je goedkoop bij AirBNB, een taxi bestel je voordelig via Uber. Je kinderen werken op school met een iPad, en thuis bedien je met je tablet niet alleen de thermostaat, maar ook de televisie en de verlichting. Heb je nieuwe schoenen nodig? Ook die bestel je online en laat het de volgende dag keurig thuisbezorgen. Nieuwe technologische mogelijkheden maken ons leven vaak makkelijker, leuker en in veel gevallen goedkoper.

Maar, is er ook een keerzijde aan deze 'nieuwe economische realiteit'? Staan we vaak genoeg stil bij de impact die technologische ontwikkelingen hebben op onze economie en onze maatschappij? Stellen we voldoende kritische vragen, of laten we ons meeslepen door het luide 'halleluja' dat klinkt vanuit bedrijven als Google en Facebook? En hoe zou de rol van de overheid in dit debat eruit moeten zien?

Frits Bussemaker (voorzitter iPoort, partner CIOnet) ziet dat er tot nu toe weinig debat wordt gevoerd over deze vragen. Hier maakt hij zich zorgen over. “De gevolgen van technologische ontwikkelingen op de economie en de maatschappij als geheel zou een belangrijk onderwerp van debat zou moeten zijn, zowel in de politiek als daarbuiten”, stelt hij. Daarom organiseerde hij op 13 november een iPoort bijeenkomst met het thema: 'de digitale transitie – de keerzijde van de nieuwe economische realiteit.'

Executive-People sprak over dit onderwerp met de sprekers: Arda Gerkens (lid eerste kamer SP), Kees Verhoeven (lid tweede kamer D66) en Frans van der Reep (lector 'digital world' Hogeschool Inholland, spreker over dit onderwerp, strateeg bij KPN).

Is er een keerzijde?

Dat er wat aan de hand is, daar zijn Van der Reep, Verhoeven en Gerkens het over eens. Maar de definitie 'keerzijde' willen ze alle drie niet in de mond nemen. Gerkens denkt dat we het niet 'keerzijde' moeten noemen, omdat dit begrip een te negatieve lading heeft. “IT gaat onze maatschappij in toenemende mate veel kansen geven. In plaats van een keerzijde zou ik het willen zien als bezinningsmomenten.”

Dat die bezinningsmomenten ontbreken, ziet ook Frans van der Reep. “Of die keerzijde er is weet ik niet, maar we moeten er in ieder geval voor open staan. Dat gebeurt veel te weinig.” Verhoeven ziet ook geen reden om van een keerzijde te spreken. “In principe hoeft de digitale transitie geen keerzijde te hebben. Een transitie zal altijd een omslag meebrengen die voor spelers op de markt positief of negatief kan uitpakken, maar in principe zijn er meer positieve dan negatieve gevolgen.” Maar, zegt hij, we moeten er wel rekening mee houden dat het gebruik van nieuwe ICT en technologie mogelijkheden ook ruimte biedt voor misbruik. “Daarom moeten er goede afspraken worden  gemaakt voor gebruik van ICT en technologie.”

Geen technologiehater

Dat bezinningsmoment is precies dat wat Van der Reep mist. Hij ziet dat we weinig kritisch zijn als er nieuwe technologieën worden geïntroduceerd. “Tech is niet alleen fun, het heeft ook een evil kant. Er vliegen drones rond die op eigen gezag moorden. Dat vind ik levensgevaarlijk. Daar moeten we met elkaar iets van vinden. Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen technologiehater, ik vind dat we in een leuke tijd leven. Maar er is ook een donkere kant, en daar moet je voor open staan. Dat geldt voor de technologie die er is en zeker voor de technologie die er aan komt. We moeten zorgen dat we met elkaar die mechanismes begrijpen en dat we zelf de regie in handen houden. En dat begint met het stellen van de juiste vragen.”

Maar wat zijn die vragen die we zouden moeten stellen en die we niet stellen? Volgens Verhoeven spreken we te weinig met elkaar over waar we naartoe willen met de samenleving. “Omarmen we de nieuwe innovatie, of houden we het op afstand? Wat zijn de kosten van ‘gratis’ diensten zoals Facebook en Twitter? Zijn consumenten zich genoeg bewust van hun rol en hun rechten in nieuwe verdienmodellen van bedrijven?”

Hoe ver willen we gaan?

Ook Gerkens maakt zich hier zorgen over. “We gaan van een oude wereld naar een nieuwe wereld en de vraag is of wij wel in staat zijn om zo snel met die nieuwe wereld mee te komen. Ik maak me zorgen om de mensen die er heel enthousiast mee bezig zijn, the sky is the limit voor hen. Die mensen gaan ontwikkelen maar vergeten daarbij een aantal aspecten van het dagelijks leven te betrekken. Dat vind ik een serieuze bedreiging.

Daarom pleit ze ervoor om het debat hierover met elkaar aan te gaan. “We kunnen straks alles, maar wat doet dat met ons leven? Hoe ver willen we daar in gaan? Ik geloof dat we al tegen de grens aan zitten, of er zelfs al overheen zijn gegaan. Mensen zijn zich daar nog niet bewust van, want oorzaak en gevolg liggen in de IT heel ver uit elkaar. Het is pas een onderwerp van discussie, als het al gebeurd is. Als de gegevens op straat liggen of mensen er last van ondervinden. Een voorbeeld daarvan is Google Street View: dat ontlokte een discussie omdat mensen zich realiseerden dat zij op internet stonden. Maar die discussie ontstond pas, toen het er al was.”

Van der Reep noemt het toenemende gebruik van iPads op scholen als voorbeeld van een ontwikkeling waarbij we geen vragen bij gesteld hebben. “Voordat we een nieuwe technologie omarmen, moeten we er met z’n allen bij stilstaan of we dat wel moeten willen. Kijk eerst eens wat die Ipad met de ontwikkeling van ogen en hersenen van jonge kinderen doet. Misschien is het wel oké, maar je moet het niet klakkeloos aannemen. Je moet de vraag stellen.”

Gelatenheid

Maar waar komt die 'gelatenheid' vandaan? Zijn we niet slim genoeg? Is er een gebrek aan interesse voor deze onderwerpen in de maatschappij? Van der Reep stelt dat we afhaken als onderwerpen te abstract zijn om onszelf een voorstelling van te maken. “Neem bijvoorbeeld cybersecurity. Dat is veel te abstract voor ons en op abstracte zaken reageren wij niet. We reageren alleen op concrete zaken, waar een concrete context voor is. Het Amber Alert is daar een goed voorbeeld van: als je een Amber Alert krijgt, reageer je meteen want je hebt er een beeld bij. Bij bedreigingen online is dat niet zo, we hebben geen idee wat die inhouden. Tegen de tijd dat het wel concreet wordt, is de weg terug te lang.”

Ook Gerkens denkt dat we het lang niet altijd doorhebben als er wat aan de hand is en daarom ook niet of niet snel genoeg reageren. “Ik wil de vooruitgang niet stuiten maar er moet wel meer bewustzijn komen rond technische ontwikkelingen. Er moet een omslag in ons denken komen. Ik denk echter niet dat die omslag er komt, vooral omdat oorzaak en gevolg in de IT dus zover uit elkaar liggen. Dat is ook niet iets dat weggroeit met generaties. Op een gegeven moment gaan we voorbij de menselijkheid met de ontwikkelingen, puur omdat het kan.”

Verhoeven stelt dat er wel aandacht is voor de 'keerzijde', maar dat deze lang niet altijd wordt ingevuld als 'bezinningsmoment'. “Wat dit betreft wordt het debat teveel beheerst door hypes en politici die angstbeelden scheppen in plaats van mogelijkheden en kansen zien. Ze kiezen voor nachtmerries in plaats van een positieve visie voor de toekomst. Een goed voorbeeld hiervan is minister Lodewijk Asscher (PVDA) die waarschuwt voor robots die onze banen afpakken.” Deze kijk op innovatie is niet waar Verhoeven voor pleit. “Nieuwe technologie verhoogt de productiviteit van arbeid, wat economische groei mogelijk maakt. Waar we het wel over moeten hebben, is of de ontwikkeling en groei op een verantwoorde manier plaatsvinden. Wij pleiten voor groene, duurzame groei waarbij er op verstandige wijze gebruik wordt gemaakt van technologie en mogelijkheden.”

Ook Gerkens gelooft niet dat automatisering per se leidt tot een kille gerobotiseerde wereld, het beeld dat soms geschetst wordt. “Ik geloof juist dat je door automatisering meer ruimte en tijd hebt voor menselijk contact en dat je daar je maatschappij op moet gaan inrichten.”

AirBNB: wel leuk, maar is het ook fair?

Van der Reep ziet vreemde dingen gebeuren als gevolg van het gebrek aan aandacht van de politiek voor nieuwe technologische mogelijkheden en businessmodellen. “Het is handig dat we bij elkaar kunnen slapen via AirBNB, maar is het wel fair tegenover hotels? Een AirBNB appartement hoeft zich niet aan dezelfde regels te houden als een hotel, maar concurreert wel direct met hotels. Een ander voorbeeld is dat het fijn is dat je in de supermarkt zelf je boodschappen kunt afrekenen, maar wist je dat het praatje met de caissière voor veel oude mensen het enige sociale contact op een dag is? Die vragen worden niet gesteld. Ik vind dat wij te makkelijk doen en onvoldoende rekenschap geven van de impact op de ordening van de maatschappij waar mijn kleinkinderen in zullen leven.” Hij ziet het als een taak van de politiek om in debat te gaan over deze onderwerpen en in actie te komen. 

Goede en eerlijke regels

Als het aan Verhoeven ligt, komen die regels er ook. “Goede regels moeten ruimte bieden aan innovatie en het juist stimuleren. Een overheid moet niet in de weg staan met bureaucratie en regels maar juist een vruchtbare bodem creëren waarop nieuwe initiatieven kunnen groeien. Aan de andere kant moet er een eerlijk speelveld gecreëerd worden waar bestaande spelers op de markt en nieuwkomers gelijkwaardig worden behandeld. Consumenten moeten beschermd worden als dat nog niet (goed) geregeld is met bestaande regel- en wetgeving.”

Daarnaast is er ook in het onderwijs werk aan de winkel. “Kamerlid Paul van Meenen heeft er recent voor gepleit om programmeren een examenvak te maken op het voortgezet onderwijs. De minister en andere politieke partijen zien hier dan de noodzaak niet van in, vinden het dus niet belangrijk en vinden het huidige onderwijs voldoende. Veel mensen zijn bang hun baan kwijt te raken door ICT en automatisering. We moeten ons niet verzetten tegen vooruitgang maar zorgen dat mensen op de arbeidsmarkt goed om kunnen gaan met ICT en technologie en daardoor kunnen profiteren van vooruitgang. Dat begint met goed onderwijs en mogelijkheden om bij te scholen/om te scholen.”

Geen zwart klusbedrijf

Gerkens vindt dat de politiek wakker moet worden. “De economie, die gaat echt veranderen. Ons hele economisch bestel gaat op de schop en we hebben nog geen idee van hoe. We gaan terug naar een diensteconomie en een deeleconomie, er zijn fantastische nieuwe business modellen. Maar de oude en de nieuwe economie raken met elkaar verweven en ik denk dat je dat moet scheiden. Een carpoolsysteem is heel goed, maar als je daar een zwart klusbedrijf van gaat maken, dan moet je het hele idee veranderen.”

Hoewel Van der Reep hoopt dat de overheid wakker gaat worden en echt iets gaat doen, heeft hij er niet veel vertrouwen in. “Ik denk niet dat de politiek wakker zal worden. Ik denk dat er helemaal niets zal gebeuren, we laten dit gewoon over ons heen komen.”

En als we echt verder slapen...

Dan zien de geïnterviewden het somber in. “Er komen straks allemaal slimme auto’s die op elkaar zijn afgestemd. Maar één hacker en het is totale chaos”, zegt Gerkens. “En er wordt zoveel informatie opgeslagen en verzameld. Door slimme energiemeters weet men straks precies hoeveel stroom je gebruikt. Ze kunnen je kenteken opvragen of zien waar je met de trein allemaal komt. De techneuten beslissen dan hoeveel privacy ik heb.”

Verhoeven: “Als we op deze manier verder gaan zullen we bij elke ‘disruptieve innovatie’ er tegenaan lopen dat de huidige regelgeving geen antwoord biedt op nieuwe vraagstukken. Daarom moeten we er voor zorgen dat we een samenleving neerzetten waarbij we een visie hebben voor de toekomst. Daarbij hoort het maken van keuzes en de overheid dient de burger daar op democratische wijze bij te betrekken omdat het uiteindelijk ons allemaal aangaat.”

Naïeve digitale optimisten

Hoe de toekomst eruit ziet? Van der Reep: “Het politieke probleem is dat de oude wereld voorbij is en de nieuwe wereld er nog niet is. Dan krijg je een machtsvacuüm en dat is wat je in de wereld ziet op dit moment. Dat is een groot probleem. De technologie is daar een enorme accelerator in denk ik, we kunnen steeds meer en de vraag is of we dat wel zouden moeten willen. We zijn een soort naïeve digitale optimisten die maar doorlopen en dan constateren dat we in een wereld terechtkomen die we eigenlijk helemaal niet willen.”

]]>
Sat, 29 Nov 2014 08:11:42 +0100 De keerzijde van de nieuwe economische realiteit: Zijn we naïeve digitale optimisten geworden? http://executive-people.nl/item/520342/de-keerzijde-van-de-nieuwe-economische-realiteit-zijn-we-naa-macr-eve-digitale-optimisten-geworden.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Software-Defined Data Center is geen quick fix http://executive-people.nl/item/520192/software-defined-data-center-is-geen-quick-fix.html Software-Defined Data Center. Het is geen hard- of softwareproduct dat je zo van de schappen kan pakken. Het gaat zowel business als IT aan. Alle onderdelen van een IT-infrastructuur leren met elkaar praten, maar ook business en IT moeten helder krijgen over wat ze nu precies willen bereiken. Het Software-Defined Data Center is een staat waarin de IT-omgeving kan komen. De vraag om een SDDC komt echter vaak vanuit de business.

Het onderwerp klinkt technisch: Software-Defined Data Center. Het is ook logisch dat de IT-afdeling als eerst aan de slag gaat, maar idealiter komt de initiële vraag voor een SDDC vanuit de business. Al zou een chief executive officer misschien niet weten dat het die benaming moet meekrijgen. De businessvraag komt vervolgens weer voort uit mogelijkheden die innovaties en ontwikkelingen, gebaseerd op technologie, vandaag de dag kunnen bieden. Denk maar aan Internet of Things, social media of mobility.

Dat de ontwikkelingen vragen om een SDDC heeft te maken met het behalen van business doelstellingen. Bij grote bedrijven worden die alleen gerealiseerd als de software ondersteuning kan bieden. En als dat snel en efficiënt kan gebeuren. Met andere woorden: je wilt oplossingen binnen het bedrijf als een service aanbieden aan de business. Dat vraagt een andere benadering van je IT-infrastructuur, maar ook een andere benadering voor het uitzetten van business vraagstukken.

Het inzetten van oplossingen op het moment dat het nodig is, is ook het grote voordeel van een SDDC. 'Het is precies op tijd en voor zolang als je het nodig hebt', vertelt Peter van der Torn, Pre-Sales Consultant bij i3 Groep. Dat betekent dat kosten worden beperkt. Ook hoeft IT niet langer handmatig opslag, licenties of servers te regelen op het moment dat de business ondersteuning wilt. De afdeling kan zich dan richten op complexere IT-aangelegenheden in plaats van het bouwen van de fundatie.

Een volmaakt SDDC heeft een schil van een gevirtualiseerde server, opslag en netwerk. Daar binnen zitten hard- en softwareonderdelen die met elkaar en de server, opslag en netwerk automatisch communiceren op basis van de business logic layer die in de kern zit. Hier zijn business processen en de autorisatie van medewerkers in kaart gebracht. Overigens is het zo dat als er aan de ene kant iets verandert, dat dat direct invloed heeft op de andere lagen. Een holistische aanpak is dus noodzakelijk.

Geen SDDC-pakketje

SDDC kan alleen niet uit een kast worden getrokken en als een pakket worden geïnstalleerd. 'Het is een staat, die je infrastructuur kan bereiken', aldus Van der Torn. In de virtualisatielaag werk je toe naar standaardisatie zodat hard- en software altijd met elkaar kunnen communiceren. Aan de business kant creëer je een service catalogus, waarmee eindgebruikers kunnen aangeven welke oplossing ze nodig hebben. Door een reeks van beslispaden en -bomen wordt door één druk op de knop de juiste bronnen, abonnementen en functionaliteiten in gebruik genomen.

De eindgebruiker hoeft niet meer langs de IT-afdeling voor het creëren van IT-functionaliteit, maar dat betekent niet dat business en IT niet meer met elkaar communiceren. Zeker bij het opzetten van een SDDC zijn duidelijke afspraken noodzakelijk, vertelt Eric Meybaum, Pre-Sales Consultant bij i3 Groep. 'Business processen zijn de uitgangspunten. Maak afspraken over de voorwaarden oftewel service level agreements (sla's). Wie doet en mag wat? Binnen een SDDC is het mogelijk om al deze afspraken om te zetten in technische stappen om automatisering mogelijk te maken.'

Veel Nederlandse bedrijven zijn daarom nog helemaal niet zo ver dat ze een SDDC staat kunnen behalen. Op dit moment is tachtig procent bezig met het virtualiseren van de server, de opslag en het netwerk, vertelt Meybaum. 'Ze zijn bezig met het uitbannen van de verschillen tussen verschillende soorten hardware. Hardware moet universeel worden en probleemloos met elkaar en de software kunnen communiceren.'

Meybaum: 'Overigens zijn de meeste bedrijven al zo ver dat de server gevirtualiseerd is. VMware is een grote leverancier, maar ook Microsoft zet grote stappen in de markt met de oplossing Hyper-V.' Nu zijn steeds meer bedrijven aan het kijken hoe ze hun storage-oplossingen kunnen virtualiseren. Het virtualiseren van de netwerkstructuren is het lastigst, omdat netwerkfunctionaliteit zich moeilijk op generieke hardware laat plaatsen.

Legacy staat in de weg

De beste manier om met SDDC aan de slag te gaan en zowel IT als business aan de slag te zetten, is het opstellen van een roadmap. Idealiter doe je dat in een samengesteld team. 'Je moet kleine stapjes zetten', vertelt Van der Torn. 'Je kunt niet verwachten dat je morgen een SDDC hebt staan. Het is geen revolutie, zoals cloud bijvoorbeeld is, maar een evolutie. Dat is maar goed ook, want je hebt een stabiele basis nodig voor je infrastructuur.'

Hoe snel een bedrijf stappen kan nemen naar een SDDC-omgeving hangt af van de volwassenheid van het bedrijf. Hoeveel gestandaardiseerde hard- of software gebruikt een bedrijf? Welke business processen zijn al in kaart gebracht? Is de IT-afdeling in staat om de traditionele inrichting van de architectuur los te laten? Onderdeel daarvan is ook: wat is mijn adoptiegraad? Wat is het draagvlak? Wat is het gedrag van de organisatie als nieuwe diensten in gebruik worden genomen?

'Je gaat een reis maken', vertelt Van der Torn. 'Je moet als organisatie aan de slag, het is geen IT-feestje.' Toch heeft een groot deel van de bedrijven al de cultuuromslag gemaakt, zonder dat ze het weten, aldus Van der Torn: 'Door het nieuwe werken of mobiliteit worden diensten binnen het bedrijf al snel vormgegeven vanuit de business. Als medewerkers willen werken met tablets dan wordt het al snel gerealiseerd. Het is niet meer zoals de traditionele IT, die zegt: 'Dat hebben we niet, dus het kan niet.''

Auteur:Anne van den Berg

]]>
Wed, 26 Nov 2014 09:22:53 +0100 Software-Defined Data Center is geen quick fix http://executive-people.nl/item/520192/software-defined-data-center-is-geen-quick-fix.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
SAP helpt markt te ontwikkelen met Design Thinking http://executive-people.nl/item/520077/sap-helpt-markt-te-ontwikkelen-met-design-thinking.html Met ICT is vaak veel meer te doen dan op het eerste gezicht mogelijk lijkt. Organisaties kunnen met de nieuwste technologische middelen de verkoop doen stijgen. Maar dan moeten zij wel de juiste ideeën hebben over hoe zij klanten beter van dienst kunnen zijn. De methode ‘Design Thinking’ helpt hierbij doordat organisaties buiten de platgetreden paden komen. “Dat betekent wel dat partners ook met vertegenwoordigers van de business om de tafel moeten zitten. Het is een andere manier van werken met vaak verrassende resultaten”, zegt Jeffrey Raskeyn (foto), Director General Business & Partner Ecosystems bij SAP Nederland.

Eén van de belangrijkste veranderingen in het IT-landschap is, volgens Raskeyn, dat het niet meer om de moertjes en nippeltjes, ofwel de bits en bytes gaat. Het gaat om de resultaten van die techniek. Zijn collega Mark Raben,Head of Customer Innovations, valt hem bij. “Wat het meeste opvalt, is dat de invloed van software veranderd. Voorheen spraken we te vaak over de vernieuwing van de automatisering zelf. Nu gaat het om de inzet van informatietechnologie om andere bedrijfsmodellen in te richten of nieuwe markten aan te boren. Eerst lag de focus op de vernieuwing van IT, nu gaat het om innovatie door IT. Dat vereist een wezenlijk andere benadering van klanten door partners. ”Sinds enige jaren gebruikt SAP zelf de methode Design Thinking om baanbrekende ideeën met haar klanten te genereren. Verder gebruikt SAP Design Thinking om richting te geven aan de producten en diensten die het bedrijf zelf ontwikkelt.

Innovation Center

Raskeyn wijst in dit verband ook naar het Innovation Center van SAP. Dit is het bedrijfsonderdeel van het softwarehuis, dat de geestdrift van een startende onderneming koppelt aan de decennialange ervaring die SAP rijk is. De eindgebruiker staat hier centraal. En heeft natuurlijk dus ook een stem in het werk dat het Innovation Center uitvoert. “Het gaat om samenwerking. In het centrum werken we met klanten met wie wij al jarenlang een innige relatie hebben; groot en klein. Maar ook met start-ups die nog helemaal geen SAP software gebruiken. Wij willen weten waar hun behoeften liggen; zo kom je tot gezamenlijke vernieuwing. Die aanpak kunnen partners ook doorvoeren: samen met de klant tot een vernieuwende inzet van IT komen. Uiteraard zijn wij bereid hierin een ondersteunende rol te spelen. Samenwerking is cruciaal.”

Voetbal

De jongste technologische ontwikkelingen van SAP vinden we bij mobile computing met het SAP Mobile Platform, cloud computing met eigen datacenters en cloud ready software, en het snel analyseren van grote hoeveelheden gegevens met het in-memory platform SAP HANA. “Maar het gaat niet om de technologie”, zegt Raskeyn. “Het gaat om wat je ermee kunt doen. Dat zien we aan de voorbeelden die worden ontwikkeld in het innovatiecentrum. Zoals een applicatie die heel snel gegevens over sporters kan analyseren. Het Duitse voetbalteam op de wereldkampioenschappen in Brazilië gebruikte dit om de prestaties te verbeteren. Maar het is ook inzetbaar om gegevens over sporters aan fans te presenteren, zodat zij nog meer plezier aan de wedstrijd beleven.

Zelf invullen

Bij de gebruikelijke bedrijfssoftware zoals ERP is het duidelijk, zo legt Raben uit: "Dan heb je gewoon een pakket met bepaalde functionaliteit. Die kun je uitbreiden, of op een bepaalde manier inrichten, afhankelijk van de behoefte van de organisatie. Dat is geen sinecure en we hebben de hulp van partners hier vaak hard bij nodig. Met mobile en cloud ligt dat anders. Het gaat hierbij niet om een pakket, maar om een platform. Juist hierbij moeten partners goed nadenken over de rol die zij daarbij kunnen vervullen."

"Neem VeliQ”, vervolgt Raskeyn. “Deze partner heeft zich van meet af aan gericht op het vergemakkelijken van mobiel werken. Dat hebben ze gecombineerd met cloud computing. Op basis van het SAP Mobile Platform hebben ze zelf MobiDM ontwikkeld. Dit is een manier om in de cloud mobiele apparatuur te beheren. Ze bieden klanten de mogelijkheid om greep op de apparatuur te houden en combineren dit met de voordelen van de cloud. De oplossing is laagdrempelig in gebruik, klanten hebben geen technische hogeschool nodig om ermee te werken, en de oplossing is tegen lage kosten beschikbaar."

Keuze maken

Raben geeft aan dat mobile en cloud prioriteit hebben bij SAP als het gaat om het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten. Zo heeft het concern verscheidene vormen voor bedrijfssoftware geschikt gemaakt om via de cloud te gebruiken. Denk hierbij aan SAP All-in-One en Business byDesign.

Het is dan aan de partner of hij gebruik wil maken van de cloud-dienst die wij zelf aanbieden, of dat ze zelf een cloud-platform inrichten voor klanten. Raskeyn: "Ctac implementeert bijvoorbeeld Business byDesign met gebruikmaking van de public cloud van SAP. We zien bij onze huidige partners dat ze zich specialiseren, en daar succesvol mee zijn. Met generieke oplossingen maakt een partner immers geen verschil. Ze hebben zich vaak ook gericht op bepaalde sectoren, zodat ze hun kennis verdiepen over de bedrijfsprocessen die in deze specifieke markten plaatsvinden. Ze bieden dan zelf een cloud-toepassing aan."

Moeite

Raskeyn merkt in de praktijk dat de partners, maar ook hun klanten, moeite hebben met de vraag hoe zij het beste kunnen inspelen op de nieuwe ontwikkelingen. "Het gaat daarbij zoals gezegd niet zozeer om de techniek. Het gaat om de impact die dergelijke oplossingen kunnen hebben op de bedrijfsvoering en het concurrentievermogen. We hebben speciale programma's ingericht om onze partners daarbij te helpen."

Partners over SAP

Partners zijn te spreken over het Design Thinking concept van SAP. Henny Hilgerdenaar, CEO van Ctac: “In de loop der jaren hebben we veel ervaring opgedaan in verschillende sectoren: van manufacturing tot real estate en van retail tot wholesale. We kennen die branches dus als geen ander. Dat maakt dat we SAP-producten heel gericht kunnen afstemmen op onze klant. We ontwikkelen zelf bijvoorbeeld templates voor SAP HANA met geoptimaliseerde scenario’s. En hierbij kunnen we altijd rekenen op de ondersteuning van SAP.”

Frans Dagelet, directeur commercie bij Indicia: “Indicia heeft gekozen om puur de cloud-oplossingen voor klanten te willen realiseren. Door de continue investering van SAP in de cloud HCM kan Indicia haar domeinkennis optimaal inzetten om waarde te creëren. De waarde van SAP en Indicia's partnership wordt hiermee in elke case weer aangetoond.”

Martin Hoost, directeur bij Intenzz Nederland: “Innoveren is meer dan implementeren van nieuwe techniek. Het biedt de mogelijkheid om innovatieve ideeën op te doen en nieuwe paden te verkennen. Dit vraagt om een volledige andere visie op klanten, bedrijfsprocessen en IT. Daarom is de Intenzz Proof of Value Approach gebaseerd op het Design Thinking concept van SAP. Samen met SAP hebben wij deze methodologie omarmt om samen te werken aan een optimale customer experience. “

]]>
Tue, 25 Nov 2014 15:00:08 +0100 SAP helpt markt te ontwikkelen met Design Thinking http://executive-people.nl/item/520077/sap-helpt-markt-te-ontwikkelen-met-design-thinking.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Klanten onderschatten de impact van een SharePoint-implementatie' http://executive-people.nl/item/520165/klanten-onderschatten-de-impact-van-een-sharepoint-implementatie.html ICT-projecten die uitlopen, oneindig veel geld kosten of een online omgeving waar uiteindelijk niemand mee wil werken. Piet Vink, één van de directeuren van SharePointspecialist ETTU, heeft het allemaal gezien, maar kiest met zijn bedrijf voor een andere aanpak. Met een duidelijke project-aanpak voorkomt hij de hierboven beschreven situaties. Zonder de juiste aandacht voor alle facetten van een SharePoint-project gaat het volgens Vink altijd wel ergens mis. ETTU gaat daarom nog een stap verder dan andere partijen in de markt: de klant wordt door ETTU begeleid in het doorlopen van alle stappen die te maken hebben met het project. Een stap overslaan is er niet meer bij.

Vink ziet dat er niet altijd voor alle fases van een ICT-project voldoende aandacht is. “Wij hebben de laatste jaren gezien dat veel organisaties geld reserveren voor de realisatie van een project, maar eigenlijk al het andere daaromheen verwaarlozen. Dat kan betekenen dat er te weinig tijd en geld beschikbaar is, of dat organisaties zelf dingen willen doen waar ze niet in gespecialiseerd zijn.” Het gevolg daarvan is dat het project kwalitatief onder druk komt te staan.

Een kwalitatief goed ICT-project neerzetten begint al bij de initiatiefase. “Je moet heel goed begrijpen wat de klant wil: wie wil dat, waarom wil hij dat, wanneer wil hij dat en wat zijn eventuele knelpunten?” Die fase wordt vaak overgeslagen, terwijl het daar juist al verkeerd kan gaan. “Ik ben laatst bij een organisatie geweest, daar wilden ze een portaal in SharePoint. Maar wat blijkt, wat zij willen kan helemaal niet in SharePoint. Dus moet je andere afslagen gaan nemen.”

Iteratief ontwikkelen

Bij het functioneel ontwerp en technisch ontwerp kan er opnieuw van alles misgaan. “Meer en meer organisaties zeggen: laat dat maar achterwege, we gaan iteratief ontwikkelen. Wat je dan achteraf vaak ziet is dat wat ze wilden niet overeenkomt met wat er uiteindelijk gebouwd is. Daarom willen wij altijd graag een functioneel ontwerp. Zo weet je zeker dat het ontwerp bij de organisatie past. Hetzelfde geldt voor het technisch ontwerp. Dat heb je nodig als je een portaal gaat maken en aansluiting met andere systemen gaat zoeken. Als die er niet zijn moet je dus altijd maatwerk bouwen in de vorm van die koppeling. Dat is heel tijdsintensief. De koppeling tussen een portaal dat wij bouwen en andere applicaties wordt heel vaak onderschat en kan achteraf voor vervelende verrassingen zorgen als je het van tevoren niet goed in kaart brengt.”

Na de realisatie is het belangrijk dat de medewerkers op de juiste manier met SharePoint aan de slag gaan. “Hoe zorg je ervoor dat gebruikers ermee kunnen, willen en gaan werken? Dat zijn de drie belangrijke aspecten die je eigenlijk heel veel aandacht moet geven om het succesvol te laten zijn. Als je kijkt naar succesvolle SharePoint projecten, is denk ik 50 procent realisatie en de andere 50 procent zijn andere zaken zoals ontwerp, implementatie en adoptie.”

Als je geen aandacht besteedt aan training en coaching van medewerkers weten ze simpelweg niet hoe ze met SharePoint moeten werken. En belangrijker nog, ze willen er misschien niet mee werken. “Er is altijd weerstand tegen verandering. Mensen moeten op een andere manier gaan werken en communiceren. Als er teveel weerstand ontstaat en ze gaan er niet in mee, dan is je investering al waardeloos.”

Weerstand

Vink heeft dit in de praktijk weleens zien gebeuren. “Dan zeggen mensen: 'ik ga op deze manier geen documenten opslaan. Ik zet het gewoon niet op SharePoint.' Ze zeggen weleens dat het de oudere garde is die weerstand biedt, maar dat is ook niet helemaal waar. Die vinden het misschien lastiger, maar weerstand bieden is leeftijdsonafhankelijk.” Het is volgens Vink daarom essentieel dat organisaties aandacht besteden aan de adoptie van het project.

“Wij onderscheiden: willen, kunnen en doen. Willen is veranderingsmanagement, met name uitleggen waarom je het doet. Het kunnen is veel trainen en begeleiden. Cursusmaterialen, cursusfilmpjes en vele andere materialen. Doen is motiveren, op het moment dat mensen vastlopen, ze ter plekke helpen.”

In de meeste gevallen regelt ETTU ook het 'adoptieplan' van SharePoint voor de klant. “De klant kiest dan verschillende pakketten voor verschillende doelgroepen. Wij maken deze pakketten op basis van doelgroepanalyses. De organisatie moet snappen dat het een veranderingsproces is in plaats van een ICT project. En dat de gebruikers het moeten gaan doen en niet de techneuten. De techniek is redelijk simpel, dat komt wel op orde. Maar het gaat er om dat je die club meekrijgt. En dat wordt ontzettend onderschat.”

Transparantie en kennis

Dat er zoveel misgaat als organisaties voor het eerst met SharePoint aan de slag gaan, was voor Vink de reden om zijn boek 'Succes met SharePoint!' te schrijven. “Er zijn 12 boeken over SharePoint in Nederland, maar geen daarvan ging over het succesvol implementeren. Ze zijn allemaal toegespitst op de techniek. Het technische gedeelte is natuurlijk heel belangrijk, maar uiteindelijk gaat SharePoint over een andere manier van werken, transparantie en kennis delen, en niet om de techniek.”

Vink ziet een verschuiving in de relatie tussen aanbieders en afnemers. De klant en de leverancier werken steeds vaker als partners samen aan een project. Daar past ook de project-aanpak van ETTU goed bij: “Je moet intensief samenwerken met je klanten, de klant goed kennen, goed weten wat je aan die mensen hebt en zij moeten heel goed snappen wat jij doet en waarom je het doet. We geven de klant ook steeds meer advies. Als een klant zegt dat hij wil samenwerken, hebben wij consultants die alles weten over samenwerken. Business consultancy wordt steeds belangrijker in ons vakgebied. Al deze ontwikkelingen dragen eraan bij dat we samen met de klant het doel van de klant kunnen verwezenlijken. Want als je dat doel kan invullen, dan heb je die happy customer die je wilt hebben.”

Maaike Verschuren

 

]]>
Tue, 25 Nov 2014 06:20:56 +0100 'Klanten onderschatten de impact van een SharePoint-implementatie' http://executive-people.nl/item/520165/klanten-onderschatten-de-impact-van-een-sharepoint-implementatie.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Cloud moet functioneren als on-premise omgeving' http://executive-people.nl/item/520059/cloud-moet-functioneren-als-on-premise-omgeving.html NetApp verwacht de komende jaren weer verder te groeien door diverse nieuwe storage en infrastructuur technologieën te omhelzen voor de hybride cloud, waarbij eindgebruikers zelf bepalen waar ze hun data opslaan. NetApp biedt daarbij een Data Fabric strategie die moet zorgen voor een hoge databeschikbaarheid. Data Fabric bestaat uit technologie zoals hybride cloud, geïntegreerde oplossingen, flash storage, software defined storage en software die werkt met andere IT-merken, waardoor de bestaande IT-investeringen worden beschermd. “De cloud functioneert dan als verlengstuk van de on-premise omgeving”, aldus ceo Tom Georgens (foto) tijdens de NetApp Insight 2014 conferentie in Berlijn. Daar kwamen storage & data management professionals samen zoals system engineers, professional services consultants en channel partners.

Tom Georgens was speciaal naar Insight 2014 Berlijn gekomen om over de strategie en de toekomst van het bedrijf te vertellen tegenover de 3000 aanwezige partners en klanten. NetApp heeft een paar vlakke kwartalen achter de rug, maar de ceo is er van overtuigd dat zijn bedrijf genoeg potentieel heeft om verder te groeien. “De jaarlijkse omzet is 6,3 miljard dollar die wordt gedaan met onze 13.000 werknemers en channel partners. We staan wereldwijd op de derde plaats van de beste werkgevers. We zijn leiden de markt voor storage besturingssystemen met het Data ONTAP die verschillende workloads ondersteunt.”

NetApp is volgens Georgens vandaag de dag meer dan een storage leverancier. Het bedrijf levert naast Data ONTAP ook meer datamanagement software en infrastructuur oplossingen voor de hybride cloud waar drie op de vier eindgebruikers ook om vragen aldus Georgens. “We zijn vandaag de dag een ander bedrijf met een visie en aanbod op cloud, software & services en speciale oplossingen voor klanten.”

Equinix Cloud Exchange

De cloud is wat de ceo betreft meer een kans dan een concurrent van NetApp. Dat komt volgens Georgens omdat NetApp de technologie en koppelingen voor cloud infrastructuren levert, zoals voor publieke cloudaanbieders Amazon Web Services (AWS), IBM SoftLayer en Microsoft Azure. Daarop draaien de (saas) applicaties van softwareleveranciers waarmee NetApp nauw samenwerkt zoals Oracle, SAP en Microsoft. Service providers, zoals Equinix met zijn Equinix Cloud Exchange, springen daarop in door hun datacenters met NetApp technologie te koppelen aan AWS en Microsoft Azure.

ONTAP

Doordat bedrijven naast een on-premise omgeving ook een deel van hun IT en workloads verhuizen naar de cloud, is er ook behoefte aan technologie en diensten die zorgen dat data, informatie en applicaties altijd beschikbaar zijn. NetApp doet dit volgens Georgens door zijn vernieuwde aanbod van Data ONTAP, Cloud ONTAP, NetApp Private Cloud en OnCommand Cloud Manager. Gecombineerd maakt deze technologie het klanten mogelijk de hybrid cloud in gebruik te nemen zonder de controle over hun data te verliezen. Ook hebben zij de keuze uit een mix van private- en public-cloudresources. Data ONTAP 8.3 is geheel geschikt gemaakt voor de cloud. Clustered Data ONTAP 8.3 werkt in VMware, Microsoft, Citrix, OpenStack en OracleVM omgevingen waarin alle data vrij kunnen bewegen. Volgens Georgens biedt Cloud ONTAP IT-afdelingen voordelen; ze kunnen bijvoorbeeld met Data ONTAP verschillende andere merken storage systemen en arrays beheren zoals van EMC, IBM, HDS en HP. Cloud ONTAP maakt het mogelijk om een eigen storage omgeving binnen de public cloud van Amazon Web Services (AWS) in te richten. Dat kan vanaf een notebook, tablet of smartphone worden gedaan. 

Data Fabric

Een issue bij het overhevelen van data en applicaties naar de cloud is continue beschikbaarheid. Wat kan er precies wel en niet in de cloud? NetApp neemt volgens Georgens beperkingen weg met het Data Fabric concept, waarbij het datanetwerk in een cloud of storage pool nooit down gaat en altijd beschikbaar is. Volgens Georgens kan met Data Fabric de cloud als een extensie van de on-premise omgeving werken: “NetApp’s Data Fabric strategie biedt grip op public en private domeinen in een hybride cloud, waaronder van Microsoft Azure, Amazon Web Services en IBM SoftLayer.” Organisaties kunnen met Data Fabric hun data in interne en extreme datacenters opslaan, beheren, delen, archiveren en beschermen. NetApp Data Fabric ondersteunt het opbouwen van een hybrid cloud met business continuance & disaster recovery, cloud bursting, flexibele applicatie ontwikkeling en elasticiteit.

Riverbed SteelStore

Georgens zei tijdens Insight 2014 dat NetApp de komende jaren inspeelt op de wensen van klanten met zijn oplossingen voor cloud, hybride cloud, integrated solutions, flash, investment protection en software defined storage. Georgens ziet storage vooral richting cloud gaan: “Cloud biedt tal van voordelen zoals kosten-efficiency, tijdelijke opslag van data en back & up en archivering.” Daarom heeft NetApp recent de Riverbed SteelStore appliances overgenomen die disk-to-cloud en tape-to-cloud data kopiëren tussen datacenters van service providers. “Klanten kiezen het liefst voor hybride cloud, zodat ze zelf bepalen waar hun data wordt opgeslagen; in een geïntegreerde cloud of on-premise omgeving. Cloud moeten lijken op een on-premise infrastructuur.”

FlexPod

Klanten willen volgens Georgens de komende jaren vaker geïntegreerde oplossingen aanschaffen die diverse workloads en applicaties ondersteunen. NetApp biedt hiervoor de FlexPod die bestaat uit NetApp storage, Cisco UCS en VMware virtualisatie technologie. FlexPod wordt geleverd in drie versies. FlexPod Select is gebaseerd op de NetApp SAN E-series reeks die kan worden ingezet voor high performance computing (hpc) workloads. De FlexPod Express is een compacte serverruimte oplossing die onder andere vdi-omgevingen ondersteunt. Ten derde is de FlexPod Datacenter versie voor real-time data center workloads. FlexPod is één van de best verkochte systemen in de markt voor geintegreerde infrastructuur. Sinds de introductie van FlexPod in 2010 is er meer dan drie miljard dollar aan omzet verkocht. FlexPod wordt in verschillende branches ingezet zoals telecommunicatie, gezondheidszorg, retail en de overheid.

Referentie architectuur

Verder zien Georgens de strijd tussen server en storage leveranciers oplaaien. “Storage leveranciers winnen steeds meer klanten omdat ze steeds meer referentie architecturen bieden met best of breed componenten, integratie en support tegen een minimale risico voor klanten”, aldus Georgens. Netapp biedt enkele tientallen verschillende pre-gevalideerde en referentie oplossingen voor verschillende workloads en applicaties, zoals Microsoft, SAP, VMware en Citrix, voor cloud computing, hpc, datacenter consolidatie en Big Data. De kracht van NetApp is volgens de ceo het brede aanbod van technologie zoals Data ONTAP en database integratie met snapshot functies zoals SnapMirror en SnapVault.

Flash storage

Flash wordt een steeds meer belangrijk onderdeel in de storage hiërarchie, aldus Georgens. “Flash kan je onder andere inzetten voor workloads zoals databases. Maar gebruik niet overal flash storage. Gebruik flash als het echt nodig is, zoals bedrijfskritische applicaties. NetApp levert de FlashRay die werkt met het Mars besturingssysteem. Flashray maakt gebruik van triple level cell (tlc) flash technologie dat volgens NetApp zorgt voor een hogere storage densiteit en lagere kosten voor het gebruik van solid state storage (ssd’s). Triple level cell (tlc) flash slaat 3 bits per cell in ssd’s op, meer dan mlc’s 2 bits/cell en slc's 1 bit/cel.

Investeringen beschermd

NetApp zegt veel nieuwe technologie te bieden, maar benadrukt dat klanten niet afscheid hoeven te nemen van hun oude IT-infrastructuur, aldus Georgens. “Met ‘investment protection’ biedt NetApp zijn klanten een brug naar de toekomst. Klanten willen niet zomaar afscheid nemen van bestaande IT-omgevingen. NetApp heeft als beleid investeringen van klanten te beschermen en die goed te laten samenwerken met NetApp technologie, zoals software defined storage. Dat is het punt waar cloud en enterprise data management samenkomen waarbij ONTAP OS breed ingezet kan worden. NetApp ONTAP werkt prima met andere merken storage, zoals van IBM, EMC en HP. ONTAP werkt daarbij prima met virtuele machines van bijvoorbeeld VMware en Hyper-V en met publieke cloudomgevingen zoals Microsoft Azure en Amazon Web Services (AWS). NetApp ONTAP zorgt dat de cloud een verlengstuk wordt van de bestaande on-premise omgeving.”

Door: Witold Kepinski

]]>
Sat, 22 Nov 2014 10:32:30 +0100 'Cloud moet functioneren als on-premise omgeving' http://executive-people.nl/item/520059/cloud-moet-functioneren-als-on-premise-omgeving.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Arnoud Klerkx, Sanoma Learning: 'Het gaat om digitale producten, niet om ... http://executive-people.nl/item/520021/arnoud-klerkx-sanoma-learning-het-gaat-om-digitale-producten-niet-om-technologie.html In zijn vorige functie in een meer klassieke ‘CIO-rol’ was hij vooral ‘die man van de IT’. Nu is hij als een ‘Chief Digital Officer’ verantwoordelijk voor een ingrijpende digitale transformatie van de business, vanuit de Raad van Bestuur. Executive-People sprak met Arnoud Klerkx over zijn visie op technologie en de uitdagingen waar hij als Chief Business Technology Officer bij Sanoma Learning mee te maken heeft.

Arnoud Klerkx is Chief Business Technology Officer bij Sanoma Learning. Hij heeft een lang track record in IT. Hij is zijn carrière begonnen in consulting bij Accenture. Vervolgens heeft hij zeven jaar gewerkt bij Gartner, waar hij zich bezig hield met boardroom advisering op het gebied van IT strategie, outsourcing, IT-investeringen, reorganisaties en benchmarking. Na Gartner heeft hij leidinggevende functies gehad bij Robeco en Ziggo. Vanaf dit voorjaar is hij werkzaam bij Sanoma Learning in een functie waarvan de taakomschrijving naadloos past bij de ‘Chief Digital Officer’ waar Gartner op dit moment veel aandacht aan besteedt.

Sanoma Learning richt zich op het maken van lesmethodes voor lagere school, middelbare school en het mbo. Sanoma Learning is actief in vijf Europese landen, en levert leermiddelen in meer dan veertig landen wereldwijd. Het heeft een leidende positie in haar markten en in de digitalisering binnen het onderwijs. Intern werken er 1600 mensen, daarnaast zijn er nog ongeveer 3000 auteurs die de content verzorgen.

Digitale workflow

Klerkx benadrukt dat het hierbij gaat om leermethoden, wat meer is dan alleen een paar lesboeken. “Stel je voor dat je biologieleraar bent op een middelbare school. Dan heb je iedere schooldag zes verschillende klassen te onderwijzen”, zegt hij. “Als een leraar deze lessen allemaal elke dag  moet voorbereiden, dan is dat veel werk. Wij maken integrale lesmethodes waardoor die leerkracht efficiënt zijn lessen kan voorbereiden en elke les precies weet wat en hoe hij kan onderwijzen. Wij noemen dat ‘de workflow’. En met onze lesmethodes zorgen we ervoor dat leerlingen ook gemotiveerd worden en blijven om te leren. Door het volgen van de workflow en in combinatie met een gemotiveerde leerling, is de docent ook verzekerd dat de leerlingen aan het einde van het schooljaar de benodigde kennis zullen hebben.”

De belangrijkste opdracht die Klerkx als Chief Business Technology Officer heeft meegekregen, is vorm te geven aan de digitale transformatie van Sanoma Learning. “Dat gaat verder dan E-books”, zegt hij, “dat station is allang gepasseerd. Het gaat om de verdere digitalisering van de hele lesmethode. Denk daarbij aan het gebruik van meerdere kanalen: een e-book, tablets en de computer, maar ook aan de digitalisering van de eerder genoemde ‘workflow’.”

“Ook kun je dan met analytics aan de slag. Je kunt kinderen bijvoorbeeld thuis digitaal huiswerk laten maken. Voordat ze de volgende dag in de klas zijn, kan de docent al zien hoe ze dat gedaan hebben. Hierop kan de docent vervolgens een les voorbereiden dat weer inspeelt op de resultaten van het huiswerk. Dat werkt efficiënt voor de docent, verhoogt de motivatie bij de leerling en zal zorgen voor een beter leerresultaat”.

Gepersonaliseerd leren

“Big data is ook in onze branche heel belangrijk. Je kunt op basis van de instructie, oefeningen en testen van de kinderen veel analyses uitvoeren om te zien hoe de kinderen zich ontwikkelen. En deze informatie kun je aan de leerkrachten geven in dashboards, waarin ze zien hoe de voortgang is, wat goed gaat en wat niet. Uiteindelijk gaan we toe naar gepersonaliseerd leren.” Met beschikbare data kan dan per leerling een individueel leertraject worden opgebouwd, wat betere leerresultaten zal geven.

De tweede opgave voor Klerkx is zoveel mogelijk synergie te halen uit de investeringen die de organisatie doet op digitaal vlak. “Het doel is om ervoor te zorgen dat alle landen met elkaar samenwerken, en niet allemaal voor zichzelf bezig zijn. De manier van onderwijzen is per land weliswaar verschillend en de dynamiek in de markt is ook heel anders. Maar wanneer wij een platform ontwikkelen waarop leerlingen thuis huiswerk kunnen maken, is de technologie herbruikbaar voor ieder land.”

Om dit voor elkaar te krijgen is Klerkx lid van de Raad van Bestuur, is hij onderdeel van de business en rapporteert hij direct aan de CEO. “Dat vond ik erg aantrekkelijk aan deze functie. Heel vaak zit een CIO onder de board. Bij Ziggo bijvoorbeeld was ik veel meer ‘die man van de IT’. Dat is nu heel anders. Dat is een enorme omslag. We hebben het niet meer over technologie, “wanneer is dat systeem eens klaar?”, maar over het opleveren van digitale producten.”

Over de basis van IT, bijvoorbeeld het datacenter en de werkplekken hoeft hij zich niet druk te maken. Daar is een directeur IT voor verantwoordelijk die aan de CFO rapporteert. “Daarmee kan ik me in deze rol dus maximaal richten op de digitale transformatie. Daarom ben ik ook de CBTO, omdat ik me richt op de businesskant en niet op de back office-systemen. Daar zit ook de grootste toegevoegde waarde voor het bedrijf.

Hij ziet een aantal uitdagingen. “De eerste is natuurlijk wel dat je resultaten moet boeken, dat verandert nooit. De tweede is dat de timing van digitalisering uitdagend is, je kunt ook wel eens te snel zijn. We hebben onlangs een nieuw digitaal product gelanceerd dat achteraf gezien een paar jaar te vroeg is gekomen, omdat de markt er nog niet klaar voor was. Je moet dus heel goed kijken wanneer de markt er klaar voor is. Pushen heeft niet altijd zin.

De digitale transformatie staat volledig centraal binnen onze organisatie en is al heel concreet. “Dat komt onder meer doordat we een aantal succesvolle digitale producten op de markt hebben gezet, dan begint het echt te leven. Sanoma Learning loopt ook echt voorop in de markt met haar digitalisering. Wat ook goed werkt is dat er in ieder land een directeur Business Technology in de directie zit. Dat maakt de lijnen heel kort. En we hebben vaak uitwisselingen van showcases aan elkaar. Een mooi voorbeeld hiervan is dat we in België een huiswerkplatform voor lager onderwijs hebben geïntroduceerd: Bingel. Vorig jaar is ‘bingelen’ zelfs een officieel werkwoord geworden in België. Dat product hebben we in september in Zweden geïntroduceerd.”

Zijn belangrijkste les is dat alles begint bij de business. “Het gaat er in mijn rol niet over om de technologie naar binnen te duwen. Help de business met het begrijpen van de toegevoegde waarde van technologie. Daarnaast hoort in deze tijd technologie in de boardroom thuis. En een goed advies is: begin klein. Al die grote digitale programma’s die honderden miljoenen kosten en vijf jaar gaan duren, is voor digitalisering echt de verkeerde aanpak. Doe het agile, en werk schouder aan schouder, business en IT, aan het resultaat.”

]]>
Sat, 22 Nov 2014 08:00:58 +0100 Arnoud Klerkx, Sanoma Learning: 'Het gaat om digitale producten, niet om technologie' http://executive-people.nl/item/520021/arnoud-klerkx-sanoma-learning-het-gaat-om-digitale-producten-niet-om-technologie.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Fujitsu pakt uit op Forum in München http://executive-people.nl/item/520053/fujitsu-pakt-uit-op-forum-in-ma-frac14-nchen.html Veel partners en klanten van Fujitsu gingen half november 2014 mee naar het Fujitsu Forum in München, het op de Cebit na, grootste IT-evenement in Duitsland. De Nederlandse vestiging wilde laten zien wat ‘human centric innovation’ betekent. Het Japanse bedrijf pakte namelijk flink uit bij onze oosterburen en toont wat het heeft aan producten en diensten.

Op 19 en 20 november 2014 was München het toneel van Fujitsu. Er komen zo’n 12.000 mensen naar het evenement. Raimond van het Reve (foto), Head of Channel Sales bij Fujitsu Nederland, is er vol van: “Het is echt heel groots; je kijkt er je ogen uit.” 

Partners, klanten en prospects gaan elk jaar mee naar Duitsland. “Ons bedrijf heeft zo veel producten en diensten; daar heb je echt een heel groot evenementengebouw voor nodig om het te kunnen tonen. Wij hebben natuurlijk in Nederland ook een jaarlijkse partnerdag, maar pas in Duitsland krijgen ze echt een idee van het brede portfolio dat we voeren.”

En natuurlijk is er jaarlijks een bindingselement gedurende het bezoek. “Wij werken alleen met partners die zich aan ons committeren. Wij doen dat tenslotte ook: we verzorgen trainingen, we gaan mee als ondersteuning naar klanten, mocht dat nodig zijn, we voorzien onze partners van alle gewenste informatie, al dan niet online, maar daar staat wel tegenover dat zij zich bijvoorbeeld goed inlezen in onze visie, onze strategie, onze producten en diensten. Wij hebben leads genererende programma’s voor onze partners die samen met ons optrekken. We verwachten dat ze niet alleen voor de gezelligheid meegaan. Daarmee zouden zij zichzelf trouwens tekort doen, want de belangstelling voor ons bedrijf is goed gegroeid de afgelopen jaren. We hebben interessante klanten weten te bedienen; via onze partners.”

Geïntegreerd systeem

Fujitsu wil zich bijvoorbeeld onderscheiden door geïntegreerde systemen aan de man te brengen. Daar ligt ook enigszins de achtergrond van ‘human centric innovation’: de IT-fabrikant zorgt voor de technische invulling, zodat er meer ruimte is voor de menselijke invulling van automatisering. Neem bijvoorbeeld Fujitsu Integrated System Appliance for VMware EVO: Rail, een appliance voor geïntegreerde systemen die onder VMware draaien. Het biedt een datacenter infrastructuur in één ‘doos’; eenvoudig in het rack te schuiven, aan te sluiten en in het totale platform op te nemen. Van het Revel:“Veel mensen klagen erover dat het zo lang duurt voordat de implementatie van aanvullende rekenkracht of opslag is geïmplementeerd in het datacenter. Dat lossen wij op met deze appliance. Het scheelt veel tijd.” Het hardware platform voor deze appliance is de Fujitsu Server Primergy CX400, geoptimaliseerd voor VMware EVO: Rail. Behalve hogere prestaties (de Fujitsu x86 servers staan op dit moment bovenaan bij 9 van de 13 WMmark benchmarks), zorgt deze server voor tot 27 procent minder energie door het Coo-safe thermisch ontwerp.

Hyperconnected World

De nadruk bij Fujitsu ligt op de ‘Human Centric Intelligence Society’. Niet alleen in de producten en diensten, maar ook bij de talloze presentaties en workshops in München. Het portfolio van de Japanse fabrikant is ontworpen rond de Hyperconnected World. Deze term is gemunt door het World Economic Forum en duidt erop dat steeds meer mensen én dingen met elkaar verbonden zijn. Dat heeft verregaande gevolgen voor het automatiseringsplatform. Het technische centrum van deze verbonden wereld is het Internet of Things. De digitale wereld waarbij je op afstand met bijvoorbeeld een smartphone of tablet allerlei apparaten kunt bedienen: van koelkast tot auto, van wasmachine tot verlichting.

De technologie is er al; bedrijven kunnen steeds sneller innoveren, omdat ze bijvoorbeeld snel simulaties kunnen uitvoeren, of 3D-tekeningen kunnen maken. Als iedereen toegang heeft tot de modernste technologie, wat is dan de sleutel tot succes in de Hyperconnected World? Het antwoord van Fujitsu: de mensen. Zij maken het verschil. “Dat doen wij bijvoorbeeld door veel contact te onderhouden met onze klanten, via onze partners. We doen dat niet meteen om iets te verkopen, maar om met elkaar te bespreken of we kunnen helpen bepaalde uitdagingen aan te gaan. We stellen graag onze kennis ter beschikking”, vertelt Van het Reve.

Opnieuw uitvinden

De samenleving verandert snel en grondig als gevolg van automatisering en de mogelijkheden die betrouwbare netwerken als internet bieden. Fujitsu helpt de IT-oplossingen robuust en veilig te maken zodat organisaties nieuwe waarden kunnen creëren voor hun klanten. Het bedrijf draagt bij aan het proces waarlangs organisaties zich opnieuw uitvinden.

Human Centric Innovations is een nieuwe benadering om bedrijfs- en sociale waarde te scheppen door oplossingen te bieden die mensen, informatie en infrastructuur bij elkaar brengen. “In deze visie komen de elementen samen die tegenwoordig een belangrijke rol spelen”, licht Van het Reve toe. “De mens staat centraal met daaromheen, in de buitenste schil, big data, beveiliging, cloud, software defined connected infrastructure, mobiliteit, en integratie. Die onderwerpen zijn alle met elkaar verbonden en scheppen een nieuwe wereld waarbinnen organisaties hun eigen rol moeten zien te vinden. Wij ondersteunen daarbij.”

Digitaal ecosysteem

Juist door die onderlinge verbondenheid vormen bedrijven, overheden, partners en klanten met elkaar een digitaal ecosysteem. Vernieuwing ontstaat niet meer binnen de grenzen van één bedrijf of overheidsorganisatie. “Fujitsu voorziet een toekomst waarbij een ‘gedistribueerd bedrijf’ een open web-achtige vorm heeft dat zowel particuliere bedrijvigheid als openbare instanties omvat en zich uitstrekt over verschillende bedrijfssectoren. Dergelijke open digitale ecosystemen hebben twee kenmerken”, vertelt Van het Reve, “schaalbaarheid en verscheidenheid. Zij zijn in staat producten en diensten te leveren die niet veel kosten en toch een hoge toegevoegde waarde bieden.” Hij voegt eraan toe dat Fujitsu deze filosofie in de eigen bedrijfsvoering al toepast. “Wij zoeken naar nieuwe, eigentijdse oplossingen in nauwe samenwerking met onze partners en klanten.”

Door: Teus Molenaar

]]>
Fri, 21 Nov 2014 15:15:03 +0100 Fujitsu pakt uit op Forum in München http://executive-people.nl/item/520053/fujitsu-pakt-uit-op-forum-in-ma-frac14-nchen.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Infor richt al zijn pijlen op de cloud http://executive-people.nl/item/519983/infor-richt-al-zijn-pijlen-op-de-cloud.html Bedrijfssoftware-leverancier Infor hield 13 november zijn jaarlijkse Nederlandse klantendag (Inforum) in Amsterdam. Het Okura-hotel vormde het decor van een druk bezocht klantenfestijn dat vooral in het teken stond van cloudcomputing. Dutch IT-channel was erbij en sprak met Infor topmanagers Duncan Angove en Stephan Scholl.

“Het gaat ons goed”, zegt President Stephan Scholl van Infor: “Wij hebben in de laatste vier jaar onze omzet bijna verdubbeld naar nu rond de drie miljard dollar en we schrijven de laatste zes maanden dubbele groeicijfers. Dat is uniek in onze markt en om dat voort te zetten, hebben we de flexibiliteit nodig die Amazon ons biedt met zijn AWS-platform voor wat de infrastructuur betreft.” Met Amazons AWS raakt Scholl direct aan de kernboodschap van het onlangs gehouden Inforum-event in Amsterdam. Want de belangrijkste boodschap die Infor zijn klanten daar voorhield was dat het bedrijf volledig klaar is voor de cloud. Daarbij focust het zijn aandacht zelf volledig op de applicatie, terwijl het voor de onderliggende infrastructuur een hechte samenwerking is aangegaan met Amazon. En bedrijven die hun data niet aan dat bedrijf willen toevertrouwen, kunnen Infors software natuurlijk ook altijd nog ‘on premises’ draaien. Maar cloud is de toekomst waarop nu ook Infor al zijn pijlen richt. En één pijl heeft al doel getroffen. “Afgelopen kwartaal hebben we de grootste deal in de geschiedenis van Infor gesloten, en dat was een cloud-deal”, verklapt Scholl, die de naam van de klant nog niet kon noemen.

De weg omhoog is vier jaar geleden ingeslagen met het binnenhalen van de voormalig Oracle-president Charles Phillips als CEO. Met Phillips maakten nog wat meer Oracle-mensen de overstap naar Infor, waaronder Angove en Scholl. Onder Phillips werd er meer geïnnoveerd en ging er flink meer geld naar onderzoek en ontwikkeling.

Maart dit jaar lanceerde Infor zijn Infor CloudSuite, een groep branchespecifieke applicatiesuites die beschikbaar komt via de publieke cloudservice van Amazon (AWS). En in september werd Infor Xi aangekondigd, Infors nieuwste technologieplatform dat is gebaseerd op het Infor 10x-platform en zaken herbergt als ‘responsive design’ en ‘big data analyses’.

Design

De ook al door Phillips geëntameerde focus op ‘beautiful design’ kwam uitgebreid ter sprake op Inforum. Infor rekent af met ‘the tyranny’ van de super user, zo luidt de belofte. Het wil af van de ingewikkelde (‘ugly’) interfaces van gisteren en die vervangen door gelikte schermen op laptop, tablet of mobiel, waarop precies die functionaliteit is terug te vinden die de gebruiker nodig heeft. Maar dé gebruiker bestaat natuurlijk niet. Als het bijvoorbeeld voor de ‘gewone’ gebruiker allemaal een stuk eenvoudiger wordt, kan de super user – een gebruiker die als het ware is gecreëerd door de rijke feature-set van Infors software – dan nog wel aan zijn trekken komen? “Dat is een gerechtvaardigde vraag”, antwoordt Duncan Angove, eveneens President bij Infor. “Maar waar het bij een goed design nu juist om draait, is dat je vereenvoudigt zonder dat dat ten koste gaat van de functionaliteit. En dat is heel moeilijk, maar onze mensen van Hook & Loop, ons eigen nieuwe ontwerpbureau in New York, kunnen dat. Onze slogan luidt ‘great design is when there is nothing left to take away’. Je moet dus alle functionaliteit die je op een bepaald moment niet nodig hebt, weglaten. Zo worden bijvoorbeeld desktopschermen opnieuw doordacht voor het gebruik op de smartphone. Dat dwingt je tot wat wij noemen ‘feature aggregation’, het combineren van features zodat de totale set als het ware kleiner wordt. Een menu dat op de desktop constant zichtbaar is, zal zo bijvoorbeeld op je mobiel alleen tevoorschijn komen als het nodig is. En dat opnieuw doordachte proces brengen we ook weer terug naar de desktop. Het scherm past zich daarbij aan aan wat de gebruiker op een bepaald moment aan het doen is. Maar dat niet alleen. Het adapteert ook aan het niveau van de gebruiker. De applicatie leert als het ware de gebruiker kennen en past zich aan hem aan. Als jij bepaalde features vaker gebruikt, zal hij die uit zichzelf aan jou gaan tonen. En als jij een applicatie bijvoorbeeld zes maanden niet hebt gebruikt, dan wordt er door middel van ‘user experience degradation’ teruggeschakeld naar een eenvoudiger niveau.”

Infor Xi

Tot slot nog een paar woorden over het nieuwe Infor Xi-technologieplatform. De drie belangrijkste pijlers van Infor Xi zijn: (1) verbeterde cloudfunctionaliteit, Infor Xi-applicaties omvatten multi-tenancy en ondersteuning voor opensourcesystemen; (2) mobiel ontwerp, nieuwe Infor Xi-applicaties zijn met standaard application programming interfaces (API's) uitgerust, waardoor de gebruikerservaring voor mobiele apparaten geoptimaliseerd wordt door middel van responsive design, inclusief real-time data en analytics; en (3) geavanceerde data-analyse, nieuwe zogeheten Science-apps op basis van Infor Dynamic Science Labs helpen bedrijven bij het oplossen van hun ‘big data’-vragen voor bijvoorbeeld het kunnen opstellen van prognoses. “De eerste Xi-applicaties komen in januari 2015 beschikbaar”, belooft Angove. “We moeten allereerst de onderliggende technologie beschikbaar maken voor het Xi-platform. Dat wil zeggen zaken als ION (Intelligent Open Network, Infors integratieplatform) en Infors sociale platform Ming.le, zodat we in de loop van 2015 alle applicaties naar Xi-niveau kunnen tillen. Volgend jaar wordt voor ons dus het jaar van Xi!”

Door: Dick Schievels

]]>
Fri, 21 Nov 2014 10:46:24 +0100 Infor richt al zijn pijlen op de cloud http://executive-people.nl/item/519983/infor-richt-al-zijn-pijlen-op-de-cloud.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Suse beschermt zijn partners http://executive-people.nl/item/519950/suse-beschermt-zijn-partners.html Velen kunnen erover meepraten: heb je flink geïnvesteerd in product/fabrikant (in geld en kennis), dan kaapt een reseller die dat niet heeft gedaan een project weg, omdat hij goedkoper kan inschrijven. Suse wil die praktijk tegengaan door partners dealregistratie aan te bieden. “Zo beschermen wij partners die zich aan ons committeren. Met een marge van tien tot twintig procent kunnen ook zij scherp aanbieden”, zegt Ronald de Jong, VP Sales EMEA bij Suse.

Van 2006 tot 2009 was Ronald de Jong countrymanager Benelux voor Novell. In die tijd was Suse bedrijfsonderdeel van Novell dat de fabrikant van open source Linux-distributies in 2003 had gekocht. Hij heeft nog meegemaakt dat in 2011 Attachmate Novell inlijfde, want toen was De Jong VP Datacenter EMEA bij Novell.

Hij vertelt dat de Novell-tijd voor Suse niet zo gunstig heeft uitgepakt. “Wij waren als organisatie geïntegreerd in Novell. Dat is altijd lastig, want je hebt toch andere vaardigheden nodig om open source softwareproducten aan de man te brengen. De verkopers moesten proprietary én open source over de toonbank zien te krijgen. Dat is lastig.”

Hij was daarom blij met de overname door Attachmate. “Toen werden we een zelfstandig bedrijfsonderdeel met een eigen verkoopteam, eigen system engineers, eigen presales, enzovoorts. Dat maakt een wereld van verschil.”

Explosie

Toen Suse weer min of meer zelfstandig was, zijn ze alle bestaande klanten weer gaan bellen om de relatie weer te verstevigen, zo zegt De Jong. “Daar zijn heel veel vernieuwingen van contracten uit voortgekomen. Een explosie was het. Ook kregen we veel nieuwe klanten.”

De indruk bestond dat die aanwas alleen het eerste jaar zou zijn, omdat de klanten zo lang niet op de hoogte waren gehouden van de nieuwe ontwikkelingen en de supportmogelijkheden. “Maar het bleef duren; tot op de dag van vandaag. Zo’n zeventig procent van de contracten komt van organisaties die niet eerder al klant bij ons waren; new logo’s noemen we dat.”

SAP HANA

De relatie met SAP is warm te noemen. Dat beide bedrijven van oorsprong Duits zijn, speelt een belangrijke rol. De ontwikkelaars komen elkaar tegen, kennen elkaar wellicht van hun studie. SAP gebruikt in de eigen datacenters veel Suse. Maar tegenwoordig halen de twee firma’s het merendeel van hun omzet buiten Europa. Daarom ook is Nils Brauckmann, algemeen directeur van Suse, zo blij met de overname door Micro Focus. “Dat versterkt onze internationale aanwezigheid. Als je die niet hebt, dan ziet SAP je ook niet staan”, aldus Brauckmann.

Niettemin is Suse lange tijd de enige Linux-variant geweest waarvoor SAP ontwikkelde. En het ontwikkelplatform voor razendsnelle analyse van grote hoeveelheden gevarieerde data met de in memory database SAP HANA was tot voor kort alleen beschikbaar op Suse. Sinds kort is HANA ook geschikt gemaakt voor Suse’s concurrent Red Hat.

“Maar wij hebben de afgelopen anderhalf jaar veel ervaring opgedaan met de fijnregeling van HANA-systemen. Wij hebben onze mensen al langer getraind op dit platform. Dat moet Red Hat allemaal nog inhalen. Wij hebben een enorme voorsprong. Ook door onze nauwe relatie met HP, een van de grootste HANA-verkopers. HP heeft een complete stack ontwikkeld hiervoor, waarvan Suse onderdeel uitmaakt. De klant krijgt dan een complete, op elkaar afgestelde HANA-oplossing”, vertelt De Jong.

Hij zegt dat de Nederlandse vestiging van Suse heel goede relaties heeft met HP, IBM en Silicon Graphics. Dat zijn de hardwareleveranciers die veel HANA-systemen aan de man brengen.

Grotere groei

In Europa is Suse de laatste jaren flink gegroeid. Er kwamen onder andere vestigingen in Tsjechië, Denemarken, Israël, België en buiten Europa: Dubai en Rusland. “Dat is wel een apart verhaal, Rusland”, verklaart De Jong. “Want om daar zaken te mogen doen, halen ze software door een bepaalde controlestraat. Als alles goed is, krijg je licenties om in Rusland te mogen verkopen. Ik weet niet of ze de software echt doorlichten; misschien is het ze alleen maar om het geld te doen, want het kost behoorlijk wat centen om die licenties te krijgen.”

Het aantal medewerkers van Suse in Nederland is de afgelopen jaren verdubbeld. In Capelle aan den IJssel zit honderd man die derdelijns support levert. “Wij hebben daardoor het voordeel dat partners en klanten in het Nederlands ondersteuning kunnen krijgen. We hebben wereldwijd trouwens wel meer support centers, maar ik denk dat de Nederlandstalige support er mede voor heeft gezorgd dat de groei van Suse in Nederland groter is dan in de rest van Europa.”

Microsoft

NetIQ en Novell, die beide beheersystemen leveren en software voor Identity Management (op Suse), groeien volgens De Jong in Nederland. Onder meer vanwege outsourcingcontracten die IT-dienstverleners als Atos Origin en Capgemini afsluiten. “Daar hebben wij een behoorlijke footprint”, stelt De Jong tevreden vast.

Het succes van Suse verklaart hij onder meer doordat het bedrijf alleen software voor de infrastructuur levert. “Wij doen geen middleware, zoals Red Hat dat wel doet met zijn JBoss. Wij vormen dus geen bedreiging voor partners. Microsoft bijvoorbeeld wil natuurlijk het liefst zijn eigen besturingssysteem verkopen aan datacenterbeheerders, maar als de klant liever Linux heeft, dan houdt het op. Maar bij ons heeft Microsoft nog wel de kans andere producten te verkopen. Zo is in Nederland Microsoft één van de grootste wederverkopers van Suse.”

Groeisectoren

Suse is volledig open en kan bijvoorbeeld overweg met alle hypervisors. “Dat betekent dat de klant niet hoeft te desinvesteren in bestaande producten.”

Als het gaat om groeisectoren, dan noemt De Jong als eerste automotive. Gevolgd door aerospace en super computing. “En we groeien in retail. Wij hebben een speciale Point of Sale-oplossing gemaakt door bepaalde functionaliteit eruit te halen. Hardwarefabrikanten als NCR en Toshiba gebruiken die Suse-versie in hun kassasystemen.”

Telecom en mainframe zijn groeisegmenten. Hij ziet een lichte groei bij de verzekeringswereld en finance. “Bij oil&gas zijn we zwak. Shell gebruikt Red Hat. Die hebben daar een goeie job gedaan en voor Shell is er geen enkele reden om over te stappen op Suse.”

In Nederland verlopen alle klantcontacten via partners. Met het dealregistratieprogramma doet Suse een handreiking aan de partners die in Suse-kennis en –kunde investeren. “Ze moeten dan wel hun deals bij ons registreren. Dan kunnen wij ze een helpende hand bieden”, zegt De Jong.

WK

]]>
Thu, 20 Nov 2014 13:29:02 +0100 Suse beschermt zijn partners http://executive-people.nl/item/519950/suse-beschermt-zijn-partners.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Vivek Kundra: 'Dicht de innovatiekloof' (deel 2) http://executive-people.nl/item/519918/vivek-kundra-dicht-de-innovatiekloof-deel.html 'Ik voel me als een kind in een snoepwinkel', zo beschrijft Vivek Kundra zijn aanstelling als Executive Vice President bij salesforce.com. De digitale disruptie waar hij als CIO van de Verenigde Staten z'n grote voorstander van was kan hij in het kader van de Digitale Transformatie bij salesforce verder vorm geven. Executive people sprak exclusief met hem in Amsterdam over zijn ervaringen als Amerikaanse CIO en zijn plannen bij salesforce.com. Het interview wordt afgenomen door Frits Bussemaker van CIONET.

 

]]>
Thu, 20 Nov 2014 08:13:10 +0100 Vivek Kundra: 'Dicht de innovatiekloof' (deel 2) http://executive-people.nl/item/519918/vivek-kundra-dicht-de-innovatiekloof-deel.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Vivek Kundra: 'Dashboard bespaarde drie miljard dollar´ (deel 1) http://executive-people.nl/item/519917/vivek-kundra-dashboard-bespaarde-drie-miljard-dollara-acute-deel.html Na zijn aanstelling als CIO van de Verenigde Staten werd hij onder zijn collega´s even public enemy number one. Het dashboard dat Vivek Kundra introduceerde voor IT-projecten was echter zeer succesvol, en leidde tot een besparing van drie miljard dollar. Deze week was hij even in Nederland in zijn nieuwe functie als Executive Vice President bij salesforce.com. Executive People sprak exclusief met hem in Amsterdam over zijn ervaringen als Amerikaanse CIO en zijn plannen bij salesforce.com. Het interview wordt afgenomen door Frits Bussemaker van CIONET.

 

]]>
Thu, 20 Nov 2014 08:10:30 +0100 Vivek Kundra: 'Dashboard bespaarde drie miljard dollar´ (deel 1) http://executive-people.nl/item/519917/vivek-kundra-dashboard-bespaarde-drie-miljard-dollara-acute-deel.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Nieuwe kansen voor Suse met Microfocus http://executive-people.nl/item/519848/nieuwe-kansen-voor-suse-met-microfocus.html Een Duits bedrijf onder Britse vlag; geen alledaags verschijnsel. Maar sinds de recente goedkeuring van het Amerikaanse ministerie van justitie is Suse een volle dochter van de Micro Focus Group. Nils Brauckmann, algemeen directeur van Suse, is er bijzonder mee ingenomen. “Deze fusie geeft ons de schaalgrootte die we nodig hebben om internationaal door te groeien en toegang tot een klantengroep die we eerder niet bereikten.”

Tijdens Susecon 2014 in Orlando (Florida), de derde conferentie op rij, toont Brauckmann ontspannen. Hij heeft zojuist de verzamelde, internationale vakpers vertelt dat Suse een succesverhaal is. 22 Jaar geleden opgericht en het eerste bedrijf ter wereld dat een commerciële Linux-distributie op de markt bracht. Inmiddels is Suse Enterprise Linux aan zijn twaalfde versie toe, en het automatiseringsfundament voor onder meer de  complete Duitse automobielindustrie.

“We zitten nu op de helft van fiscaal 2015 en we hebben tot nog toe al onze voornemens gehaald, zelfs overtroffen:, zegt Brauckmann. “Onze omzet is met zestien procent gegroeid. We hebben wereldwijd, in elke regio, zeven en veertig procent meer licenties verkocht. En, hoewel we erg blij zijn met bestaande klanten die hun overeenkomst met ons vernieuwen, doet het ons erg veel genoegen dat van die groei vijf en zestig procent van nieuwe klanten komt. Want je kunt alleen maar groeien als je nieuwe klanten weet te werven en de bestaande klanten zo tevreden zijn dat ze blijven.”

Attachmate verdwijnt

In 2003 heeft Novell Suse gekocht en de openheid van de softwarefirma verder vergroot. Maar in 2011 ging Novell over in de handen van de Attachmate Group, een bedrijf dat met mainframe emulatie groot was geworden. Suse opereerde als een aparte bedrijfseenheid. Toch verdween de onderneming een beetje van de radar. “We groeiden wel de afgelopen jaren, maar er had wel meer geïnvesteerd mogen worden in onze zichtbaarheid op de markt”, klinkt het voorzichtig.

Met de overname van Attachmate door Micro Focus in november 2014 ziet Brauckmann het zonnig in. “Er zal op alle fronten enige versnelling optreden. Micro Focus heeft bewondering voor ons bedrijf en onze producten die een aanvulling zijn op het eigen portfolio; we kunnen elkaar versterken. Wij blijven onze eigen bedrijfsnaam houden, evenals ons logo en onze groene bedrijfskleur. Micro Focus zal investeren in onze onderneming. En het management van Suse blijft op zijn post”, stelt Brauckmann.

Een bewering die een dag later op Susecon gestand wordt gedaan door Kevin Loosemore, de directeur van Micro Focus.

De naam Attachmate zal evenwel van het automatiseringstoneel verdwijnen.

Synergie

Micro Focus is een begrip in de mainframewereld. Wie Cobol zegt, heeft het tegenwoordig eigenlijk alleen nog over dit Britse bedrijf. Enkele jaren geleden heeft het bedrijf Visual Cobol uitgebracht om enterprises die nog over veel legacy systemen beschikken te helpen de aansluiting te vinden op de moderne IT-omgevingen. Veel ondernemingen kunnen het zich niet veroorloven om hun legacy overboord te gooien. Met Micro Focus maken ze de reis van het mainframe naar het x86-platform.

“Daar zijn wij ook sterk in”, vertelt Brauckmann. “In 1999 al hebben wij, in nauwe samenwerking met partner IBM, een Suse-versie ontwikkeld die de overgang van Z-system naar x86 op het mainframe mogelijk maakt. Wij zijn marktleider op dat vlak. Hier zien we synergie met Micro Focus.”

Wat de fusie voor de klanten en partners betekent? Loosemore: “Met Visual Cobol creëren wij vrijheid voor de mainframegebruikers. Wij hebben wereldwijd negenduizend Cobol-klanten die een Linux-distributie gebruiken. Die kunnen het beste overgaan op Suse voor betere schaalbaarheid, flexibiliteit, stabiliteit, performance en beveiliging. Want door zijn openheid biedt Suse ook vrijheid voor zijn klanten.”

Zoals HP drie jaar geleden zijn Project Odyssey startte om zijn eigen HP-UX te vervangen door Suse voor zijn servers die bedrijfskritische applicaties draaien. HP heeft enige tijd geleden zijn ConvergedSystem 900 voor SAP HANA uitgebracht. De zware server die onderdeel uitmaakt van deze geïntegreerde oplossing had intern de naam HANA Hawk meegekregen, zo onthulde Mark Linesch, VP Strategy and Operations bij HP. Hij gaf aan dat die hang naar openheid in het voordeel van klanten uitpakt, omdat zij keuzevrijheid krijgen.

Toekomst

Toen twee jaar geleden de eerste Susecon plaatsvond, waren ‘Linux en IBM’, ‘SAP HANA’, en ‘High Performance Computing’ de toonaangevende thema’s. Vandaag is openheid de leidraad. Niet voor niets is ‘Always Open’ het thema van de 2014-conferentie.

Over drie jaar? Dan is Suse Enterprise Linux nog steeds een belangrijk element, aldus Brauckmann. Dat vormt immers de basis van alle ‘aanvullende’ producten. “Maar tegen die tijd ligt er nog meer nadruk op Cloud en Cloud infrastructuur. Als derde punt zou ik ‘geïntegreerde systemen’ willen noemen.”

Europa loopt achter

Europees Commissaris Neelie Kroes heeft de afgelopen jaren steeds gehamerd op het gebruik van open source software door overheden. Vanuit de politieke gedachte dat, vanwege de community rond een open source softwareproduct, de kwaliteit alleen maar toeneemt.

Heeft het geholpen? Brauckmann waardeert de inspanningen van Kroes, maar moet toch constateren dag Europa achterloopt bij de omarming van de open source gedachte. “Brazilië is voor ons een heel grote markt. Dat komt onder meer doordat politici overtuigd zijn van de maatschappelijke waarde van open source. Dat zien we ook in bijvoorbeeld China terug. Maar Europese politici zijn hier niet zo mee bezig.”

]]>
Wed, 19 Nov 2014 11:19:55 +0100 Nieuwe kansen voor Suse met Microfocus http://executive-people.nl/item/519848/nieuwe-kansen-voor-suse-met-microfocus.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Protinus IT 'geboren in de cloud' http://executive-people.nl/item/519719/protinus-it-geboren-in-de-cloud.html Protinus IT, de managed sourcing specialist uit Houten, bestaat alweer vier jaar. In die tijd heeft het bedrijf in samenwerking met fabrikanten, distributeurs en gespecialiseerde resellers een steeds groter klantportfolio weten op te bouwen bij de rijksoverheid, lokale overheden en in het bedrijfsleven. Marcel Hofstra, directielid van Protinus IT, ziet nog meer groeikansen met zijn ISO 9001 en ISO 14001 gecertificeerde diensten, onder andere op het gebied van software en infrastructuur. Hiermee wil Protinus IT meehelpen aan het bouwen van Shared Services Centers voor gemeenten en specialistische (maatwerk-)oplossingen aan het corporate bedrijfsleven leveren.

Protinus (Latijn: ‘onmiddellijk’) brengt IT-vraag en -aanbod bij elkaar en zorgt bovendien voor de beste gespecialiseerde partners, aldus Hofstra. “Dat zijn partners die normaliter moeilijk toegang hebben tot de corporate markt, terwijl grote bedrijven op hun beurt slecht toegang hebben tot deze specialistische IT-dienstverleners en hun kennis. De geldende (interne) voorschriften en sourcing methodiek zit de toegang tot deze leveranciers vaak in de weg. Met een intelligente methode van IT-sourcing en -contracting, het zogenaamde ‘managed sourcing’, groeit Protinus IT snel in de IT-sourcingmarkt. Dat onze managed sourcing formule werkt kunnen we concluderen door de snel groeiende klantenbase die Protinus IT mag bedienen. Dit zijn zowel centrale- als decentrale overheden, als ook klanten binnen de zakelijke dienstverlening”, Hofstra vervolgt. “We concentreren ons op organisaties met 5000 werkplekken of groter. Grote organisaties hebben vaak te maken met de problematiek van veel verschillende IT-contracten en leveranciers die gemanaged moeten worden. Protinus IT ontzorgt ze met haar managed sourcing propositie. Protinus IT heeft inmiddels een aardige positie binnen de IT-leveranciersmarkt verworven en bedient een leuke gevarieerde set van klanten.”

Vreemd

“In het begin, toen Protinus IT pas was begonnen, werd er in de IT-branche vreemd tegen ons concept aangekeken, vervolgt Hofstra. “We pasten volgens sommigen niet direct in de traditionele distributiemodellen die bestaan uit fabrikant, en/of distributeur en/of reseller. Maar we werken juist nauw samen met partners om de beste oplossingen aan klanten te leveren. Daar hebben veel resellers en IT-fabrikanten profijt van. Ons model werkt, want Protinus IT heeft de kennis en kunde in huis om specialistische partners naar de klant brengen. We zien dat er nog steeds veel aanbestedingen worden uitgeschreven die een veelvoud van specialismen vereisen. Dit is iets waar veel echt gespecialiseerde leveranciers niet aan kunnen voldoen. Via ons model lukt dat wel. Dat is een voordeel voor de reseller en de klant, want die krijgt de ‘best of breed’ aan IT-producten, advies en diensten.”

Waardeketen

Hofstra verklaart het succes van Protinus IT en de partners waarmee het samenwerkt: “We richten ons met een duidelijke focus op de grootzakelijke markt. Onderdeel van het succes is dat we als team veel ervaring bieden in de ICT-markt. Protinus IT heeft een enorme kennis van de markt, het leveranciersnetwerk en alle krachtenvelden die daar spelen. We weten daardoor heel goed de juiste partners te vinden. Met onze sourcing aanpak ontsluiten we niet alleen maar distributieketens, maar leggen we een sterke focus op de waardeketen. Elke organisatie heeft namelijk zijn eigen behoefte en daardoor een andere specialisatie en waarde nodig. Protinus IT voorziet in de behoefte van de klant met de juiste oplossing die worden geleverd door partners met expertise.” Laatst heeft Protinus IT ISO-certificeringen gekregen, vervolgt Hofstra: “Protinus IT is ISO 9001 en IS0 14001 gecertificeerd voor kwaliteit en milieu. De ISO-certificeringen geven aan dat je het kwaliteitsniveau goed voor elkaar hebt. Al onze medewerkers en afdelingen zijn geaudit en werken volgens het binnen het kwaliteitshandboek vastgelegde ISO-proces.”

Bid desk

Een ander aspect van het succes is dat Protinus IT een ‘born in the cloud’ speler is. “We zijn van scratch af aan gestart, waarbij we ons businessmodel hebben gebaseerd op de cloud. Ons businessmodel heeft een koppeling met telefonie van cloudprovider Voipro, Microsoft Office 365, Exact online en e-ordering via Onetrail. We koppelen deze technologie weer aan onze klanten, waardoor we een schaalbaar en eigentijds onderscheidend businessmodel hebben. Dat is een belangrijke succesfactor in combinatie met onze specialistische aanbestedingskennis. Protinus IT heeft een speciale bid desk die we, als gevolg van ons succes, aan het uitbreiden zijn. We groeien nog steeds door. We zoeken nog twee nieuwe medewerkers die gewend zijn in de wereld van aanbestedingen te werken.”

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Protinus IT biedt zijn diensten op basis van vier kwadranten zegt Hofstra. “Dat is ten eerste de infrastructuur, van PDA tot backend, inclusief housing en hosting. Ten tweede is er de software bestaande uit kantoor-, systeem-, bedrijfssoftware en apps. Ten derde zijn er de human skills, mensen met specifieke vaardigheden. Ten vierde heb je ‘practices’, ofwel methodieken om IT te ontwerpen, te bouwen te onderhouden en te beheren.” Komende tijd ligt de focus op infrastructuur en software, zegt Hofstra. “Daar boeken we successen mee. Zo heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) Perceel 4 (Levering van Standaardprogrammatuur & Dienstverlening van Overige Vendoren en open source) gegund aan onder andere Protinus IT en Comparex. De komende jaren moeten we in onderlinge concurrentie strijden om opdrachten voor meer dan 54 verschillende softwareleveranciers. Het perceel wordt door V&J geschat op ruim 10,5 miljoen euro, exclusief BTW per jaar. Het contract beloopt twee jaar en V&J kan deze periode door middel van een of meerdere verlengingen met in totaal 24 maanden verlengen.”

Hofstra zegt dat het contract met het Ministerie van Veiligheid en Justitie een uitgelezen business kans is voor specialistische partners. “Wij vinden dat software meer is dan alleen maar het leveren van licenties. Het gaat ook om diepte-skills, die we samen met partners aanbieden. Elke klant, in dit geval het Ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J), krijgt daardoor de beste diensten rond licenties, beheer en onderhoud. We zorgen dat de klant niet ‘oversized’ wordt met licenties, maar dat ze aan de licentievoorwaarden voldoet die IT-leveranciers eisen. Zo betalen ze nooit teveel voor een licentie.”

Metgezel

Qua infrastructuur wil Protinus verder groeien op het gebied van werkplek en accessoires tot netwerken en servers en storage, aldus Hofstra. “We zien bijvoorbeeld groeikansen in het leveren van infrastructuur aan Shared Service Centers voor de centrale overheid en de lokale overheid. Je ziet daar meer digitalisering in het kader van de e-overheid. Zo kunnen gemeenten, door  een gedeelte van de contacten met haar burgers te digitaliseren, efficiënter en sneller bepaalde zaken afhandelen. Bij een aanbesteding voor een Shared Service Center adviseren we gemeenten niet van tevoren gelijk een oplossing te bepalen, maar eerst een leverancier te kiezen die je de benodigde vrijheid biedt en waarmee je wil samenwerken. In dit geval met Protinus IT. Daarna gaan we met de betrokken partners kijken wat de beste oplossing is. Gemeenten kunnen daarbij eventueel met hun vertrouwde partners blijven samenwerken. Dus: niet van tevoren het wiel uitvinden terwijl er genoeg partners zijn die al vaker een specifieke oplossing hebben geleverd. Deze werkwijze wordt door steeds meer gemeenten gewaardeerd. Zo werd Protinus IT dit jaar winnaar van de aanbesteding ‘Logistieke diensten met betrekking tot ICT-Hardware’ van het shared service center Syntrophos (Latijn: ‘metgezel’). Dit is een ICT-samenwerkingsverband tussen de gemeentes Spijkenisse, Bernisse, Brielle en Westvoorne. De aanbesteding bestaat uit twee percelen, te weten werkplekapparatuur en datacenter-apparatuur. Het doel van de gemeenschappelijke regeling Syntrophos is het beheren en verder ontwikkelen van de ICT infrastructuur, informatievoorziening voor de klantcontactcentra, voor het ‘midoffice’ en het coördineren van basisregistraties, geo-informatie en telefonie. Syntrophos functioneert samen in een netwerk van partners, bestaande uit klanten en belanghebbenden. Iedere partner is een schakel in het functioneren van het totaal. Om te komen tot een goed functionerende keten en het kunnen voldoen aan de verwachtingen, wordt het concept van een Shared Service Center in 2014 gezamenlijk verder uitgebouwd en geconcretiseerd. Uitgangspunt daarbij is en blijft dat Syntrophos gericht is op samenwerking met de vier gemeenten.”

Arsenaal

Hofstra is goed gestemd om verder te groeien met zijn software en infrastructuur diensten. “De markt trekt aan, het gaat beter want de klant kijkt weer naar nieuwe oplossingen. De aanbestedingen blijven doorgaan en je ziet dat ook bedrijven hun organisatie op kwaliteit willen inrichten, waardoor ze aanzienlijk de kosten kunnen besparen. Protinus IT kan dat leveren met oplossingen tegen de laagste beheerkosten. We staan open voor nieuwe partners. IT-resellers en consultants kunnen altijd met ons praten. Er zijn veel specialisten in de markt en het is moeilijk voor deze partijen om grote klanten te krijgen, maar in samenwerking met Protinus IT kunnen partners dat wel. Wij ontsluiten ze naar de eindklant. “Onze partners vormen bij elkaar het grootste arsenaal van échte specialisten in Nederland.”

WK

]]>
Mon, 17 Nov 2014 08:05:55 +0100 Protinus IT 'geboren in de cloud' http://executive-people.nl/item/519719/protinus-it-geboren-in-de-cloud.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Zowel het verlies aan data als de downtime moet zo dicht mogelijk bij nul zitten.’ http://executive-people.nl/item/519715/a-zowel-het-verlies-aan-data-als-de-downtime-moet-zo-dicht-mogelijk-bij-nul-zitten-a.html Data en applicaties beschikbaar vanaf iedere locatie en een RTPO (Recovery Point Time Objective) van minder dan vijftien minuten. De 'Always-On-Business' noemen ze dat bij Veeam Software, aanbieder van oplossingen die beschikbaarheid van het moderne datacenter bieden. De Veeam Availability Suite v8 is een betaalbare oplossing die zorgt voor zo min mogelijk dataverlies en downtime. "Om dat te benadrukken hebben we RTO en RPO samengebracht tot RTPO", verklaart Regional Director Benelux Ronald Ooms.

Altijd en overal toegang hebben tot je mail en applicaties is allang geen overbodige luxe meer, weten ze ook bij Veeam. "Medewerkers willen de mogelijkheid hebben om op ieder moment van de dag te kunnen werken", vertelt Ronald Ooms. "Dat stelt eisen aan de IT-kant. 'Any time, any place, any device.' Vooral de toename van het aantal thuiswerkplekken brengt een enorme uitdaging met zich mee als het gaat om de beschikbaarheid en de beveiliging van de IT-omgeving en de back-up van bestanden. De tijd is voorbij dat we allemaal op een vast kantoor werken met een vaste infrastructuur, waar we allemaal hetzelfde werk doen en dezelfde printer gebruiken. Iedereen werkt overal. Als ik wil, werk ik door tot 8 uur 's avonds, maar dat moet dan wel mogelijk zijn. De IT-afdeling moet dit faciliteren door ervoor te zorgen dat data en applicaties ten alle tijde beschikbaar zijn."

Valt een systeem uit, dan willen we zo weinig mogelijk dataverlies en zo snel mogelijk weer aan het werk. Recovery Point Objective (RPO), het dataverlies dat een organisatie of gebruiker in het ergste geval moet accepteren, moet zo laag mogelijk zijn. Hetzelfde geldt voor RTO: Recovery Time Objective. Ook die moet zo beperkt mogelijk zijn. Ooms: "Veel mensen zijn al redelijk in paniek als ze langer dan vijf minuten niet kunnen mailen. Wij hebben RPO en RTO gecombineerd tot Recovery Point Time Objective (RTPO). Hiermee kunnen we met één waarde de hoeveelheid dataverlies en de downtime aangeven."

Er zijn oplossingen die het nulpunt benaderen of daar zelfs nagenoeg op uitkomen. Real-time replicatie bijvoorbeeld, de off-site oplossing met dubbele storage-oplossingen”, aldus Lodewijk van Klaveren, Manager Channels Benelux van Veeam Software. "Maar zulke oplossingen kunnen veel klanten niet betalen. Hoe minder dataverlies en downtime, hoe duurder de oplossing wordt. In het huidige aanbod zien wij een groot gat tussen wat bedrijven kunnen en willen betalen, en wat noodzakelijk is om de beschikbaarheid van de IT-omgeving te garanderen. De Veeam Availability Suite v8, als opvolger van onze Back-up Management Suite, dicht deze kloof."

Virtualisatie, cloud en storage

De suite combineert de modernste en belangrijkste virtualisatie-, cloud en opslagtechnologieën en integreert met oplossingen van verschillende opslagleveranciers. De nieuwe oplossing van Veeam dicht de kloof in de beschikbaarheid van de IT-omgeving, omdat deze voor alle data en applicaties een RTPO van minder dan vijftien minuten biedt. "De back-ups worden veel sneller uitgevoerd dan bij vergelijkbare oplossingen", beweert Van Klaveren. "We willen beide kanten, dus RPO en RTO, terugbrengen tot maximaal vijftien minuten."

Om continue beschikbaarheid van data en applicaties te garanderen, moet de IT-omgeving zelf ook goed functioneren. Zo niet, dan kunnen er ook geen goede back-ups gemaakt worden,” zegt Ooms. “Daarom zien wij real-time monitoring als een belangrijk onderdeel van availability. Net als capaciteitsplanning en rapportage van de virtuele infrastructuur. Als daar een fout in zit, kun je geen goede back-ups maken en kunnen je systemen en bestanden niet 24 uur per dag beschikbaar zijn. Availability is altijd een combinatie van real-time managen, planning, monitoring en het veilig stellen van je data. Je moet gewoon een goed platform hebben. Anders kan je availability-applicatie nog zo goed zijn, maar dan gaat het alsnog fout."

Vijf pijlers

De Availability Suite van Veeam combineert daarom vijf kernoplossingen: High speed Recovery, Data Loss Avoidance, Verified Protection, Risk Mitigation en Complete Visibility. Ooms: "Dat zijn de vijf pijlers waarmee je data beschermt en de beschikbaarheid garandeert. High Speed Recovery betekent dat een VM binnen een paar minuten gerestored kan worden, in plaats van binnen enkele uren. Dit is een belangrijke feature om de RTO terug te dringen. Met Data Loss Avoidance voorkom je dataverlies, of maak je dat verlies zo klein mogelijk, bijvoorbeeld door iedere tien minuten een back-up te maken in plaats van eens per dag, zoals de meeste gebruikers doen. Met Verified Protection controleer je of de gemaakte back-ups daadwerkelijk functioner en gebruikt kunnen worden om de VM, of data uit de VM terug te zetten. Risk Mitigation betekent het verlagen van risico’s door op ieder moment je applicaties te kunnen testen in een sandbox, voordat ze in productie genomen worden. Complete Visibility staat voor onze monitoring- en rapportageoplossingen, waardoor een compleet overzicht van de IT-omgeving gegarandeerd is.”

Veeam heeft momenteel ruim honderdduizend eindgebruikers. Eindklanten die hun back-up in de cloud willen opslaan, kunnen gebruik maken van Cloud Connect als onderdeel van de nieuwe Availability Suite. Dit biedt kansen voor serviceproviders. "Het grote voordeel is dat eindgebruikers vooraf geen investering hoeven te doen in een off-site infrastructuur", vertelt Van Klaveren, "Ze kunnen rechtstreeks back-ups maken naar een off-site back-up locatie. Cloud Connect is daarmee een uitgelezen mogelijkheid voor serviceproviders om nieuwe klanten te werven."

]]>
Sat, 15 Nov 2014 00:21:29 +0100 ‘Zowel het verlies aan data als de downtime moet zo dicht mogelijk bij nul zitten.’ http://executive-people.nl/item/519715/a-zowel-het-verlies-aan-data-als-de-downtime-moet-zo-dicht-mogelijk-bij-nul-zitten-a.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Wat komt er na IT? http://executive-people.nl/item/519379/wat-komt-er-na-it.html De blik op oneindig, voelhorens in elk deel van de samenleving. Nadenken over de moraliteit van informatietechnologie. Wat komt er eigenlijk na IT? Daar houdt Steve Prentice zich mee bezig; de futuroloog van Gartner. Hij beschouwt wat IT-gewijs mogelijk en wenselijk is na 2050. “Wij hebben robots nodig”, stelt hij.

Het is verrassend wat je toch kunt zeggen over een toekomst die nog zo ver weg ligt. Het is niet allemaal science fiction, meent Prentice. Hij vertelt dat hij nauwkeurig demografische gegevens analyseert, statistieken bijhoudt, weet dat mensen steeds ouder worden en dat het gemiddeld aantal geboorten in de Westerse wereld blijft afnemen.

Als hij dan op zijn schapenboerderij in Zuid-Engeland aan het werk is – hetgeen hij naast zijn werk als Gartner-fellow doet – puzzelt hij tot alle stukjes op zijn plaats vallen. “Het is een prachtige combinatie; het denkwerk en het doewerk.”

Prentice vertelt dat hij betrokken is bij de bouw van een nieuw ziekenhuis. Hoe ziet de technologie eruit rond 2025? “Daar moet je nu over nadenken, want je bouwt zoiets voor op zijn minst dertig jaar. Dan weet je nu al dat er veel met sensoren gewerkt gaat worden; dat mensen op afstand zijn te monitoren. Maar ook dat je veel te weinig handen aan het bed zult hebben. Dan kom je haast vanzelf op het idee dat we robots nodig hebben om het verpleegwerk te kunnen doen. En dan moet je robots hebben die in staat zijn talloze gegevens te analyseren.”

Je hoeft ook geen raketgeleerde te zijn om nu al te zien dat je geen kantoren meer gaat bouwen van tienduizend vierkante meter of meer. Tenzij het een kantoor is dat de ruimte verhuurt aan meerdere bedrijven, zoals Regus dat doet bijvoorbeeld.

Heilige of duivel

Technologie, zo gaat Prentice verder, heeft in de afgelopen eeuwen altijd banen vernietigd. Er zijn beroepen verdwenen, omdat ze door technologie overbodig zijn gemaakt. “Maar altijd kwamen er ook nieuwe banen bij. De netto som pakte altijd positief uit. Tot nu”, stelt hij. “Want nu zullen er meer banen verdwijnen dan er bijkomen. Is technologie een heilige of een duivel? Wat is de impact daarvan op de samenleving? Er bestaat geen goede of slechte technologie; is alleen goed of slecht gebruik van technologie. Er zit altijd een moreel aspect aan. Over die moraliteit moet je als bedrijf ook nadenken.”

Elke organisatie verzamelt gegevens. Wat ga je ermee doen? Hoe beveilig je dat? “Beth Jacob, de CIO van het Amerikaanse grootwinkelbedrijf Target, heeft uiteindelijk ontslag moeten nemen nadat de gegevens van miljoenen credit- en debetcard houders waren gestolen. Dit is een waarschuwing voor elke CIO: wie data verzamelt, zal zijn uiterste best moeten doen daar zorgvuldig mee om te gaan; en te vertellen aan betrokkenen wat je met die gegevens doet. Daar moet je maatregelen voor treffen.”

Het is goed om iemand te hebben die de horizon ver weg heeft, meent Prentice. “Want daar baseer je toch strategieën op. De meerderheid van de CIO’s kijkt echt niet verder dan vijf jaar. Hun tijd wordt opgeslokt door de problemen die ze vandaag moeten oplossen. Maar ze moeten toch ook gaan nadenken over de gevolgen van het Internet of Things voor hun bedrijf. De meesten pakken dat niet op, omdat ze hun handen al vol hebben. Zij zijn vooral bezig ervoor te zorgen dat de systemen werken. Maar ze vinden het wel prettig om af en toe te worden bijgepraat door iemand die wel de tijd heeft om verder te kijken”, praat hij zijn eigen baan goed.

Overigens is hij niet de enige. Hij noemt bedrijven als Amazon, Google en Apple die eveneens een toekomstgerichte blik hebben; sterker nog: die heel praktisch meehelpen de toekomst te modelleren.

“Branchegrenzen gaan vervagen”, meent Prentice. “Financiële instellingen zijn altijd gericht geweest op geld. Maar daar gaat het eigenlijk al heel lang niet meer om. Het gaat om informatie. Een bedrijf als Google heeft dat goed begrepen. Banken kunnen er zeker van zijn dat branchevreemde organisaties hun werkterrein gaan betreden.”

Reis

Thinking machines rammelen aan de deur. Watson is een voorbode. Sensoren kunnen aangeven wanneer onderhoud nodig is in een machine (en waar, en welk onderhoud) of aangeven dat de koeien moeten worden gemolken. Zelfrijdende auto’s, robots; welke wet- en regelgeving past daarbij? 3D printers die twee industrietakken op zijn kop zetten: de maakindustrie en de logistieke wereld.

Verbetering van menselijke vaardigheden, waardoor je bijvoorbeeld infrarood kunt zien of een veel breder gehoorscala krijgt.

Al deze technologische ontwikkelingen zijn nu al bezig; het is volgens Prentice zaak om na te gaan wat ze betekenen voor het bedrijfsleven en de samenleving.

Hij vindt dat CIO’s deze reis moeten maken. “Ze moeten nadenken over zaken waarover ze eerst niet hoefden na te denken. Maar technologie raakt op zoveel vlakken de bedrijfsvoering; en heeft zoveel impact op de klantrelatie, dat je er niet aan ontkomt.”

Het maken van een toekomststrategie is iets dat je vooral samen moet doen, aldus Prentice. “Er ligt geen recept klaar. Ook voor ons is het anders. Eerst zaten we met mensen aan tafel die wisten dat ze een probleem hebben; en konden wij de oplossing aandragen. Maar nu hebben we overleg met veel CIO’s aan wie we eerst moeten uitleggen dát ze een probleem hebben. Omdat hun horizon immers veel dichterbij ligt.”

Nieuwe technologie roept nieuwe problemen op. En die liggen tegenwoordig vooral niet in het technische vlak, maar veeleer in het menselijke vlak. Hoe maak je een goede samenleving? Welke rol speelt IT daarbij? “We worden omgeven door een oceaan aan gegevens; dat wordt alleen maar meer. Je zou kunnen zeggen dat de doos van Pandora open is gegaan. Nu moeten CIO’s zich buigen over de vraag hoe ze het voor elkaar krijgen technologie goed aan te wenden.”

]]>
Tue, 11 Nov 2014 08:00:54 +0100 Wat komt er na IT? http://executive-people.nl/item/519379/wat-komt-er-na-it.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Informatie met waarachtigheidsstempel http://executive-people.nl/item/519378/informatie-met-waarachtigheidsstempel.html Wie in de voorhoede van de digitale wereld een rol wil spelen, dient over de juiste informatie te beschikken op het juiste moment. Op de beste manier gegevens inzetten geeft een voorsprong. Maar dan moet je ook weten dat die data betrouwbaar zijn en passen binnen de context waarvoor je ze nodig hebt, aldus Wilto Hofman, algemeen directeur van Diskad.

Een zoekopdracht in Google levert al gauw honderden, zo niet duizenden verwijzingen op. De oogst van een beetje populair, actueel onderwerp, zoals een demonstratieverbod, doet de zoeker duizelen. “Daar kom je eigenlijk niet veel verder mee”, zegt Hofman. “Want de context ontbreekt vaak. En je weet niet waar de informatie vandaan komt. Stel dat je als jurist een verhandeling wilt schrijven over een demonstratieverbod aan de hand van wat er in de Haagse Schilderswijk is gebeurd, dan wil je meteen over de juiste gegevens beschikken. Als je een week later over de kennis beschikt, dan komt jouw mening als mosterd na de maaltijd. Bovendien wil je weten waar die informatie vandaan komt. Een essay van een hoogleraar? Dat kan nuttig zijn, maar dan moet je wel zeker weten dat die hoogleraar het geschreven heeft, en wanneer, en met welk doel. De context van informatie; daar gaat het om.”

Hofman weet waar hij over praat, want zijn bedrijf hakt al jaren met dit bijltje. Ooit begonnen als maker van (interactieve) games, heeft de onderneming zich toegelegd op het bewerken, verwerken en zinvol ontsluiten van informatie. Met het zelf ontwikkelde platform PublishOne zet Diskad alle mogelijke soorten tekst en beeld om in XML. Daarmee wordt die content automatisch publiceerbaar naar verschillende media, en binnen elk afzonderlijk medium ook naar verschillende verschijningsvormen. En dat alles verrijkt met informatie over herkomst en context.

Automatisch

Dergelijk kennismanagement, waarin Diskad zich heeft gespecialiseerd, is vooral mogelijk door al tijdens het creëren van een document tal van metadata toe te voegen. Maar niemand heeft zin om, als hij een verhandeling schrijft, dergelijke gegevens aan het document toe te voegen.

Daarom zorgt het platform ervoor dat de metadata automatisch aan bestanden worden toegevoegd. “Dankzij de snelle processoren van tegenwoordig is dat geen probleem. Terwijl iemand zijn stuk zit te tikken, lopen er automatisch zo’n dertig controlemechanismen op de achtergrond mee. Want wij weten ook wel dat iemand zich op de inhoud wil concentreren en niet op de bijbehorende administratie. Dankzij de snelle processoren van tegenwoordig is het trouwens mogelijk om dat automatisch te doen”, stelt Hofman.

Eraan toevoegend dat zijn oplossing is gebaseerd op Microsoft Windows. “Dat heeft voordelen. Bijvoorbeeld dat het met open standaarden werkt, zodat wij kunnen koppelen met alle andere content, zolang het ook maar aan de standaarden voldoet. Maar ook dat wij alle talen kunnen ondersteunen die Microsoft uit zichzelf aanbiedt. Zo hebben wij onlangs een proof of concept gemaakt voor een Chinese organisatie. Daarmee hebben we kunnen bewijzen dat het werkt.”

Voorop

Het zorgvuldig omgaan met informatie is de sleutel tot succes in de digitale wereld. Daarbij is het opvallend dat een relatief klein bedrijf als Diskad zo succesvol is in het buitenland. Italië, India, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten: overal zitten klanten. Hofman komt met een treffend voorbeeld: “Wij hadden een voorstel gedaan voor een organisatie in Frankrijk. Het ontluisterende antwoord was: ‘Ja; dat is een goed idee om alles digitaal te maken’. Wij lopen in Nederland ver voorop in de wereld. Onder meer omdat wij goede uitgeverijen in ons land hebben, maar ook omdat onze overheid aandringt op het werken met open data. In het buitenland moeten we altijd klein beginnen en niet meteen de volle breedte van onze oplossing inzetten. Want dan zouden we met een kanon op een mug schieten.”

Stempel

Uitgeverijen in Nederland hebben in het verleden de losbladige banden verzorgt voor bijvoorbeeld de rechterlijke macht en de medische wereld. Internet heeft er heel snel voor gezorgd dat dit wordt ervaren als een ‘grijs verleden’.

“Tien jaar geleden dacht men dat er geen rol meer was voor uitgeverijen, omdat informatie immers overal en vaak ook nog gratis beschikbaar is. Toch is dat een misvatting gebleken, want je wilt wel weten wat de waarde is van die informatie. Een ambtenaar die een oordeel over een uitkeringsaanvraag moet vellen, wil wel weten dat een bepaalde uitleg inderdaad afkomstig is van het ministerie van binnenlandse zaken. Eigenlijk moet er een waarachtigheidsstempel op het document staan. Daar zijn de uitgeverijen – en wij in hun kielzog – op ingesprongen. Eigenlijk is de rol van publicatiehuizen alleen maar belangrijker geworden.”

Markt breidt uit

Informatie is slechts één van de drijfveren die Gartner onderscheidt voor de digitale wereld. “En eigenlijk komt dat neer op kennismanagement. Daar hebben wij ons op gericht. Terwijl Enterprise zoekmachines als Autonomy, Verity en Fast steeds breder zijn gegaan door bijvoorbeeld niet gestructureerde data betekenisvol te ontsluiten, zijn wij juist smaller gegaan, meer gefocust op de structuur van informatie, op de waarde ervan. Dat ligt ook in onze aard, omdat je met XML de hiërarchie in informatiewaarden beschrijft. Zo kunnen we bijvoorbeeld ook de fysieke wereld XML-achtig beschrijven”, aldus Hofman.

Dat laatste is van belang, omdat hiermee zijn markt is te vergroten. Niet alleen juristen, medici en ambtenaren willen kunnen beschikken over betrouwbare gegevens. Ook bijvoorbeeld onderhoudsmonteurs, biosciences-ondernemingen als DSM of energiebedrijven willen waardevolle data. Sensoren vinden hun weg in tal van toepassingen. “Wij zijn er niet zozeer voor om al die gegevens te analyseren, maar we kunnen die informatie wel voorzien van de juiste ondersteunende kennis en context, zodat al die data een betekenis krijgen die meteen toepasbaar is. Ja, de komende jaren zal onze markt steeds groter worden”, stelt Hofman tevreden vast.

]]>
Tue, 11 Nov 2014 08:00:48 +0100 Informatie met waarachtigheidsstempel http://executive-people.nl/item/519378/informatie-met-waarachtigheidsstempel.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Driving Digital Business http://executive-people.nl/item/519356/driving-digital-business.html Volgens Tomas Nielsen, research director bij Gartner, staan we aan de vooravond van het derde tijdperk van bedrijfsmatige toepassing van informatietechnologie. Het eerste stond in het teken van vakmanschap, het tweede ontpopte zich als de automatisering van IT-processen; en het huidige tijdperk behelst de digitalisering van de bedrijfsvoering. CIO's dienen zich te bekwamen in het 'temmen van de digitale draak'. “Geen eenvoudige taak, maar als het lukt, beschik je over ongeëvenaarde kracht.”

Nielsen kan het zichzelf nog goed herinneren: die eerste fase. Daarbij ging het om vakmanschap; de kunst en kunde om programma's te schrijven, code te genereren. Om datgene wat je in de fysieke wereld deed letterlijk te vertalen naar de digitale wereld. “Ik ben een Deen en werkte destijds als programmeur. Wij gebruiken lettertekens die van de standaard afwijken. Die moesten wij zelf schrijven, anders werden ze niet afgedrukt. In den beginne was het digitale vakmanschap tot op dat detailniveau nodig. Dat is nu niet meer het geval. Mensen die tegenwoordig apps of applicaties ontwikkelen kunnen voor bepaalde functies de componenten in code gewoon downloaden en integreren in hun eigen programmeerwerk.”

Natuurlijk is die vakkundigheid nog steeds wel ergens in het digitale proces nodig, maar de nadruk ligt er al lang niet meer op.

Want allengs ontstond het besef dat IT beter moest worden georganiseerd. Het tweede tijdperk begon zo'n tien jaar geleden en betrof de industrialisatie van enterprise IT. Alle inspanningen waren erop gericht de geautomatiseerde systemen betrouwbaarder te maken, met een voorspelbaar gedrag, open en transparant. De era van certificaten. “Dat is een belangrijke fase geweest – die overigens bij veel organisaties nog doorloopt – maar de beperkte budgetten en risicomijdend gedrag hebben weinig ruimte overgelaten voor innovatieve projecten”, stelt Nielsen.

'Wat'

De bestuurders van organisaties verwachten nu van de CIO een heel ander kunstje. “Die eerste twee perioden gingen vooral over het hoe. Hoe kunnen we een elektronische winkel vormgeven en in de lucht houden, bijvoorbeeld? Maar in dit nieuwe tijdsgewricht staat de vraag 'wat' centraal. Wat kan automatisering bijdragen aan het halen van bedrijfsdoeleinden; misschien nog wel een stap verder: wat kan IT bijdragen aan het vormen van bedrijfsdoelstellingen? Dit vereist een wezenlijk andere benadering van IT en een andere opstelling van de CIO. Waren voorheen de medewerkers van zijn organisatie zijn klanten; nu zijn het zijn partners.”

Deze nieuwe benaderingswijze vindt zijn oorsprong, aldus de Gartner-analist, in het feit dat bedrijven in toenemende mate digitaal zijn. “GE Aviation – onderdeel van General Electric – bijvoorbeeld heeft zich ten doel gesteld een digital company te zijn. Het gaat sensoren toepassen in zijn straalmotoren. Dat levert een schat aan gegevens op die het bedrijf na analyse kan gebruiken om extra diensten te leveren aan zijn klanten. Informatietechnologie maakt dit mogelijk. IT heeft daarmee ook een bepalende stem in de vaststelling van het business model. IT is onderdeel van de primaire waardelevering aan klanten. Dat is een heel ander spel.”

De meeste CIO's hebben inmiddels wel laten zien IT-leiderschap te kunnen tonen. “Maar nu gaat het om digitaal leiderschap. IT moet niet alleen snel, veilig en betaalbaar zijn, maar een ongekende wereld ontsluiten voor de organisatie. Terwijl de infrastructuur nog steeds alle aandacht vereist, de budgetten onder druk staan, moet IT bedrijfsinnovaties aandragen, uitwerken en toepassen. Voorwaar een uitdagende klus”, stelt Nielsen.

Wie zou leiding moeten geven aan de digitalisering van organisaties? “De CIO is daarvoor het best uitgerust”, meent Nielsen. “Op de voet gevolgd door de Chief Marketing Officer en andere business managers. Zij zijn geschikt om aan het roer te gaan staan in de tocht naar digitaal leiderschap. Er is een kans, maar het gebeurt niet vanzelf”, waarschuwt hij.

Uit onderzoek dat Gartner in het vierde kwartaal 2013 heeft gedaan onder CIO's in 77 landen, blijkt dat 42 procent van zichzelf vindt dat hij of zij niet voldoende toegerust is om aan het roer te gaan staan. En 51 procent vind dat de digitale wolkbreuk veel sneller op ze afkomt dan dat ze wenselijk achten.

“Dat geeft toch wel aan dat er nog wel heel veel werk is te verzetten om tot digitaal leiderschap te komen”, stelt Nielsen nuchter vast.

CDO

De CIO zal zich gesteund weten door een Chief Digital Officer, juist om innovatieve toepassingen vorm te geven. Gedurende het hier aangehaalde onderzoek, gaven de ondervraagden aan dat er zeven tot acht procent CDO's werkzaam zijn binnen de bedrijven. “Uit een studie die we onder CEO's hebben gehouden blijkt dat meer dan de helft van de bestuurders verwacht dat eind 2015 er een CDO is op chief-niveau. Het is een groeiende rol binnen organisaties. Het komt voor dat CIO's ook die rol vervullen, maar eigenlijk kan dat niet”, meent Nielsen. “Want het is erg moeilijk om je te richten op innovaties binnen de bedrijfsvoering die mogelijk zijn met IT, als medewerkers ook nog aan jouw hoofd zeuren waarom bepaalde diensten niet beschikbaar zijn.”

Uit gesprekken en onderzoek blijkt volgens Nielsen dat CIO's wel de noodzaak voelen om een sturende rol te vervullen bij de digitalisering van hun organisatie. Zij willen overeind blijven om de Nexus of Forces (mobile computing, social media, informatieanalyes en cloud computing) naar hun hand te zetten. Ondanks de onzekerheid over hun eigen rol, vindt 42 procent wel dat de IT-organisatie er klaar voor is.

Maar er komt wel heel wat op de CIO af. Hij moet zich gaan bekommeren over samenwerking met partners (die voorheen nog klanten waren), over dingen (de kansen die Internet of Things biedt) en over de bedrijfsvoering. “De CIO moet zich terdege verdiepen in de aard van het bedrijf waarvoor hij werkt, anders zal hij nooit kunnen achterhalen welke waarde innovatieve informatietechnologie heeft te bieden. De focus moet gericht zijn op de waarde, niet op de onderliggende technologie”, onderwijst Nielsen.

Er zijn volgens hem wereldwijd wel voorbeelden van organisaties die hun eerste treden hebben gezet in het derde tijdperk van enterprise IT. “Maar de meeste staan nog aan de grens; hebben nog maar net de teen in het water gestoken.”

]]>
Sun, 09 Nov 2014 00:00:57 +0100 Driving Digital Business http://executive-people.nl/item/519356/driving-digital-business.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Peter Klint, VMware Benelux: ‘business benefit’ om nieuwe technologie te adopteren http://executive-people.nl/item/519386/peter-klint-vmware-benelux-a-business-benefita-om-nieuwe-technologie-te-adopteren.html Peter Klint is per 1 oktober de nieuwe regional director VMware Benelux. De Deen volgt Marc Groetelaars op die sinds 1 augustus Regional Director Benelux van ServiceNow, leverancier van enterprise IT-cloudoplossingen. Komende tijd wil hij VMware verder laten groeien door structuren en processen te optimaliseren. “Ik bezoek zoveel mogelijk klanten en partners.”

Klint was eerder verantwoordelijk als manager channel and general business van VMware Nordics and Baltics. Daarvoor was hij managing director van VMware Denemarken. Klint werkte voordat hij naar VMware overstapte 14 jaar bij Cisco. Nu heeft Klint zijn geboorteland Denemarken verruild voor de Benelux met als standplaats Nederland. “Het is een mooie kans, ik ken de Benelux-markt al heel goed door eerdere werkzaamheden bij VMware. Er bestaan weinig culturele verschillen: zo zijn Nederlanders net als Denen direct in het zaken doen.”
Maar er zijn volgens klint ook verschillen, vooral op de manier hoe klanten technologie adopteren. Nederland adopteert sneller nieuwe technologie dan Denemarken. Dat komt onder andere doordat VMware in Nederland veel grote klanten heeft die het als een ‘business benefit’ zien om nieuwe technologie te adopteren. ‘’Ik praat ook met veel klanten hoe ze technologie adopteren en waarom. De klanten in Nederland zijn zeer positief en willen meer. Er is een grote vraag naar onze services.”

Volgende stap

Klint heeft als target om de structuur en processen van VMware Benelux te optimaliseren. Daarbij wil de Deen de voordelen van VMware technologie belichten zoals van de NSX netwerk- en VSAN storage virtualisatie oplossingen. “Na het virtualiseren van de infrastructuur kunnen klanten zakelijke voordelen halen als ze een volgende stap maken met beheer van virtuele omgevingen, netwerk & storage virtualisatie en de bouw van een software defined datacenter (sddc). We bieden daarvoor oplossingen voor private-, public- en hybride cloud. Dat moeten we nog meer en beter aan de markt uitleggen.”

Klanten kunnen daarbij VMware gebruiken op verschillende hardware, aldus Klint. “VMware staat altijd open om samen te werken met grote leveranciers, zoals met HP, HDS, Fujitsu, SuperMicro en Dell rond VMware EVO: RAIL. Dit is een software-defined data center software stack dat bestaat uit VMware vSphere Enterprise Plus en ESXi, vCenter Server, VMware Virtual SAN (VSAN) voor storage en VMware vRealize Log Insight real-time log beheersoftware.”

Volume of Value

Klint zegt dat partners door het steeds grotere aanbod van VMware op den duur keuzes moeten maken waarin ze zich willen specialiseren. “Het VMware go-to-market model gaat via volume partners die licenties verkopen en value partners die gespecialiseerd zijn in verschillende VMware technologieën. Ik vraag aan ze wat ze willen zijn: volume of value partners. Dat doe ik in nauwe samenwerking met VMware channel manager Stef Koopman. Een value partner is bijvoorbeeld een systeem integrator die onze geavanceerde oplossingen verkoopt, zoals de VMware Horizon end-user computing oplossingen. Of ons cloud aanbod met een ‘inside en outside infrastructuur’. Of met VMware software defined datacenter software waarmee je iets unieks kan bouwen.”

Daar ligt volgens Klint ook tegelijkertijd een uitdaging. “Partners kunnen meer keuzes maken waarin ze willen specialiseren. Een partner kan niet alles van ons portfolio doen. Het gaat om focus. Ze kunnen zich specialiseren in end user computing, NXS, VSAN of met vCloud Air beheersoftware voor sddc. De partners maken allemaal zelf uit welke beslissing ze gaan nemen om verder te specialiseren. Je ziet nu wel resultaten. De meeste partners verkopen nu meer dan alleen maar VMware vSphere voor servervirtualisatie. Ze hebben hun aanbod uitgebreid met bijvoorbeeld VMware beheer oplossingen, het virtualiseren van netwerken of in het virtualiseren van storage.”

WK

 

]]>
Sat, 08 Nov 2014 10:54:09 +0100 Peter Klint, VMware Benelux: ‘business benefit’ om nieuwe technologie te adopteren http://executive-people.nl/item/519386/peter-klint-vmware-benelux-a-business-benefita-om-nieuwe-technologie-te-adopteren.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Zet technische innovatie in voor de business’ http://executive-people.nl/item/519355/a-zet-technische-innovatie-in-voor-de-businessa.html Veranderingen in de zakelijke omgeving gaan razendsnel. Het tempo van noodzakelijke veranderingen ligt daarom hoog, en de druk op de CIO om die veranderingen te faciliteren is groot. Het inzetten van de juiste technologie is daarom noodzakelijk als business enabler. Samsung zet zijn ervaring met consumenten in om bedrijven te helpen anders te denken over IT.

De rol van de CIO is de laatste jaren flink veranderd”, zegt Ralph Van Lysebeth, Country Manager Enterprise Business Team BeLux bij Samsung België. “Enige tijd geleden was de CIO vooral iemand die in de perceptie van de business de kosten opdreef en de effectiviteit van technologie niet kon bewijzen. Ondertussen is de rol van de CIO veel belangrijker geworden in het invoeren van digitale technologie.”

Erik Swart, country director B2B Nederland, voegt daaraan toe: “In de zakelijke markt gaan de ontwikkelingen razendsnel. Het tempo waarin je je business managet maar ook het tempo waarin je in staat moet zijn je business waar noodzakelijk te veranderen is cruciaal. Vroeger hadden organisaties tien tot vijftien jaar de tijd om hun strategie en hun business te veranderen op basis van wat er in de markt en in hun speelveld gebeurde.”

Kansen

Tegenwoordig, door de opkomst van digital business, de kracht van social media, de manier waarop er gecommuniceerd en gekocht wordt, en communicatie beschikbaar is, verandert dat veel sneller. Als bedrijf heb je nu in plaats van die tien tot vijftien jaar nog een tot anderhalf jaar de tijd om daarop te anticiperen, als je geluk hebt.”

Want de kansen die er liggen in de markt kunnen zomaar omslaan in een bedreiging wanneer je er niets mee doet. Je ziet nu ook het verschijnsel dat partijen die vandaag de dag het levenslicht nog niet hebben gezien of nog niet bekend zijn, binnen één tot twee jaar plotseling een heel geduchte concurrent kunnen zijn. Dus je moet als bedrijf uitermate agile zijn om daarop te kunnen anticiperen.”

Van Lysebeth: “In toenemende mate is de CIO een business enabler geworden. Iedere technologie die nu wordt gebruikt moet leiden tot een merkbare stijging van de productiviteit in een organisatie. Steeds meer zaken komen bovendien uit een private omgeving waar software en tools worden gebruikt die het leven makkelijker maken. Vaak zijn die nog niet te vinden in de bedrijfsomgeving. Het is de taak van de CIO om die technologie op te nemen in de organisatie.”

Kritischer

Het is dus belangrijk om je doelgroep goed in kaart te brengen en voortdurend te monitoren hoe die doelgroep acteert. Hoe verzamelen ze hun informatie en hoe gaan ze met die informatie om? Want klanten worden steeds kritischer. Swart: “Waar men een aantal jaar geleden eerst keek naar wat er mogelijk was, en daarmee begon te werken, zijn de eisen nu heel anders. Men kijkt eerst naar hoe men zou willen werken, en blijft net zolang zoeken tot ze iets vinden dat dit mogelijk maakt. En op het moment dat ze iets gevonden hebben wordt het ook meteen in een rap tempo omarmd.”

Samsung is volgens Van Lysebeth bij uitstek gepositioneerd om daar een rol te spelen. “We hebben een uitgebreid assortiment aan mobiele devices, en kunnen iedere document solution naar de markt brengen. We kunnen oplossingen aanbieden waarmee je een duidelijke return on investment kunt waarborgen. Het inzetten van smartphones in de werkomgeving is nog steeds een hot topic. Er zijn veel vragen over de security, waar we oplossingen voor ontwikkelen. Daarnaast is digitaliseren van meeting rooms en het delen van informatie een belangrijk agendapunt.”

Uitleg

Dat vereist soms wel enige uitleg. “Van een hardwareleverancier worden we meer en meer een solution provider. Daar hebben we de organisatie op aangepast, met een B2B organisatie die over alle productlijnen heen werkt. Waar we vroeger meer productgericht waren gaan we nu met complete solutions om de markt. We hebben daarom veel mensen uit de B2B wereld aangenomen, en daarmee veel expertise ingekocht. Maar daarnaast werken we ook samen met onze partners en service providers. We doen het werk niet alleen, al hebben we wel één voice naar de klant.”

Swart: “Wij hebben door onze consumentenproducten natuurlijk een goed beeld van hoe de consument denkt en handelt. Met die kennis en kunde willen wij in de zakelijke markt het bedrijfsleven weer in staat stellen om de vertaalslag te maken die voor hun business relevant is. Natuurlijk speelt mobility daarin een hele belangrijke rol. Maar er speelt meer, zoals de manier waarop we via allerlei vormen van visuele communicatie die consument uiteindelijk kunnen bereiken, positief beïnvloeden en helpen. Daarover gaan we regelmatig met de business in gesprek, om te kijken welke uitdagingen en kansen zij zien en hoe we daar gezamenlijk een oplossing voor kunnen bieden.”

De vragen waar organisaties mee te maken hebben zijn nog heel divers. “We zijn in veel gevallen hofleverancier van hele mooie technologieën, en er zijn nog steeds heel veel grote zakelijke klanten die gewoon nieuwe smartphones nodig hebben als ze merk X gaan vervangen en daarbij om onze hulp vragen. Dat is een belangrijk onderdeel van onze organisatie.”

Meedenken

Maar bedrijven hebben meer nodig dan alleen de tools voor hun medewerkers. “Het gaat er bij zakelijke klanten ook om dat we meedenken over de vraag wat technologie betekent voor hun businessprocessen, en welke kansen het biedt voor hun klanten. Want daar zit de mogelijkheid tot innovatie. Dan praat je niet meer over de vraag hoe plat een smartphone is en hoe snel hij is, maar wat je er mee kunt en wilt.”

Van Lysebeth: “In de retail zien we meer en meer het gebruik van digitale technologie om de klant te binden. Ze willen meer beleving creëren, en omnichannel realiseren. Daarnaast biedt het gebruik van schermen in boardrooms en conference rooms ook veel voordelen. De kwaliteit is veel beter, en het zorgt voor een verhoging van de productiviteit. We gaan meer en meer naar document management toe met onze printoplossingen. Dat raakt direct de business. Over al die businessoplossingen praten we steeds meer met mensen op C-level, en dan is het niet alleen de CIO, ook andere executives zijn in oplossingen geïnteresseerd.”

]]>
Sat, 08 Nov 2014 08:00:26 +0100 ‘Zet technische innovatie in voor de business’ http://executive-people.nl/item/519355/a-zet-technische-innovatie-in-voor-de-businessa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Ingram en Nimble flexibiliseren opslag http://executive-people.nl/item/518985/ingram-en-nimble-flexibiliseren-opslag.html Eenvoudig beheer, verminderd energieverbruik en minimale downtime. Dat zijn zo’n beetje de troeven voor elke datacenterbeheerder tegenwoordig. Cisco is daar met zijn UCS-platform (unified computing system) een paar jaar geleden op ingesprongen. Nimble haakt daar met zijn opslagsystemen op in met applicatie performance, data protectie en preventief onderhoud. Ingram Micro combineert beide naar de markt toe.

Thijs Vink, Benelux-directeur van de Advanced Solutions divisie bij distributeur Ingram Micro, en Lars Andersen, channel manager Benelux & Nordics bij Nimble, zijn het roerend met elkaar eens: de storagemarkt groeit als kool en zal dat voorlopig blijven doen. “Dat geldt voor elke categorie: van de micro-SD-kaartjes voor de smartphone, tot aan de grote storage cabinets in het datacenter. En alles wat ertussenin zit. De gegevensproductie is enorm en de data moeten ergens worden opgeslagen”, licht Vink toe.

Tegelijkertijd constateren beiden dat IT-budgetten onder druk staan, tiered storage lijkt kosteneffectief, maar veroorzaakt vaak performance problemen, gegevensbescherming is onvoldoende geautomatiseerd, incidenten in de storage omgeving worden onvoldoende snel opgelost en de (geplande) downtime in datacenters mag liefst seconden per jaar bedragen. Nimble biedt hier een helpende hand door op een slimme manier flashgeheugen (SSD) en NL-SAS/SATA disken te combineren. Natuurlijk bieden concurrenten ook een combinatie van deze technologieën. Maar waar zit dan het verschil?

Write en read

De meeste klanten vinden het de normaalste zaak om een capaciteitsuitbreiding (disk of SSD) te kopen om meer performance te krijgen. Dit is bij Nimble Storage niet het geval, zegt Andersen. Nimble combineert SSD met traditionele low cost high capacity harde schijven.

"Heb je meer write performance nodig? Dan verkopen we meer CPU-vermogen, waardoor de compressie sneller is uit te voeren. En heb je meer read performance nodig? Dan leveren we SSD om als een read cache te gebruiken. En heb je meer capaciteit nodig; pas dan verkopen we disken. De klant koopt dus precies waar hij behoefte aan heeft", aldus Andersen. Klanten krijgen hierdoor veel meer performance in veel minder ruimte dan bij andere storage fabrikanten, is zijn conclusie

“Maar dat is nog niet alles”, licht Andersen toe. “Nimble biedt klanten de mogelijkheid om tot 10.000 snapshots, die nauwelijks capaciteit eisen, per array te maken en dan te repliceren naar een 2de array om zodoende bijvoorbeeld backup/recovery-strategieën op te zetten. Maar ook het Cloud based management platform, waardoor Nimble geen level-1 support meer nodig heeft en klanten direct met level-2 engineers praten”.

Schaalbaar

Andersen vertelt dat Nimble (Engels voor ‘lenig’) in 2008 is opgericht door één van de eerste engineers van NetApp en DataDomain. De eerste klant kwam in 2010. Inmiddels zit de onderneming wereldwijd met meer dan 3.500 afnemers.

De kracht is het speciaal ontwikkelde filesysteem, dat op unieke wijze de kracht van SSD (flash is goed in reads, niet in writes) en disk (goed in sequential IO, niet in random IO; en goedkoop) combineert. Alle uitbreidingen in flash, controller (CPU) en disk gebeuren online en dus zonder downtime.

Cisco ‘Smartstack’

Nimble stelt klanten dus in staat op veel minder vloeroppervlak veel meer performance te halen. Cisco streeft ook naar een enorme ‘infrastructure density’. Daarom hebben beide bedrijven de zogenaamde ‘Smartstack’ gedefinieerd, een referentieachitectuur waarbij Cisco UCS servers, Cisco switches en Nimblestorage systemen worden gecombineerd. Tevens is de support van deze geconvergeerde infrastructuuroplossing geconsolideerd en heeft de klant één aanspreekpunt voor support. Andersen en Vink roemen de schaalbaarheid van de SmartStack-oplossingen. “Geschikt voor zowel MKB als de grote organisaties.” Door de modulaire opbouw van de systemen is het opschalen ervan eenvoudig.

De oplossing geeft de klant vooral meer performance per geïnvesteerde euro, slimme data management software en support, maar werkt ook ruimte- en energiebesparend. “Het business model van Nimble is eveneens simpel”, zegt Andersen “Wie een Nimble-systeem koopt krijgt een vracht aan software er gratis bij”.

“Technisch een waardevolle oplossing, maar bovendien ook een serieus bedrijf. Vorig jaar december naar de beurs gegaan”, voegt Vink eraan toe.

Cisco-platform

Het mooie is, vertelt Vink, dat Nimble naadloos aansluit op het UCS- en Nexus-platform van Cisco. “Wij hebben al een toegewijd Cisco-team. Die betrekken we ook bij onze marktbenadering. Wij trainen onze klanten al op het UCS-platform; nu komt daar het storagegedeelte bij met Nimble. Dat sluit mooi op elkaar aan”, zegt Vink.

Andersen zegt dat één van de redenen om een Paneuropese samenwerking aan te gaan met Ingram Micro vooral ook het Cisco-resellernetwerk is dat deze distributeur al heeft en de ambitie van zowel Cisco als Ingram om fors meer resellers te recruiteren voor deze oplossingen. “Wij kunnen daar mooi op meeliften.”

Overigens heeft Nimble oplossingen die tevoren al zijn gevalideerd door bijvoorbeeld VMware, Oracle, Citrix en Microsoft. En natuurlijk door Cisco. Zo zijn er een SmartStack voor bedrijfskritische applicaties met VMware, is er een Smartstack voor Oracle, voor VDI en voor de private cloud met Microsoft Hyper-V.

Bijscholen

Vink ziet niet dat er nieuwe storage-resellers bijkomen in Nederland. De markt is wel zo’n beetje uitgekristalliseerd. “Maar het opvallende aan deze oplossing is dat het zich niet beperkt tot opslag. Het is een oplossing die inhaakt op Cisco’s UCS, dus op de infrastructuur van een datacenter. Dat betekent dat resellers zich op beide terreinen moeten bekwamen. Wij hebben samen een trainingsprogramma in het leven geroepen om ze daarbij ter wille te zijn”, zegt Vink.

Een kwestie dus van bijscholen. Maar dat zal niemand vreemd in de oren klinken, want dat is zo’n beetje de enige constante factor in de IT-industrie.

Vink: “Wij zijn op zoek naar resellers die deze reis met ons mee willen maken. Resellers die bereid zijn te investeren in de tijd om de reis tot een goed einde te brengen. Wij weten zeker dat aan deze oplossingen behoefte bestaat binnen de markt.”

Ondersteuning

Nimble heeft een ondersteuningssysteem in het leven geroepen voor alle SmartStacks die in gebruik zijn bij klanten. Op het hoofdkantoor in San Jose, Californië, komen de signalen binnen die de systemen afgeven. De support centra werken 24 uur per dag vanuit vier locaties verspreid over de wereld.

De storage systemen houden zelf hun eigen gezondheid bij. “Wij weten eerder wanneer uitbreiding van het systeem nodig is, dan de klant zelf, of het nu om performance of capaciteit gaat. Meestal moet een klant de leverancier bellen met het verzoek om uitbreiding. Bij ons hoeft dat niet: wij bellen de klant”, zegt Andersen.

Hij voegt eraan toe dit cloud based management systeem ook door de reseller is in te zetten op verzoek van de eindgebruiker. “Wij zien wat er met de systemen gebeurt. En in plaats van de klant, kunnen wij ook de reseller bellen met die informatie. Die kan dan goed voorbereid contact opnemen met zijn klant. Zo houden we het lokaal.”

]]>
Sat, 01 Nov 2014 06:04:58 +0100 Ingram en Nimble flexibiliseren opslag http://executive-people.nl/item/518985/ingram-en-nimble-flexibiliseren-opslag.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Pleidooi voor de Wiebes-factor en een goed fundament http://executive-people.nl/item/518664/pleidooi-voor-de-wiebes-factor-en-een-goed-fundament.html Steeds meer overheden en bedrijven kiezen ervoor een CIO als commissaris of lid van de Raad van Toezicht te benoemen. Maarten Hillenaar – voormalig CIO Rijk en thans senior adviseur bij PBLQ –gaat in op de competenties van de CIO/commissaris en analyseert de verschillen en overeenkomsten tussen overheid en bedrijfsleven.

U hebt jarenlange ervaring in het bedrijfsleven en bij de overheid, het meest recent als CIO Rijk. Waar moeten we uw huidige organisatie PBLQ plaatsen?

Hillenaar: “PBLQ is ooit – 25 jaar geleden – opgericht als stichting (Het Expertise Centrum). ICT-deskundigheid werd buiten de overheid georganiseerd om onafhankelijk mee te kijken bij ICT-projecten. Dat was toen een goed idee en is dat nog steeds. Hier werken nu zo’n 130 medewerkers en we leiden nu al 13 jaar trainees op. Deze laatsten krijgen een opleiding van twee jaar, bestaande uit driemaal acht maanden stage en een dag in de week volgen ze een post-academische opleiding aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Zij worden Master in Public Information Management, worden goed gewaardeerd en vinden mooie banen. Binnen de overheid, maar ook daarbuiten. De trainees kwam ik bij het Rijk ook al tegen. Ook ‘in de buurt’ van de CIO bij een departement.”

Stel dat iemand uit het bedrijfsleven aan de slag gaat bij de overheid, wat komt hij of zij dan tegen?

Hillenaar: “Als (toekomstig) werknemer of commissaris bij de overheid moet je de specifieke eigenschappen van de overheidkennen. Er is bij de overheid geen sprake van één baas. En het portfolio is gigantisch. Denk aan de Belastingdienst of Rijkswaterstaat. Maar ook: gevangenissen, wegen, onderwijs, het sturen van het zorgstelsel, dat zijn allemaal verschillende werelden. De product rangevan de overheid is zo veel groter dan bij welk bedrijf dan ook. Unilever is groot, Shell ook, maar hun werkgebied is overzichtelijker.

Ten aanzien van de departementen is de politiek de hoogste baas. Maar daarmee is nog niet alles gezegd, de media hebben ook een sterk sturende rol. Zo liggen op dit moment de grote ICT-projecten van de overheid onder een vergrootglas, daar moet je je rekenschap van geven. Ook hier zie je de verschillen tussen overheid en bedrijfsleven terug. Ook in het bedrijfsleven wordt nu en dan geworsteld met ICT: de projecten zijn echt vergelijkbaar, dezelfde grote issues spelen er. De problemen met de betalingssystemen bij de banken worden alleen niet zo breed uitgemeten in de kranten als een overheidsproject dat niet functioneert.In de beleving zijn de verschillen in prestatietussen de ICT-projecten van overheid en bedrijfsleven veel groter dan de overeenkomsten. Maar die perceptie is niet juist. De verschillen worden soms echt opgeblazen.

Overigens heeft al die aandacht ook een positief effect: de informatietechnologie staat inmiddelshoog op de agenda bij de topbestuurders. Dat ICT nu ook ‘politiek’ is geworden, vanwege het onderzoek van de Tijdelijke commissie ICT-projecten overheid, helpt daarbij nog een handje.Desondanks is het nog steeds geen automatisme om rekening te houden met de i-component. De Nederlandse overheid doet het niet slecht in internationaal perspectief. In de benchmark van de Verenigde Naties staat Nederland op de 5e plaats qua elektronische dienstverlening. Dat is een toppositie. Daarbij moet wel worden aangetekend dat we twee jaar eerder nog op de tweede plaats, achter Zuid-Korea, stonden.

Ik denk dat staatssecretaris van Financiën Wiebes het laatst goed zei: ‘ICT kan niet alles oplossen.’ Daar ben ik het van harte mee eens, maar we moeten ook dieper durven kijken. We gaan altijd uit van de bestaande situatie en stellen steeds hogere eisen aan onze systemen. Zo groeit de ICT organisch. Maar het fundament is niet adequaat. De Nationaal Commissaris Digitale Overheid (Bas Eenhoorn, red.) gaat nu kijken naar die basis.

Een niet spectaculair maar wel degelijk relevant verschil met het bedrijfsleven is het aanbestedingsrecht. De overheid mag nooit uitgaan van een ‘huisleverancier’, zij is namelijk altijd gehouden een project aan te besteden. Dat gebeurt, zeker als het gaat om infrastructurele voorzieningen als netwerken, telefonie en datacenters, steeds meer in gemeenschappelijkheid.Maar het blijft complex. Ik vergelijk het met een andere historie. De Wegenverkeerswet was er echt niet vanaf de dag we dat de eerste geasfalteerde wegen hadden. Die wetgeving is langzaam ‘gegroeid’. Nu stelt de overheid bijvoorbeeld ook eisen aan je vervoermiddel, qua veiligheid en CO2-uitstoot. Zo moet je nu kijken naar het fundament, de ICT-infrastructuur: wat zijn de basisafspraken, hoe gaat de gegevensopslag in datacenters, hoe identificeer je gegevens en personen, welke standaarden zijn er reeds? We bouwen immers aan het digitale wegennet en ontwikkelen de verkeersregels voor het digitale verkeer. Een zoektocht waarbij overheid en bedrijfsleven gedeelde belangen hebben. Daarbij pleit ik voor een hogere ‘Wiebes-factor’, dat we ons realiseren dat ICT niet alles kan oplossen en dat het belangrijk is dat het fundament stevig genoeg is.”

Denkt u dat de CIO/commissaris meteen ‘geaccepteerd’ wordt door de anderen?

Hillenaar: “Daar kun je zelf veel aan doen natuurlijk, maar er kan nogeen soort natuurlijke weerstand zijn,want veelcommissarissen praten makkelijkerover financiën dan over IT. Daarbij voelen ze zich veiliger, het is immers altijd hun habitat geweest.

Als je als CIO toetreedt tot de raad van commissarissen, is nog meer dan bij je CIO-baan van belang, datje let op de taal die je gebruikt. Voor veel instanties lijktICT namelijk een branchevreemd onderwerp. Zelf ben ik commissaris geweest bij voetbalclub AZ. Het lijktbij voetbal alleen te gaan om de sport en het geld, maar ook AZ stond toen al bol van de ICT: het vastleggen van de ontwikkelingen van de jeugdspelers, de scouting van talenten, de trainingsgegevens van de A-selectie, medische gegevens na een blessure. Maar ook de marketing: fans, toegangskaartjes, merchandise. Ondanks de noodzaak ervan had ICT geen prioriteit bij het bestuur. Dat bedoelde ik met ‘branchevreemd’. De kunst is dan dat je voorbij het punt komt dat een bestuurder denkt: ‘ik snap het niet, dus het is niet mijn probleem.’ Dus helpt het alsde i-zaken goed kunnen toelichten en uitleggen. En je je realiseertdat een zin als ‘internet is een wolk’ niet door iedereen wordt opgevat zoals jij hem bedoelde. Daar ligt dus je valkuil als CIO/commissaris, het is niet handigmet afkortingen en termen te smijten,je kunt je vakmanschap beter tonen door aan te sluiten op de belevingswereld van de directie. Je bent zelf opgegroeid met die toch wel bijzondere ICT-taal, maar de directeur is dat niet.ICT heeft alles te makenmet de continuïteit van het bedrijf, met de veiligheid ervan. ICT is een concurrentiemiddel.En kande spelregels veranderen: kijk maar naar Airbnb, Uber en Knab. Het helpt als je die verbinding weet te leggen.

Ik heb gemerkt dat taal belangrijk is. En goede plaatjes helpen. Kom met goede tekeningen van de huidige en/of gewenste situatie. Het helpt als architectuurplaten de kracht krijgen van bouwtekeningen. Een representatie van de werkelijkheid die iedereen begrijpt. Ik probeer daarnaastgoed te luisteren naar de vragen die worden gesteld – zo kom je te weten wat er speelt en hoe men ernaar kijkt – en ga zelf kritische vragen niet uit de weg. Logisch, want dát is je rol als commissaris.”

Auteur: Nicole Bodéwes

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met onze partner CIOnet

]]>
Sat, 25 Oct 2014 08:23:55 +0200 Pleidooi voor de Wiebes-factor en een goed fundament http://executive-people.nl/item/518664/pleidooi-voor-de-wiebes-factor-en-een-goed-fundament.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Nimble en Ingram Micro flexibiliseren opslag http://executive-people.nl/item/517982/nimble-en-ingram-micro-flexibiliseren-opslag.html Eenvoudig beheer, verminderd energieverbruik en minimale downtime. Dat zijn zo’n beetje de troeven voor elke datacenterbeheerder tegenwoordig. Cisco is daar met zijn UCS-platform (unified computing system) een paar jaar geleden op ingesprongen. Nimble haakt daar met zijn opslagsystemen op in met applicatie performance, data protectie en preventief onderhoud. Ingram Micro combineert beide naar de markt toe.

Thijs Vink, Benelux-directeur van de Advanced Solutions divisie bij distributeur Ingram Micro, en Lars Andersen, channel manager Benelux & Nordics bij Nimble, zijn het roerend met elkaar eens: de storagemarkt groeit als kool en zal dat voorlopig blijven doen. “Dat geldt voor elke categorie: van de micro-SD-kaartjes voor de smartphone, tot aan de grote storage cabinets in het datacenter. En alles wat ertussenin zit. De gegevensproductie is enorm en de data moeten ergens worden opgeslagen”, licht Vink toe. 

Tegelijkertijd constateren beiden dat IT-budgetten onder druk staan, tiered storage lijkt kosteneffectief, maar veroorzaakt vaak performance problemen, gegevensbescherming is onvoldoende geautomatiseerd, incidenten in de storage omgeving worden onvoldoende snel opgelost en de (geplande) downtime in datacenters mag liefst seconden per jaar bedragen. Nimble biedt hier een helpende hand door op een slimme manier flashgeheugen (SSD) en NL-SAS/SATA disken te combineren. Natuurlijk bieden concurrenten ook een combinatie van deze technologieën. Maar waar zit dan het verschil?

Write en read

De meeste klanten vinden het de normaalste zaak om een capaciteitsuitbreiding (disk of SSD) te kopen om meer performance te krijgen. Dit is bij Nimble Storage niet het geval, zegt Andersen. Nimble combineert SSD met traditionele low cost high capacity harde schijven. "Heb je meer write performance nodig? Dan verkopen we meer CPU-vermogen, waardoor de compressie sneller is uit te voeren. En heb je meer read performance nodig? Dan leveren we SSD om als een read cache te gebruiken. En heb je meer capaciteit nodig; pas dan verkopen we disken. De klant koopt dus precies waar hij behoefte aan heeft", aldus Andersen. Klanten krijgen hierdoor veel meer performance in veel minder ruimte dan bij andere storage fabrikanten, is zijn conclusie. “Maar dat is nog niet alles”, licht Andersen toe. “Nimble biedt klanten de mogelijkheid om tot 10.000 snapshots, die nauwelijks capaciteit eisen, per array te maken en dan te repliceren naar een 2de array om zodoende bijvoorbeeld backup/recovery-strategieën op te zetten. Maar ook het Cloud based management platform, waardoor Nimble geen level-1 support meer nodig heeft en klanten direct met level-2 engineers praten”.

Schaalbaar

Andersen vertelt dat Nimble (Engels voor ‘lenig’) in 2008 is opgericht door één van de eerste engineers van NetApp en DataDomain. "De eerste klant kwam in 2010. Inmiddels zit de onderneming wereldwijd met meer dan 3.500 afnemers. De kracht is het speciaal ontwikkelde filesysteem, dat op unieke wijze de kracht van SSD (flash is goed in reads, niet in writes) en disk (goed in sequential IO, niet in random IO; en goedkoop) combineert. Alle uitbreidingen in flash, controller (CPU) en disk gebeuren online en dus zonder downtime."

Cisco ‘Smartstack’

Nimble stelt klanten dus in staat op veel minder vloeroppervlak veel meer performance te halen. Cisco streeft ook naar een enorme ‘infrastructure density’. Daarom hebben beide bedrijven de zogenaamde ‘Smartstack’ gedefinieerd, een referentieachitectuur waarbij Cisco UCS servers, Cisco switches en Nimblestorage systemen worden gecombineerd. Tevens is de support van deze geconvergeerde infrastructuuroplossing geconsolideerd en heeft de klant één aanspreekpunt voor support. Andersen en Vink roemen de schaalbaarheid van de SmartStack-oplossingen. “Geschikt voor zowel MKB als de grote organisaties.” Door de modulaire opbouw van de systemen is het opschalen ervan eenvoudig.

Nimble – Een serieus bedrijf

De oplossing geeft de klant vooral meer performance per geïnvesteerde euro, slimme data management software en support, maar werkt ook ruimte- en energiebesparend. “Het business model van Nimble is eveneens simpel”, zegt Andersen “Wie een Nimble-systeem koopt krijgt een vracht aan software er gratis bij”. “Technisch een waardevolle oplossing, maar bovendien ook een serieus bedrijf. Vorig jaar december naar de beurs gegaan”, voegt Vink eraan toe.

Cisco-platform

Het mooie is, vertelt Vink, dat Nimble naadloos aansluit op het UCS- en Nexus-platform van Cisco. “Wij hebben al een toegewijd Cisco-team. Die betrekken we ook bij onze marktbenadering. Wij trainen onze klanten al op het UCS-platform; nu komt daar het storagegedeelte bij met Nimble. Dat sluit mooi op elkaar aan”, zegt Vink. Andersen zegt dat één van de redenen om een Paneuropese samenwerking aan te gaan met Ingram Micro vooral ook het Cisco-resellernetwerk is dat deze distributeur al heeft en de ambitie van zowel Cisco als Ingram om fors meer resellers te recruiteren voor deze oplossingen. “Wij kunnen daar mooi op meeliften.”
Overigens heeft Nimble oplossingen die tevoren al zijn gevalideerd door bijvoorbeeld VMware, Oracle, Citrix en Microsoft. En natuurlijk door Cisco. Zo zijn er een SmartStack voor bedrijfskritische applicaties met VMware, is er een Smartstack voor Oracle, voor VDI en voor de private cloud met Microsoft Hyper-V.

Bijscholen

Vink ziet niet dat er nieuwe storage-resellers bijkomen in Nederland. De markt is wel zo’n beetje uitgekristalliseerd. “Maar het opvallende aan deze oplossing is dat het zich niet beperkt tot opslag. Het is een oplossing die inhaakt op Cisco’s UCS, dus op de infrastructuur van een datacenter. Dat betekent dat resellers zich op beide terreinen moeten bekwamen. Wij hebben samen een trainingsprogramma in het leven geroepen om ze daarbij ter wille te zijn”, zegt Vink. Een kwestie dus van bijscholen. Maar dat zal niemand vreemd in de oren klinken, want dat is zo’n beetje de enige constante factor in de IT-industrie. Vink: “Wij zijn op zoek naar resellers die deze reis met ons mee willen maken. Resellers die bereid zijn te investeren in de tijd om de reis tot een goed einde te brengen. Wij weten zeker dat aan deze oplossingen behoefte bestaat binnen de markt.”

Ondersteuning

Nimble heeft een ondersteuningssysteem in het leven geroepen voor alle SmartStacks die in gebruik zijn bij klanten. Op het hoofdkantoor in San Jose, Californië, komen de signalen binnen die de systemen afgeven. De support centra werken 24 uur per dag vanuit vier locaties verspreid over de wereld. De storage systemen houden zelf hun eigen gezondheid bij. “Wij weten eerder wanneer uitbreiding van het systeem nodig is, dan de klant zelf, of het nu om performance of capaciteit gaat. Meestal moet een klant de leverancier bellen met het verzoek om uitbreiding. Bij ons hoeft dat niet: wij bellen de klant”, zegt Andersen. Hij voegt eraan toe dit cloud based management systeem ook door de reseller is in te zetten op verzoek van de eindgebruiker. “Wij zien wat er met de systemen gebeurt. En in plaats van de klant, kunnen wij ook de reseller bellen met die informatie. Die kan dan goed voorbereid contact opnemen met zijn klant. Zo houden we het lokaal.”

]]>
Thu, 23 Oct 2014 07:06:40 +0200 Nimble en Ingram Micro flexibiliseren opslag http://executive-people.nl/item/517982/nimble-en-ingram-micro-flexibiliseren-opslag.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Cloud maakt data productief http://executive-people.nl/item/518286/cloud-maakt-data-productief.html Data moet rendabel gaan worden. Dit faciliteren is een van de belangrijkste uitdagingen waar CIO’s voor staan. De benodigde snelheid en flexibiliteit zijn over het algemeen niet te vinden in de eigen infrastructuur van organisaties. Maar aan het gebruik van een publieke cloud kleven weer een aantal nadelen. Microsoft en Equinix zijn daarom wereldwijd een samenwerking aangegaan voor het bieden van een veilige hybride cloudoplossing met Azure Express Route.

De strategie van Microsoft is samen te vatten als Cloud and Mobile First. Alle software en hardware wordt vanuit dat oogpunt ontwikkeld. Dit wil niet zeggen dat er geen ruimte meer is voor on premise oplossingen. “Wij verwachten dat er de komende jaren nog sprake zal zijn van een combinatie”, zegt Erik Jan van Vuuren, Azure Lead bij Microsoft. “De klant zal altijd op basis van zijn specifieke businesscase een keuze maken of hij IT draait in zijn eigen datacenter omdat hij het liever onder zijn directe controle heeft, of dat hij juist gebruik maakt van de voordelen van de cloud.”

Een belangrijke overweging bij degelijke keuzes door organisaties is kostenbesparing. “Heel veel IT afdelingen moeten bijvoorbeeld twintig procent per jaar aan budget besparen. Zij gaan daarom kijken of een cloudstrategie daar een bijdrage aan kan leveren. Een andere belangrijke overweging isde go to market.Veel CIO’s en IT managers worden ermee geconfronteerd dat ze niet snel genoeg innovatieve services beschikbaar kunnen stellen. Eindgebruikers gaan dan vanuit hun eigen devices diensten aanschaffen buiten de controle van de CIO om.”

Wildgroei

Dat leidt tot een wildgroei in het gebruik van services, die je als CIO onder controle wilt krijgen. Juist met cloud-diensten kun je die controle weer terugkrijgen, èn heb je de beschikking over genoeg capaciteit om iedere dienst direct te kunnen leveren. IT managers die diensten snel beschikbaar kunnen stellen want anders gaan de productmanagers gewoon zelf aan de slag, dat zien wij steeds vaker. De grote klanten van Azure, zeker in Nederland, zijn niet meer de IT managers, maar productmanagers en marketingmanagers.”

De vraag die de IT manager daarom steeds meer stelt bij Microsoft is hoe de capaciteit die de publieke cloud biedt kan worden geïntegreerd in de eigen omgeving? “Daarmee kom je terecht bij de samenwerking tussen Microsoft en Equinix. Omdat Equinix in al zijn datacenters Azure Gateways heeft staan, zijn onze enterprise klanten in staat om direct verbindingen met die datacenters te maken. De afstanden zijn echt heel kort. Zo integreren organisaties innovatiekracht, flexibiliteit en snelheid, dus alle voordelen die de cloud biedt, in hun eigen infrastructuur.”

Michiel Eielts, managing director Equinix, voegt daaraan toe: “Steeds vaker praten we met CIO’s over de vraag hoe ze bij ons data kunnen opslaan voor verschillende applicaties en voor verschillende platformen. Vroeger hield iedereen de data voor zichzelf, maar ondertussen hebben organisaties ontdekt hoe zij data productief kunnen maken. Data moet voor je bedrijf gaan werken. Het grote nadeel voor de CIO daarbij is echter dat zij te maken hebben met allemaal verschillende applicaties met verschillende eisen. Dat is een grote uitdaging.”

Flexibiliteit

Daarbij spelen veel verschillende zaken een rol. Op het gebied van cloud moeten zaken als compliance en security goed geregeld zijn. Daarnaast moet het financieel goed verankerd zijn, en moet ook de verantwoordelijkheid voor het beheer goed worden geregeld. “En uiteindelijk gaat het erom dat je de juiste data snel bij de recources krijgt. Want je kunt wel heel sterke recources hebben, maar wanneer je de data en de workload niet vanuit je eigen coredata daar krijgt kunt mis je de nodige flexibiliteit.”

De mogelijkheden van cloud zijn geweldig, maar je moet dan wel zorgen dat je de voordelen van cloud maximaal gebruikt voor je organisatie, en de nadelen van cloud zo beperkt mogelijk houdt en beheert. Daarvoor is de hybrid cloud bij uitstek geschikt. Je zet de data neer in een connected datacenter zoals dat van Equinix, en zorgt zo dat je core data snel kunnen worden ingezet. Omdat Microsoft zijn technologie ook in ons datacenter neerzet ben je met een crossconnect met een oneindige capaciteit verbonden met Microsoft.”

Dit betekent dat je altijd kunt werken met hoge snelheid. Je gebruikt daarbij niet het publieke internet zoals bij de meeste cloud toepassingen, maar een beveiligde private verbinding, een directe verbinding met Microsoft, met onbeperkte capaciteit. Het is best of, je hebt altijd de security, het gaat niet over het publieke netwerk, de compliance is geregeld, je hebt on demand direct ingevuld, de back up is geregeld in de eigen omgeving òf bij Microsoft. Kortom, je hebt zo eigenlijk de grootste uitdagingen van de CIO ondervangen.”

Die hybride cloud hoeft niet gelijk een grote implementatie te zijn, het kan volgens Eielts beginnen met een kleine deployment. “Dit model is eigenlijk een win-win situatie voor de klant. Alle grote uitdagingenvan de klant worden ondervangen, en hij is daarmee enorm flexibel. Veel CIO’s willen namelijk wel beginnen aan cloud, maar niet te groot. Op deze manier kan hij heel voorzichtig starten, en er grip op houden. En als het nodig is kan hij gelijk de sluizen openen.”

Klein beginnen

Veel organisaties zien Eielts en Van Vuuren zo beginnen. Maar als ze eenmaal geproefd hebben van cloud is er niemand meer die teruggaat, in praktijk willen ze alleen maar verder uitbreiden. Eielts: “Ze gaan allemaal opschakelen, en dat gaat steeds sneller. Soms beginnen ze met alleen de website of een back up, maar vroeg of laat gaan ze allemaal de architectuurvraag stellen. Ze willen allemaal weten hoe het werkt. Om daarop in te spelen hebben we speciaal een set-up waarin je vrijblijvend kunt testen, en zien hoe alles functioneert.”

Van Vuuren: “Beheersbaarheid is volgens mij de belangrijkste vraag waar de CIO mee zit. Als data buiten zijn omgeving zit is het risico op onbeheersbaarheid groter. Als je een omgeving integreert met de Microsoft cloud dan houd je controle en heb je gelijk aan alle randvoorwaarden voldaan om groei binnen succesvolle applicaties te realiseren. Daarmee is het ook eenvoudiger om kleineapplicaties succesvol te maken. Vroeger was het een grote uitdaging wanneer een applicatie te succesvol werd. Nu is het gewoon een kwestie van opschalen in de cloud of in combinatie met de cloud.”

]]>
Sun, 19 Oct 2014 08:52:57 +0200 Cloud maakt data productief http://executive-people.nl/item/518286/cloud-maakt-data-productief.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Kaspersky Lab koestert MKB http://executive-people.nl/item/517983/kaspersky-lab-koestert-mkb.html Sinds kort kan de onderkant van het MKB terecht in een nieuwe online store van Kaspersky Lab. Het onlangs geïntroduceerde Kaspersky Small Office Security (KSOS), een beveiligingsoplossing voor organisaties met maximaal 25 werkplekken, is daar als eerste beschikbaar. Het verkoopsysteem, waarbij lokale partners met hun back-end systemen de verdere afhandeling voor hun rekening nemen, is volgens General Manager Benelux en Nordic Martijn van Lom een nieuw concept. "De nieuwe winkel is toegankelijk via de website van Kaspersky, maar onze partners kunnen de store ook integreren in hun eigen website."

Volgens Van Lom zet Kaspersky traditioneel zwaar in op de grootzakelijke markt. "Maar er gebeurt evengoed het nodige bij veel kleinere bedrijven. Dat zijn klanten waar je als reseller weinig of geen 'handling' wilt hebben, waar je niet heel zwaar wilt installeren bijvoorbeeld. Mede daarom introduceerde Kaspersky onlangs KSOS. KSOS biedt een totale beveiliging voor de onderkant van het MKB, en houdt ook rekening met bijvoorbeeld thuiswerkers."

Het pakket is gemakkelijk te installeren en bedoeld voor MKB'ers die nog te vaak hun toevlucht zoeken in beveiligingsproducten voor consumenten. "Die zouden gebruiksvriendelijker en ook goedkoper zijn, maar dat is een misverstand", waarschuwt Van Lom. "Een bedrijf heeft met een consumentenpakket geen passende oplossing. Hoe klein een bedrijf ook is, het blijft een zakelijke klant. Bovendien zijn ze al gauw duurder uit, omdat MKB'ers vaak meerdere pakketten nodig hebben. Eén enkele totaaloplossing is dan een beter alternatief."

Om die totaaloplossing voor klein zakelijke klanten nog interessanter te maken, is de nieuwe portal een stuk eenvoudiger opgezet dan de traditionele website waarop veel (technische) informatie staat. Van Lom: "De content is verkleind en visueel is het allemaal aantrekkelijker gemaakt. Omdat de klant rechtstreeks kan bestellen in de nieuwe webwinkel, hebben onze partners weinig werk aan deze verkoopmethode. Maar ze moeten er wel zijn als dat nodig is. Daarom is de verkoop niet helemaal rechtstreeks, maar loopt de levering via hen."

Leadgeneration en re-targeting

In de online store selecteert de klant niet alleen het product, maar ook een reseller. "Wij dragen zo'n eindgebruiker vervolgens over als een gesloten lead, een order. Dat houdt in dat we de aanvraag doorsturen naar onze partner, die vervolgens de klant contacteert voor een installatie. We hebben heel nadrukkelijk gekozen voor het partnerkanaal, en dus niet voor een rechtstreekse installatie vanaf de (algemene) Kaspersky website. Het is een soort leadgeneration met ‘hot’ leads."

Voorlopig is het een test met een beperkt aantal gecertificeerde resellers op verschillende plekken. "Het loopt lekker door. Sommige partners verkopen er ook (andere) installaties of hardware bij, dat maakt het voor hen extra interessant. Maar het gaat in de eerste plaats om de minder complexe omgevingen. Je gaat een bedrijf met vijf of zeven werkplekken geen MDM-oplossingen (Mobile Device Management) verkopen. KSOS en de nieuwe store zijn bedoeld voor overzichtelijke omgevingen, waar je precies weet welke apparaten de weinige medewerkers aan hebben staan."

Kaspersky Security for Virtualization

Naast KSOS werkt Kaspersky Lab momenteel aan een product voor complete bescherming van de drie grootste virtualisatieplatforms: VMware, Citrix en Microsoft Hyper-V. Van Lom legt uit: "We zijn als eerste op VMware gaan bouwen. Met VMware samen hebben we de techniek ontwikkeld om een virtuele omgeving te beschermen zonder ongewenste impact op de processen. Het nieuwste product heet Kaspersky Security for Virtualization Light Agent. Dit levert een geavanceerde beveiligingsoplossing voor platforms van VMware, Citrix en Microsoft. De 'light agent' variant is specifiek ontwikkeld voor gebruikers van Microsoft-Hyper-V en Citrix SENServer. Gebruikers van een VMware platform kunnen ook kiezen voor 'agentless'."

Een groot voordeel van Kaspersky Security for Virtualization is dat verschillende servers niet allemaal tegelijk hoeven te worden aangepast in het geval van een update. "Het is met deze oplossing bovendien gemakkelijk om servers virtueel toe te voegen en ze direct te beschermen. Dat concept hebben we verder uitgebouwd. Het is vooral heel interessant voor heterogene omgevingen. Bijvoorbeeld voor organisaties met verschillende platformen voor hun workload en overige activiteiten."

De nieuwe oplossing is nodig, omdat nog veel eindgebruikers weinig snappen van de beveiliging van virtuele omgevingen. "We zien partijen die hun platforms 'customized' beschermen, met als gevolg een heel lage performance. Het zijn precies de voordelen van virtualisatie die je dan verliest. Kaspersky Security for Virtualization Light Agent creëert vooral een interessante markt voor onze partners die aan hosting doen."

Europees partnerprogramma

Maar Kaspersky timmert niet alleen op productgebied hard aan de weg. Het bedrijf steekt ook veel energie in het Europese partnerprogramma dat het heeft ontwikkeld. Van Lom: "Daar zijn we inderdaad druk mee, iedere keer komen er modules bij. Het programma is Europees omdat er veel partijen in participeren die 'cross-Europe' zitten. Vooral system integrators als Accenture en Atos Origin willen een Europese aanpak, een uniform partnerprogramma voor heel Europa. We willen onze targets op Europees niveau gelijkstellen. Onlangs hebben we twee specialisaties toegevoegd: Mobile Device Management (MDM) en System Management. De vijf specialisaties in onze producten, waaronder Virtualisatie, Application Control en Encryptie, kom je ook tegen in ons partnerprogramma. Het EU-partnerprogramma betekent onder meer dat we leads klaar hebben staan voor partners, die zich specialiseren op een van die vijf terreinen."

Gezocht: MKB+ resellers

Resellers met een van de vijf specialisaties van Kaspersky Lab kwalificeren zich bovendien om 'MKB+ reseller' te worden. Van Lom: "We willen onze beveiligingsproducten verkopen aan het MKB via partners die behalve productinstallaties ook een degelijk advies kunnen uitbrengen. We verwachten niet dat een reseller hooggekwalificeerde virusanalisten in dienst heeft, want daarvoor kunnen ze nog steeds bij ons terecht. Maar een MKB+ reseller kan wel dieper op de zaken ingaan en grondiger adviseren. Neem Application Control (AP) als voorbeeld. Wij kennen 99 procent van alle software in de wereld en kunnen die pakketten categoriseren. Stop je AP in een managementmodule, dan maak je als eindgebruiker de beveiliging van je netwerk een stuk eenvoudiger voor jezelf en voor je systeembeheerder. Maar als reseller heb je toch wel wat kennis nodig om de eindgebruiker hierover te kunnen adviseren."

Het partnerprogramma is specifiek gericht op resellers die oplossingen verkopen voor de grotere omgevingen. "Denk aan 250 tot 1000 werkplekken. Voor dit soort klussen zoeken we de grotere resellers. Bij organisaties tot 1000 werkplekken deed je lange tijd voornamelijk standaard productinstallaties, maar tegenwoordig valt daar meer winst te behalen. Een gespecialiseerde reseller kan daar echt waarde toevoegen aan het verkoopproces. Resellers kunnen dergelijke endpoints overigens ook vanuit de cloud beveiligen met Kaspersky."

Global player met lokale insteek

Naast het partnerprogramma zijn er meer redenen die het voor resellers aantrekkelijk maken om producten van Kaspersky te verkopen. Volgens Van Lom wordt met name de transparantie richting de markt gewaardeerd door de partners van Kaspersky. “Technologie is gebaat bij een toegankelijke organisatie. We horen regelmatig van onze partners dat onze support en backoffice goed geregeld zijn. Dat verlaagt de drempel om contact met ons op te nemen aanzienlijk. Daarnaast zijn we een global player, maar met een lokale insteek. En als private company - we zijn niet beursgenoteerd - kunnen we redelijk snel inspelen op trends in de markt. Zo kunnen we onze positie in de wereldwijde top vier van securityleveranciers voor eindgebruikers gemakkelijk behouden."

WK

]]>
Sat, 18 Oct 2014 08:12:37 +0200 Kaspersky Lab koestert MKB http://executive-people.nl/item/517983/kaspersky-lab-koestert-mkb.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Chinese telecomleverancier ZTE aast op enterprise klanten met ‘M-ICT’ strategie http://executive-people.nl/item/518206/chinese-telecomleverancier-zte-aast-op-enterprise-klanten-met-a-m-icta-strategie.html ZTE, een Chinese leverancier van telecom en netwerkoplossingen, is al tien jaar actief in de Benelux. Het bedrijf doet vooral zaken met grote telco’s en service providers, zoals KPN, Orange, BASE en JOIN uit Luxemburg. Internationale klanten zijn BT, E-Plus en Telefónica. ZTE ziet nu veel groeikansen met zijn telecom- en informatieoplossingen voor bedrijven en overheden. Daarvoor heeft het bedrijf zijn ‘Mobile ICT’ strategie gelanceerd met zijn aanbod van netwerktechnologie, software, services en mobiele apparatuur zoals smartphones. Hierbij zoekt het vaker de samenwerking op met channel partners, zoals system integrators, datadienstverleners, service providers en retail partners. “Europa is voor ZTE een belangrijke groeimarkt.”

ZTE heeft zijn hoofdkantoor in Shenzhen, vlakbij Hong Kong, en wordt geleid door CEO Shi Lirong. Het bedrijf, dat Zhongxing Telecommunication Equipment Corporation heet, werd in 1985 opgericht door Hou Weigui, een van de eerste Chinese ondernemers in Shenzhen. Anno 2014 is ZTE een multinational van vaste en mobiele ICT-oplossingen met beursnotering op de Hong Kong Stock Exchange en Shenzhen Stock Exchange. ZTE is sinds 2004 actief in Benelux met kantoor in Den Haag dat gevestigd is binnen het gebouw van KPN en en kantor in Brussel.

M-ICT

ZTE heeft zijn strategie vastgelegd in drie divisies: mobiele apparatuur, enterprise business en operator business (vaste en mobiele netwerken). “De enterprise business is nu goed voor 10 procent van ZTE’s jaarlijkse omzet en dat moet de komende jaren groeien naar 30 procent. De volgende stap is om te groeien in het enterprise en mobiele segment. ZTE voert daarvoor een ‘Mobile ICT strategie’, ook wel bekend als M-ICT”, aldus Patrick Bin Chuan, country manager ZTE Benelux. “Met de ZTE M-ICT strategie kunnen eindgebruikers via vaste en mobiele netwerken toegang krijgen tot hun informatie en applicaties. Hierbij biedt ZTE aan telecomaanbieders en enterprises een viertal productoplossingen. Dat zijn mobiele devices, cloud-gebaseerde services, big data infrastructuur systemen en ‘smart-pipes’; netwerken met een sterk vereenvoudigde structuur en open standaarden die alles verbinden wat een IP-adres heeft, zoals voor Internet of Things. We bieden concrete oplossingen voor iptv, smart cities, datacenter, storage, software defined networking (sdn), network function virtualization (nfv) en cdn (content delivery network) oplossingen.”

Smart City

ZTE ziet veel groeikansen in de grootzakelijke markt en bij overheden die met channel partners moet worden gerealiseerd, aldus Chuan. “ZTE enterprise business richt zich op het aanbieden van oplossingen voor diverse branches, waaronder transport, energie, nutsbedrijven, financiële instellingen en internetbedrijven, met oplossingen zoals Smart City en U-Safety. ZTE levert een breed scala aan producten zoals Layer 2-3 switches, wlan, anti-ddos oplossingen en beheersoftware. Die markt willen we bedienen met partners, zoals service providers, datacenterdienstverleners en systeem integratoren. Dat is een nieuwe stap, want ZTE staat in Nederland vooral bekend als leverancier van netwerktechnologie voor operators, nu willen we dat ook zijn voor enterprise klanten.”

USP’s

ZTE heeft een aantal unique selling points voor partners, zegt Patrick Bin Chuan. “We hebben al bestaande klanten met een goede business case. ZTE is in de Europese markt een ‘challenger’ in de carrier en enterprise markt. Nu zoeken we meer partijen die ZTE datacenter technologie kunnen verkopen, installeren en onderhouden. We hebben een breed portfolio voor netwerken en infrastructuur, zoals core netwerken, billing oplossingen en managed services. Zo bieden we het ZTE ZSmart 8.0 platform; een real-time charging platform voor integraal beheer van facturatie- en betalingsprocessen. Dat is een alternatief voor Amdocs en Logica. We concurreren scherp op prijs en partners kunnen rekenen op ondersteuning van ZTE’s platform, support en services. Zo kocht ZTE eerder Alcatel-Lucent Network Services. Dit onderdeel heeft een sterke focus op infrastructuur en het uitrollen van netwerken. We bieden netwerkbeheerdiensten met een network operations center (noc) in Roemenië die eerste en tweedelijns support biedt, ook in Benelux.”

Stappenplan

ZTE voert een stappenplan om te groeien in de enterprise, aldus Bin Chuan. “We starten met focus op utiliteitsbedrijven en enterprises met cloud services. We lanceren een ZTE cloud service voor telecomaanbieders en bedrijven. Deze dienst wordt gehost in Luxemburg met een focus op infrastructuur en provisioning zoals machine-to-machine en cloud services. We betrekken partners in onze go-to-market strategie. Zij kunnen onze netwerken, security, datacenter, software defined networks (sdn) en cloud services verkopen. Bijvoorbeeld aan met utiliteitsbedrijven zoals smart meters diensten. We werken al samen met diverse lokale systeem integratoren, zoals Tech Mahindra en IBM, op diverse projecten. Met Dimension Data heeft ZTE al diverse projecten uitgerold.”

WK

ZTE demonstreert tussen 21 en 24 oktober zijn netwerktechnologie tijdens het BroadBand World Forum (BBWF) Europe in de RAI Amsterdam op standnummer E20.

]]>
Fri, 17 Oct 2014 09:17:38 +0200 Chinese telecomleverancier ZTE aast op enterprise klanten met ‘M-ICT’ strategie http://executive-people.nl/item/518206/chinese-telecomleverancier-zte-aast-op-enterprise-klanten-met-a-m-icta-strategie.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Hoe meer integratie, hoe beter het ook kostentechnisch op elkaar aansluit' http://executive-people.nl/item/517984/a-hoe-meer-integratie-hoe-beter-het-ook-kostentechnisch-op-elkaar-aansluit.html Cisco wil af van het imago dat het alleen goed is voor de aanleg van een netwerk infrastructuur. “Wij leveren een totale IT-infrastructuur, compleet met software en services”, vertelt Edwin Prinsen, managing director bij Cisco Nederland. “Vanwege de enorme ontwikkelingen die de ICT nog altijd doormaakt, willen klanten snel kunnen innoveren en hun IT-infrastructuur ieder gewenst moment kunnen op- en afschalen. De klant wil flexibiliteit en productiever worden met 'Fast IT'. Dat lukt beter met onze producten, die nu eenmaal naadloos aansluiten op ons netwerk. Hoe meer integratie, hoe beter.”

Edwin Prinsen trad begin 2014 in dienst bij Cisco, na een dienstverband van tien jaar bij technisch dienstverlener Imtech, waarvan de laatste vijf jaar als algemeen directeur. Bij Cisco Nederland houdt Prinsen er een uitgesproken visie op na. “De ICT-markt is al jaren enorm in beweging, maar de laatste tijd gebeurt er nóg meer. Mijn centrale gedachte is dat onze klanten snel willen (kunnen) innoveren. Ze willen hun infrastructuur snel kunnen op- en afschalen. Onze klanten realiseren zich dat een ICT-investering noodzakelijk is om productiever, sneller en concurrender te worden. Maar een ICT-infrastructuur moet vandaag de dag vooral flexibel zijn en heel gemakkelijk en ad-hoc kunnen worden aangepast aan wat een bedrijfsvoering op een bepaald moment nodig heeft, als een soort nutsvoorziening. De ene keer meer, dan weer minder.”

Fast IT

De klant wil 'Fast IT'. 'Delivery tot aan de deur', noemt Prinsen het. “Door een toenemend gebruik van cloud-diensten raakt de markt gewend aan een heel flexibele afname van ICT-producten. Service providers die onze netwerken gebruiken, voldoen aan die klantvraag door spullen per maand beschikbaar te stellen en af te rekenen. Van ons als de leverancier van hun infrastructuur, verwachten ze hetzelfde. Onze klanten verwachten van ons ook deze flexibiliteit en daarom werkt Cisco in toenemende mate met een 'as a service' model. We zetten een product neer en pas na een maand rekenen we af, op consumptiebasis. Een service provider of andere Cisco-afnemer kan daardoor sneller op- en afschalen en wordt productiever met ICT. Veel klanten zijn überhaupt niet geïnteresseerd in hoe Cisco een netwerk infrastructuur opbouwt en functies aan elkaar koppelt. Zij zeggen: ik heb dit en dat nodig en zoveel per maand. Wij moeten dat leveren, op het juiste moment.”

End-to-end oplossingen

Cisco is traditioneel sterk in networking: switching en routing als een architectuur. Volgens Prinsen vraagt de huidige behoefte aan flexibiliteit, Fast IT en 'Fast Innovation' om een netwerk waar collaboration, datacenter, security en cloud oplossingen naadloos aansluiten. “Dan heb je meteen onze vier pijlers te pakken. Cisco wil sterk zijn in het 'end-to-end' model. Het is gewoon heel mooi als je een netwerk hebt met bijvoorbeeld collaboration daar overheen, en ook met server-storage en security erin geïntegreerd. Hoe meer integratie, hoe beter beheerbaar en hoe lager de kosten het ook kostentechnisch op elkaar aansluit. Dat is ons verhaal. Een geïntegreerd netwerk is voor een klant gemakkelijker te beheren. Meer integratie betekent minder mensen nodig hebben, sneller je workload up-to-speed, meer efficiency en makkelijker thuis werken. Met zo'n netwerk kun je gewoon sneller innoveren waardoor je een concurrentievoordeel hebt en tevreden medewerkers.”

Prinsen beschouwt de netwerken van Cisco als een soort snelweg, waar je van alles langs kunt bouwen. “Een tankstation, een restaurantje, een supermarkt. We begonnen ooit met IP-telefonie, dat was de eerste stap naar een portfolio met meer dan alleen networking. Daarna ging het snel, we bouwden datacenters en gingen ook security doen. Daardoor is onze 'TAM' (total adressable market) steeds groter geworden, hierdoor kunnen we onze klanten nog beter bedienen en voorzie ik een goede toekomst voor onze partners en onszelf.”

Cisco heeft volgens Prinsen in Nederland een goed jaar achter de rug, zowel in de enterprise markt als in de publieke sector. “Van de genoemde vier pijlers kan alleen collaboration nog wat beter. Maar daarvan verwachten we voor de komende jaren juist heel veel. We hebben het afgelopen jaar veel geinvesteerd in een nieuw portfolio. Collaboration is trouwens een goed voorbeeld van hoe je voordelen boekt door te kiezen voor geïntegreerde Cisco-producten. Nog veel partijen die onze netwerken gebruiken, kiezen voor een niet-Cisco-oplossing voor video conferencing. Maar dat is een puntoplossing. Wij hebben een complete architectuur, met een geïntegreerde video-oplossing. Bij ons kun je een hele collaboration suite over je netwerk heen leggen. We moeten de markt laten zien hoe mooi het is, dat het er een beetje 'op z'n Apple's' uitziet. En dat video steeds betaalbaarder wordt, ook voor het MKB. Ons verhaal: video in every room. Als de prijs het toelaat en je hebt een prachtig netwerk, doe dan meer met video. Denk aan meetings op je eigen kamer, of het gebruik van een TV-scherm thuis.”

Internet of Everything

De klant wil schaalbaarheid en snel kunnen innoveren, resumeert Edwin Prinsen. “Maar hij wil ook alles geconnecteerd hebben. Het levert een concurrentievoordeel op als je heel vlot en efficiënt je informatie uit verschillende databases haalt. Alles zal uiteindelijk verbonden zijn door Wifi. Op dit moment is ruim 99 procent van alle dingen in de fysieke wereld niet verbonden. 'Internet of Everything' (IoE) betekent niet alleen dat alles met een stekker eraan een URL krijgt – zoals wordt bedoeld met 'Internet of Things' – maar dat mensen, processen, data, dingen worden gekoppeld. Een goed voorbeeld is te vinden in het Rijksmuseum in Amsterdam, waar bezoekers worden rondgeleid met behulp van een door ons geïnstalleerd onzichtbaar netwerk.”

Deze dingen doet Cisco overigens niet alleen, maar met partners. “Het partnerlandschap verandert door Internet of Everything. Onze TAM wordt groter. Nieuwe partners zijn niet perse ICT-partijen, maar wellicht ook installatiepartijen in de elektrotechniek of werktuigbouwkunde. Of in de energiesector, een hele nieuwe wereld voor Cisco. Een services model betekent bijvoorbeeld dat een partij als Philips geen lampen meer verkoopt, maar 'licht'. Doe je dat over IP, dan kun je verlichting heel slim beheren. Zo'n services model lijkt sterk op wat we willen met Fast IT.”

Door: Jeroen Bordewijk en Witold Kepinski

]]>
Thu, 16 Oct 2014 08:21:06 +0200 ‘Hoe meer integratie, hoe beter het ook kostentechnisch op elkaar aansluit' http://executive-people.nl/item/517984/a-hoe-meer-integratie-hoe-beter-het-ook-kostentechnisch-op-elkaar-aansluit.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
De full service dienstverlening van SLTN Inter Access http://executive-people.nl/item/517944/de-full-service-dienstverlening-van-sltn-inter-access.html SLTN Inter Access ziet een sterk stijgende vraag vanuit de markt om klanten zo volledig mogelijk te ontzorgen. Klanten willen ICT gebruiken en zo min mogelijk betrokken zijn bij de onderliggende techniek. Dat klinkt heel logisch maar hoe gaat zoiets in de praktijk?

De visie van Eugene Tuijnman, oprichter en CEO van SLTN Inter Access.

“De markt is volop in beweging, vanuit diverse invalshoeken. Enerzijds is er sprake van positieve ontwikkelingen zoals groei, overnames en fusies en anderzijds is er sprake vannegatieve business ontwikkelingen zoals kostenbesparingen en reorganisaties, snel veranderende business modellen of vereiste aanpassingen vanwege veranderende wet- en regelgeving. ICT is niet meer weg te denken in ons dagelijks functioneren en heeft elke beweging van de markt een directe impact op de ICT behoefte. ICT vergroeit met de business. Met name door de explosieve groei van steeds snellere internetverbindingen en het stijgende gebruik van mobile devices zoals smartphones en tablets, is de 24-uurs economie nu echt een feit.Altijd en overal bereikbaar zijn voor uw klanten.

Echter, juist dit feit dwingt u meer dan ooit om alert te zijn op kwaliteit en aansluiting bij de marktbehoefte. Met een simpele muisklik bent u immers een klant kwijt aan een concurrent en met eenzelfde muisklik maakt de klant via social media zijn genoegen of onvrede kenbaar.

Veel bedrijven en instellingen worden gedwongen steeds sneller strategische keuzes te maken.Het is noodzakelijk de focus op de core business te houden en er voor te zorgen dat de business innovatie snel en efficiënt doorgevoerd kan worden tegen eenvoorspelbaar kostenpatroon en eenvoorspelbaar service level. Dit betekent dat een belangrijk deel van ICT “gebruikt” gaat worden in tegenstelling tot het zelf aanschaffen en onderhouden. Dit is vergelijkbaar met de lease auto; een minimaal aantal eigen ICT-monteurs in dienst, voorspelbare maandelijkse kosten en voorspelbare beschikbaarheid”.

SLTN Inter Access staatmiddenin dezeontwikkeling. Vanuit alle sectoren, of het nu financiele instellingen, gezondheidszorg of lokale overheid betreft, speelt bovengenoemde transformatie. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Helaas ook doodlopende wegen als er verkeerde keuzes worden gemaakt. Juist daarom is partnership en vertrouwen tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer cruciaal. Keuzes die gemaakt worden hebben forse impact. Niet alleen op de inrichting en het functioneren van de interne organisatie van de opdrachtgever maar de beslissingen die genomen worden hebben veelal een lange termijn karakter.

SLTN Inter Access bezit veel expertise om vanuit haar brede portfolio en jarenlange ervaringbedrijven en instellingen te helpen met het zetten van de vervolgstappen omdaarmee zo optimaal mogelijk in tespelen op de veranderende markt. Een combinatie van diepgaande technische kennis van ICT infrastructuren, gecombineerd met de ervaren software specialisten en consultants, zorgt ervoor dat SLTN Inter Access ICT transformeert naar business technologie.

Maar wat verstaan wij onder Business Technologie? In de ogen van SLTN Inter Access is business technologie niets anders dan een samensmelting van de gewenste ICT capaciteit en functionaliteit enerzijds en business processen van de organisatie anderzijds. Een mooi voorbeeld van deze business technologie is de opkomst van het nieuwe werken in combinatie met de nieuwste Microsoft toepassingen zoals Office 365, Sharepoint en Linc. Dag traditioneel datacenter, dag traditionele Exchange omgeving, welkom Private en Public Cloud integratie. In ICT jargon betekent dit een migratie van een bestaand, veelal eigen, datacenter naar een nieuwe infrastructuur die deels private kan zijn en deels in een vendor Cloud wordt ondergebracht. Een (data)migratie naar nieuwe applicatie software, integratie van mobile devices, netwerk aanpassingen en bijbehorende security. Bij voorkeur ook de financiële transitie van investeren naar gebruiken.En tijdens deze verbouwing moet de winkel wel gewoon openblijven!

“SLTN Inter Access ontzorgt ICT. Dat doen we al jaren en daar zijn we goed in.

In de kernwaarden van SLTN Inter Access zitten de woorden Kwaliteit, Passie en Innovatie verankerd. Gezamenlijk vormen ze ons DNA. Kwaliteit staat voor hoog gecertificeerd en ervaren personeel alsmede onze ISO certificeringen. Passie staat voor trots en voldoening krijgen bij het behalen van de doelstellingen en het vertrouwen dat opdrachtgevers in ons hebben.  Innovatie staat voor het out-of-the-box denken, zorgen dat met minder kosten meer bereikt kan worden”.

“Met 700 ICT professionals willen wij graag samen met u de volgende stappen zetten in de transformatie van ICT naar business technologie.Op basis van vertrouwen en partnership. Kwalitatief, gepassioneerd en innovatief”.

]]>
Wed, 15 Oct 2014 00:31:20 +0200 De full service dienstverlening van SLTN Inter Access http://executive-people.nl/item/517944/de-full-service-dienstverlening-van-sltn-inter-access.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Mobile workspace moet zo compleet mogelijk zijn' http://executive-people.nl/item/517978/mobile-workspace-moet-zo-compleet-mogelijk-zijn.html Organisaties optimaal in staat stellen hun 'mobile workspace' te implementeren. Dat is volgens Peter van Leest, country manager Netherlands bij Citrix, momenteel de belangrijkste missie van het Amerikaanse IT-bedrijf. "Onze visie op hoe IT zich momenteel ontwikkelt, laat zich samenvatten in één term: mobile workspace. We vertalen dat in een zo compleet mogelijk portfolio van producten en technologieën die dat ondersteunen."

Het is al jaren gaande en het houdt nooit meer op: bedrijven hebben hun medewerkers overal zitten, medewerkers gebruiken verschillende devices en ze moeten altijd bij hun apps kunnen. Wil je iets voor elkaar boksen in deze tijd van 'Het Nieuwe Werken', dan moet je daarop inspringen met oplossingen en services op het gebied van virtualisatie, mobility, networking en cloud. "Je praat dan over een hele reeks van producten, maar wel allemaal precies afgestemd op wat wij met onze missie willen bereiken", vertelt Van Leest. "Namelijk: organisaties optimaal in staat stellen hun 'mobile workspace' te implementeren."

Mobile workspace, het toverwoord is gevallen. Als het aan Citrix ligt, moet een mobile workspace voorzien in alle behoeften van een eindgebruiker. Van Leest: "XenDesktop is misschien wel het beste voorbeeld. XenDesktop biedt meer dan het al langer bestaande XenApp. Het heeft een PC-deel, aangevuld met VDI en andere vormen van applicatie-virtualisatie. Er zit van alles in, zoals een functie om een fysieke PC-remote één op één over te nemen. Maar ook een compleet cloud-platform, zodat je gegevens kan onderbrengen in je eigen cloud, of in de cloud bij een serviceprovider of een hostingpartij. Dat hebben we allemaal geïntegreerd."

Vlaggenschip?

Van Leest spreekt niet van het 'vlaggenschip' van Citrix, maar XenDesktop raakt volgens hem wel de kern van Citrix’ visie op mobility en mobile workspace. "XenDesktop levert ook de meeste revenues op. Altijd via partners, want XenDesktop wordt helemaal verkocht via het kanaal. Het gaat erom dat alles wat een eindgebruiker wil doen met mobile workspace, in zo'n oplossing aanwezig is. Wij willen de meest complete mobile workspace hebben die in de markt verkrijgbaar is. Daarvoor ontwikkelen we zelf producten en technologieën, maar we hebben sinds de eeuwwisseling ook de nodige acquisities gedaan. Klein, maar ook groot. De overname van Zenprise bijvoorbeeld, de Amerikaanse leverancier van software voor het beheer en de beveiliging van mobiele apparatuur (mobile device management), was best een grote acquisitie. Maar we hebben onze mobility tak daarmee enorm versterkt. Die overname heeft ons in één klap echt een positie in de markt bezorgd."

Workspace Suite

Citrix wil geen losse, niet geïntegreerde bouwstenen, maar producten die vergaand integreren. Een goed voorbeeld is volgens Van Leest de Workspace Suite. "Daar zit alles in. Met één licentie van Citrix kunnen eindgebruikers een complete mobile workspace omgeving inrichten. Je maakt dan gebruik van verschillende technologieën, zoals XenApp, NetScaler en XenMobile. Heeft een onderneming gebruikers die een high performance desktop nodig hebben, met alle mogelijkheden om zelf applicaties toe te voegen, dan richt je met de Workspace Suite net zo gemakkelijk een VDI-werkplek in. Dat zit allemaal in diezelfde licentie."

De eindgebruiker draait zelf aan de knop om zo'n 'mix' te veranderen, verduidelijkt Van Leest. "Resellers kunnen op deze manier elke individuele eindgebruiker een op maat gemaakte mobile workspace aanbieden. Die eindgebruiker, op zijn beurt, kan differentiëren per medewerker. De ene persoon binnen een bedrijf kan een VDI nodig hebben, die heel goed past bij zijn wensen. Maar voor de andere is bijvoorbeeld applicatie-virtualisatie beter. Juist die mix maakt het interessant. We zien organisaties die de business case niet rond krijgen om voor alle medewerkers VDI te doen, maar met onze mix lukt dat wel. Het resultaat is veel lagere investeringskosten en een veel betere 'Return of Investment'."

Kansen

Peter van Leest ziet de meeste investeringen in ICT momenteel in virtualisatie, networking en vooral mobility. "We willen onze partners helpen om daarop in te spelen. De marktsegmenten mobility en networking groeien snel en zijn daarom ook voor onze partners uitermate interessant. Daar gaan de budgetten naartoe, vooral in het midden- en topsegment van het MKB en in de enterprise markt. Ben je een geautoriseerde Citrix-partner, dan kun je daarop meeliften. In Nederland doen we het op dit moment uitstekend, vooral bij grotere bedrijven die niet alleen tactisch, maar ook strategisch kiezen voor de oplossingen van Citrix. Dat betekent: voor alle medewerkers."

Dat juist de Nederlandse markt volop kansen biedt en het gebruik van VDI juist hier sterk opkomt, verbaast Van Leest niet. "Nederland loopt voorop als het gaat om de adoptie van nieuwe technologieën. Alleen Scandinavische landen zijn (nóg) vooruitstrevender. Maar de mogelijkheden komen ook voort uit de manier waarop wij VDI in de markt zetten. Geen 'one size fits all', maar flexibiliteit en een compleet portfolio. Dat slaat goed aan. We zien echt dat organisaties strategisch kiezen voor onze oplossingen. Niet alleen één smaak uit ons pallet, maar alle producten. Oplossingen op het gebied van desktop virtualisatie, networking en mobility; allemaal van Citrix. Eindgebruikers willen minder vendoren in de totale stek, minder integratie-uitdagingen en één aanspreekpunt. Dat spreekt de markt enorm aan."

Evaluatie partnerprogramma's

Om de verschillende partnerprogramma's goed te laten aansluiten op de markt, evalueerde Citrix begin dit jaar een aantal criteria. Van Leest: "We willen interessant blijven voor onze partners, maar tegelijk moeten partners ons label ook echt verdienen. Het beste voorbeeld is natuurlijk het label Platinum Partner; daarvoor moet je het nodige in huis hebben. Ik zeg niet dat we de lat steeds hoger leggen, maar we doen wel aanpassingen. Er mag geen erosie plaatsvinden. We doen er alles aan om onze partners te ondersteunen als het gaat om de verkoop van onder meer mobile workspace oplossingen, maar het vergt van hun kant wel een flinke investering in kennis en kunde. Partners moeten bovendien onze omzetcriteria halen. Daar staat tegenover dat zo'n label veel waard is als dat allemaal lukt. Een Platinum Partner van Citrix is niet niks."

Door: Witold Kepinski

]]>
Mon, 13 Oct 2014 09:13:16 +0200 'Mobile workspace moet zo compleet mogelijk zijn' http://executive-people.nl/item/517978/mobile-workspace-moet-zo-compleet-mogelijk-zijn.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Kom los van het verleden, omarm de digitale toekomst' http://executive-people.nl/item/517941/kom-los-van-het-verleden-omarm-de-digitale-toekomst.html Hoe faciliteer je als overheidsfunctionaris de ontwikkeling van het digitaal zakendoen? Driving digital business, het thema van Gartner Symposium/ITXpo dit jaar, is volgens Pieter Hasselaar en Merijn Zee van Bridgehead hetzelfde als Driving digital government. Nù is volgens hen het moment om door te pakken op eID. De aanstelling van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid is daarvoor de juiste stap, mits ook hij los mag komen van het verleden en op het hoogste niveau rapporteert.

Pieter Hasselaar, directeur van Bridgehead: “Bij de overheid is het besef doorgedrongen dat het niet meer gaat om verschillende digitale werelden. Dat is onder meer gekomen door ontwikkelingen rond het eID-stelsel. Het wetsvoorstel dat de minister van Economische Zaken zou opstellen over digitaal zakendoen gaat er in zijn oorspronkelijke vorm niet komen; en dat is een goede zaak. De minister heeft de Tweede Kamer laten weten dat deze wet onderdeel wordt van een integraal wetgevingsprogramma. Er komen voor burgers, bedrijven en de overheid geen aparte, maar één wettelijk kader voor digitaal zakendoen. De benadering van burgers, bedrijven en overheid in aparte sporen is gelukkig losgelaten.”

Hasselaar: “Er waren aanvankelijk twee ministers bezig met de invoering van een eID. Economische Zaken voor bedrijven, Binnenlandse Zaken voor burgers. Het ene spoor leidde tot DigiD, het andere tot e-Herkenning. Dat ging wringen, bijvoorbeeld bij de ZZP-er: is deze burger of bedrijf? Gert Jan buitendijk van BZK heeft de sporen verenigd, samen met Nicole Kroon van EZ. Dat gebeurde op een studiereis in Berlijn in 2012. Daar is het idee ontstaan van één stelsel voor betrouwbare identificatie van burgers en bedrijven.”

Nationaal commissaris
Merijn Zee, senior consultant bij Bridgehead, juicht de aanstelling van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) toe. “Dat is een belangrijke ontwikkeling. De NCDO zal vorm gaan geven aan de inrichting en besturing van de basisinfrastructuren voor de volgende fase van digitaal Nederland. Het eID-stelsel is een van die infrastructuren. De commissaris heeft daarbij wel wat last van de wet van de remmende voorsprong. Landen die aanvankelijk minder ver waren met digitale dienstverlening zijn nu soms verder dan Nederland, bijvoorbeeld op het gebied van eID. Een land als Estland had niets, maar heeft in één keer een goed systeem neergezet met een eenduidige identificatiestructuur, overal toegankelijk ook voor mensen buiten Estland. Nederland was er vroeg bij op het gebied van digitale dienstverlening. We hebben in die jaren veel initiatieven en technieken gekend rond veilige toegang, wat heeft geleid tot legacy. De vraag is nu hoe je daarvan loskomt?”

Loskomen van legacy

“De legacy is een blok aan ons been geworden omdat geprobeerd wordt om bestaande infrastructuren en investeringen een plek te geven in het nieuwe stelsel. De vraag is of dit verstandig is? Moeten we niet vooruit kijken en met iets nieuws beginnen? Nederland is in hoge mate gedigitaliseerd. Dat geldt ook voor overheidsprocessen. De NCDO treedt aan op een cruciaal moment. Komen we los van de aanpak van het digitaliseren van de brievenbus? Pakken we dit moment om de digitale toekomst van Nederland opnieuw uit te denken? Maar hoe zet je effectief die stap?”

“Een van de belangrijkste zaken is dat we nu doorpakken op het eID en het besef dat er bij digitaal zakendoen geen verschil is tussen burgers, bedrijven en overheden en dus ook niet tussen publiek en privaat. We hebben dus geen aparte elektronische identificatiemiddelen nodig: noch voor burgers en bedrijven, noch voor het publieke en private domein. Een apart eID voor het BSN-domein moet zo snel mogelijk naar het land der fabelen worden verwezen. Dat is de eerste stap.”

De overheid vergeet zichzelf

“Ook vergeet de overheid in de discussie over digitaal zakendoen zichzelf. Ook de overheid doet digitaal zaken en overheidsdienaren moeten zich digitaal kunnen legitimeren. Authenticatie is altijd tweerichtingsverkeer waarbij het uiteindelijk neerkomt op de validatie van de interactie tussen personen. Mensen verrichten rechtshandelingen, namens zichzelf, een bedrijf of een overheid. Een BV tekent nooit iets, dat doet de eigenaar.“

Hasselaar: “De overheid beseft zich dat zij niet langer primair kan inzetten op de ontwikkeling van een publiek middel waarop de markt mag reflecteren en aanhaken. Maar, zo is de discussie wel gestart. De ambtenaren van het eID-team hebben ten aanzien van het betrekken van marktpartijen hele forse stappen gezet. Er is nu een publiek-privaat-stelseloverleg. Maar, daar zit nog wel een volledig publieke stuurgroep boven die de besluiten neemt. Het is belangrijk dat ook daarin private partijen zitting gaan nemen. Daarmee creëer je betrokkenheid en de wil om mede te investeren. Waarom de rollen ook niet eens omdraaien? Misschien moeten we het wel een privaat-publiek eID-stelsel worden? Daag de markt maar uit.”

Hergebruik is winst

Zee: “De grootste uitdaging is niet het middel, dat is gewoon te koop. De uitdaging en winst zit in het hergebruik en koppelen van infrastructuren die er al zijn. Snelheid is van groot belang omdat we in Nederland al in hoge mate gedigitaliseerd zijn, echter zonder over een veilig online identificatiemiddel te beschikken. We bestellen veel online en we doen dat vaak zonder zeker te weten of we zaken doen met de juiste rechtspersoon. We hebben een groot vertrouwen, maar het gaat ook steeds vaker mis. Als het vertrouwen wegvalt dan staat er veel op het spel. Nederland bekleedt de vierde positie in Europa qua online-aankopen, met volgens cijfers van het CBS 10,8 miljoen mensen die vorig jaar online-aankopen hebben gedaan, met een omzet van 4,61 miljard euro. eID is dus van groot belang voor onze digitale economie omdat het in een vertrouwensfunctie voorziet die nu nog ontbreekt. Het is de turbo op driving digital business”

Hasselaar is stellig over het belang van deze ontwikkeling: “Dit gaat blijven, de overheid kan hiermee de ambities van 2017 digitaal realiseren. Daarom is het aantreden van de NCDO zo belangrijk. Dit is de basisinfrastructuur waar heel Nederland op zit te wachten. Er moeten knopen worden doorgehakt, we moeten weg van de gebaande paden van het digitaliseren van oude processen en met slim hergebruik de turbo zetten op de ontwikkeling van eID. Daarmee drijven we onze digital business.”

“Het is belangrijk dat de nationale commissaris autonoom kan opereren bij het aanjagen van deze ontwikkeling. Het is van groot belang dat hij net als de Deltacommissaris rechtstreeks aan de betrokken ministers rapporteert en dus niet aan een ambtelijke voorportaal. Dat zou weer zo’n typisch bestuurlijke reflex zijn, die ervoor zorgt dat revolutie – die hard nodig is op dit terrein - netjes binnen de kaders van evolutie blijft.”

Disruptie

“Evolutie is niet wat we nodig hebben. Want digital business zorgt voor disruptie. De NCDO moet niet denken vanuit de vraag hoe deden we het vroeger of wat hebben we allemaal al, maar vanuit de vraag wat heeft Nederland nodig voor de digitale toekomst. Te vaak zijn we nog bezig papieren processen digitaal te maken. Digitale communicatie is dikwijls gebaseerd op het oude principe van het formulier, terwijl de digitale toekomst uitgaat van de uitwisseling en validering van data. Het gaat dus niet om infrastructuren voor het verzenden en ontvangen van pdf-formulieren maar van zaken als datavelden en de validatie van datavelden. Laten we gaan nadenken over de vraag hoe je dat organiseert. Daarvoor is het nodig los te komen van de aanpak van het digitaliseren van de brievenbus en dus van ons verleden.”

]]>
Mon, 13 Oct 2014 00:15:47 +0200 'Kom los van het verleden, omarm de digitale toekomst' http://executive-people.nl/item/517941/kom-los-van-het-verleden-omarm-de-digitale-toekomst.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Mobiele generatie werkt niet meer op kantoor of thuis maar in een workplace http://executive-people.nl/item/517973/mobiele-generatie-werkt-niet-meer-op-kantoor-of-thuis-maar-in-een-workplace.html Organisaties die willen groeien, kunnen hun netwerk het best mobiel-gebaseerd maken, omdat ze vaker te maken hebben met nieuwe type werknemers die uitsluitend werken met hun smartphone, tablet of notebook. Deze ‘Generation Mobile’ ofwel ‘#Genmobile’ werkt niet meer traditioneel van negen tot zes maar 'anytime, anywhere'. “Dit vraagt om een locatie-gebaseerd mobiel (Wi-Fi) netwerkmodel, dat veilig en eenvoudig te beheren is, waarbij de eindgebruiker centraal staat”, aldus Dominic Orr, ceo van Secure Mobility solutions leverancier Aruba Networks.

Volgens een onderzoek van Aruba Networks wijst uit dat de #GenMobile, zoals het bedrijf de mobiele generatie noemt, doorgaans beschikt over drie tot vier mobiele apparaten. De nieuwe type werknemer wil daarnaast ‘altijd en overal’ kunnen werken, ook buiten de traditionele kantooruren. Bijna 58 procent geeft hierbij aan een voorkeur te hebben voor het werken via WiFi-verbindingen in plaats van mobiele verbindingen. De standaard werkplek heeft lange tijd bestaan uit een bureau met een desktop computer, toetsenbord, een muis en veel kabels. Volgens Orr ontstaat er nu een ‘derde werkplek’, dat niet alleen meer op kantoor of thuis is, maar op elke plek waar de werknemer wil of moet werken.

Mobility-Defined Networks

Aruba Networks introduceerde begin 2014 voor deze nieuwe type werknemer zijn Mobility-Defined Networks end-to-end architectuur. Hiermee kunnen IT-afdelingen hun mobiele bedrijfsnetwerken beheren. “Aruba Mobility-Defined Networks is speciaal ontwikkeld voor de '#GenMobile' werknemers die veel gebruik maken van wlan om te internetten met hun apps. Daarvoor is een stabiel, veilig, eenvoudig en slim netwerk voor nodig”, aldus Orr. “Aruba Networks biedt daarvoor vier pijlers: Stable Air (Wi-Fi die altijd beschikbaar is), Secure Air (beveiliging) Simple Air (eenvoudige toegang tot mobiele diensten) en Smart Air (locatie-gebaseerde diensten zoals reclame en hoge beschikbaarheid van apps).”

Lync

Een nieuwe functie van Aruba Networks is ClearPass Exchange, die beveiligde workflows van andere merken mobile device management software automatiseert, zoals van IBM, AirWatch en MobileIron. Zo zijn bedrijfskritische apps, bijvoorbeeld van Salesforce en Microsoft Lync, altijd beschikbaar in BYOD-omgevingen. Daarbij is alles beveiligd met de Next-Generation Mobility Firewall met deep packet inspection voor voldoende bandbreedte voor belangrijke apps. Verder is er ook de AirWave functie; Aruba’s unified communications (UCC) management dashboard. Met AirGroup kunnen schermen en databeelden worden gedeeld op devices, zoals van Apple iPhone en iPad.

Starbucks

Orr zegt dat steeds meer klanten het #GenMobile concept omhelzen. Het Britse vliegveld Heathrow Airport verruilde wlan-betaaldienst Boingo voor een Wi-Fi omgeving van Aruba Networks. Lufthansa Technik rolt in de Lufthansa vliegtuigen een Aruba 802.11ac Gigabit wireless netwerk uit waarmee passagiers sneller kunnen e-mailen en internetten. Ook wil Lufthansa het mogelijk maken dat passagiers voortaan op hun eigen devices voortaan films, muziek, nieuws en de actuele vluchtinformatie kunnen bekijken.

Eind 2013 wist Aruba Networks samen een deal te sluiten om in 7000 Amerikaanse locaties van koffieketen Starbucks nieuwe Wi-Fi apparatuur te plaatsen die de gecombineerde AT&T en Cisco oplossingen vervangen. De Starbucks vestigingen met Aruba Networks wlan-technologie bieden bezoekers een snelheid van 1 Gbit/s met Smart Air technologie. De slimme netwerktoepassingen worden ook gebruikt in het Santa Clara Stadium van San Francisco 49ers NFL team met een capaciteit van 68.500 bezoekers. Orr: “Wi-Fi is voor deze instellingen niet een extra service, maar een basis om medewerkers en bezoekers optimaal te ondersteunen om van hun apps en internet gebruik te maken.”

Bleisure

Volgens Orr werkt Aruba Network ook volgens het principe van #GenMobile. "Iedereen werkt mobiel en IT-trainingen kunnen via apps worden gevolgd. De volgende stap is organisaties te voorzien van een sterk en veilig draadloos netwerk voor wearables en Internet of Things (IoT). Volgens het onderzoek Workplace Futures, dat in samenwerking met The Future Laboratory is uitgevoerd, zal het begrip ‘kantoor’ verdwijnen, waarbij mensen vaker in andere werkomgevingen (workplaces) zullen werken. Innoverende bedrijven zullen hun kantoren aantrekkelijk te maken, net zoals Google en Microsoft waar een ‘Bleisure’ sfeer heerst (business & leasure) en iedereen draadloos werkt."

Access Points

Aruba Networks maakt gebruik van de nieuwste technologie, zoals OpenFlow, OpenDaylight en RADIUS standaarden tot en met SDN-gebaseerde switches en moderne wlan technologie zoals de Aruba IAP (Instant Access Point). Aruba IAP is een wlan-oplossing zonder een controller. De Aruba IAP verdeelt automatisch en dynamisch de netwerkconfiguraties naar de overige acces points in een wlan-omgeving. “Er is geen fysieke of virtuele controller nodig waarop de IAP aangesloten wordt. Hierdoor vindt er een kostenbesparing plaats op service, managementbeheer- en licenties”, aldus Orr.

Mobility Experience

Aruba Networks zoekt nu meer samenwerking met leveranciers van vaste netwerken om klanten gecombineerde oplossingen te bieden. Zo bouwen Juniper Networks en wlan-specialist Aruba Networks samen een referentie architectuur waarbij Aruba's wireless en mobility oplossingen integreren met Juniper switches en routers. De reden is dat Juniper Networks zoals recent aangekondigd stopt met de ontwikkeling van hun eigen WLAN Trapeze platform. De Aruba wireless LAN access points en AirWave network management en ClearPass policy management systemen werken daardoor goed samen met de Juniper EX series switches en MX series routers. Volgens Orr bieden de twee bedrijven via hun channel partners aan organisaties zo de beste mobility technologie door draadloze en vaste netwerken als oplossingen te combineren. “Zo wordt een integrale mobility experience geleverd voor #GenMobile. “

WK

]]>
Sun, 12 Oct 2014 09:23:23 +0200 Mobiele generatie werkt niet meer op kantoor of thuis maar in een workplace http://executive-people.nl/item/517973/mobiele-generatie-werkt-niet-meer-op-kantoor-of-thuis-maar-in-een-workplace.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Ongebonden de cloud in http://executive-people.nl/item/517940/ongebonden-de-cloud-in.html Hoe zet je IT in om daadwerkelijk het verschil te maken ten opzichte van je concurrent? Er is een breed scala aan innovatieve cloudoplossingen beschikbaar, maar zonder regie vanuit de CIO veranderen de oude interne silo’s in silo’s bij diverse externe partijen, zonder dat een bedrijf nog grip heeft op zijn data. Essentieel is daarom de transformatie van de IT naar een service delivery model.

“Bedrijven worstelen met de veranderingen die momenteel plaatsvinden, en de snelheid waarmee ze plaatsvinden”, zegt Peter Wilbrink, Director Sales BeneluxNetApp . “Daarbij gaat het zowel om veranderingen vanuit de markt, als vanuit de IT. Ze zitten met vragen over de manier waarop ze IT kunnen inzetten om het verschil te maken, en hoe ze daarbij omgaan met de benodigde data. Daarmee kun je je klanten beter bedienen en sneller nieuwe marktsegmenten ontsluiten. Dat is waar wij van CIO’s vragen over krijgen.”

Theorie en praktijk liggen echter nog steeds ver uit elkaar. “Het leeuwendeel van de uitgaven aan IT wordt gebruikt om de bestaande systemen in de lucht te houden. CIO’s besteden veel tijd aan het draaiende houden en controle krijgen over die oude IT. Wanneer je er echter in slaagt om dat aspect te automatiseren kun je ruimte creëren in het budget en mensen vrijmaken om echt het verschil te maken en te innoveren. Dan ben je in staat om je te onderscheiden van de concurrenten.”

Investeringsmodellen

De investeringsmodellen in IT laten echter nog steeds die verschuiving niet zien. “Dàt is de grote uitdaging van de CIO, die verschuiving van run naar innovate. Daar zijn nieuwe modellen nodig voor de inzet van data. Het wordt des te belangrijker om daar goed naar te kijken omdat het ook geen oplossing is om afzonderlijke afdelingen maar hun gang te laten gaan met hun data.”

Want vanuit de business wordt de druk om te komen tot nieuwe modellen steeds groter, en als het te lang duurt gaan ze zelf wel aan de slag met een van de vele beschikbare cloudoplossingen. “Ontwikkelafdelingen bijvoorbeeld, willen graag gebruik maken van hyperscalers als Amazon en Microsoft Azure. Daarmee kunnen ze sneller werken en veel sneller naar de markt gaan. Zo kunnen ze werken op een schaalgrootte die ze zelf nooit zouden kunnen realiseren.”

Daarbij lopen ze echter tegen twee problemen aan. “De eerste vraag is hoe dit past in de bestaande structuur van een organisatie. Een omgeving extern neerzetten kan weliswaar geld besparen, maar hoe verhoudt die zich tot de interne, private, omgeving die je niet wilt uitbesteden? We horen van onze klanten dat ze dit wel willen, het lost duidelijk een probleem op. Maar in praktijk gebeurt het vaak in de vorm van losse initiatieven, vanuit bijvoorbeeld marketing, sales of engineering.”

Structurele oplossing

Dit betekent echter dat er ook data vanuit de organisatie in die externe systemen worden gezet. “Hoe ga je daarmee om? Want waar bedrijven in het verleden binnen hun eigen organisaties silo’s creëerden, doen ze dat nu met externe partijen. Daar moeten CIO’s een structurele oplossing voor bieden. Technologisch zijn daar ondertussen goede oplossingen voor, op dat gebied hebben we de afgelopen jaren grote stappen gemaakt.”

Wilbrink spreekt in dat verband over Unbound Cloud. “Laat je niet vastleggen op één oplossing, en zorg ervoor dat je ruimte creëert in je organisatie om je data zowel binnen je eigen omgeving neer te zetten, als erbuiten, bij externe partijen zoals de hyperscalers en service providers. Zo beschik je snel over heel veel resources, en heb je in één keer global reach. Die transformatie levert grote voordelen op, op voorwaarde dat de IT gaat functioneren als interne dienstverlener. Zonder IT kan het in ieder geval niet meer.”

Het is wel zaak altijd zelf het beheer te houden over de gegevens, ongeacht de plek waar die gegevens zich bevinden. “Dat is een vraagstuk waar we zelf hard aan werken bij de ontwikkeling van onze technologie. Daarmee willen we ervoor zorgen dat de basis van een bedrijf, dus de aanwezige kennis, in verschillende omgevingen kan worden ingezet terwijl de CIO alles in de hand houdt. Daarom zijn de samenwerkingsverbanden die we met partijen als Microsoft, Amazon en Equinix hebben zo belangrijk.”

Keuzes

De keuzes die worden gemaakt op het gebied van technologie hebben dus grote invloed op de mate van vrijheid die bedrijven hebben in hun operaties. “Dat wordt nog weleens onderschat. Het kan bijvoorbeeld goed zijn eens te kijken naar wat je intern hebt draaien. Veel zaken zijn een commodity, die je zo goedkoop mogelijk kunt inkopen. Aan de andere kant heb je te maken met technologie die waarde toevoegt. Op basis van dat onderscheid kun je een infrastructuur  opzetten waarmee je concurrentievoordeel behaalt, en in controle blijft.”

Hij noemt het voorbeeld van UCB Pharma, een klant in België die technologie slim inzet om het ontwikkelproces van medicijnen te versnellen. Met de oplossingen van NetApp, in dit geval een Flash-array, kan UCB data-analyse versnellen en zo sneller naar de markt gaan met nieuwe medicijnen. Schaalbaarheid is daarbij cruciaal, omdat in de pharmaceutische industrie de datavolumes iedere achttien maanden verdubbelen.

Alles draait om het bedienen van de business. De eerste stap is te kijken of de technologie klaar is voor het opzetten van service delivery. “De omslag die moet worden gemaakt is ervoor te zorgen dat IT niet meer als inhibitor wordt gezien. Dit betekent dat je mensen uit de operaties haalt en ze in een vorm van SLA management onderbrengt zodat ze gericht diensten kunnen leveren aan afdelingen als marketing, sales en engineering.”

Externe diensten

Als dat succesvol werkt binnen een organisatie is het mogelijk ook extern diensten in te kopen. “Wanneer een bepaalde afdeling nu met externe partijen samen wil werken dan kun je dat als IT gewoon aanbieden als dienst binnen een bestaand portfolio. Maar als de organisatie niet is ingericht op het leveren van diensten zul je vastlopen, Wat de IT-organisatie intern niet zelf kan, is dan ook extern niet goed te regelen.”

Doe je het goed, dan levert dat direct duidelijk businessvoordelen op. “Onder meer doordat je, naast schaalbaarheid en flexibiliteit, veel meer inzicht krijgt. Zo hebben we een retailer als klant die dankzij het inzicht dat hij heeft in de verkoop niet meer één keer hoeft in te kopen, maar altijd direct kan bestellen als producten op dreigen te raken. Zo kun je je klanten veel beter bedienen. Het opzetten van de IT als service-afdeling is weliswaar een hele transformatie, maar wanneer je daarin slaagt wordt de IT een echte gesprekspartner van de business.”

]]>
Sun, 12 Oct 2014 00:07:43 +0200 Ongebonden de cloud in http://executive-people.nl/item/517940/ongebonden-de-cloud-in.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
CIO’s moeten niet blindvaren op public of private cloud http://executive-people.nl/item/517939/cioa-s-moeten-niet-blindvaren-op-public-of-private-cloud.html “Laat je niet leiden door public of private cloud”, adviseert Hans Reinhart van Unitt, dat beide cloudsoorten biedt als managed service. “Laat je leiden door je applicatieve behoefte ondersteunend aan je berijfsproces.” Hij hamert op besef om een goede keuze te maken voor de overgang van eigen datacenters of traditionele hosting naar cloud.

“De markt beweegt meer en meer naar public cloud”, weet Hans Reinhart uit ervaring. Die adoptie vindt nu heel breed plaats. “Voorheen waren het alleen test- en ontwikkelomgevingen”, die in publieke clouds werden geplaatst. “Toen internet-based applicaties, en nu gaat het over de hele linie. De acceptatie van public cloud als serieuze optie voor bedrijfskritische toepassingen gaat sneller dan wij hadden gedacht.”

Waarom public cloud?

Waarom gaan veel organisaties voor een publieke cloud? Is dat puur voorkeur van die klant, of is het vanwege de lagere kosten, of vanwege de flexibiliteit in verbruik, of vanwege internationaal bereik? Of vanwege een heel andere reden? De waarheid ligt volgens Reinhart midden tussen de vele factoren in. Soms speelt voorkeur een rol. Reinhart noemt de anekdote van een grote onderneming die een SaaS-gebaseerde oplossing wilde, geheel ontwikkeld en beheerd door een derde partij. Daarbij legde de onderneming wel de eis neer dat in de Amazon-cloudhet moest draaien.

Aanvankelijk werd Unitt geconfronteerd met de marktkentering naar publieke clouds. En in sommige gevallen ook daardoor verrast, bekent Reinhart. Unitt biedt van origine managed services voor private clouds. Maar de dienstverlener heeft zich aangepast, omdat het een lacune zag in de markt voor public clouds. Niet slechts een groeigebied, maar een markt waar actief om managed services werd gevraagd. “De klant heeft een need en wij bieden daarvoor een dienst; noem het ontzorging of outsourcing”, zegt Reinhart nuchter.

Public cloud doe je er niet ‘even’ bij

Bij een gang naar de cloud heeft de CIO een drietal opties, geeft de Unitt-directeur aan. Ten eerste het uitbreiden van de bestaande IT-activiteiten, om ook public clouds te omvatten. “Maar daar heb je hele andere skills, mensen, en tools voor nodig.” Reinhart spreekt van DevOps ‘versus’ SysOps: clouddevelopers die ook beheer verzorgen, tegenover traditionele beheerders.

Qua activiteiten trekt hij de vergelijking met een fabriek voor auto’s versus een die motorfietsen produceert. “Beide brengen je van A naar B, maar ze zijn heel anders.” Het verkrijgen van de benodigdheden voor publieke clouds kan veel tijd kosten, mogelijk te veel. De tweede optie die Reinhart schetst, is het ontwikkelen van de gewenste cloudexpertise in een apart bedrijfsonderdeel. “Als een start-up”, naast de bestaande IT-beheersorganisatie die naast mensen ook tools en procedures omvat. “Maar dan zou je het wiel opnieuw uitvinden”, wat ook weer teveel tijd kan kosten.

Blijft er over optie drie: het strategische aanhalen van een externe expert. Unitt zelf heeft dat ook zo gedaan: door een gespecialiseerde partij in huis te halen die goed thuis is in Amazons cloud AWS (Amazon Web Services). Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, want het Nederlandse landschap van AWS-cloudspecialisten is klein, vertelt Reinhart. Unitt is uitgekomen bij het drie jaar oude GiMiScale. Die overname is net voor de zomer afgerond.

Sindsdien opereert Unitt dus ‘cloudagnostisch’ zodat het mee kan gaan in de gang naar publieke clouds. Reinhart noemt het voorval van een nieuwe klant die voor een nieuwe toepassing aanvankelijk de private cloud in wilde. “Toen, om twee minuten voor twaalf, kwam daar een nieuwe CTO en die wilde de flexibiliteit van public cloud.” Gelukkig voor Unitt gebeurde dit kort na de overname van GiMiScale waardoor de deal gewoon doorging.

Wees bewust van het beheergat

Uiteindelijk hebben klanten ook de mogelijkheid van cloudmigratie en van hybride clouds. Belangrijk en volgens Reinhart vaak onderschat onderscheid tussen public en private clouds is het beheer. Bij traditionele managed hosting is er grip op de gehele stack: vanaf de applicatie van de gebruiker tot en met de infrastructuur eronder. Daar zijn dan ook enterprise-SLA’s (service level agreements) op af te sluiten.

CIO’s zijn gewend met SLA’s te werken, ook voor hun eigen interne IT-organisatie. “Bij overgang naar publieke clouds is dat heel anders: daar kom je eigenlijk uit op een soort best-effort SLA voor slechts een deel van de behoefte die bedrijven hebben”, zegt Reinhart. Hij vertelt dat Unitt zijn enterprise-SLA heeft ontwikkeld over de hele stack die draait op de publieke AWS-cloud. De dienstverlener vult het beheergat namelijk met eigen aanpassingen. “Bovenop de Amazon-tools bouwen wij eigen code, voor betere optimalisatie en hogere beschikbaarheid.”

Op zich hoeft het verschil in beheer en eventueel SLA-niveau voor publieke clouds niet erg te zijn, relativeert Reinhart. “Maar wees je ervan bewust.” Daarnaast benadrukt hij dat CIO’s goed besef moeten hebben van het verschil tussen enerzijds een eigen datacenter ‘in de kelder’, of IT bij traditionele hosting, en anderzijds het gebruik van publieke clouds. Dat laatste vereist veelal DevOps in plaats van SysOps.

De toolset kennen en benutten

“Sommige workloads kun je wel op de SysOps-manier in de public cloud draaien. Alleen haal je waarschijnlijk niet het optimale eruit”, stelt Reinhart. Hij verwijst naar de mogelijkheden die de ‘gereedschapskist’ van AWS te bieden heeft en waar cloudbeheerders dan wel in moeten duiken. “Zowel qua functionaliteit als qua beschikbaarheid.”

Dat gebeurt in de praktijk lang niet altijd, waardoor een cloudstoring veel grotere impact heeft. Veel cloudgebruikers, ook grote namen en bedrijven, stellen de fail-over mogelijkheden voor regio’s of zones niet goed in voor hun cruciale applicaties en internetdiensten. Dit is in het verleden al meermaals gebleken. Ook bij partijen voor wie de beschikbaarheid van de public cloud cruciaal is.

Van reactief naar progressief

Dankzij de public cloud is ‘continuous deployment’ mogelijk voor organisaties, schetst Reinhart de volgende stap. Daarmee kan IT verder gaan dan de ouderwetse notie van ‘U vraagt, wij draaien’. “IT en de CIO worden ook geacht om de dynamiek van de business te volgen.” Zodat IT niet alleen reactief faciliteert wat een onderneming nu doet, maar dat het bijdraagt in het bepalen van waar de organisatie heen wil. Daar is meer flexibiliteit en expertise voor nodig dan ooit tevoren.

Door Jasper Bakker

]]>
Sat, 11 Oct 2014 00:01:52 +0200 CIO’s moeten niet blindvaren op public of private cloud http://executive-people.nl/item/517939/cioa-s-moeten-niet-blindvaren-op-public-of-private-cloud.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Innovatie in IT centraal tijdens i³ groep On Air evenement http://executive-people.nl/item/517662/innovatie-in-it-centraal-tijdens-ia-sup3-groep-on-air-evenement.html IT is het fundament waarop de toekomst wordt gebouwd. Daarom draait het evenement 'i³ groep On Air' om de trends en innovatie in IT. 'Nu is technologie nog een capaciteitsdienst om de crisis te overleven, maar als je wilt transformeren, moet je op de hoogte zijn van de innovatieve ontwikkelingen', vertelt Rob Vissers, Managing Director van i³ groep. Naast de visie van trendwatchers en soft- en hardwareleveranciers geeft i³ groep ook zijn onafhankelijke visie op de ontwikkelingen.

Het evenement i³ groep On Air wordt op 14 november 2014 gehouden in Radio Kootwijk. Het markante gebouw en de geschiedenis die daar zich afspeelde, laat zien hoezeer technologie aan de basis heeft gestaan van innovatie. Vanuit dit voormalige zendstation kon Nederland contact houden met de koloniën overzee. Door technologie ontwikkelde de dienst zich tot FM/AM-radio en evolueerde door tot diensten zoals Spotify en SoundCloud.

Creëer een solide basis

'IT is het fundament van de toekomst, maar het is belangrijk dat je blijft nadenken over de waarde voor de business en hoe je kunt blijven groeien als bedrijf', vertelt Rob Vissers, Managing Director van i³ groep. 'Je moet een solide basis creëren waarop je flexibel kan ontwikkelen naar gelang de veranderende vraag vanuit de markt en je organisatie. Om bedrijven daarmee te helpen hebben we dit evenement opgezet en dit thema zal dan ook de rode draad zijn door het evenement.'

Tijdens het evenement spreken tijdens de plenaire sessies onder andere trendwatcher Farid Tabarki en ontwerper en innovator Daan Roosegaarde. Beiden weten ze het snijvlak te vinden tussen de toekomst en de rol die technologie daarin speelt. Ook is Executive People aanwezig om te vertellen welke trends aan bod kwamen tijdens het event IT Xpo van onderzoeksbureau Gartner.

Het laatste, maar niet het minst belangrijke, moment dat alle gasten van het evenement bij elkaar zullen komen, is tijdens de netwerkborrel. Daar sluit BNR The Friday Move de dag af met een live-uitzending vanuit Radio Kootwijk . 'Het samenbrengen van klanten en ze de mogelijkheid te geven om met elkaar te sparren, leidt tot synergie', vertelt Vissers. 'Daarom vinden we het belangrijk dat klanten, andere it-managers en cio's informeel kennis kunnen maken, zodat ze ook van elkaar inspiratie kunnen op doen.'

Wat is de waarde voor de bezoeker?

Bij het opzetten van het programma stond het belang van de bezoeker centraal: 'Het is de klantvraag die centraal staat en daarom is het voor ons belangrijk om veel onafhankelijke sessies te kunnen aanbieden.' Dat is niet vanzelfsprekend op sommige evenementen, waar software- en hardwareleveranciers soms sessies vullen met salespresentaties. 'We hebben het hele programma getoetst op kwaliteit, inhoudelijke eisen en visie. We hebben een poortwachtersrol voor de klant', aldus Vissers.

De partners spelen uiteraard wel een belangrijke rol op dit event door hun visie op de ontwikkelingen te geven, vertelt Vissers: 'We beslaan het hele IT-infrastructuur spectrum en dat zie je ook terug in de tien grote sponsoren van ons evenement.' Naast een informatiemarkt vullen de partners ook sommige sessies in. De partners die aanwezig zijn, zijn (op alfabetische volgorde): Adva, Dell, EMC, Hitachi Data Systems, HP, IBM, NetApp, Symantec, Veeam, VMware.

In het programma staan vier thema's centraal, namelijk Cloud, Information Management, Dynamic Data Protection en Business Solutions. De eerste twee onderwerpen staan vooral op de agenda van de CIO's. Dynamic Data Protection draait om de beschikbaarheid van data. Het vierde thema behandelt vraagstukken die IT-afdeling overstijgend kunnen zijn. 'Deze vier onderwerpen zitten door het hele programma heen. We hebben ook een classificatie gemaakt voor de rollen die mensen hebben, zodat ze niet bij de verkeerde sessies gaan zitten. Dat geldt ook wat betreft de industriespecifieke sessies,' vertelt Vissers.

Bovenop de partner- en plenaire sessies worden een groot aantal presentaties ingevuld door i³ groep zelf. Vissers: 'Wij geven de onafhankelijke visie op de belangrijkste trends en de rol van software- en hardwareleveranciers hierin. Welke toegevoegde waarde voor onze klanten zitten in deze ontwikkelingen? Het is de klantvraag die centraal staat en niet een nieuw product. Doordat de partners wel aanwezig zijn, kunnen we vraag en aanbod samenbrengen.'

Bijgepraat in één dag

In totaal worden meer dan twintig presentaties gehouden tijdens i³ groep On Air en samen met de informatiemarkt met de elf partners, ontstaat een goed gevulde informatiedag. Vissers vertelt: 'Onze klanten hebben weinig tijd, dus we willen graag dat ze in één dag weer bijgespijkerd zijn voor de rest van het jaar. We beslaan het hele IT-spectrum, we bieden onafhankelijk advies én zetten een context neer waar onze bezoekers direct mee aan de slag kunnen.'

Door Anne van den BErg

Evenement: i³ groep On Air

Datum: 14 november 2014

Tijd: 9.00 – 18:30

Locatie: Radioweg 1, Radio Kootwijk

Doelgroep: CIO's, business intelligence managers, Architecten, Beheerders, IT- en businessmanagers

 

]]>
Mon, 06 Oct 2014 16:00:01 +0200 Innovatie in IT centraal tijdens i³ groep On Air evenement http://executive-people.nl/item/517662/innovatie-in-it-centraal-tijdens-ia-sup3-groep-on-air-evenement.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Oracle wordt een services bedrijf’ http://executive-people.nl/item/517571/a-oracle-wordt-een-services-bedrijfa.html Oracle Nederland groeide het afgelopen jaar door en toonde in het eerste kwartaal van zijn gebroken boekjaar 2015 een sterke performance. Volgens Reinier van Grieken, managing director van Oracle Benelux, wordt de groei veroorzaakt door een aantal factoren. Dit zegt hij in een gesprek met dutchitchannel.nl, executive-people.nl en biplatform.nl tijdens de Oracle OpenWorld 2014 conferentie in San Francisco.

“Grote commerciële bedrijven blijven investeren in nieuwe technologie. Daarnaast begint de overheid ook nu meer te investeren. Verder kunnen we de boodschap van Oracle goed overbrengen naar onze klanten. We helpen hen te transformeren naar een nieuw bedrijf, waarbij IT-kosten worden gedrukt zodat er meer ruimte is voor innovatie. Die toegevoegde waarde moet je blijven tonen, anders red je het niet. Oracle is daarom ook aan het veranderen van een transactionele leverancier van producten naar een aanbieder van cloud en services”, aldus van Grieken.

Sales Cloud

De groei van Oracle betekent concreet dat er door Oracle meer wordt verkocht zoals software, hardware, cloud en services. Volgens Van Grieken zijn Oracle cloud oplossingen vaker in trek, zoals ‘bij een grote Nederlandse bank’, Arcadis en Atradius (Oracle Sales Cloud geleverd door Infosys, red.). Ook zijn er meer nieuwe Oracle klanten binnengehaald, waaronder bij de overheid. De meeste Oracle-klanten zijn overigens nog niet overgestapt op de cloud; 99 procent gebruikt on-premise applicaties.

Uber

Oracle heeft zijn productportfolio helemaal cloud-ready gemaakt zodat klanten delen van hun software, platformen en infrastructuur in de Oracle Cloud kunnen zetten, vervolgt van Grieken. “Denk hier bij aan SaaS applicaties zoals hcm, crm, customer experience (cx) en erp. Onze sales-mensen worden nu ook getraind om mee te denken met de klant. Ze krijgen dan presentaties van cio’s die hen vertellen waar ze mee bezig zijn. Ik denk dat organisaties wel vaker naar de cloud moeten. Kijk maar naar nieuwe cloudbedrijven zoals de Uber en Airbnb, dat concurreren hevig met taxi’s en hotels. Bedrijven krijgen door de cloud opeens te maken met nieuwe concurrentie. Dat wordt ook opgemerkt door Ahold ceo Dick Boer; die ziet dat Amazon een concurrent op het gebied van levensmiddelen wordt. De foodretail gaat daardoor ook via internet producten te verkopen en meer producten bieden.”

Partners

Partners spelen een belangrijke rol bij de verkoop van alle Oracle oplossingen en diensten, aldus Van Grieken. “Veel deals worden door partners beïnvloedt, zoals adviezen die ze aan klanten geven. Als je kijkt naar de verkoop is nu 35 procent van onze omzet indirect. Dat wordt gedaan door bijna 600 actieve partners in de Benelux. Ze kunnen ook Oracle Cloud verkopen, waarbij ze business processen inzichtelijk kunnen maken en kijken of een cloud omgeving voldoet aan de business eisen. Partners kunnen on-premise applicaties toegang geven naar de cloud. Of ze kunnen development & testing omgeving van klanten in de cloud zetten. Met Oracle Cloud kunnen ze ‘running costs’ van klanten naar beneden brengen. Dan kunnen klanten zich meer focussen op nieuwe zaken”

Big Data Analytics

Naast cloud ziet Van Grieken ook interesse in Big Data en Analytics oplossingen, onder andere doordat Oracle nu Hadoop en JSON ondersteunt. “Big Data en Business Analytics maken het mogelijk om alle beschikbare data te vertalen naar informatie die klanten moeten helpen bij de juiste besluitvorming. Information discovery, mobile analytics, in-memory processing en de groei van de hoeveelheid gestructureerde en ongestructureerde data bieden organisaties de mogelijkheid te veranderen. Zo maakt Erasmus MC gebruik van een Oracle Health Sciences Translational Research Center die werkt op een Oracle Exadata Database Machine. Ook kredietbeoordelaar Graydon heeft gekozen voor een Oracle Big Data oplossing die werd geleverd door VX Company.”

Overheid

Van Grieken ziet tot slot meer interesse in Oracle technologie bij overheden. “Bijvoorbeeld bij de vier nieuwe overheid datacenters die 64 kleinere datacenters in het land consolideren. Deze datacenters staan in Groningen, Amsterdam, Apeldoorn en Rijswijk. Daar moet je bij zijn.”

Witold Kepinski

]]>
Mon, 06 Oct 2014 08:00:31 +0200 ‘Oracle wordt een services bedrijf’ http://executive-people.nl/item/517571/a-oracle-wordt-een-services-bedrijfa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Wie nu nog niet naar cloud gaat, mist kansen om serieus z’n business te transformeren’ http://executive-people.nl/item/517563/a-wie-nu-nog-niet-naar-cloud-gaat-mist-kansen-om-serieus-za-n-business-te-transformerena.html “Hybride cloud bestaat niet.” Renzo Taal, Vice President Northern Europe bij Salesforce.com, heeft een duidelijke visie op het thema van de CIO-bijeenkomst Gartner Symposium/ITxpo: Driving Digital Business. Er zit volgens hem geen enkele toekomst in on-premise software. Het thema sluit naadloos aan bij het credo van Salesforce.com: “Wij leveren een pure cloudoplossing aan klanten. Hiermee kunnen zij versnellen, innoveren, nieuwe bedrijfsprocessen opzetten en een-op-een relaties met klanten genereren.”

“Wat Salesforce door middel van cloudoplossingen mogelijk maakt, is een CIO die werkelijk bezig is met het digitaal innoveren en versnellen van zijn business. Een CIO moet niet bezig zijn met het aan de gang houden van oude on-premise software. Partijen die hier nog steeds in investeren, of aan anderen adviseren om on-premise oplossingen te blijven bouwen, mist de kans zijn business serieus te innoveren. Je moet daarom vernieuwen, niet vervangen, “ zegt Renzo Taal, Vice President Northern Europe bij Salesforce.com. “Ik bedoel daarmee dat je alleen kunt innoveren als je verder gaat dan het vervangen van je infrastructuur om daar min of meer hetzelfde mee te gaan doen, maar dan sneller. Er liggen nu juist grote kansen om zaken op een heel andere manier te doen.”

Digitale transformatie
Mede door de duidelijke visie van Salesforce.com over de rol van cloud computing in toekomstige businessmodellen komen veel CIO´s bij het bedrijf met vragen over innovatie en transformatie van de business met behulp van de cloud. Volgens Taal is een aantal zaken heel belangrijk om die digitale transformatie naar de cloud mogelijk te maken. Essentieel is in ieder geval dat de IT dichter bij de business komt te staan.

“Waar je vroeger processen automatiseerde, zorg je als organisatie tegenwoordig voor het digitaal versnellen van je business. Daarbij gaat het onder meer om het introduceren van nieuwe producten of het betreden van nieuwe markten. Het is vooral belangrijk om op de juiste manier met je klant in contact te komen, om vervolgens met hen een-op-een relaties op te bouwen en te realiseren. Jezelf afvragen wat de klant wil en dit proberen te begrijpen is essentieel.”

Dit stelt geheel nieuwe eisen aan de mogelijkheden van de instrumenten die bedrijven inzetten. “De toekomst zit daarbij in het flexibel maken van je bedrijfsproces. Daarom moet je wel zoveel mogelijk inzetten op de cloud want uiteindelijk is dat de end-game. Wie dit nu niet in zijn strategie heeft zal waarschijnlijk straks te laat zijn en tijd is niet te koop.” Schaalbaarheid is per definitie onderdeel van de cloud-based oplossingen die Salesforce biedt, op een manier die geen enkele andere aanbieder kan evenaren. “Dit creëert ongekende flexibiliteit bij onze klanten.”

Het Salesforce platform levert die schaalbaarheid bovendien met een hoge snelheid, daar hoeft de klant zich dus geen zorgen over te maken.” De voorbeelden van bedrijven die dankzij het Salesforce platform een compleet nieuw businessmodel mogelijk hebben weten te maken zijn volgens hem revolutionair. “Organisaties kunnen sneller de markt betreden, en daar nieuwe dingen doen die zij daarvoor nog niet konden.”

Fabel
Bij discussies over cloud wordt vaak gesproken over een gedeeltelijk implementatie, die uiteindelijk leidt tot wat in veel gevallen een hybride cloud wordt genoemd. Die hybride cloud typeert Taal echter als een complete fabel. “Hybride cloud bestaat niet, dat is geen cloud. Wij leveren een pure cloud oplossing aan onze klanten. Hiermee kunnen zij versnellen, innoveren, nieuwe bedrijfsprocessen opzetten en een-op-een relaties met klanten genereren. Dat is met geen enkele andere oplossing ooit mogelijk geweest.”

Ondertussen bestaat het portfolio van Salesforce.com uit een breed scala aan oplossingen waar gebruikers uit kunnen kiezen, van Sales Cloud, Service Cloud en Marketing Cloud tot en met het Salesforce1 Platform en Salesforce Chatter. “We zien dat het direct voordelen heeft voor de CIO om hiermee aan de slag te gaan. Zij kunnen kiezen wat voor hun situatie het beste is, dus wat het beste past in hun business omgeving of het ecosysteem waar een organisatie in functioneert.  Omdat alles op één platform is gebouwd kan het ook allemaal naadloos met elkaar worden verbonden, en integreert het altijd met elkaar. Dàt is de innovatie die wij CIO’s bieden, zij kunnen met ons aanbod de beste combinaties voor hun business realiseren.”

Hij spreekt bij de ontwikkeling van deze oplossingen nadrukkelijk niet over een roadmap, dat is een begrip uit het verleden van software-ontwikkeling. “Het gaat niet om zaken als roadmaps of functionaliteit. Belangrijk is wat de klant nodig heeft om de digitale transformatie voor zijn bedrijf te kunnen realiseren.” Daarom staan de ervaringen van klanten ook centraal bij evenementen van Salesforce, zoals de afgelopen editie van Salesforce1 in Amsterdam. Hier sprak onder meer Jeroen Tas, CEO Informatics, Solutions & Services bij Philips Healthcare. “We redigeren niets, maar laten onze klanten volledig hun eigen verhaal vertellen”.

Dreamforce
Deze filosofie ligt ook ten grondslag aan Dreamforce, het grote wereldwijde evenement in oktober in San Francisco. Vlak voordat Gartner Symposium/ITxpo zal plaatsvinden zullen hier meer dan honderdduizend mensen samenkomen die ideeën en ervaringen uitwisselen met vakgenoten en experts. Ook hier is de vraag hoe zij de innovatie naar een hoger niveau kunnen brengen in hun bedrijf. Hiermee is dit evenement uitgegroeid tot een van de grootste IT-bijeenkomsten ter wereld.

“Een bezoeker zei vorig jaar ‘ik heb in drie dagen vijftig bedrijfsbezoeken gedaan. Normaal gesproken moet je er veel meer tijd voor vrij maken.” Taal is enthousiast over de opzet van het evenement: “Wat Dreamforce uniek maakt - buiten het feit dat de energie erg goed en aanstekelijk is - is de inhoud die geboden wordt voor iedere sector. Juist de schaal, ondanks dat deze erg indrukwekkend is, geeft bezoekers deze mogelijkheid.”

“Zij hebben die dagen de gelegenheid om heel specifiek voor hun eigen segment de inzichten te krijgen die relevant zijn voor de eigen situatie. Maar de mogelijkheid om met andere klanten te praten buiten hun eigen terrein is eveneens een uniek punt. Op Dreamforce gaat het niet om marketing en nieuwe gadgets zoals op vele andere evenementen waar ik ben geweest. Het gaat om de inhoud van het verhaal en over de klant die daarover zelf vertelt.”

Nieuw is ook dat er dit jaar een innovatietour gekoppeld is aan het evenement, waarbij deelnemers de gelegenheid krijgen ook andere innovatieve bedrijven in Silicon Valley te gaan bekijken. “Het hele Salesforce Cloud Ecosysteem is daar aanwezig, als je iets specifieks wilt weten is dat het uitgelezen moment.”

]]>
Sun, 05 Oct 2014 08:23:52 +0200 ‘Wie nu nog niet naar cloud gaat, mist kansen om serieus z’n business te transformeren’ http://executive-people.nl/item/517563/a-wie-nu-nog-niet-naar-cloud-gaat-mist-kansen-om-serieus-za-n-business-te-transformerena.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Online SAP HANA-applicaties beproeven http://executive-people.nl/item/517568/online-sap-hana-applicaties-beproeven.html Resellers kunnen tegenwoordig online bekijken welke applicaties beschikbaar zijn voor het SAP HANA-platform. En ze kunnen zelf toepassingen toevoegen. “Wij hebben een marktplaats in het leven geroepen die innovatie stimuleert, en meer afzetmogelijkheden voor het partnerkanaal creëert”, licht Jeffrey Raskeyn, Director General Business & Partner Ecosystems bij SAP, toe.

SAP HANA Marketplace is een ontmoetingsplaats voor kopers en verkopers van applicaties die op het SAP HANA-platform draaien. Doelgroep hierbij zijn onder andere ontwikkelaars, start-ups en softwareverkopers.
Raskeyn vertelt dat deze digitale marktplaats tijdens de internationale gebruikersbijeenkomst van SAP (SAPPHIRE) veel aandacht trok, omdat het partnerkanaal tal van nieuwe producten beschikbaar heeft gesteld. Die zijn speciaal gemaakt om langs elektronische weg beschikbaar te stellen. Cloud heeft hierbij altijd een spilfunctie. “Dat kan de cloud van SAP zijn. Maar ook de cloud-diensten die een partner zelf tot zijn beschikking heeft. Daarmee krijgen onze partners de mogelijkheid om hun cloud-proposities te verstevigen naar hun eigen klantenkring toe.”

Proeftuin
Vanwege de aard van de cloud-diensten is het mogelijk om klanten applicaties eerst te laten uitproberen voordat ze eventueel een abonnement afsluiten. “Dat is juist het mooie ervan”, zegt Raskeyn. “De partners kunnen op Marketplace zien wat er zoal beschikbaar is aan applicaties en apps op het SAP HANA-platform. En hiermee hun eigen klanten op het spoor zetten. Klanten hoeven vervolgens niet meteen een dure licentie te kopen. Ze kunnen eerst op een veilige manier nagaan of de applicaties iets voor hen zijn.”

Maar het werkt ook de andere kant op. Er zijn genoeg partners die specifiek voor een bepaalde branche een applicatie ontwikkelen. “Die kunnen ze op de digitale marktplaats aanbieden. Daarmee vergroten ze hun afzetkanaal. Want andere resellers of integrators kunnen net op zoek zijn naar wat zij hebben ontwikkeld. Partners krijgen met deze markplaats een ontwikkelplatform dat tegelijk ook een verkoopkanaal is. Naar de klanten toe kunnen zij eenvoudiger hun toegevoegde waarde bewijzen.”

Starterspakketten

Natuurlijk bestaat er al een SAP Store waar partners hun inkopen kunnen doen. Hoe verhoudt zich dat tot deze digitale marktplaats? Raskeyn: “Je kunt de marktplaats vergelijken met een interactieve catalogus. Terwijl de echte aankoop - het afrekenen, de administratie - plaatsvindt in de Store. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. In de toekomst gaan ze in elkaar op en is de Marketplace het systeem waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten. De voordelen van online zijn hier van kracht: gratis uitproberen, betalen voor wat je gebruikt en aantrekkelijke starterspakketten. Daar kunnen onze partners goed mee uit de voeten.”

 

]]>
Sat, 04 Oct 2014 11:23:36 +0200 Online SAP HANA-applicaties beproeven http://executive-people.nl/item/517568/online-sap-hana-applicaties-beproeven.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Jeroen Tas: 'Werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks ... http://executive-people.nl/item/517562/jeroen-tas-werk-dat-nu-door-een-huisarts-wordt-gedaan-doet-een-patia-laquo-nt-straks-zelf.html Begin dit jaar richtte Philips een nieuwe business-groep op om een toekomstbestendige visie op de gezondheidszorg uit te werken en te implementeren. Aan voormalig corporate CIO, Jeroen Tas, de taak om hier de komende jaren een succesvol bedrijfsonderdeel van te maken. "Mijn belangrijkste inbreng is een nieuw perspectief: het denken in termen van architecturen en platforms."

Hoewel Jeroen Tas tot begin dit jaar de corporate CIO bij Philips was, blijkt hij ook de taal van de business uitstekend te spreken. Als CEO van de Informatics, Solutions & Services groep bij Philips Healthcare heeft hij nu de opdracht om dit nieuwe onderdeel van de grond te trekken. "We zijn in januari van start gegaan," vertelt Tas. "In 2020 moet dit een business van significante omvang zijn. Ik heb zelf beperkte ervaring in de gezondheidszorg - ik heb vooral in de financiële wereld en de IT-sector gewerkt - maar daarvoor kan ik terecht bij de vele specialisten die we op dit gebied bij Philips in dienst hebben."

Een nieuw perspectief
"Mijn belangrijkste inbreng is een nieuw perspectief: het denken in termen van architecturen en platforms. We hebben bij Philips behoorlijk wat business units die zich bezighouden met personal health, elk met zijn eigen benadering. Dat past niet meer in een wereld waarin alles met elkaar verbonden is."

"Vanaf nu worden alle nieuwe producten standaard voorzien van de mogelijkheid om op een gemeenschappelijk platform aan te sluiten, zodat allerlei apparaten, applicaties en diensten met elkaar worden verbonden." Uiteindelijk moet dit alles leiden tot een veel grotere efficiency en effectiviteit in de gezondheidszorg, maar ook hele nieuwe manieren van werken.

Zelf doen
"Een deel van het werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks zelf of samen met een verpleegster," legt Tas uit, "en het werk van een specialist wordt straks door de huisarts gedaan. Voorbeeld is een kankerpatiënt die na een chemokuurbehandeling regelmatig terug moet om zijn witte bloedlichaampjes te laten controleren. Die moeten namelijk weer op een bepaald niveau zijn voordat de volgende behandeling plaats kan vinden. Er zijn nu apparaatjes waarmee de patiënt zelf kan "stippen" en de uitkomst automatisch wordt doorgegeven. Daarmee worden een heleboel tijdrovende afspraken voorkomen."

"Ander voorbeeld is een mobiele app waarmee huidkanker kan worden gediagnosticeerd. Of een elektrische tandenborstel die tegelijkertijd ook je speeksel en de uitgeademde lucht analyseert. Dat laatste kan in de toekomst bijvoorbeeld gebruikt worden om verborgen kanker in een heel vroeg stadium te signaleren."

"Mobiele technologie maakt het ook mogelijk om gezondheidszorg te brengen naar plaatsen waar die nu nog helemaal niet beschikbaar is. In Afrika kan informatie van patiënten op grote afstand elektronisch worden uitgewisseld met dokters en specialisten. Diezelfde manier van werken leidt trouwens ook in onze ontwikkelde wereld tot een veel groter aantal diagnoses per uur."

Chronische ziekten
Volgens Tas is in de gezondheidszorg nog een heleboel winst te behalen. "In de Verenigde Staten wordt maar liefst 18 procent van het BNP aan gezondheidszorg uitgegeven. Nederland is wereldwijd nummer twee met 13 procent. Ik denk dat er hier zomaar 35-40 procent overhead in het systeem zit. Technologie kan ons helpen om die ineffiëntie eruit te halen."

"De bulk van de medische kosten worden gemaakt in het laatste halfjaar van een mensenleven. Hoe je daarmee omgaat is echter niet aan ons; dat is een politieke en ethische discussie. Maar driekwart van de Amerikaanse kosten voor gezondheidszorg zit in chronische ziekten. Die worden mede veroorzaakt door levensstijl. Preventie kan daar dus een hele belangrijke rol in spelen. Denk maar aan een mobiele app waarmee de foto van een bord eten direct wordt geanalyseerd op voedingswaarde. Ook een groot probleem zijn patiënten die moeite hebben om zich aan hun behandeling te houden. Iemand die vergeet zijn medicijnen in te nemen kan automatisch een herinnering krijgen. Bovendien kan er gelijk een berichtje naar de huisarts gestuurd worden."

Sickcare
Belangrijkste sta-in-de-weg voor dit soort veranderingen is volgens Tas niet de technologie, maar de weerstand van de gevestigde orde. "We noemen het healthcare, maar wat we feitelijk doen is sickcare: medici worden betaald per behandeling. Bovendien ligt het financieel risico bij een andere partij dan de uitvoering. Dat betekent dat uitvoerders in de gezondheidszorg zoveel mogelijk willen doen, en dat verzekeraars daar tegen in het geweer komen."

"Het Amerikaanse Kaiser Permanente laat zien dat het ook anders kan. Zij zijn een non-profit consortium dat zowel de verzekering als de uitvoering voor zijn leden doet. Dat betekent dat zij veel meer dan andere instellingen aan preventie doen; dat kost uiteindelijk immers het minste."

Draagbare sensoren en Big Data
Tas zegt geen zorgen te hebben dat anderen met zijn markt aan de haal gaan. De markt voor wearables wordt immers nu al gedomineerd door de fabrikanten van mobiele telefoons en sportswear, en het aantal sensors in deze apparatuur dat gebruikt kan worden voor fitness en health apps neemt snel toe. Zo werkt Apple aan sensoren om glucose-niveau's en andere bloedsuikerspiegels te meten. Hun devices zouden in de toekomst ook hartaanvallen en infarcts kunnen voorspellen door het specifieke geluid van bloed dat door dichtgeslibde aderen wordt geperst te herkennen.

Google introduceerde begin dit jaar een contactlens waarmee het bloedsuiker in traanvocht gemeten kan worden. De sensor kan elke seconde een meting doen en via een ringantenne uitgelezen worden. Op dit moment wordt gewerkt aan het inbouwen van piepkleine LED-jes die gaan branden als het niveau onder of boven bepaalde drempels komt. Vorig jaar al kondigde Google de oprichting aan van Calico, een instelling voor onderzoek naar veroudering en ouderdomsziekten.

In de wereld van Big Data, een ander belangrijk ingrediënt in deze Philips-strategie, zijn grote internet- en ICT-bedrijven als Amazon, Google, EMC, HP en IBM al heer en meester. Daar werkt Philips wel mee samen.

Ecosysteem
"De gezondheidszorg is geen markt waar je even instapt," aldus Tas. "Dat kost jaren en vraagt om zeer gespecialiseerde kennis. Denk alleen al aan de certificering van de apparatuur. Bovendien moet je deel uitmaken van die wereld. Zo hebben wij vorig jaar een 15-jarige samenwerkingsovereenkomst ter waarde van 300 miljoen dollar afgesloten met Georgia Regents, een Amerikaanse keten van ziekenhuizen en klinieken."

"Wij hebben een bewezen trackrecord wat betreft medische systemen en consumentenelektronica. Het gemeenschappelijke platform zal fungeren als een verbindend fundament onder een ecosysteem en als enabler voor onze visie op een fundamenteel andere gezondheidszorg."

Auteur: Aad Offerman

Jeroen Tas: "Werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks zelf"

Begin dit jaar richtte Philips een nieuwe business-groep op om een toekomstbestendige visie op de gezondheidszorg uit te werken en te implementeren. Aan voormalig corporate CIO, Jeroen Tas, de taak om hier de komende jaren een succesvol bedrijfsonderdeel van te maken. "Mijn belangrijkste inbreng is een nieuw perspectief: het denken in termen van architecturen en platforms."

Hoewel Jeroen Tas tot begin dit jaar de corporate CIO bij Philips was, blijkt hij ook de taal van de business uitstekend te spreken. Als CEO van de Informatics, Solutions & Services groep bij Philips Healthcare heeft hij nu de opdracht om dit nieuwe onderdeel van de grond te trekken. "We zijn in januari van start gegaan," vertelt Tas. "In 2020 moet dit een business van significante omvang zijn. Ik heb zelf beperkte ervaring in de gezondheidszorg - ik heb vooral in de financiële wereld en de IT-sector gewerkt - maar daarvoor kan ik terecht bij de vele specialisten die we op dit gebied bij Philips in dienst hebben."

Een nieuw perspectief

"Mijn belangrijkste inbreng is een nieuw perspectief: het denken in termen van architecturen en platforms. We hebben bij Philips behoorlijk wat business units die zich bezighouden met personal health, elk met zijn eigen benadering. Dat past niet meer in een wereld waarin alles met elkaar verbonden is."

"Vanaf nu worden alle nieuwe producten standaard voorzien van de mogelijkheid om op een gemeenschappelijk platform aan te sluiten, zodat allerlei apparaten, applicaties en diensten met elkaar worden verbonden." Uiteindelijk moet dit alles leiden tot een veel grotere efficiency en effectiviteit in de gezondheidszorg, maar ook hele nieuwe manieren van werken.

Zelf doen

"Een deel van het werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks zelf of samen met een verpleegster," legt Tas uit, "en het werk van een specialist wordt straks door de huisarts gedaan. Voorbeeld is een kankerpatiënt die na een chemokuurbehandeling regelmatig terug moet om zijn witte bloedlichaampjes te laten controleren. Die moeten namelijk weer op een bepaald niveau zijn voordat de volgende behandeling plaats kan vinden. Er zijn nu apparaatjes waarmee de patiënt zelf kan "stippen" en de uitkomst automatisch wordt doorgegeven. Daarmee worden een heleboel tijdrovende afspraken voorkomen."

"Ander voorbeeld is een mobiele app waarmee huidkanker kan worden gediagnosticeerd. Of een elektrische tandenborstel die tegelijkertijd ook je speeksel en de uitgeademde lucht analyseert. Dat laatste kan in de toekomst bijvoorbeeld gebruikt worden om verborgen kanker in een heel vroeg stadium te signaleren."

"Mobiele technologie maakt het ook mogelijk om gezondheidszorg te brengen naar plaatsen waar die nu nog helemaal niet beschikbaar is. In Afrika kan informatie van patiënten op grote afstand elektronisch worden uitgewisseld met dokters en specialisten. Diezelfde manier van werken leidt trouwens ook in onze ontwikkelde wereld tot een veel groter aantal diagnoses per uur."

Chronische ziekten

Volgens Tas is in de gezondheidszorg nog een heleboel winst te behalen. "In de Verenigde Staten wordt maar liefst 18 procent van het BNP aan gezondheidszorg uitgegeven. Nederland is wereldwijd nummer twee met 13 procent. Ik denk dat er hier zomaar 35-40 procent overhead in het systeem zit. Technologie kan ons helpen om die ineffiëntie eruit te halen."

"De bulk van de medische kosten worden gemaakt in het laatste halfjaar van een mensenleven. Hoe je daarmee omgaat is echter niet aan ons; dat is een politieke en ethische discussie. Maar driekwart van de Amerikaanse kosten voor gezondheidszorg zit in chronische ziekten. Die worden mede veroorzaakt door levensstijl. Preventie kan daar dus een hele belangrijke rol in spelen. Denk maar aan een mobiele app waarmee de foto van een bord eten direct wordt geanalyseerd op voedingswaarde. Ook een groot probleem zijn patiënten die moeite hebben om zich aan hun behandeling te houden. Iemand die vergeet zijn medicijnen in te nemen kan automatisch een herinnering krijgen. Bovendien kan er gelijk een berichtje naar de huisarts gestuurd worden."

Sickcare

Belangrijkste sta-in-de-weg voor dit soort veranderingen is volgens Tas niet de technologie, maar de weerstand van de gevestigde orde. "We noemen het healthcare, maar wat we feitelijk doen is sickcare: medici worden betaald per behandeling. Bovendien ligt het financieel risico bij een andere partij dan de uitvoering. Dat betekent dat uitvoerders in de gezondheidszorg zoveel mogelijk willen doen, en dat verzekeraars daar tegen in het geweer komen."

"Het Amerikaanse Kaiser Permanente laat zien dat het ook anders kan. Zij zijn een non-profit consortium dat zowel de verzekering als de uitvoering voor zijn leden doet. Dat betekent dat zij veel meer dan andere instellingen aan preventie doen; dat kost uiteindelijk immers het minste."

Draagbare sensoren en Big Data

Tas zegt geen zorgen te hebben dat anderen met zijn markt aan de haal gaan. De markt voor wearables wordt immers nu al gedomineerd door de fabrikanten van mobiele telefoons en sportswear, en het aantal sensors in deze apparatuur dat gebruikt kan worden voor fitness en health apps neemt snel toe. Zo werkt Apple aan sensoren om glucose-niveau's en andere bloedsuikerspiegels te meten. Hun devices zouden in de toekomst ook hartaanvallen en infarcts kunnen voorspellen door het specifieke geluid van bloed dat door dichtgeslibde aderen wordt geperst te herkennen.

Google introduceerde begin dit jaar een contactlens waarmee het bloedsuiker in traanvocht gemeten kan worden. De sensor kan elke seconde een meting doen en via een ringantenne uitgelezen worden. Op dit moment wordt gewerkt aan het inbouwen van piepkleine LED-jes die gaan branden als het niveau onder of boven bepaalde drempels komt. Vorig jaar al kondigde Google de oprichting aan van Calico, een instelling voor onderzoek naar veroudering en ouderdomsziekten.

In de wereld van Big Data, een ander belangrijk ingrediënt in deze Philips-strategie, zijn grote internet- en ICT-bedrijven als Amazon, Google, EMC, HP en IBM al heer en meester. Daar werkt Philips wel mee samen.

Ecosysteem

"De gezondheidszorg is geen markt waar je even instapt," aldus Tas. "Dat kost jaren en vraagt om zeer gespecialiseerde kennis. Denk alleen al aan de certificering van de apparatuur. Bovendien moet je deel uitmaken van die wereld. Zo hebben wij vorig jaar een 15-jarige samenwerkingsovereenkomst ter waarde van 300 miljoen dollar afgesloten met Georgia Regents, een Amerikaanse keten van ziekenhuizen en klinieken."

"Wij hebben een bewezen trackrecord wat betreft medische systemen en consumentenelektronica. Het gemeenschappelijke platform zal fungeren als een verbindend fundament onder een ecosysteem en als enabler voor onze visie op een fundamenteel andere gezondheidszorg."
Aad Offerman
]]>
Sat, 04 Oct 2014 08:20:55 +0200 Jeroen Tas: 'Werk dat nu door een huisarts wordt gedaan, doet een patiënt straks zelf' http://executive-people.nl/item/517562/jeroen-tas-werk-dat-nu-door-een-huisarts-wordt-gedaan-doet-een-patia-laquo-nt-straks-zelf.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Iedere professional heeft straks een competentieprofiel’ http://executive-people.nl/item/523880/iedere-professional-heeft-straks-een-competentieprofiela.html Op basis van intuïtie en ervaring wist hij het al, maar sinds de ontwikkeling van ‘Peerz’ weet Ventus-directeur Flip Houtman het  zeker: niet zozeer ‘hard skills’ maar vooral competenties vormen de sleutel tot iemands succes in een bepaalde werkomgeving. Peerz staat voor een methode waarmee bijvoorbeeld aan een IT-project één of meer managers kunnen worden toegewezen die precies over de competenties beschikken die nodig zijn om dát project tot een succes te maken.

Altijd leuk om mee te beginnen: het raadsel dat verscholen ligt in de naam. Ventus is het Latijnse woord voor ‘wind’, maar je kunt er, zo houdt directeur Flip Houtman ons voor, vrij vertaald ook ‘turbulentie’ of ‘verandering’ voor invullen. Overal waar grotere bedrijven of overheidsinstellingen veranderingen in hun IT-voorzieningen willen doorvoeren, kunnen de mensen van Ventus worden ingezet. En hoewel deze mensen wel allemaal een IT-achtergrond hebben, ligt de nadruk daarbij meer op het managen dan op de IT.

Regierol

Ventus werd zestien jaar geleden door Houtman opgericht met als doel organisaties te helpen bij het verwezenlijken van hun IT-doelstellingen. “Dat doen we voornamelijk door het detacheren van mensen, die meestal pas bij een klant aan boord komen als strategisch gezien de IT-koers al is bepaald. Wij opereren met andere woorden op tactisch niveau. Wij nemen meestal niet de volledige projectverantwoordelijkheid aan, maar zetten op de cruciale plekken mensen in om het IT-project van de klant in goede banen te leiden. Daarbij gaat het met name om de regierol. Klanten hebben hun IT meestal uitbesteed aan allerlei leveranciers die allemaal een stukje van het IT-traject voor hun rekening nemen. Die keten moet worden aangestuurd en wij vervullen dan vaak de rol van project- of programmamanager. Daarnaast leveren we desgewenst IT-architecten of technisch onderlegde IT-consultants; geen mensen die technisch gezien zelf aan de knoppen draaien, maar wel in staat zijn tegenwicht te bieden aan suggesties en voorstellen van leverancierszijde.”

Peerz

Wat bepaalt nu het succes van iemand in een project? Waarom slaagt de een wel en de ander niet in het uitvoeren van zijn opdracht? “Het antwoord weten we wel”, zegt Houtman. “Dat heeft vooral te maken met de competenties die iemand in huis heeft. De kennis en kunde moeten natuurlijk ook op niveau zijn, dat is de noodzakelijke basis. Maar stel dat je tien projectmanagers hebt die wat de ‘hard skills’ betreft allemaal even gekwalificeerd zijn, dan is in een bepaalde omgeving van die tien er één het meest succesvol. Dat komt omdat die persoon qua competenties en cultuur het beste past bij de omgeving waarin hij moet functioneren.”

Het probleem in Nederland is echter, stelt Houtman, dat wij niets hebben waarmee we de persoon en de job op basis van die competenties kunnen matchen. Wij matchen uitsluitend op hard skills. “Wij kijken of iemand Prince2 gecertificeerd is, een academische opleiding heeft doorlopen, minimaal zeven jaar ervaring heeft, en noem het hele rijtje maar op. Dat moet, dat is de basis. Maar die basis is bij iedere serieuze kandidaat in orde. Dus luidt de hamvraag: hoe bepaal je vervolgens wie het béste past?”

Houtman heeft daarvoor samen met een oud-collega ‘Peerz’ ontwikkeld. Peerz, geëxploiteerd door een start-up met dezelfde naam en in de vorm gegoten van een website (www.peerz.net) is een  beoordelingssysteem gebaseerd op peer-reviews. “Peerz biedt de mogelijkheid om heel laagdrempelige de competenties van mensen in kaart te brengen, zodat je die persoonlijkheidstrekken kunt meenemen in je selectieproces”, legt Houtman uit.

Hoe het werkt

Iedereen kan een Peerz-profiel van zichzelf genereren. “Je gaat naar de Peerz-site en nodigt mensen die jou goed kennen uit je te beoordelen op een achttiental bipolaire schalen met – allemaal positieve – persoonlijkheidseigenschappen. Door middel van schuifpaneeltjes op het scherm geven zij aan of ze je bijvoorbeeld meer praktisch dan behulpzaam vinden, of meer taak- dan teamgericht. Een algoritme, ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, veegt alle beoordelingen bij elkaar en genereert een profiel aan de hand van een zestal onafhankelijke persoonlijkheidsfactoren. Die zes factoren zijn gebaseerd op de zogeheten Holland Codes die de grondslag vormen voor het RIASEC-systeem, ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog John L. Holland, dat in de VS populair is als instrument in selectieprocessen. RIASEC wordt gevormd door de beginletters van de zes factoren waarom het in Hollands theorie draait, te weten: Realistic, Investigative, Artistic, Social, Enterprising en Conventional.”

Toepassing

Houtman is erg enthousiast over de mogelijkheden van het Peerz-beoordelingssysteem en ervan overtuigd dat selectieprocessen hiermee naar een geheel ander niveau kunnen worden getild. Bij Ventus heeft hij nu een kleine drie jaar ervaring met Peerz. Al zijn mensen zijn door het systeem gehaald. Hij geeft een frappant voorbeeld van een ‘Peerz-ervaring’ die echt een eye-opener voor hem was. “Wij hebben natuurlijk een hele groep projectmanagers. Dat zijn over het algemeen zeer gestructureerde en analytische mensen, dus hun Peerz-profielen vertonen de nodige overeenkomsten. Met twee van hen had ik vaker wat issues dan met de rest, alsof we op verschillende levels zaten. Die twee hadden duidelijk een ander Peerz-profiel. Ik zat daarnaar te kijken en dacht: ik ben eigenlijk de hele tijd op een as aan het drukken waar niet hun talenten liggen, daar moet ik gewoon mee ophouden. Ik ben ze vervolgens op een heel andere manier gaan inzetten en gebruik gaan maken van de eigenschappen waarin wel hun kracht ligt besloten.”

Houtman voorspelt dat iedere professional over een jaar of tien een competentieprofiel heeft. “Of dat gebaseerd is op Peerz of op iets anders dat weet ik niet, maar dát het gaat gebeuren, daar ben ik van overtuigd.”

Jobprofielen

Het toekomstideaal wat Houtman op dit vlak voor ogen staat, is dat ook jobs van een Peerz-profiel worden voorzien. “Een bedrijf heeft een vacature en die vacature moet uiteindelijk een mens worden”, schetst hij. “Die mens moet met allerlei personen in zijn werkomgeving gaan samenwerken: collega 1, collega 2, een opdrachtgever, een leverancier, et cetera. Wat ons nu voor ogen staat, is dat al die mensen voor de betreffende vacature Peerz-beoordelingen invullen, gebaseerd op de vraag: wat voor type mens moet er nu op die positie komen. Daar komt een jobprofiel uit, een competentieprofiel voor de vacature. En dat jobprofiel kun je matchen met de Peerz-profielen die je hebt. Dat is wat wij nog willen gaan toevoegen.”

“De werkomgeving is tenslotte ook iedere keer anders”, onderstreept Houtman zijn betoog afrondend. “Daarom is het gedachteloos doorschuiven van een succesvolle projectmanager van het ene naar het andere project lang niet altijd een garantie voor succes. Sterker nog, het is vaak de belangrijkste oorzaak bij IT-projecten die mislukken.”

]]>
Wed, 01 Oct 2014 10:29:00 +0200 Iedere professional heeft straks een competentieprofiel’ http://executive-people.nl/item/523880/iedere-professional-heeft-straks-een-competentieprofiela.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Oracle EMEA doet het goed' http://executive-people.nl/item/517347/oracle-emea-doet-het-goed.html Oracle EMEA wist in het eerste kwartaal van het fiscale jaar 2015 met 7 procent in omzet te groeien. Dat is goed nieuws, want in Amerika staat Oracle onder druk om meer te groeien. “Oracle Benelux toonde een sterke performance”, aldus de Franse Oracle EMEA-baas Loic le Guisquet tijdens de Oracle OpenWorld 2014 conferentie in San Francisco. “Dat komt omdat Oracle Benelux nauwe relaties heeft met zijn klanten door hen te helpen met het vereenvoudigen van hun IT en reduceren van kosten. Ook de volume en channel business is goed, maar Oracle partners kunnen veel meer business doen.”

De Fransman zegt dat Oracle volop investeert in Europa. Zo worden er twee datacenters in Frankfurt en München geopend door de sterke vraag in Duitsland en om de veiligheid van data te waarborgen (Duitsers willen geen gesnuffel van de NSA en zich onderwerpen aan de Patriot Act, red.). Oracle-partners zijn hierbij nauw betrokken met een datacenter van Interxion en eentje van Equinix. De datacenters bieden Oracle ERP Cloud, HCM, Sales, Service en Talent Management. Oracle heeft nu 19 datacenters wereldwijd.

Afrika
Loïc Le Guisquet gaat verder in Europa nauwer samenwerken met Vodafone rond Internet of Things. “De samenwerking richt zich op branches zoals de auto-industrie, de publieke sector zoals steden en de gezondheidszorg, om constant data van aangesloten objecten te verwerken. Oracle gaat verder meer investeren in Afrika rond trainingen IT-vaardigheden van mensen.” (Concurrent SAP doet dat ook en zegt tot 2020 ruim 500 miljoen dollar in het Afrika te investeren, vooral opleidingen, red.)

Development
Oracle is volgens de Fransman zeer actief met R&D in Europa met 27 development centers in 12 landen zoals Spanje, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Rusland en Nederland. Ontwikkelaars werken aan software zoals Oracle middleware, Identity Manager en Enterprise Manager producten.

Exadata
Volgens Loic le Guisquet valt er meer business te halen via het partnerkanaal, zoals door systeem integratoren. “Ze doen al zaken met Oracle, maar ze kunnen meer met onze technologie, zoals het vereenvoudigen van complexe infrastucturen in datacenters. Dat kan bijvoorbeeld met onze Engineered Systems, zoals Exadata. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld 300 x86 servers consolideren naar 10 Exadata systemen.”
Partners kunnen met Oracle ook meer business met cloud-technologie doen, aldus Le Guisquet. “Ze kunnen het applicatielandschap van klanten migreren naar de cloud. Daarbij is een grote rol voor systeem integratoren weggelegd.”

Door: Witold Kepinski

]]>
Wed, 01 Oct 2014 00:50:21 +0200 'Oracle EMEA doet het goed' http://executive-people.nl/item/517347/oracle-emea-doet-het-goed.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Strategie eerst, features later http://executive-people.nl/item/522237/strategie-eerst-features-later.html Enterprise Mobility Management vast onderdeel bedrijfsstrategie

Het aanbod van apparatuur, applicaties en data blijft groeien en daarmee ook de nieuwe mogelijkheden die hieruit voortkomen. Hoe gaat u hiermee om? Biedt u ‘Het Nieuwe Werken’ aan? Waarom? Verhoogt het echt de productiviteit? Of de tevredenheid onder medewerkers? Valt dit nog te managen? Peter Sterk, Solution Architect bij PQR, geeft in dit artikel zijn visie op ‘Het Nieuwe Werken’ en het belang van Enterprise Mobility Management.


De juiste mensen en mogelijkheden

“De vraag ‘wel of niet toestaan van mobiele devices binnen een zakelijke omgeving?’ is niet meer actueel. Enterprise Mobility is een vaststaand gegeven geworden. Organisaties vragen zich wel af hoe zij mobiliteitsoplossingen kunnen gebruiken om hun bedrijfsprocessen te ondersteunen en de productiviteit van gebruikers te verhogen”, aldus Peter Sterk. “Als organisaties de juiste medewerkers aantrekken en de juiste mogelijkheden aanreiken, kan ‘Het Nieuwe Werken’ medewerkers de mogelijkheid bieden om zelf te bepalen waar en wanneer zij hun werk doen waardoor zij productiever kunnen zijn. Uiteraard geldt dit niet voor iedere branche. Verpleging of publieke functies bij gemeentes zullen altijd mensen met een vaste werkplek nodig hebben.”

Drie manieren om de productiviteit te verhogen
“Voorwaarde voor deze nieuwe manier van werken is het mobiel mogelijk maken van volledige productiviteit, door het vastleggen van een mobiele IT-strategie. Om middels mobiliteit de productiviteit te verhogen, moet de externe toegang tot de bedrijfsmiddelen en -informatie aan drie voorwaarden voldoen. Mensen moeten hun werkzaamheden mobiel op dezelfde manier kunnen doen als wanneer ze aan hun bureau zouden zitten. Dat wil zeggen dat zij toegang tot applicaties en gegevens moeten hebben. Daarnaast moeten zij even eenvoudig als wanneer zij op hun fysieke werkplek zouden zitten, interactie kunnen hebben en kunnen samenwerken met collega’s. De derde voorwaarde bestaat uit het feit dat IT in staat moet zijn de bedrijfsinformatie te beveiligen en te beheren om privacy en compliance te kunnen waarborgen. Enterprise Mobility Management (EMM) moet dus een vast onderdeel van de bedrijfsstrategie worden.”

Strategie bepalen
De volgende vragen kunnen helpen bij het formuleren van zo’n strategie:

  1. Hoe kun je je medewerkers productiever laten werken? Welke functionaliteit hebben ze wanneer nodig, vanaf welk device?
  2. Welke rol kan IT daarin spelen? Gaat IT faciliteren of opleggen hoe er gewerkt moet worden?
  3. Welke stakeholders spelen een rol in deze strategie? We zien immers steeds vaker dat de business bepaalt en niet IT: IT-budgeten worden steeds vaker gebruikt door niet-IT-afdelingen. Op basis van businessprocessen en de behoeftes van afdelingen worden nieuwe apps ontwikkeld.
  4. Past dit binnen de cultuur? Welke afdelingen en welke scenario’s zijn wenselijk?
  5. Welke mogelijkheden bieden mobiele devices en hoe kunnen deze mogelijkheden gebruikt worden in het werkproces?
  6. Wie is de eigenaar van het mobiele device, de organisatie of de medewerker? Stem duidelijk de wederzijdse verwachtingen af als een persoonlijk apparaat van de medewerker gemanaged wordt of kies voor een mobiele applicatiebeheeroplossing (MAM).
  7. Worden applicaties voor elk platform of selectief ontwikkeld?

Beheer device verschuift naar beheer applicatieplatform
Het belangrijkste doel is de gebruiker in staat te stellen optimaal van ‘Het Nieuwe Werken’ gebruik te laten maken. Hierbij is EMM vooral een kapstok om applicaties veilig te distribueren. “Een strategie gericht op het beheer van alleen mobiele apparatuur is niet voldoende. We werken ook nog steeds met traditionele apparaten. Organisaties moeten zich gaan richten op het beheren van platformen waarop applicaties worden aangeboden. Kijk je naar wat technisch mogelijk is om mobiel werken te faciliteren en gebruikers ongeacht tijd, locatie en apparaat te laten werken? Dan gaat EMM, naast de traditionelere Applicatie en Desktop Delivery concepten, een belangrijke rol spelen.”

 

Applicaties koppelen business en klanten

Applicaties worden steeds meer de koppeling tussen business en klanten. “Er zijn verschillende redenen om applicaties te ontwikkelen”, zegt Sterk. “Apps kunnen de productiviteit verhogen: meer winst, meer marge, meer output. Daarnaast kunnen de juiste apps een betere, completere en meer efficiënte klantenervaring bieden. Ook kunnen zij ervoor zorgen dat relevante informatie sneller gevonden wordt, waardoor zakelijke besluiten vereenvoudigd kunnen worden. Organisaties moeten zich gaan verdiepen in het aanbieden van het juiste beheerplatform inclusief applicaties. De gebruiker kan dan zelf kiezen. Het gaat om het beheren van de mobiliteit van een bedrijf, dus niet om de componenten die die mobiliteit mogelijk maken.”

Focus on strategy first, features later!

Pas nadat de strategie is uitgewerkt kan gekeken worden naar de technische mogelijkheden. “Zonder een goede motivatie kiezen voor een oplossing kan leiden tot ontevreden gebruikers, waardoor gebruikers alsnog gaan doen en gebruiken wat ze zelf willen. Zeker in een wereld waarin de ontwikkelingen in Enterprise Mobility snel gaan, biedt een goede strategie houvast voor een langetermijnvisie. Mobility wordt nu zo belangrijk dat organisaties een ‘Mobile First’ strategie ontwikkelen. Pas daarbij op dat ‘Mobile First’ niet een ‘Mobile Only’ strategie wordt! Vergeet niet de traditionele Applicatie Desktop Delivery concepten te gebruiken voor toepassingen waarvoor een smartphone of tablet niet past.”

 

Flexibel werken = thuis niks doen

“We merken nu nog steeds dat veel mensen vinden dat flexibel werken gelijk staat aan thuis niks uitvoeren. Organisaties die managen op output laten het tegendeel zien, veel medewerkers zijn juist productiever. Zij lezen bijvoorbeeld ’s morgens hun mail, of wanneer zij ergens wachten. Deze manier van werken vraagt wel een andere manier van managen en een aanpassing in cultuur. Dit is natuurlijk een gevaar voor je work/life balance, er is een duidelijk risico aanwezig dat je meer werkt dan 40 uur per week of dat als zodanig ervaart. Organisaties zouden meer af moeten stappen van verschillende applicaties voor werk en privé en meer moeten kijken naar het samenvoegen van de gewoonten op beide gebieden.”

Bring Your Own App - That’s what we are looking for…
“We zijn er nog niet. Op dit moment zijn bedrijfsapplicaties alleen binnen onze eigen veilige en beheerde IT-omgeving beschikbaar. Daar komt pas verandering in als apps als gemeengoed – onafhankelijk van IT-omgeving – worden aangeboden. Tot die tijd worden er veel oplossingen aangeboden, allemaal net anders, allemaal met hetzelfde doel: mobiel en veilig werken. Wij helpen u dan ook graag in de zoektocht naar antwoorden op uw mobiliteitsvraagstukken. Heeft u deze? Aarzel niet om contact op te nemen!”

Peter Sterk

Solution Architect PQR

www.PQR.com

Wilt u meer weten over Enterprise Mobility Management? In juli 2014 is de bijgewerkte ‘Enterprise Mobility Management Smackdown’ uitgebracht. Deze whitepaper is kosteloos te downloaden via www.PQR.com/downloads. Of u kunt zich inschrijven voor hét kenniscongres van het jaar: IT-Galaxy 2014. U wordt volledig op de hoogte gebracht over ‘Tomorrow’s Workspace & Datacenter’. Surf naar www.it-galaxy.nl.

]]>
Tue, 30 Sep 2014 13:04:32 +0200 Strategie eerst, features later http://executive-people.nl/item/522237/strategie-eerst-features-later.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Mensen werken overal' http://executive-people.nl/item/517306/mensen-werken-overal.html De werkplek beperkt zich niet tot het bureau. Mensen werken overal. En ze willen niet terug moeten naar kantoor om achter hun pc gegevens in te voeren of te raadplegen. Mobiel werken heeft al veel bedrijven efficiënter gemaakt, zegt Phil Redman (foto), VP Mobile Solutions & Strategy bij Citrix. Precisielandbouw is een mooi voorbeeld, vertelt hij.

Redman is overgevlogen uit Boston (USA) om zijn verhaal te doen tijdens het Citrix Mobility Event dat eind september in de Frabrique te Maarssen zo'n vierhonderd bezoekers trekt. In de sfeer van vergane industriële glorie – van 1963 tot 1996 was hier de mengvoederfabriek UTD actief (mijn vader en oudste broer hebben er nog gewerkt) – verhaalt Redman over de nieuwe vormen van arbeidsprocessen.

Als voorbeeld haalt hij een wijnboer aan in Zuid-Amerika die met Citrix-toepassingen betere wijn weet te produceren. “Zijn mensen gingen vroeger elke dag het veld op om de aarde te beproeven, de druiven te testen op suikergehalte, de vochtregulering te bekijken. En meer van die zaken die van belang zijn voor een volwaardige teelt. Dat schreven ze allemaal op en voerden het in de computer in als ze terug waren op de boerderij. Dat werd dan gecombineerd met de weersverwachting en dergelijke om het teeltplan op te stellen. Allicht dat sommige gegevens niet meer goed leesbaar waren of dat een velletje papier kwijt raakte. Tegenwoordig gaan ze nog steeds elke dag de wijngaard in, maar nu hebben ze een tablet of smart phone bij zich. Ze kunnen alle gegevens rechtstreeks invoeren in het programma waarmee ze werken. Zo kunnen ze in het veld al analyses uitvoeren en meteen actie ondernemen als dat verstandig blijkt. De wijnboer weet nu beter wanneer hij bepaalde meststoffen moet toevoegen, wanneer hij het beste kan oogsten, en dergelijke. Hij levert betere wijn af tegenwoordig. En die levert meer geld op.”
Precisielandbouw. Precies datgene wat de wereld met zijn immer groeiende bevolking nodig heeft. In Nederland is het Programma Precisie Landbouw actief waarbij overheid en landbouworganisaties investeren in mogelijkheden om met minder gif, water en meststoffen toch betere resultaten te halen. Wie de documentatie doorneemt op www.precisielandbouw.eu ziet dat mobiel en draadloos kernbegrippen zijn.

Sensoren
In de nabije toekomst, zo gaat Redman verder, hoeven de belaarsde landarbeiders niet eens meer het veld in om oogsten goed voor te bereiden. “Dan geven sensoren door hoe het gesteld is met de waterhuishouding, voedingsbehoefte en noem maar op. De gegevens gaan draadloos naar een computer die de analyses uitvoert; en eventueel automatisch apparatuur in het veld aan het werk zet om bijvoorbeeld water te irrigeren. Of om bepaalde meststoffen toe te voegen. Misschien zelfs om een bestuurderloze oogstmachine aan het werk te zetten.”
Dan gaan er veel data door de lucht. Is het systeem daar wel op ingericht? “Ja, het gaat wel om veel gegevens, maar het zijn allemaal kleine pakketjes. Dat vereist nauwelijks enige bandbreedte. Je kunt dat met de huidige apparatuur en software al toepassen”, meent Redman.

Medaille
Niet alleen landbouwers zijn gebaat bij deze technologie. “Eigenlijk heeft elk bedrijf wel iemand die 'buiten' werkt of veel onderweg is. Denk aan ziekenhuizen. Er zijn artsen die in meerdere hospitaals werken. Die willen niet steeds op een andere werkplek andere apparatuur gebruiken. Ze willen hun eigen tablet overal kunnen benutten, en overal bij hun gegevens kunnen komen. Dergelijke toepassingen hebben wij ook ondersteund.”
Maar elke medaille heeft natuurlijk twee zijden. Mobiliteit levert efficiëntie in de bedrijfsvoering, maar geeft de IT-afdeling kopzorgen. Hoe beheer je al die apparaten die steeds meer kunnen en kleiner worden, waardoor ze zo makkelijk kwijt raken. Inclusief alle gegevens die erop staan.

Secure e-mail
Nu veert Redman op, want dat is nou precies waar zijn bedrijf furore mee maakt. Niet met het beveiligen van apparaten, maar van de gegevens, want uiteindelijk gaat het om data, niet om het ijzer. Hij vertelt dat Citrix het enige bedrijf is dat in het Gartner leiderschapsquadrant staat van zowel Enterprise Mobility Management, Enterprise File Synchronization en Application Delivery Controllers.


Neem e-mail. “Veel organisaties nemen niet de e-mail die wordt bijgeleverd bij de mobiele apparatuur, maar schakelen over op onze Secure E-mail. Het mag dan wel zo zijn dat veel jongeren niet meer mailen, maar bijvoorbeeld Facebook of Whatsapp gebruiken; als zij van de universiteit komen en een baan krijgen, leren ze met e-mail om te gaan. Tot nu toe veranderen de bedrijven de jongeren en niet andersom”, lacht hij.
Want het gaat niet alleen om het versleutelen van gegevens, het gaat er ook om dat er tijdens het transport van de versleutelde data niks mis gaat. Citrix is groot geworden met het virtualiseren van applicaties en 'transportbeveiliging'. “Mobiliteit zit in onze genen”, verklaart Redman het succes van de onderneming.
85 Procent van de omzet van het laatste jaar bij Citrix is toe te schrijven aan secure e-mail en bestandsdeling.

Behoeften
Voor partners kan het een zinvolle weg zijn om zich verticaal te specialiseren (landbouw, zorgsector, zwaailichtsector, professioneel onderhoud, enz.), maar belangrijker vindt Redman het dat resellers in staat zijn de behoefte van een organisatie in kaart te brengen. “Mobiliteit is niet een product, maar een oplossing. En er zijn altijd meerdere mogelijkheden. Partners moeten in staat zijn de beste oplossing voor een klant te leveren. Wij verkopen een oplossing, geen technologie.”
Om er nog aan toe te voegen dat niet alles beveiligd hoeft te worden. “Daar ligt ook een taak voor onze partners: helder kunnen maken wat belangrijk is om verborgen te blijven en daar een passende regeling voor te treffen. Veel mensen gebruiken hun smart phone en/of tablet zowel voor het bedrijf als privé. Dan moet je sandboxing toepassen. Dat scheelt ook weer werk voor de IT-afdeling, want die hoeft dan alleen maar de bedrijfsdata zeker te stellen. Zoals je ziet, is er genoeg te doen voor onze partners, want de efficiëntie die mobiliteit geeft, lonkt steeds meer nieuwe klanten.”

]]>
Tue, 30 Sep 2014 08:19:55 +0200 'Mensen werken overal' http://executive-people.nl/item/517306/mensen-werken-overal.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Applicatielandschap op de schop http://executive-people.nl/item/517189/applicatielandschap-op-de-schop.html De zolder opruimen. Dat advies geeft Andy Kite, Vice President en Gartner Fellow. Hij doelt op rationalisatie van het applicatielandschap. De vraag naar applicaties neemt toe, terwijl CIO’s vertwijfeld naar de legacy systemen kijken. “Je kunt alleen ontsnappen aan de oplopende-kosten-val door het portfolio op te schonen.”

Kite zegt het met een zekere stelligheid: de ervaring die medewerkers van een organisatie hebben, ontlenen zij aan het werken met applicaties. Zij malen niet om infrastructuur; zij willen gewoon hun werk kunnen doen. Maar gewoonlijk zijn applicaties erg duur, zowel in aanschaf, bij zelfbouw en in onderhoud. Bovendien kost het veel tijd om ze aan te passen.

“Maar met de Nexus of Forces (social media, mobile computing, gegevensanalyses en cloud computing) neemt de vraag naar applicaties alleen maar toe. De CIO wordt vermalen tussen een forse legacy en de toenemende behoefte aan nieuwe toepassingen die ook nog eens snel beschikbaar dienen te zijn. Je kunt hier alleen maar aan ontsnappen door het applicatielandschap op de schop te nemen”, aldus Kite.

Heel gevoelig

Organisaties zijn in de afgelopen decennia erg slecht geweest in het met pensioen sturen van applicaties. Er is alleen maar bijgekomen; er gaat nauwelijks iets af.

Kite snapt wel hoe dat komt. “Als je een server of switch verandert, of wat dan ook aan de infrastructuur wijzigt, dan kraait er geen haan naar. Maar zodra je over applicaties begint, dan bemoeit iedereen zich ermee. Het zijn hun kinderen, ze hebben tijd geïnvesteerd om ermee te kunnen werken. Dit onderwerp ligt heel gevoelig. Zodra de CIO over applicaties begint, stuit hij op een muur van emoties.”

Toch zal hij er iets mee moeten doen, want er zitten zoveel duplicaties in de toepassingen dat je daarmee geen ‘digital leader’ kunt worden, is Kites overtuiging. Leiderschap is alleen te bereiken als je in staat bent de kosten terug te brengen van de operationele activiteiten, zodat je geld overhoudt om innovatieve toepassingen te ontwikkelen of aan te schaffen.

Juist die nieuwe toepassingen zijn een reden om de bestaande programmatuur nog eens goed tegen het licht te houden. Kite: “Je ziet dat veel ondernemingen bijvoorbeeld sensoren gaan gebruiken om de bedrijfsvoering te verbeteren of om nieuwe diensten te kunnen aanbieden aan klanten. Dan heb je een veilig en snel netwerk nodig, maar ook een backoffice die in staat is al die signalen tijdig te verwerken. In de praktijk blijkt hier vaak een flessenhals te zitten, zodat nieuwe toepassingen sterven in schoonheid.”

Volgens de analist hebben vrijwel alle bedrijven met dit euvel te kampen.

Groundhog Day

Kite waarschuwt ervoor applicatierationalisatie te beschouwen als een zes-maanden-project. “Dit is niet iets wat je even recht zet en dan weer op de oude voet doorgaat. Dit onderwerp heeft ook een andere houding nodig, anders beland je op ‘Groundhog Day’ en raak je in een tijdlus gevangen zoals de tv-weerman overkomt in deze film. Elke dag begint precies hetzelfde, ondanks alle verwikkelingen die op die dag plaatsvinden.”

De CIO moet ervoor zorgen dat dit keer de laatste rationalisatieslag plaatsvindt. Want het is in de afgelopen jaren natuurlijk eerder gebeurd, die pogingen om de applicaties te actualiseren. Om vervolgens de boel weer te laten versloffen, waardoor na enige tijd weer problemen ontstaan. De laatste grote schoonmaak gebeurde bij de invoering van een services oriented architecture (SOA). Maar toen zijn er vaak toch nog losse einden blijven zitten.

Om het hedendaags belang van rationalisatie te onderstrepen vertelt Kite dat binnen een organisatie twee verschillende types IT-harten kloppen. Type 1 noemt hij de plaats waar bestanden staan opgeslagen en worden verwerkt. De machinekamer van het IT-schip. Hier gelden begrippen als robuust, betrouwbaar, lage TCO, standaardisering, vereenvoudiging en veiligheid.

Het tweede type IT behelst de ‘engagement space’: de ontmoetingsruimte in het schip. Waar mensen gegevens uitwisselen, samenwerken, nieuwe relaties aangaan. De ruimte waar het niet zozeer om applicaties gaat, als wel om apps. Waar soms toepassingen een vluchtig leven leiden; alleen gedurende de projectperiode bijvoorbeeld.

“Het zware werk wordt gedaan bij Type 1”, zegt Kite. “Daar regeren de ijzeren wetten van de IT-afdeling. Terwijl het bij Type 2 nadrukkelijk om de gebruiker gaat. Die moet veranderlijk zijn.”

Dubbelmodel

CIO’s dienen volgens Kite dit dubbelmodel te omarmen (Gartner spreekt van bimodal IT). Dit betekent volgens hem dat verschillende regels gaan gelden voor applicaties en applicatieontwikkeling. Type 2, zo vertelt hij, zal in de regel agile ontwikkelmethoden vereisen. “Daar is de stem van de eindgebruiker doorslaggevend. IT volgt door ervoor te zorgen dat aan de bedrijfswensen wordt voldaan.”

Hij wijst er wel nadrukkelijk op dat elke app (of applicatie) die gaat draaien binnen de ‘engagement space’ uitentreuren getoetst moeten worden op zijn band met Type 1. “De IT-afdeling moet ervoor zorgen dat de apps-achtige applicaties voor Type 2 naadloos geïntegreerd zijn met de BackOffice, van Type 1-applicaties. Anders lopen alle bedrijfsinitiatieven vast in de onontwarbare legacy kluwen. Het heeft eigenlijk pas zin om apps te ontwikkelen en te gaan gebruiken als je de rationalisatieslag goed hebt afgerond en ervoor zorgt dat dit een steeds voortdurend proces is.”

Veel bedrijven hebben zich eerder gewaagd aan de rationalisatieslag. Denk aan de eerder genoemde SOA. “Ik hoor vaak een CIO zeggen dat hij SOA heeft gedaan en dat het mislukt is, dat het niet werkt. Toch klopt dat niet. SOA was enkele jaren geleden op zijn ‘peak of inflated expectations’ in de hype-cycle. Maar nu hoor je er bijna niemand meer over. SOA is volwassen geworden en heeft zijn waarde wel bewezen; ook als grondslag voor de inzet van het dubbelmodel.”

Toch zal die overgang naar het dubbelmodel niet vanzelf gaan. “Het is een andere manier van denken; je voert verschillende benaderingen in binnen het IT-ecosysteem, terwijl iedereen er juist de afgelopen decennia hard aan heeft gewerkt om eenduidigheid door te voeren”, meent Kite.

Maar niet alleen degenen die de scepter zwaaien over de IT-organisatie dienen een andere aanpak te volgen, ook de IT-leveranciers en –dienstverleners moeten overstag. “Die willen liefst zaken blijven doen zoals ze altijd gewend zijn geweest, maar dat past niet in het dubbelmodel.”

]]>
Sun, 28 Sep 2014 00:01:58 +0200 Applicatielandschap op de schop http://executive-people.nl/item/517189/applicatielandschap-op-de-schop.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Fraudebestrijding vraagt om de juiste tools http://executive-people.nl/item/517187/fraudebestrijding-vraagt-om-de-juiste-tools.html In alle sectoren van de economie komt in meer of mindere mate fraude voor. De methoden waarmee oplichters mensen en bedrijven geld afhandig proberen te maken worden steeds geavanceerder. De bestrijdingsmiddelen moeten zich aan die snel veranderende wereld aanpassen. SAS, leverancier van Business Analytics software, ontwikkelt oplossingen waarmee fraude in een vroeg stadium kan worden ontdekt.

“Fraudebestrijding is iets wat door alle sectoren heen gaat”, zegt Reinoud Drenth, Vice President Operations South West Europe bij SAS. “Je bent bij fraude in eerste instantie geneigd om te denken aan banken. Een aantal zaken die daar doorgaand spelen, maar die we ook zien toenemen, is fraude op het gebied van online bankieren en online shoppen. De fraude wordt gepleegd via internet met creditcards en betaalpassen. Banken werken er hard aan dit te bestrijden en daar proberen wij hen mee te helpen.”

Daaraan gerelateerd gaat cybercrime nog een stap verder. “Het is breder dan alleen betalingsfraude, het gaat ook om zogenoemde aanvraagfraude. Bijvoorbeeld mensen die een lening willen afsluiten, zich voordoen als iemand anders en er vervolgens uiteraard vandoor gaan met het geld.”

Professionele organisaties

“Overal waar geld uitgewisseld wordt is er mogelijkheid tot fraude. De dader is tegenwoordig niet meer een amateur die de bank probeert op te lichten, het gaat om professionele organisaties. We praten over een combinatie van software, hardware en heel veel kennis. Het zijn professionele netwerken die zonder grenzen opereren. Ze gaan snel van land naar land, want dankzij het internet ben je niet meer gebonden aan fysieke plekken.”“Bij banken heb je ook meer te maken met issues op het gebied van compliance die ook fraude gerelateerd zijn. Anti-Money Laundering (AML) is daarvan een voorbeeld. Dit heeft alles te maken met ongewoon grote geldopnames, stortingen en betalingen met contant geld. Wij hebben hiervoor specifieke oplossingen die zich richten op het signaleren en bestrijden hiervan.”

Ook in de verzekeringsbranche spelen diverse trends. “Het meest opvallende binnen de verzekeringsmarkt is de claimfraude, door mensen die een verzekeringsclaim indienen die niet terecht is. Dat gaat van mensen die dat individueel en amateuristisch doen tot georganiseerde fraude door een zogenoemde fraude-ring. Dat zijn mensen die met fictieve namen of adressen werken.”

Verschillende schadeposten

Hier kunnen naast patiënten ook doktoren bij betrokken zijn. “Bij een auto-ongeluk wordt bijvoorbeeld schade aan beide auto’s geclaimd. Vervolgens wordt een personal injury geclaimd, zoals een whiplash. Dat is voor verzekeraars heel moeilijk te controleren. Vervolgens komt er een briefje van de dokter, en in sommige landen krijg je nog een extra compensatie los van de medische kosten. Dit leidt tot verschillende schadeposten.”

“Bij de bestrijding van dit soort fraude blijkt vaak dat er een heel netwerk achter zit. Dan blijken iedere keer bepaalde garagebedrijven betrokken te zijn, en dezelfde mensen de claims te doen. Dit wisselen ze af, dus de ene keer is het autobedrijf het slachtoffer en de andere keer de persoon. Je ziet dan een netwerk ontstaan van bepaalde kenmerken die hetzelfde zijn: polisnummers, schadebedrijven, specialisten. Zo kan onze software de fraude achterhalen. Dit is een dominant fraudetype binnen de verzekeringsmarkt.”

Ook de overheid heeft veel met fraude te maken, bijvoorbeeld op het gebied van belasting en uitkeringen. De oude BTW-carroussel is nog steeds populair bij oplichters. “We hebben dat met onze systemen drastisch teruggedrongen, dat scheelde een schade van enkele honderden miljoenen. Daarnaast blijkt uit analyses dat bedrijven bepaalde dingen niet volledig opgeven. Datzelfde geldt bij de gestolen identiteiten waarmee uitkeringen worden geclaimd. Onze tooling wordt ingezet om dit soort fraude te achterhalen.”

Specifieke tools

Om de vele ingenieuze vormen van fraude effectief te kunnen detecteren en vervolgens te kunnen oplossen zijn specifieke tools en mechanismen  nodig. “Wij hebben daar het zogenoemde SAS Fraud Framework voor ontwikkeld. Dat is een raamwerk  waarmee fraude wordt opgespoord met behulp van analytische tools.”

Het framework bestaat uit een aantal onderdelen. In eerste instantie gaat het om het opstellen van regels.  Vervolgens komt de fase van predictive modelling. Dat gebeurt op basis van alle zaken die je in praktijk tegenkomt en die je kunt gebruiken om een voorspelling te kunnen doen, of een score aan een gebeurtenis te geven om de waarschijnlijkheid aan te geven of iets wel of niet naar fraude leidt.”

“Het derde element in dit framework is de network analysis. Je bouwt  daarbij een netwerk van alle verschillende data-elementen om te herleiden hoe mensen of bedrijven met elkaar verbonden zijn. Daarbij gaat het om elementen als accountrekeningen, namen van bedrijven en mensen. Dan zie je bijvoorbeeld terugkomen dat dezelfde naam op verschillende manieren gebruikt wordt. En als je dan verder kijkt zie je dat het inderdaad om dezelfde persoon gaat.”Je kijkt daarbij naar allerlei zaken, zoals telefoonnummers en adressen. Die ga je in het systeem met elkaar vergelijken, en dan bepaal je in hoeverre deze op elkaar lijken. Want wanneer een bedrijf of een persoon fraude pleegt blijkt dat ze in praktijk toch vaak bepaalde elementen opnieuw gebruiken, maar dan net even iets anders. En dat koppel je dan weer aan externe databronnen waar dat relevant is. Het SAS Fraud Framework is de plek waarin al deze onderdelen samenkomen.”

 

]]>
Sat, 27 Sep 2014 00:00:36 +0200 Fraudebestrijding vraagt om de juiste tools http://executive-people.nl/item/517187/fraudebestrijding-vraagt-om-de-juiste-tools.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
“Netwerken is elkaar helpen als vakbroeders” http://executive-people.nl/item/516927/a-netwerken-is-elkaar-helpen-als-vakbroedersa.html Ondanks de crisis wist Hero Business Solutions toch ieder jaar weer verder te groeien. Een krimpende markt weerhield het bedrijf er niet van om elk jaar weer meer matches te maken tussen ICT-ers en opdrachtgevers. Het geheim? Volgens directeuren Jeroen de Vries en Edwin Gierstberg is dé sleutel tot succesvol zakendoen een ijzersterk netwerk. En dat netwerk delen ze graag. Ook tijdens Gartner, want dan organiseert Hero Business Solutions een netwerkevenement bij de prachtige wijngaarden en het wijnhuis Pere Ventura in de buurt van Barcelona. Gierstberg: “Een mooie inspirerende combinatie van business en pleasure.”

Het is de tweede keer dat het bedrijf aanwezig is op het Gartner Symposium ITexpo in Barcelona. Tijdens dit symposium – ’s werelds meest belangrijke samenkomst van CIO’s en Senior IT-executives – zijn er duizenden ICT professionals in de Catalaanse stad voor workshops, seminars en presentaties.

Hero Business Solutions werkt met deze professionals en vult tijdelijke posities in waarbij de kernfocus op het ICT-vlak ligt. Aan het einde van dit jaar willen ze zo'n 100 mensen gedetacheerd hebben. De ICT-intermediair werkt 100 procent vraaggedreven. Hero heeft zelf dus geen mensen op de bank zitten, maar gaat voor iedere opdracht in hun eigen netwerk op zoek naar de beste match.

Behoefte

Doordat ze bij tientallen bedrijven aan tafel zitten weten ze precies wat er in organisaties speelt. Zo kwamen De Vries en Gierstberg achter een grote behoefte van CIO's. Netwerken, maar dan op een andere manier dan op de traditionele netwerkborrels gebeurt.

“De klant weet lang niet altijd bij wie hij de informatie kan vinden die hij zoekt,” merkte Gierstberg op. “Wij kwamen erachter dat onze klanten van elkaar konden leren, zonder dat ze dit van elkaar wisten.” Zo noemt Gierstberg bijvoorbeeld twee grote klanten die vergelijkbare projecten doen op IT-gebied, maar één van hen loopt voor op een aantal terreinen. Gierstberg: “Dus hebben we de IT-managers van beide organisaties aan elkaar voorgesteld en dat klikte enorm. Die twee hebben heel veel van elkaar geleerd.” Het experiment beviel zo goed, dat Hero deze kennismakingen nu actief aanbiedt aan klanten. “Daar komt verder niks extra’s bij kijken, kennismanagement is een stuk extra toegevoegde waarde dat wij bieden.”

Overigens hoeft het helemaal niet zo te zijn dat organisaties precies in dezelfde branche bezig zijn om van elkaar te kunnen leren. “We hebben ook klanten die nieuwe wegen in willen slaan, maar niet weten welke richting ze precies op moeten,” vertelt De Vries en voegt er direct nog een voorbeeld bij: “Neem bijvoorbeeld twee van onze klanten, Ziggo en de NS. Op het eerste gezicht totaal verschillend, maar ze vinden het heerlijk om te kunnen sparren en geïnspireerd te worden door verhalen van ervaringsdeskundigen uit hele andere organisaties.”

Kijkje in de keuken

Gierstberg en De Vries laten de klanten niet alleen met elkaar praten, maar organiseren ook 'kijkjes in de keuken' tussen CIO's. Ze zien dat veel bedrijven vooral naar de eigen organisatie kijken en niet naar wat daar omheen gebeurt. Gierstberg: “Er zijn allerlei veranderingen bezig, maar de focus is vaak te intern gericht. Nu is juist de tijd om je blik te verruimen en te kijken bij een partij die het wiel al eerder heeft uitgevonden.”

Gierstberg en De Vries merken dat hun extra inspanningen worden gewaardeerd. “De gunfactor is bij ons erg belangrijk als we over opdrachten spreken,” aldus Gierstberg. “Dat krijg je door iets extra's te doen.” De Vries vult daarbij aan dat partnerschap en initiatief nemen hierbij van groot belang is. “Wij bieden het op een presenteerblaadje aan en wachten niet tot dingen ons gevraagd worden.”

]]>
Mon, 22 Sep 2014 16:52:40 +0200 “Netwerken is elkaar helpen als vakbroeders” http://executive-people.nl/item/516927/a-netwerken-is-elkaar-helpen-als-vakbroedersa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
The Internet of Things staat centraal tijdens Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event http://executive-people.nl/item/516831/the-internet-of-things-staat-centraal-tijdens-infosecurity-storage-expo-en-tooling-event.html Op 29 en 30 oktober vindt in de jaarbeurs te Utrecht weer het grootste IT-evenement van Nederland plaats, in de vorm van de drie gecombineerde beurzen Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event. Dit jaar staat The Internet of Things centraal, wat de kapstok zal worden voor een breed scala aan activiteiten, van de traditionele beursvloer tot een steeds groter wordend seminarprogramma. Executive-People sprak over de visie achter dit evenement met Ivo Meertens, Marktmanager bij Jaarbeurs.

Jaarbeurs kiest op basis van trends in de markt altijd een overkoepelend thema dat raakvlakken heeft met de drie IT-beurzen die altijd in het najaar worden georganiseerd in Utrecht. Dit jaar is het thema van de gecombineerde beurzen Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event The Internet of Things.

“Dat thema komen we bij veel partijen tegen, onder meer de grote leveranciers zijn er volop mee bezig, maar ook bij onze bezoekers staat dit thema hoog op de agenda,” vertelt Meertens.

Grote gevolgen

“Het is een onderwerp dat grote gevolgen heeft voor allerlei aspecten van de IT bij organisaties. Omdat ondertussen steeds meer zaken verbonden worden met het internet heb je te maken met veel meer dataverkeer, en spelen veel nieuwe zaken op het gebied van beheer van de bijbehorende IT-systemen.”

De deelthema's die op de drie beurzen onder de paraplu van The Internet of Things aan bod zullen komen, zijn voortgekomen uit de bezoekersonderzoeken die zowel in Nederland als bij de Belgische variant van de beurs, in het voorjaar in Brussel, zijn gehouden. In willekeurige volgorde zijn dat IT Service Management & Control; Enterprise Mobility; Datacenter Optimilisation; Cybersecurity; Datagrowth en Storage Capacity; Cloud Computing; Privacy, Governance en Risk Management. Het thema dat volgens de onderzoeken veruit het hoogst op de agenda van de IT manager en de CIO staat, is cybersecurity.

Alle onderdelen van de beurs zijn op een of andere manier aan deze thema's gekoppeld. Meertens: “Niet alleen in de theaters voor de seminars groeperen we deze content, we hebben ook online themapagina's ingericht op marqit.nl waar onze exposanten hun specifieke informatie onder de aandacht kunnen brengen, bijvoorbeeld in de vorm van whitepapers. De theaters zijn dit jaar ook volgens deze onderwerpen ingericht als thematheaters, zodat het voor bezoekers duidelijk is waar ze voor welke onderwerpen terecht kunnen.”

Populair

De presentaties zijn uitermate populair bij de bezoekers, niet minder dan 65 procent van hen bezoekt een of meer seminars, en er zijn zelfs mensen die twee dagen lang intensief de tracks bezoeken, soms zelfs om punten te verdienen om zodoende hun IT-professional status te behouden. “We zien ieder jaar weer dat de mensen echt komen voor de content. Dat is veruit de belangrijkste reden om de beurs te bezoeken, en dan met name voor de onafhankelijke content. Tijdens de seminars spreken zowel onafhankelijke sprekers als exposanten, en we drukken de exposanten die presenteren dan ook altijd op het hart geen sales pitch te geven maar het zo praktisch mogelijk te houden.”

Het overgrote deel van de bezoekers aan Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event is de IT-professional, dus de persoon die bij bedrijven, in allerlei sectoren, in een IT-functie actief is. “Het profiel van onze bezoekers loopt van technisch tot strategisch, van systeembeheerder tot C-level. Om die verschillende soorten IT-professionals goed te kunnen bedienen hebben we de seminars onderverdeeld in een management track voor de bestuurder en een technische track voor de specialisten. Dat vindt allemaal plaats in aparte zalen, zodat strategie en techniek duidelijk gescheiden zijn. Dit onderscheid wordt gemaakt voor de presentaties die horen bij alle drie de beurzen.”

Praktische handvatten

Meertens is duidelijk over de vraag waarom IT-professionals Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event zouden moeten bezoeken: “Bezoekers aan deze beurzen krijgen daar volop informatie over vraagstukken en trends, de vraag waar het met de IT naartoe gaat, wordt daar door een grote hoeveelheid aanwezige partijen en deskundigen beantwoordt. Onze intentie is om ze na die twee dagen weer te laten vertrekken met praktische handvatten om in te zetten in het dagelijks werk als IT-er.”

Hoewel de bezoekers van Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event vooral IT-professionals zijn, merkt Jaarbeurs dat de business een steeds een grotere stem krijgt in IT-investeringen. “We zien duidelijk dat steeds meer andere executives interesse hebben in IT. Dat merken we nu al bij de beurzen rond Logistiek en ICT en Zorg en ICT. Hier zien we een groot aandeel van businessmanagers met een verantwoordelijkheid voor IT-investeringen. De business besluit, en de IT-er voert dat vervolgens uit. Vaak is de opdracht dan om zo kostenefficiënt mogelijk te gaan werken. De mensen die op Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event komen hebben de opdracht om de wensen van de business in te vullen.”

Ook dit jaar wordt weer een groot aantal bezoekers verwacht Vorig jaar kwam het totaal aantal bezoekers uit op 8.113, tegen 7.883 bezoekers het jaar daarvoor. Uit het bezoekersonderzoek bleek dat 93 procent van hen tevreden was over de kwaliteit van het aanbod. Ook het niveau van de bezoekers was hoog: 44 procent van hen gaf aan eind- of medebeslisser te zijn bij nieuwe investeringen in producten of diensten.

De belangrijkste reden voor het bezoek aan de beurzen was om op de hoogte blijven van nieuwe product- en branche ontwikkelingen. Daarop volgde de mogelijkheid om deel te nemen aan de informatieve seminars, workshops en lezingen. Uiteindelijk heeft dus 70 procent van de bezoekers dit inhoudelijke programma bezocht. De derde reden die bezoekers tenslotte gaven om de beurzen te bezoeken was netwerken, want ondanks de digitalisering blijft het persoonlijk onderhouden van contacten belangrijk.

Ook dit jaar heeft Jaarbeurs weer een keur aan sprekers weten te strikken. Dat zijn onder meer: Yori Kamphuis, Futurist of the Year 2013 over de Internet of Things revolutie; Jurjen Oskam, ICT Infrastructure Engineer bij Rabobank ICT; Chris Mellor van The register.co.uk; Mireille Hildebrand, Hoogleraar ICT en Rechtsstaat bij Radboud Universiteit Nijmegen; en Brenno de Winter, freelance onderzoeksjournalist.

]]>
Sun, 21 Sep 2014 08:00:16 +0200 The Internet of Things staat centraal tijdens Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event http://executive-people.nl/item/516831/the-internet-of-things-staat-centraal-tijdens-infosecurity-storage-expo-en-tooling-event.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Bescherm de Kroonjuwelen van uw bedrijf’ http://executive-people.nl/item/516515/a-bescherm-de-kroonjuwelen-van-uw-bedrijfa.html Een duidelijke trend in cybersecurity is dat aanvallen steeds groter en talrijker worden. De investeringen die bedrijven doen in security groeien daarom exponentieel. “Maar het resultaat van die investeringen is nog steeds niet goed zichtbaar”, zegt Gökmen Kiremit, Director Security Services, Avensus. De reden daarvoor is volgens hem dat organisaties nog niet de juiste maatregelen nemen tegen cybercriminelen.

“Veel bedrijven investeren vooral in technologie om zichzelf te beschermen, de huidige strategie is veelal pogen aanvallers buiten de deur te houden”, zegt Kiremit. Maar dat is een strategie die volgens Avensus niet meer aansluit bij de huidige manier waarop IT is georganiseerd. "Een aantal jaren terug was alle data in een organisatie gecentraliseerd op één plek, wat het eenvoudiger maakt om die data te beschermen. Maar door het moderne gebruik van mobiele toepassingen zweeft kostbare data nu overal. Dat heeft grote invloed op de manier waarop je je security organiseert.”

Hij benadrukt dat er met de huidige securitytechnologie niets mis is. “Maar is dat toereikend? Daar zet ik mijn vraagtekens bij. Zaken als firewalls en networkcontrol zijn prima, maar er is meer nodig. De huidige bedreigingen vragen om een andere security strategie, met andere verantwoordelijkheden. Het aanstellen van een security officer is niet meer voldoende, ik zou willen pleiten voor een chief data security officer. Daarmee geef je al aan dat het allemaal draait om het beschermen van data.”

Paradigm shift

Daarvoor is bij organisaties een paradigm shift nodig. “Je zult je bescherming veel dichter bij de data moeten hebben. In dat verband spreken wij altijd over het beschermen van de kroonjuwelen van de onderneming. Juwelen leg je thuis ook niet achteloos op tafel neer, die stop je in een kluis en die bescherm je. Op een vergelijkbare manier moet je met belangrijke data omgaan. Naast de traditionele bescherming die nodig blijft, zoals firewalls, is er voor die data extra bescherming nodig in de vorm van encryptie.”

Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat het nodig is om te bepalen wat eigenlijk de data-kroonjuwelen zijn binnen een organisatie. Denk goed na over wie toegang en rechten tot deze cruciale data hebben. Vervolgens komt de bescherming in de vorm van encryptie en identity access management. “Encryptie en identity access management klinken ingewikkeld, maar is met hedendaagse technologiegoed in te richten.”

Het is dus niet primair de technologie die aandacht vraagt, maar de manier waarop bedrijven omgaan met beveiliging en de inrichting/toepassing ervan. “Wij zijn traditioneel gewend ons te beschermen tegen aanvallen van buiten af, waardoor de nadruk ligt op preventie. We proberen mensen niet toe te laten. Maar waar we naartoe moeten is acceptatie en in het verlengde daarvan een goede secure breach strategie. Ga er maar vanuit dat de aanvallers al binnen zitten! Het is een utopie om te denken dat je iedereen buiten kunt houden. Bovendien zijn er veel organisaties die een lek in de organisatie zelf hebben.”

Omslag

Bij die omslag in het denken over security kan een Chief Data Security Officer een belangrijke rol spelen. “Het gaat om een andere denkwijze, een omslag van preventie naar het veilig maken van een kleiner onderdeel van je organisatie. “Ook de wetgeving speelt hierin een belangrijke rol, die staat niet stil. Het parlement heeft zich inmiddels voorstander verklaard van een nieuwe Europese privacywet. Europese bedrijven en overheden die zich niet aan deze wet houden staan fikse boetes te wachten. Reden temeer om stappen hierin te ondernemen.

Daarnaast speelt steeds duidelijker het financiële component. “Diefstal van de kroonjuwelen van organisaties zijn een schadepost. Dat vereenvoudigt de langlopende discussie over de return on investment van IT-security; dat blijft nou eenmaal lastig aan te geven. Goede security vereist investeringen en hoe verdienen die zich terug? Dan kom je al snel uit op zaken als imagoverlies en data-vernietiging/diefstal. In het ergste geval leidt dat tot faillissement.
De invoering van boetes op dataverlies, middels de wet bescherming persoonsgegevens; verandert deze discussie al. Dat ´helpt´organisatiesna te denken over de vraag hoe ze hun security organiseren.”

Kiremit beseft dat het voor veel bedrijven moeilijk is om de benodigde omslag op korte termijn te maken. “Encryptie is een andere tak van sport en voor veel mensen een moeilijk onderwerp. Het embedden van de technologie erachter kan complex zijn. Maar er zijn al veel voorbeelden van organisaties die er ervaring mee hebben. De financiële sector loopt voorop in encryptietechnologie. Zij hebben daar al intensief over nagedacht en hebben hun eigen datasecurity officers. Wij helpen en adviseren organisaties hierover na te denken, want het is meer dan alleen het kopen van hardware en software.”

Selectie

“Strategisch nadenken over je data dwingt je om een selectie te maken. Alles beschermen is ondoenlijk. Heel veel bedrijven hebben tegenwoordig in de een of andere vorm cloudoplossingen, dat is een belangrijke ontwikkeling met verstrekkende gevolgen voor security. Dat kun je niet tegenhoudenen dat moetje ook niet willen. Maar het gevolg is wel dat de kostbare data op veel plaatsen te vinden is. Als je bijvoorbeeld toegang hebt met je iPad dan staat de data even op die iPad. Hoe ga je dat oplossen? Waar data vijf jaar terug centraal stond, staat het nu aan de grenzen van je organisatie en in sommige gevallen zelfs erbuiten.”

Naast encryptie en identity access management wordt “Logging en Monitoring” oftewel Security Information and Event Management (SIEM) steeds belangrijker. “Hiermee is het mogelijk om inzichtelijk te krijgen welke kwaadwillende activiteiten binnen de organisatie plaatsvinden, doordat afwijkingen in de reguliere activiteiten direct zichtbaar worden. Iemand die bijvoorbeeld inlogt vanuit een vreemde locatie ergens ter wereld. Dat wordt direct gedetecteerd door het systeem. En al heb je daarmee nog niet direct een oplossing, je hebt wel gelijk inzicht in wat er met het systeem gebeurt en welke data daarmee gevaar loopt. Encryptie kan vervolgens voorkomen dat die indringer iets doet met deze data.”

Encryptie is volgens Kiremit momenteel veruit de beste bescherming tegen cybercrime. Daarmee voldoe je ook aan de nieuwe regels. “De wetgever stelt immers dat als er belangrijke data gestolen is, die goed geëncryptbleek, het niet nodig is deze inbreuk openbaar te maken. Ondanks dit gegeven wordt IT-security nog steeds als kostenpost gezien en geldt maar al te vaak ‘als het kalf verdronken is dempt men de put.”

Redacteur:

]]>
Tue, 16 Sep 2014 08:15:22 +0200 ‘Bescherm de Kroonjuwelen van uw bedrijf’ http://executive-people.nl/item/516515/a-bescherm-de-kroonjuwelen-van-uw-bedrijfa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Slimme software drijft de digitale business http://executive-people.nl/item/522347/slimme-software-drijft-de-digitale-business.html In toenemende mate verdwijnen de grenzen tussen traditioneel georganiseerde IT-functies. “Driving digital business doe je door slimme software in te zetten, waarmee je flexibel bent en maximaal gebruik maakt van je IT resources”, zegt Rob Vissers, managing director van i3 groep. Volgens hem is een van de belangrijkste ontwikkelingen dat de IT steeds meer de traditionele silo´s doorbreekt. “Dat is op dit moment een van de grootste uitdagingen voor de CIO.”

“Aan de ene kant drijft technologische innovatie geïntegreerde systemen, maar IT-afdelingen zijn traditioneel anders georganiseerd”, zegt Rob Vissers, managing director van i3 groep. Je hebt vaak te maken met IT-management, een architect, een storage groep, een server groep en  een netwerkgroep. De nieuwe infrastructuur brengt dat samen, wat betekent dat IT-afdelingen anders moeten gaan kijken naar hun aansturing.”

Voor organisaties als geheel speelt vervolgens de vraag of ze nog wel alle benodigde capaciteit in eigen huis willen hebben. “Ik denk dat het merendeel van de klanten op dit moment naar een hybride omgeving gaat, wat betekent dat ze een deel van de capaciteit in hun eigen datacenter houden. Dat moeten ze dus professionaliseren. Maar tegelijkertijd moeten ze werken aan public cloud-capaciteit. In het verbinden van die omgevingen speelt software een cruciale rol.”

Verbinden

Dat is waar i3 groep volgens Vissers sterk in is: het met elkaar verbinden van die twee omgevingen. “Klanten krijgen daardoor heel veel flexibiliteit, maar tegelijkertijd betekent het dat ze meer nadenken over de architectuur: welke toolset ga je gebruiken, welke workloads ga je waar zetten? Wij helpen ze bij het maken van die keuzes.”

In de oude situatie speelde dataclassificatie een belangrijke rol, om te kijken welke data het actiefst werd gebruikt, hoe dat online werd opgeslagen en hoe de backup en archivering werd geregeld. “Dat doen we weliswaar nog steeds, maar omdat de storage silo ook onderdeel wordt van het geïntegreerde systeem spreken we in toenemende mate over workload classificatie. Dan heb je het over processen en applicaties, en zit je veel dichter bij de business.”

Hij benadrukt dat er steeds meer organisaties zijn waarin medewerkers zelf tools gaan uitzoeken en gebruiken om bijvoorbeeld bestanden uit te wisselen zonder medeweten van de IT afdeling of de CIO. “Voor je het weet ontstaan er onveilige situaties en verdwijnen er allerlei data uit de systemen van de organisatie, en vanuit IT-perspectief raak je de regie kwijt.”

Innovatie

“Vanuit technologisch perspectief zien we veel innovatie en dat is prima, maar het is belangrijk daarbij wildgroei te voorkomen. Dat is de complexiteit waar IT afdelingen mee te maken hebben: je wilt wel flexibel zijn in en voor de business, maar tegelijkertijd wel vanuit de bestaande governance en regelgeving opereren. Daarover krijgen we veel vragen.”

“Belangrijk voor de CIO is dat hij goed luistert naar de gebruikersvraag. Door de gewenste flexibiliteit is het essentieel te zorgen voor snelheid. Dus wanneer een afdeling iets snel wil moet je ervoor zorgen dat de infrastructuur zodanig is ingericht dat je het ook snel kunt leveren.”

Een voorbeeld is filesharing. “Daar wordt vaak vanuit de business Dropbox voor gebruikt, een eenvoudige tool om informatie onderling uit te wisselen. Maar er bestaan ook zakelijke alternatieven. Vanuit die duidelijke gebruikersvraag zou de IT-afdeling kunnen faciliteren dat die veilige zakelijke oplossingen beschikbaar zijn. Zo kijk je als IT-afdeling veel meer naar trends, niet minder naar het onderhouden van de bestaande technische infrastructuur. Maar het merendeel van de IT-afdelingen zit nog vast in operaties, en al het geld gaat op aan het in de lucht houden van de infrastructuur. Het percentage aan innovatie is vrij laag. Dat moet je zien om te draaien.”

Stap vooruit

“We pleiten er daarom al enige tijd voor om meer geld vrij te maken voor innovatie. Dan kun je een stap vooruit werken. De tools zijn er. Je ziet bijvoorbeeld bij VMware en Microsoft gigantische investeringen, en ook open source boekt enorme vooruitgang. Dus er zijn meer dan voldoende alternatieven voor de bestaande infrastructuur.”

Bij het maken van die strategische beslissing speelt de CIO een cruciale rol. “Je hebt op een gegeven moment een lange termijn strategieplanning voor de organisatie nodig. Het is daarom zaak om tijd vrij te maken om uit de operatie te stappen en tactisch en strategisch met IT resources bezig te zijn. Dat vereist wel een sterke IT manager, of iemand uit de directie die IT ook als strategisch ziet.”

“Bijna ieder bedrijf in Nederland is afhankelijk van IT. De waardering ervan verschilt echter per bedrijf. De ene organisatie zet het echt strategisch in, bij de ander is het een werkplekomgeving waar IT niet strategisch is, maar wel belangrijk. Innovatie is in praktijk niet zozeer technologisch gedreven als organisatorisch. We praten daar met veel bedrijven over, maar de uiteindelijke organisatie van de interne IT is natuurlijk niet aan ons. Het is jammer dat de meeste organisaties die noodzaak van verandering pas zien als het mis gaat.”

Snel opstarten

Om organisaties bij deze vragen te helpen heeft i3 groep zowel een professional services, als een managed services organisatie. Onder professional services vallen consultancy en implementatie. “Een interessante ontwikkeling is dat door de huidige technologie de hoeveelheid werk bij bijvoorbeeld een storage implementatie radicaal afneemt. Waar je voorheen drie weken bezig was ben je nu in anderhalve dag klaar.”

In het managed services portfolio wil i3 groep zoveel mogelijk aansluiten bij de ontwikkelingen van klanten. “In dit portfolio, Flex ON genaamd,  zit bijvoorbeeld een disaster en recovery-dienst. Hiermee maken we een back up van een virtuele omgeving waarbij een kopie van de data in een cloudomgeving staat. Hiermee kan een klant de zaak weer opstarten als zijn eigen omgeving uitvalt. Dat gebeurt allemaal volledig geautomatiseerd. Wij zetten dus eigenlijk dezelfde stappen als de IT-afdeling van onze klanten. Vandaar dat ik veel van hun uitdagingen herken.”

“Nogmaals: technologisch kun je heel veel hedendaagse problemen oplossen. Het is meer een organisatie en besturingsvraagstuk. De drie pijlers zijn mensen, processen en technologie. Technologie ontwikkelt zich zeer snel, en processen moet je goed beschrijven. De mens moet - èn de verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van het proces - èn de technologie volgen. Dan haal je businessvoordelen uit IT-innovatie.”

]]>
Mon, 15 Sep 2014 10:24:44 +0200 Slimme software drijft de digitale business http://executive-people.nl/item/522347/slimme-software-drijft-de-digitale-business.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
'Vragen die een CIO niet zou moeten stellen' http://executive-people.nl/item/522354/vragen-die-een-cio-niet-zou-moeten-stellen.html “Data is het nieuwe goud, de nieuwe olie. We leven in het data-tijdperk”, Stelt Ronald van Heek, CCO van Tectrade. “De wereld is veranderd, maar de meeste data-infrastructuren nog niet. Hierin dienen forse stappen gemaakt te worden. Ook door de CIO. En er zijn een paar vragen die hij zich niet als eerste moet stellen als het om een datastrategie gaat.”

Het is een open deur, maar we kunnen wel vaststellen dat de waarde en het volume van data blijven groeien; exponentieel. Dat heeft gevolgen voor de performance, de beschikbaarheid, voor het complete IT-landschap bij een organisatie. Maar vooral ook voor de bedrijfsvoering. Zo blijkt uit onderzoek dat medewerkers binnen een bedrijf meer dan een kwart van hun tijd bezig zijn de juiste gegevens te zoeken. Dat is verloren tijd. Bovendien blijkt dat meer dan de helft van de managers niet overal en tijdig kan beschikken over de juiste, bedrijfskritische gegevens. Serieuze uitdagingen! Deze data-aanwas roept een reeks vragen op. Van Heek heeft er vier uitgepikt die de CIO zich juist niet meteen zou moeten stellen.

Niet makkelijk

De eerste is juist een vraag die zich meteen aan een IT-manager of CIO opdringt als de systemen knarsend tot stilstand dreigen te komen: ‘Wat is de snelste en makkelijkste manier om dit op te lossen?’

Wie het namelijk snel en makkelijk denkt op te lossen, koopt er gewoon een doos bij. Dan ben je binnen een paar weken van de performance of capaciteitsproblemen af. “Maar daarmee los je het werkelijke probleem niet op. Je kunt dit hooguit als tijdelijke oplossing toepassen om de handen vrij te hebben voor een echte oplossing”, zegt Van Heek.

“Cruciaal is een datastrategie te ontwikkelen. Wat wil je doen met alle gegevens binnen een organisatie? Hoe zorg je ervoor dat die nullen en enen werkbare informatie opleveren? Wat wil je doen met die informatie? Hoe kunnen we meer waarde uit data halen?”

Daar zou de CIO zich volgens hem in belangrijke mate mee bezig dienen te houden. Want als je dat weet, dan wijst de technische invulling van het storageplatform zich later wel. Misschien is het dan niet eens nodig extra capaciteit in te kopen.

“Maar ja; het maken van een datastrategie vergt tijd. Je dient software te implementeren om de datastromen en volumes te analyseren. Er dient met de business gesproken te worden, met de marketingafdeling. Je bent gauw enkele maanden tot een half jaar verder. Maar dan word je niet meer verrast door terugkerende performance en capaciteitsproblemen.”

Cloud gebruiken

De volgende non-vraag is: ‘Blijf ik on-premise of ga ik met de data(toepassingen) naar de cloud?’ “Je dient eerst vast te stellen wat de problemen en uitdagingen zijn. Hoe die bij welke data passen. Ook hier is een strategie nodig, gebaseerd op de waarde die bepaalde data hebben. Pas als je dat weet, kun je beslissen welk deel je intern houdt en welk deel je extern plaatst”, vervolgt Van Heek.

“Uit de ervaringen met klanten blijkt dat in de praktijk veelal een hybride oplossing geëigend is. De vraag zou dan ook moeten zijn: hoe ga ik de cloud inzetten?”

Het lijkt alsof big data, social en cloud de laatste jaren ontstaan zijn. Daarom stellen veel CIO’s zich de vraag welke nieuwe technologie zij zouden moeten inzetten om een antwoord te vormen op die ontwikkelingen.

“Als CIO moet je het niet puur technisch bekijken. Het is een bedrijfsvraagstuk; geen technisch vraagstuk. Bovendien is de techniek helemaal niet zo veranderd; het zijn evolutionaire ontwikkelingen. Maar, let wel: het is een nieuwe wereld. Maar veel van de data is nog steeds gevangen in oude IT-infrastructure. Architecturen die die de snelheid van datagroei niet aankunnen en organisaties belemmeren de data te gebruiken om nieuwe producten, diensten en manier van werken te ontwikkelen. Dit betekent dat er voor slim denkende CIO’s ongekende kansen liggen”, stelt Van Heek.

Het is niet zo raar dat sommige CIO’s nog veel naar de techniek kijken. “Huidige IT-infrastructuren voldoen niet meer en dus wordt er naar nieuwe technologie gekeken. Maar technologie op zich kan hier geen doelstelling zijn. Zij is een gevolg. Je zou eerst naar de businesscase moeten kijken: wat kunnen data opleveren. IT wordt vaak gezien als kostenpost, maar met informatie kan echt waarde toegevoegd worden aan de organisatie. Je moet helder krijgen wat je op bedrijfsmatig terrein nodig hebt; als je dat hebt kunnen vaststellen, dan pas ga je kijken hoe je dat technisch kunt invullen.”

Er overigens aan toevoegend, dat in toenemende mate CIO’s op gezonde wijze samenwerken met de business en de marketing afdeling. “Pas als iedereen samenwerkt, komt je tot de juiste oplossingen. Het is geen IT-domein meer. Data gaat iedereen aan binnen de organisatie.”

Vertrouwen

Daar komt bij dat de netwerken en computerapparatuur in de afgelopen decennia zo goed zijn geworden dat je er wel op kunt vertrouwen dat er altijd wel een betrouwbare, technische oplossing voor handen is.

Hij geeft nog een reden waarom de CIO zich op afstand met technologie moet bemoeien. “Je ziet inderdaad dat de Chief Marketing Officer, maar ook het hoofd verkoop, en andere C-level medewerkers zich meer met IT bezighouden. Vooral met cloud gebaseerde applicaties en andere nieuwigheden. Als de CIO niet oppast, dan komt er een situatie dat hij ‘hoofd legacy’ is geworden, terwijl de anderen zich bezighouden met innovatie.”

Als laatste taboevraag komt Van Heek met ‘Wat kost dat allemaal?’

Hij is de eerste om te beamen dat geld een belangrijke rol speelt in het huidig economisch tijdsgewricht waar elk dubbeltje er één is. “Maar het gaat in de new Age of Data niet zozeer om de kosten, als wel om de opbrengsten.” Zonder de juiste samenwerking tussen IT en business zal dat niet makkelijk worden. “De IT-afdeling weet lang niet altijd wat de waarde van bepaalde data is. Als niemand het vertelt, is dat ook niet zo raar. Dat moet je echter wel scherp krijgen.”

Van Heek komt met voorbeelden uit de retail. “Daar weten ze al jaren dat groei mogelijk is met informatie. Wie zijn mijn klanten, wat zoeken ze, waar hechten ze waarde aan? Hoe kan ik zorgen dat ik ze sneller, beter en meer to the point kan benaderen om zo meer business te genereren? Het zijn datagedreven organisaties.”

Van Heek gaat zelfs een stap verder “Bedrijven in deze sector die een goede datastrategie hebben, presteren beter dan hun collega’s zonder de juiste strategie.”

Digitaal leiderschap

“Digitaal leiderschap betekent dat je snel en efficiënt kunt inspelen op de bedrijfsbehoeften, en die veranderen nogal tegenwoordig. CIOs die vooruit denken, zijn de winnaars in de new Age of Data. Zij hebben de kans business innovatie te drijven zoals geen enkele andere C-level executive. Zij of hij kan diensten leveren waarvan de concurrentie droomt, en een Big Data rockstar zijn in het conferentie gebeuren (als dat is wat je wilt.)”

Teus Molenaar

]]>
Sun, 14 Sep 2014 11:02:16 +0200 'Vragen die een CIO niet zou moeten stellen' http://executive-people.nl/item/522354/vragen-die-een-cio-niet-zou-moeten-stellen.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
‘Geen data crunchen, maar een business ontdekkingsreis’ http://executive-people.nl/item/516442/a-geen-data-crunchen-maar-een-business-ontdekkingsreisa.html Qlik is ambitieus. Voorop lopen in de markt en de markt vormgeven, daar draait het om. Met de introductie van Qlik Sense wil BI-leverancier Qlik een volgende generatie BI neerzetten. Sabine Palinckx, Countrymanager Qlik Benelux, ziet dit als het begin van een nieuw tijdperk in BI.   

Qlik Sense is een revolutionaire, selfservice applicatie voor data visualisatie en Data Discovery, waarmee je op een meer menselijke manier gebruik gaat maken van BI. 'Natural analytics' is voor Qlik het basisprincipe waarmee ze het nieuwe product hebben vormgegeven. “Mensen denken op een bepaalde manier en ze verwerken op een bepaalde manier gegevens. Met Qlik Sense spelen we juist in op de manier waarop mensen denken. Bij visualisatie denk je vaak aan mooie grafieken en mooie kleuren, maar dit gaat echt over hoe je snel en goed je gegevens kunt absorberen. Het is dus meer de menselijke reactie op de visualisatie dan de visualisatie zelf waar het om gaat.”

Palinckx ziet visualisatie als een belangrijk element om nieuwe informatie te ontdekken. “Een verzekeraar beoordeelde in het verleden een claim op basis van het verleden van de klant. Hierbij werd informatie verzameld over het aantal ingediende claims, de grootte van de claims en het claimgedrag van familieleden. Op basis daarvan maakten ze een risicoprofiel van iemand en dan ging er een belletje rinkelen als het profiel verdacht was. Nu, met Qlik, hebben ze dat associatieve veld enorm vergroot. Er zitten ook bronnen bij van openbare profielgegevens zoals LinkedIn of Facebook bijvoorbeeld, waardoor je veel meer informatie over iemand krijgt. Of hij een hele gevaarlijke sport doet bijvoorbeeld. Zo wordt het profiel veel nauwkeuriger en kunnen ze de claims veel kostenefficiënter afhandelen. Dit voorbeeld legt de kracht uit van het associatieve ten opzichte van het voorgedefinieerde.”

Toegankelijkheid

Palinckx benadrukt dat Qlik Sense geen vervanging is voor QlikView, maar dat ze complementair aan elkaar zijn. “QlikView is voor de mensen die diepgaande analyses doen rondom een bepaalde business. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan een sales directeur. We zijn nu al met een aantal klanten in gesprek die twee producten naast elkaar gaan gebruiken.” Het nieuwe product is namelijk veel meer geschikt om grote groepen tegelijk te bedienen. “Qlik Sense zou bijvoorbeeld ingezet kunnen worden in een gemeente waar je alle burgers toegang wil geven tot simpele analyses die heel makkelijk te begrijpen en te behappen zijn. We hebben onze licentiemodellen ook in die lijn aangepast, zodat het makkelijk is om hele grote groepen goed te kunnen bedienen.”

Die grote groep mensen hoeft niet eerst een ingewikkelde opleiding te volgen om met Qlik Sense aan de slag te gaan. Volgens Palinckx is het zo intuïtief dat er geen training vooraf nodig is om ermee aan de slag te gaan. “Visualisaties kan iedereen zelf maken. Het is geen rapportage maar het analyse deel zit er wel in. Bij QlikView moet je nog wel een bepaalde technische kennis hebben om in ieder geval die aansluiting met die bronnen te maken, maar zelfs dat is met Qlik Sense niet altijd nodig. Dat kan in veel gevallen met standaard connectoren.”

Om het visualiseren eenvoudig te houden denkt de tool met je mee. “Een leuk visualisatievoorbeeld is dat als je een staafdiagram hebt, je ergens anders in hetzelfde scherm al ziet wat de uitzonderingen zijn. Je wilt juist die speld in de hooiberg vinden en die wordt eigenlijk op allerlei manieren aangereikt.”

Intuïtieve BI

Qlik Sense sluit op alle grote thema’s aan. “Dit is de ideale manier om je weg te vinden in Big Data. Dat is gewoon heel veel en heel groot en daar moet je zinnige informatie van zien te maken. Daar zijn Qlik Sense en QlikView uitermate geschikt voor. We kijken naar de toekomst en naar de trends en op basis daarvan gaan we innoveren.”

Eén van die trends is de vergroting van de toegankelijkheid van informatie. “Door BI intuïtiever te maken hebben mensen minder opleiding en training nodig om aan informatie te komen.” Palinckx ziet daarin een trend waar we niet meer omheen kunnen en die grote gevolgen zal hebben. “Ik geloof dat we een tijdstip naderen waarin hiërarchieën niet meer echt bestaan. Vroeger had je een directeur die toegang had tot alle informatie. Die directeur had dan een management team met iets minder toegang tot informatie. Daaronder had je nog iets minder informatie en uiteindelijk had je gewoon uitvoerders die van niets wisten. Dat is in de maatschappij allang niet meer zo, want iedereen heeft internet. Het kan best zijn dat er een jongetje in India veel meer kennis heeft dan een afgestudeerde manager hier. Als je doordenkt in dat concept dan gaan we naar een tijd toe waarin iedereen toegang heeft tot alle informatie.”

Kansen

Het voordeel van de inzet van QlikView en Qlik Sense in bedrijven is dat eventuele problemen of juist kansen sneller geïdentificeerd worden. Daardoor kunnen bedrijven sneller reageren. “Doordat je sneller betere informatie hebt op alle lagen, kun je ook de besluitvorming dusdanig sneller laten verlopen dan voorheen.”

Nu de business ook zelf steeds meer met BI aan de slag gaat, ziet Palinckx dat de traditionele rol van IT aan het veranderen is. “Heel vaak komen we via de businesskant binnen. Ik denk dat IT in organisaties ook steeds meer een serviceorganisatie gaat worden voor de rest van een organisatie. Het is niet meer zo zeer ‘we gaan dingen voor je maken’ , maar meer ‘hoe kunnen we zo goed mogelijk de business faciliteren’. En daar sluit dit natuurlijk goed bij aan. Dat betekent dat de nadruk zal liggen op het beschikbaar stellen, de governance. Hoe gaan we ervoor zorgen dat de security goed is? Hoe gaan we ervoor zorgen dat gebruikers de informatie krijgen die ze moeten hebben? Ik denk dat IT in die rol interessanter wordt voor de business. Dat zal als gevolg hebben dat business minder geneigd is om zelf maar even snel een servertje onder de tafel te zetten.

Maaike Verschuren

]]>
Fri, 12 Sep 2014 15:09:26 +0200 ‘Geen data crunchen, maar een business ontdekkingsreis’ http://executive-people.nl/item/516442/a-geen-data-crunchen-maar-een-business-ontdekkingsreisa.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Juniper Networks: twee 'klantensets' voor compleet netwerkplatform http://executive-people.nl/item/516425/juniper-networks-twee-klantensets-voor-compleet-netwerkplatform.html Het 'Go-to-market' model van Juniper Networks is volop in beweging. Het Amerikaanse netwerkbedrijf focust meer dan ooit op de 'top-elite' resellers, en tegelijk op distributeurs die zogeheten J-resellers en Select Resellers ondersteunen. “Bovendien hebben we met High-IQ Networks en Cloud Builders heel duidelijk gekozen voor twee herkenbare en duidelijk afgebakende klantensets”, vertelt Sander Groot, sinds mei 2014 verantwoordelijk voor alle resellers en distributeurs in de Benelux en Scandinavië.

Het komt allemaal uit de koker van Shaygan Kheradpir, die in januari aantrad als nieuwe CEO van Juniper. Kheradpir, afkomstig van de Britse financiële dienstverlener Barclays, kreeg van hedge-fund- en Juniper investeerder Eliott Management, het dringende advies om het productaanbod beter te stroomlijnen, en nam geen halve maatregelen. “Juniper heeft onder zijn leiding een strategieverandering doorgemaakt, door wereldwijd twee heel duidelijke 'klantensets' te definiëren”, legt Groot uit. “High-IQ Networks en Cloud Builders. High-IQ Networks is bedoeld voor eindgebruikers die een netwerk willen dat veel verder gaat dan alleen connectiviteit. We willen vooral meer schaalbaarheid en intelligentie in onze netwerken, denk aan bijvoorbeeld Network Functions Virtualization (NFV) en Software Defined Networking (SDN).”

Met de tweede klantenset, Cloud Builders, wil Juniper optimaal inspelen op de alsmaar groeiende vraag in de markt naar cloudcomputing. Groot: “Meer en meer gaat naar de cloud, dat weet iedereen. Juniper maakt daarvan een speerpunt als het gaat om klantadressering. Wij willen klanten helpen met het bouwen van clouds, in alle verschillende smaken: private cloud, public cloud en verschillende hybride vormen. Wij verwachten dat zowel bij serviceproviders als bij enterprises de komende tijd nog veel meer gaat gebeuren als het gaat om cloudcomputing. Dat geldt zeker ook voor een derde belangrijke categorie klanten: de 'web 2.0 bedrijven', zoals wij ze noemen. Dat zijn bedrijven voor wie het uitrollen van clouddiensten überhaupt core business is.”

Nieuw partnermodel

Naast deze nieuwe indeling in klantensets, koos de nieuwe CEO voor een partnermodel met een 'nog duidelijkere focus' op enerzijds een beperkt aantal top-elite partijen, en anderzijds een klein aantal distributeurs die de rest van de resellermarkt bedienen. “Top-elite partijen in Nederland zijn bedrijven als Telindus, Infradata en Securelink. Die partners bedienen wij zelf, één-op-één. Dan praat je over bijvoorbeeld de zorg voor executive sponsorship en de allocatie van marketingbudgetten. Het 'broad channel' zoals wij dat noemen, wordt in Nederland verder ontwikkeld door onze distributeurs Avnet, TechAccess en Westcon. Dat is dus het brede kanaal, dat in Nederland bestaat uit ruim zeshonderd resellers die door distributeurs worden bediend en opgeleid.”

Juniper wil deze resellers bedienen via distributeurs, om zelf de meeste nadruk te kunnen leggen op de top van de piramide, de elite partners. Volgens Groot werd dat beleid, vastgelegd in het Juniper Distribution Advantage programma (JDA), zo'n anderhalf jaar geleden in gang gezet. “Het is een evolutie. Wij verwachten van J-resellers en Select Resellers dat zij primair met hun vragen bij hun distributeur aankloppen, want die staat als een soort vraagbaak voor ze klaar. Distributeurs kunnen helpen met kennisoverdracht in de meest brede zin van het woord, en worden daarbij op het vlak van deals gesteund door onze inside sales afdeling, waar ook technische ondersteuning zit.”

Het JDA-programma is tot stand gekomen met medewerking van alle distributeurs van Juniper wereldwijd, dus ook buiten Nederland. Groot: “Het programma is belangrijk voor Juniper, en het laat zien dat onze focus op elite partijen niet betekent dat we voor de kleinere resellers geen aandacht hebben. Het JDA-programma is niet ondergeschikt aan onze focus op elite partijen, maar loopt parallel daaraan. JDA is gemaakt met mensen die 100 procent gelieerd zijn aan Juniper. We hebben gewerkt aan certificeringen en aan kennis en kunde, met als doel zoveel mogelijk slagkracht in de markt. We hebben in Nederland meer dan zeshonderd partijen in ons programma, zowel J-resellers als Select Resellers. Met z'n allen kunnen die, mits in het bezit van de juiste certificeringen, ons hele portfolio aan. Onze distributeurs zijn de motor achter onze broad channel ontwikkeling.”

Evangelie

Hoewel Juniper ook zelf mensen 'in de spits' heeft om eindgebruikers te overtuigen om voor Juniper netwerken te kiezen, zijn het voor een belangrijk deel de resellers die het 'Juniper evangelie' moeten verkondigen en deals moeten sluiten. “Zij moeten Juniper positioneren als hét netwerk innovatiebedrijf”, aldus Groot. “Maar het is ook andersom: onze nieuwe CEO heeft goed geluisterd naar wat er speelt bij de top decision makers bij onze grootste klanten en prospects. Mede daardoor hebben wij onze strategie gewijzigd. Veel klanten verlangen een sterkere nadruk op Cloud Builders, ons belangrijkste klantensegment. Eindgebruikers, CIO's en IT-managers, willen nieuwe applicaties sneller kunnen uitrollen en overal toegang hebben tot die applicaties, op een compleet veilige manier. Ze willen groeien, en van ons weten hoe ze die groei kunnen 'schalen'.”

Volgens Groot is dat de kernwaarde van Juniper Networks: schaalbaarheid. “Wij werken volledig op basis van open standaarden, dus er is nergens een ‘lock in’. Kijk je naar onze topoplossingen op het gebied van routing en switching, dan is het schaalbaarheid ten voeten uit. Juniper wil het aller sterkst zijn daar waar onze switches, routers en firewalls in elkaar pakken. Dat is ook waar de klant vooral om vraagt. Daarom denken we altijd in termen van onze drie technologiepilaren: routing, switching en security. Je ziet dat allemaal terug bij zowel High-IQ Networks als Cloud Builders. Met die producten voorziet Juniper eindgebruikers van een compleet netwerkplatform, waarop al hun applicaties beschikbaar zijn. Alles, vanuit welk licht je het ook beziet, zie je samenpakken.”

WK

]]>
Fri, 12 Sep 2014 12:24:29 +0200 Juniper Networks: twee 'klantensets' voor compleet netwerkplatform http://executive-people.nl/item/516425/juniper-networks-twee-klantensets-voor-compleet-netwerkplatform.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Maria Martinez, Salesforce: Meer vrouwelijk leiderschap in de IT nodig http://executive-people.nl/item/516343/maria-martinez-salesforce-meer-vrouwelijk-leiderschap-in-de-it-nodig.html De in Silicon Valley veelgehoorde uitdrukking ‘there’s an app for that’ kennen de meeste mensen intussen wel. Bij Salesforce zou dit zomaar kunnen zijn: ‘there’s a program for that’. Dit ‘cloud born’, met Customer Relationship Management-oplossingen groot geworden Amerikaanse bedrijf, richt zich actief op het stimuleren vandiversiteit binnende eigen organisatie. Zo richt het Cultural Ambassadors Program zich op het in dienst nemen van mensen met verschillende culturele achtergronden.VetForcemaakt zich sterk voorhet in dienst nemen van ex-militaren om hen te helpen terug te keren in het arbeidsproces. Ook is er FemmeForce, een netwerkprogramma voor vrouwen dat als doel heeft om meer vrouwen op leidinggevende positiesbenoemd te krijgen.

De drijvende kracht achter dit soort initiatieven is Maria Martinez, President Sales en Customer Success en ‘Chief Growth Officer’. Bij Salesforce startte zij vierenhalf jaar geleden met het Customers for Life-programma. Executive People sprak met haar voorafgaand aan een besloten rondetafeldiscussie waarin het centrale thema was dat meer diversiteit en vrouwelijk leiderschap in de IT-sector moet worden gestimuleerd. Daartoe zal een FemmeForce-programma in Noord Europa worden opgezet.

Innovatieve cultuur
Met een recente Forbes-ranking waarin Salesforce voor de vierde keer op rij tot het meest innovatieve bedrijf ter wereldis verkozen, is een logische vraag of het actief stimuleren van diversiteit bijdraagt aan een innovatieve cultuur. Martinez: “Een juiste cultuur is een fundamentele factor voor succes.” Volgens Martinez kun je mensen in dienst nemen die slim zijn en de juiste ervaring hebben. Mensen aannemen van uiteenlopende culturen, zorgt echter voor nog meer kwaliteit en verhoogt daarmee de kans op succes. Verschillende perspectieven leiden namelijk tot een grotere bereidheid tot verandering. En die bereidheid is broodnodig in deze tijd van ‘disruptive technology’. “Bij Salesforce vindje hele slimme mensen, direct uit de schoolbanken, maar ook mensen als ik, die al meer dan 30 jaar in het vak zitten. Dit is net zo belangrijk als een goede man-vrouwverhouding en medewerkers afkomstig uit verschillende landen en culturen.” Het gaat dus niet alleen om vrouwen en mannen; diversiteit houdt in dat iedereen kwaliteiten heeft, ongeacht geslacht, afkomst of geaardheid. Een goede cultuur zorgt dat die verschillende kwaliteiten tot uiting en ten goede komen aan de organisatie. Het innovatieve vermogen wordt erdoor versterkt en het resulteert in betere diensten voor klanten.

Klanten voor het leven
Ondernemers leren snel dat het goedkoper is klanten te behouden dan nieuwe klanten te werven. Maar dat is niet het enige voordeel van klanten die blijven. Trouwe klanten weerspiegelen de integriteit, betrouwbaarheid en de kwaliteit van een merk. De mensen achter het merk zien dan niet meer alleen de financiële voordelen van hun trouwe klanten, maar ze ontwikkelen zelfs waardevolle lange termijn relaties met hen. Dit is de filosofie achter Customers for Life, een programma waarvanMaria Martinez aan de basis heeft gestaan en dat als doel heeft te zorgen voor ‘klanten voor het leven’. Het programma integreert en overkoepelt het hele klantentraject binnen de Salesforce-organisatie; vanaf het eerste contactmoment met een nieuwe klant tot en met de implementatie- en trainingstrajecten.

De speerpunten van Customers for Life:

  1. 1.      Luisteren: via het crowdsource forum IdeaExchange kunnen klanten suggesties doen, stemmen op favoriete producten en ervaringen delen met product managers en klanten.
  2. 2.      Community creëren: via de Salesforce Customer Community wordtkennis gedeeld binnen het grote klantenbestand van Salesforceen is er een online ontmoetingsplek waar klanten vragen kunnen stellen, trainingsvideo’s kunnen bekijken en best practices kunnen delen.
  3. 3.      Maximale Meerwaarde: speciale Customer Success Managers werken nauw samen met klanten van Salesforce, op zowel strategisch als operationeel niveau om hen te helpen het platform optimaal in te zetten en daarmee maximale meerwaarde te kunnen genereren voor hun bedrijf en hun klanten.

Wie goed doet, goed ontmoet
Volgens Martinez is de focus op het bouwen aan lange termijn-relaties met klanten iets wat goed bij vrouwen past. Niet dat alleen vrouwen worden aangenomen voor de Customers for Life-tak, maar vrouwen zijn er nu eenmaal goed in. Dat het programma van grote waarde is, hebben de uitstekende resultaten sinds de implementatie ervan binnen alle afdelingen die met klanten te maken hebben, intussen welbewezen. “Concurrenten hebben inmiddels ook eenzelfde soort programma en dat is eens te meer het bewijs van de juiste strategische richting van het programma”, zegt Martinez. Zij gelooft niet in vrouwenquota: het sturen op een verplicht percentage van vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Het voorbeeld wordt aangehaald van de ‘carrot and the stick’. Een quotum is de stok, en dus een verplichting, en de carrot is de beloning. Als het duidelijk is voor vrouwen wat zij kunnen bereiken bij Salesforce, dan is dat de wortel waar andere vrouwen zich toe voelen aangetrokken om er ook te gaan werken. Diversiteit in de vorm van een verplichtingpast niet bij Martinez.

Toekomstige vrouwen in IT
Martinez heeft vrouwelijke rolmodellen gekend die haar hebben gestimuleerd in haar loopbaan. Naar goed Amerikaans gebruik, noemt zij Sheryl Sandberg van Facebook, die ook in Europa met haar boek “Lean In” stof heeft doen opwaaien, en Marissa Mayer van Yahoo. Maar gedurende haar lange loopbaan bij onder meer Microsoft, heeft zij vele, niet zozeer bekende, vrouwen als voorbeeld gezien. Martinez: “Ik ben blij nu met vrouwelijke rolmodellen van onze partners Accenture en Philips aan tafel te zitten. We willen van hen leren hoe zij hun diversiteitsbeleid aanpakken in Europa en hoe we met henkunnen samenwerken om de aantrekkingskracht van de technologiesector voor meisjes en jonge vrouwen te vergroten.”

]]>
Fri, 12 Sep 2014 09:44:59 +0200 Maria Martinez, Salesforce: Meer vrouwelijk leiderschap in de IT nodig http://executive-people.nl/item/516343/maria-martinez-salesforce-meer-vrouwelijk-leiderschap-in-de-it-nodig.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Marc Swartjes, Gartner: Geen weg terug meer voor Digitale business http://executive-people.nl/item/515240/marc-swartjes-gartner-geen-weg-terug-meer-voor-digitale-business.html Het thema van Gartner Symposium/ITXpo dit jaar is Driving digital business, een logisch vervolg op het thema vorig jaar Focus Connect Lead. Hoe zorgen CIO’s, of andere IT bestuurders ervoor dat hun organisatie daadwerkelijk businessvoordelen behaalt door de inzet van ICT?  Executive People sprak hierover met Marc Swartjes, regional vice president Gartner Benelux.

Het is razendsnel gegaan, met ingrijpende gevolgen. Was het internet ooit uitsluitend bedoeld om mensen wereldwijd effectief met elkaar te laten communiceren, nu is het uitgegroeid tot een volwaardige business-tool. “Bedrijven ontdekten al snel dat je met het internet ook geld kon verdienen, waarmee e-business was geboren”, zegt Marc Swartjes.

“Dat heeft een spectaculaire ontwikkeling in gang gezet die ertoe zal leiden dat in 2020 ongeveer 35 miljard devices verbonden zullen zijn met internet. Tegen die tijd verwachten we dat er zo’n zeven miljard personal devices in omloop zijn. Het gaat dus ondertussen om mensen die onderling communiceren, bedrijven die zaken doen en ´dingen´ die met elkaar verbonden zijn. Die factoren, people, business en things zullen in november centraal staan.”

De afgelopen jaren was een belangrijke pijler onder de visie van Gartner de bekende Nexus of Forces. Deze term beschrijft het onvermijdelijke samenkomen van vier ontwrichtende krachten: social, mobile, cloud en analytics. “Deze Nexus of Forces heeft gezorgd voor het fundament van digital business. Ondertussen wordt IT niet meer alleen gezien als een puur technologisch onderwerp, maar is het een basisbegrip geworden waar iedere business professional mee te maken heeft. Voor digital business is geen diepgaande technische kennis nodig.”

Brug geslagen

Volgens hem is met de Nexus of Forces de afgelopen jaren de brug geslagen tussen IT en de business. “Wanneer je kijkt naar de huidige wereld zie je dat de grenzen vervagen tussen digitaal en fysiek. Dat heeft grote invloed op alle aspecten van de samenleving, onder meer alle businessmodellen waarin we traditioneel dachten staan nu ter discussie. In het oog springende voorbeelden zijn de ingrijpende veranderingen in de mediawereld, maar ook ook ontwikkelingen als smart machines, autonoom rijdende auto’s en 3D-printing. Dat laatste kan een grote impact krijgen op de logistieke wereld, op grondstoffen, manufacturing en op retail. Smart machines en robots zullen eveneens effect hebben, onder meer op de arbeidsmarkt.”

Een goed voorbeeld van de invloed die digital in de nabije toekomst zal krijgen is de innovatie die momenteel plaatsvindt in de sector automotive. Wie nu op de snelweg tegen een vangrail botst en tot stilstand komt zal zelf de hulpdiensten moeten bellen, of iemand anders zal dat moeten doen. Dat wordt een human moment genoemd. Maar in een wereld waarin alles connected is, maakt de telefoon na de crash simultaan verbinding met de takelwagen én 112. Het kan nog verder gaan als de auto gaat communiceren met de smartphone en sensoren die op het lichaam gedragen worden de fysieke gesteldheid van de drager monitoren en desgewenst de aankomende ambulance hierover informeren. Je smartphone stelt persoonlijke contacten op de hoogte en zoekt nabije camera’s als bewijsvoering voor de politie/verzekeraar en stelt alvast het schade rapport op waarna de verzekeraar een schatting maakt. Allemaal in real-time. Dergelijke vergaande automatische interactie wordt een digital moment genoemd.

 Twee werelden

Swartjes: “Dàt is digital business. Die digitale realiteit is er al, of in ieder geval heel dichtbij. Het probleem waar CIO’s nu mee worstelen is dat ze met twee voeten in verschillende werelden staan. Aan de ene kant is er die digitale realiteit, maar voor sommige bedrijven heeft dat nog geen prioriteit, of willen ze hun oude businessmodellen nog niet loslaten. Aan de andere kant hebben zij met oude technologie in hun organisatie te maken. Dus enerzijds verwacht de business steeds vaker van de CIO dat hij innovatieve transformatie initieert, maar anderzijds anderzijds moet hij nog steeds veel tijd besteden aan het beheer van de oude systemen.”

Daarom zullen daarom zullen de CIO-tracks dit jaar zijn opgezet vanuit drie gerelateerde perspectieven. De eerste is het now: wat heeft een organisatie reeds aan technologie, en vooral: hoe zorg je dat je dat gaat renoveren om het up to date te houden. Daarnaast loopt de track the new, die zal ingaan op de impact van digital business. De derde track is you: hoe pak je als CIO de balanceringsact aan die bij je functie hoort, zorg je voor leadership. Volgens Swartjes is dat thema leiderschap een essentieel onderwerp. “Er is geen weg terug meer: òf je stapt op de trein òf je mist hem volledig.

Ivoren toren

Dat dit concept aanslaat blijkt ook uit het feit dat een toenemend aantal CIO’s Gartner Symposium/ITXpo bezoekt met zijn team. “Dat heeft een hoge vlucht genomen. Dat komt doordat de CIO niet meer in zijn eentje in een ivoren toren opereert. Hij werkt aan die transformatie naar de digitale wereld met een heel team van specialisten om zich heen.” Daar speelt Gartner onder meer op in door het service portfolio niet meer alleen af te stemmen op individuen, maar juist op teams.

Een andere ontwikkeling waar Gartner al enkele jaren op wijst is de groeiende rol van andere executives in de IT-strategie van organisaties. “Het IT-budget van de CMO wordt groter dan dat van de CIO. Iedere business is een IT business, ieder bedrijf is een IT-bedrijf, elke business manager is een technisch manager. De lijnen vervagen. De traditionele harde IT blijft wel bestaan, maar dat zal steeds meer in andere vormen zijn en daar hoef je eigenlijk niet meer zoveel van te weten als bedrijf.

Gartner Symposium/ITXpo is erop gericht CIO’s te helpen om van theorie naar praktijk te gaan in deze digitale realiteit. “We zullen uitgebreid ingaan op het nieuwe speelveld, en de vraag hoe CIO’s een leidende rol daarin kunnen gaan spelen, hoe ze digitale mogelijkheden kunnen realiseren, bouwen en optimaliseren. Dus uiteindelijk hopen we de CIO een pad te bieden om vanuit IT leiderschap te evalueren naar een onmisbare plaats in die nieuwe digitale wereld. Met een zetel aan de businesstafel. Wij denken dat CIO’s daar absoluut goed voor gepositioneerd zijn, maar wel een paar stappen nodig hebben. Daar gaan wij ze bij helpen.”

]]>
Sat, 06 Sep 2014 08:00:33 +0200 Marc Swartjes, Gartner: Geen weg terug meer voor Digitale business http://executive-people.nl/item/515240/marc-swartjes-gartner-geen-weg-terug-meer-voor-digitale-business.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
ERP in de cloud: vraag uit de business is leading http://executive-people.nl/item/515238/erp-in-de-cloud-vraag-uit-de-business-is-leading.html Iaas, SaaS, PaaS. De vele definities, termen en afkortingen die in omloop zijn maken begrip van cloud er niet eenvoudiger op. Toch is cloud aan een onstuitbare opmars bezig, zowel in de infrastructuur als de toepassingen. Hoe zit het daarom met ERP in de cloud. Executive People ging daarover samen met de Dynamics user group in gesprek met gebruikers en leveranciers. Daaruit bleek dat de plaats van de IT-afdeling meer dan ooit het snijvlak is van IT en business.

Bouwmaat Nederland is gebruiker van Microsoft NAV (Navision). Peter Buenk, Coördinator Informatiemanagement bij Bouwmaat Nederland: “Wij zijn een groothandel waarvan de operatie sterk lijkt op een retailbedrijf. We hebben met Navision de hele ketenautomatisering van boekhouding en inkoop tot incasso en fulfillment geregeld. Navision verbindt de decentrale administraties, in combinatie met een verticale add on voor het retaildeel”. Ook VelopA heeft de volledige ERP-omgeving ingericht met Microsoft Dynamics, in dit geval met Microsoft AX (Axapta). Marcel Nelemans, Hoofd ICT bij VelopA: “Hiermee doen we alles, van offerte tot facturatie.”

ERP afnemen vanuit de cloud is bij beiden een onderwerp dat hun belangstelling heeft. Nelemans: “We sluiten het zeker niet uit. We kijken goed naar wat het betekent voor de business als we ERP in een cloud omgeving zouden gaan draaien. Onze visie is dat we de business zo goed mogelijk willen ondersteunen met ICT, en cloud is zeker iets waar we in dat verband naar kijken. Daarbij is het wel de vraag wat je verstaat onder cloud: is het SaaS, of is het een IaaS-oplossing? We hebben er in ieder geval voor gekozen om eerst alles te virtualiseren. In de vervolgstappen kijken we naar cloud.”

Pay per use

Die definitie van cloud is een belangrijk punt. Buenk: “Het is belangrijk om goed te bepalen waar we het over hebben. Gaat het om een publieke cloud, een private cloud, een hybride cloud? In de definitie wordt vaak gesproken over de public hosted services. Wij hebben weliswaar een gevirtualiseerd datacenter, maar dat zie ik nog niet als cloud computing.” Nelemans vult aan: “Er is een verschil tussen software en infrastructuur. Maar de kern is hetzelfde: het gaat om pay per use.”

Peter de Bruin, manager sales operations Center EMEA bij SaaS-plaza bevestigt deze visie: “Je hebt IaaS, SaaS en PaaS, waar als verzamelnaam cloud voor wordt gebruikt. Die technologische stack is echter slechts één aspect, waar het primair om gaat is het businessmodel dat er achter zit. En dat is pay as you go, pay as you use, en meegroeien met de toekomst, of je nu groeit of saneert. De technische stappen die je neemt voor het draaien van de infrastructuur in de cloud, zoals het in zetten van een Microsoft Azure cloud, zijn alleen nog maar de resources. Dat is de eerste stap. Het gaat uiteindelijk om de diensten die je erop laat draaien om gebruikers van IT te ontzorgen. En niet om ze meer werk te bezorgen.”

Nelemans: “Voor mij als IT-er is de business daarin leading. Wij hebben ervoor gekozen om met een partner naar een IaaS-oplossing te gaan met de infrastructuur. Dat pad gaan we vervolgens in samen met de business, want hun wensen zijn daarin altijd leidend, zowel voor het tempo als voor de invulling. En wat zij primair willen is flexibiliteit. Dàt proberen wij met die cloudoplossing in te vullen, zodat ze snel kunnen schakelen. Pay as you go speelt in die overweging een belangrijke rol, omdat je nu niet vooraf veel hoeft te investeren. We beginnen dus met de pay as you go infrastructuur, later volgen dan de toepassingen.”

Verschuiving

Buenk: “Ik zie in onze organisatie een verschuiving optreden in de houding tegenover de vraag waar alles draait. Als je dat een paar jaar geleden bij ons gevraagd zou hebben zou het antwoord geweest zijn 'Dat maakt zeker uit', terwijl het nu duidelijk is omgeslagen. De perceptie van cloud is de afgelopen tijd veel positiever geworden. Waar het draait maakt het niet meer uit, sterker nog, bij vernieuwing zou een SaaS-oplossing voor ons een logische keuze zijn. Dan zouden we wel eerst beginnen met het in de cloud zetten van de Office-omgeving, later komt dan ERP in beeld.

We draaien nu overigens al een BI-project via een partner in de cloud, waarbij het datawarehouse IaaS is. BI leent zich bij uitstek voor cloud.”

Astrid Hackenberg, Cloud Application Architect bij Microsoft: “We merken dat onze kanten er rijp voor zijn om de stap te maken. Steeds grotere organisaties gaan over op cloud, in de vorm van SaaS, PaaS, of IaaS, met de bedoeling de IT op te schonen. Dat past vaak in een duidelijk geformuleerde business strategie. Vooral in markten waarbij het onzeker is hoe die zich ontwikkelt is cloud een serieuze optie. Dat geeft je de mogelijkheid veel sneller te reageren bij plotselinge veranderingen. Dan zijn het operationele kosten in plaats van kapitaalinvesteringen.”

Groeien

Martin Sih, sales specialist Azure: “Wij merken dat het verschil ook te maken heeft met de visie van personen in bedrijven. Sommigen zijn de hoge aanvangsinvesteringen zat, anderen hebben te maken met grote groei. Er zijn verbazingwekkend veel bedrijven in Nederland die internationaal groeien, en dat kan cloud ondersteunen. We hebben pas te maken gehad met een bedrijf dat naar Brazilië ging en daar capaciteit nodig had. Dan kun je ervoor kiezen een Braziliaans datacenter in te schakelen via een Braziliaanse provider, maar je kunt het ook regelen vanuit Nederland met een cloud-oplossing. Je bent heel snel up and running. Dat zien we steeds meer als motivatie om cloud te nemen, overal zaken doen.”

ERP in de cloud is op dit moment nog niet volledig mogelijk, vooralsnog draait het als IaaS, nog niet als SaaS. “Daar wordt nu aan gewerkt. SaaS is namelijk in veel gevallen een standaard-oplossing, voor ERP daarentegen is vaak juist veel customisation nodig. Het is bij ERP niet one size fits all. Office bijvoorbeeld leent zich daar veel beter voor, dat is bij de meeste organisaties wel vergelijkbaar ingericht.”

Nelemans: “Wij proberen inderdaad zoveel mogelijk standaard te werken, maar je ontkomt er bij ERP niet aan om voor processen die specifiek zijn voor jouw organisatie specifieke aanpassingen te doen. Het is dus bij ons 'standaard-tenzij', met een duidelijke component 'tenzij'.”

Integratie

De Bruin: “We zien dat integratie een steeds belangrijker rol speelt, want bij veel organisaties staat de IT overal verspreid. Dit betekent dat je niet zomaar alles in de cloud kunt zetten. In praktijk kom je dus vaak uit bij een hybride cloud als oplossing.” Buenk: “Het is een transitiepad dat je gaat bewandelen, dus een hybride oplossing is inderdaad logisch. Connectiviteit en performance zijn daarin heel belangrijk. Vernieuwing en centralisatie zijn voor een organisatie kansen waarbij je goed moet bekijken hoe je dat gaat invullen.”

Hackenberg: “We zien die hybride oplossing veel. Het is heel genuanceerd. Sommige bedrijven richten hun eigen datacenter in als private cloud, wat veel meer is dan alleen virtualisatie. Hiermee kunnen interne gebruikers diensten afnemen van de infrastructuur. De terminologie is helaas nog niet altijd duidelijk, er ontstaat soms verwarring over de benamingen. Maar op korte termijn is de groei van de hybride cloud de meest waarschijnlijke optie.”

Buenk: “Wat verschuift is de behoefte aan kennis. Het wordt steeds belangrijker om niet alleen technische kennis te hebben, maar ook functionele kennis. We moeten goed weten wat de business doet. Daar moet je voor zorgen, want je kunt niet je bedrijfsmodel uitbesteden aan een ander. Je moet als bedrijf in de lead blijven, en goed weten wat er gebeurt.”

Nelemans: “Want de perceptie is weliswaar omgeslagen, maar als je ermee aan de slag gaat merk je dat de neiging bestaat een partner te kiezen die zoveel mogelijk kan verzorgen, maar daarmee maak je je wel afhankelijk. Je moet zelf het overzicht blijven houden. Dat is de toegevoegde waarde die je als IT-afdeling hebt. Je moet inzicht houden. Ik zie mezelf niet zozeer als IT-er, ik ben vooral betrokken bij de toepassingen, ik wil technologie en business met elkaar verbinden. En hoe lang is er nog onderscheid tussen business en IT?”

Sih: “We zien de vraag uit de business veel intelligenter worden, wat mensen willen halen uit de data wordt steeds geavanceerder”. Nelemans: “Die verandering hebben wij ook doorgemaakt. We werken nu op het snijvlak van business en IT. Het gaat er niet meer om dat wij bijvoorbeeld een rapport uitdraaien, we geven de afdelingen de tools om het zelf te doen.”

]]>
Wed, 03 Sep 2014 08:00:57 +0200 ERP in de cloud: vraag uit de business is leading http://executive-people.nl/item/515238/erp-in-de-cloud-vraag-uit-de-business-is-leading.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Breed dreigingslandschap vraagt om intelligente securitystrategie http://executive-people.nl/item/515242/breed-dreigingslandschap-vraagt-om-intelligente-securitystrategie.html Het zijn al lang niet meer alleen virussen die de IT van organisaties bedreigen. Een breed scala aan bedreigingen zorgt in potentie voor disruptie van de business. Het antwoord is een goed doordachte security-strategie. De eerste stap is zorgen voor awareness bij gebruikers, zonder te vervallen in angst zaaien.

“Er zijn de afgelopen tijd een aantal belangrijkste security breaches geweest waar organisaties mee te maken hebben gehad. Daar kun je de trends uit distilleren die nu spelen op het gebied van beveiliging”, zegt Peter Zwollo, channel manager Benelux bij Norman. “Er is bijvoorbeeld een veelbesproken aanval geweest op de Adobe Cloud, waarbij een miljoen accounts gehackt zijn en waar de source code gestolen is. Ook Dun & Bradstreet heeft te maken gehad met een aanval waarbij veel persoonlijke informatie is gestolen.”

Dergelijke incidenten laten goed zien wat het effect is op een bedrijf, want dit zorgt voor veel imagoschade. “We leven in een social media-wereld, waar op verschillende manieren wordt gejaagd op informatie, bijvoorbeeld door middel van zaken als fishing en spearfishing. Vooral de laatste is een nieuwe vorm van vergaren van informatie die iemand schade kunnen berokkenen. Spearfishing komt steeds meer voor, daarbij wordt gebruik gemaakt van persoonlijke gegevens om een bericht zo realistisch mogelijk te maken.”

De traditionele threats zijn in de loop van de tijd sterk veranderd. Het gaat allang niet meer alleen om virussen, het gaat om bedreigingen als het installeren van malware door het bezoeken van besmette sites. Ook ransomware houdt eindgebruikers bezig. Uit onderzoek blijkt dat 75 procent van alle aanvallen niet specifiek gericht is op personen of ondernemingen. Het kan dus iedereen overkomen, iedereen zou er alert op moeten zijn.

Financiële gegevens

Het doel van die aanvallen is veelal het verkrijgen van financiële gegevens. Voor een meerderheid van die aanvallen zijn bovendien weinig specialistische skills nodig. Een opvallend onderdeel van de statistieken rond security is dat negentien procent van de aanvallen gelieerd is aan de overheid.

“Vroeger had je als organisatie software tegen virussen en dat was het. Nu zijn er veel meer vulnerabilities, die ook nog eens verspreid zijn over zaken als cloud, home en datacenters. Het is een breed landschap. Voorbeelden zijn Advanced Persistent Threats (APT’s). Denial of Services (DDOS) en Man in the Middle. Dat laatste is letterlijk iemand die tussen de communicatie zit van twee mensen. Die manipuleert zo alles wat wordt verzonden.

Dat is een lastige bedreiging, want je gaat ervan uit dat je met iemand communiceert die je kunt vertrouwen, maar de Man in the Middle zet bijvoorbeeld besmette links naar malware in conversaties. Daarnaast blijft social engineering een rol spelen, er worden zoveel mogelijk gegevens verzameld om gericht aan te vallen door middel van spearfishing. Dat gaat verder dan de oude slecht gespelde bankmailtjes. Deze aanvallen maken gebruik van specifieke kennis. Die persoonlijke gegevens zorgen ervoor dat het betrouwbaarder lijkt.”

SQL Injection speelt een rol bij de bedreigingen, waarbij in databases code wordt toegevoegd die SQL Queries uitvoert. “Je wilt natuurlijk niet dat hackers een database kunnen doorzoeken. Waterhole Attacks spelen een rol, een manier van aanvallen waarbij een legitieme website wordt voorzien van malware voor een specifieke bezoekers doelgroep. Het doel hiervan is het aanvallen van een specifieke groep of organisatie, regio of industrie vanuit een website die een bepaalde groep veel gebruikt. Juist die specifieke website, die zij vertrouwen, wordt geïnfecteerd.“

Hij benadrukt dat het in de communicatie belangrijk is om niet te vervallen in angst zaaien. “Het is wel zaak om de perceptie bij de eindgebruiker te veranderen. Want op het moment dat ze ermee te maken krijgen is het te laat. Er ligt een belangrijke uitdaging bij ICT-bedrijven om dat uit te leggen. Het moet bovendien gefinancierd worden, want het gaat om het inzetten van een breed scala aan oplossingen om al die bedreigingen het hoofd te bieden.”

“De eerste stap is dus dat organisaties zich moeten afvragen welke bedreigingen reëel zijn. Veel klanten realiseren zich dat ze zich moeten wapenen voor de toekomst. Belangrijk is daarbij wel dat ook de regelgeving wordt aangepast op de situatie. Want die loopt vaak nog achter op de ontwikkelingen van de ICT.”

Awareness

Een belangrijk aspect is dat awareness bij eindgebruikers, zeker in het MKB, beter kan. “Het blijft de uitdaging om te kijken wat er speelt bij de klant, en goed te adviseren. De awareness moet omhoog, dat is essentieel. Je ziet dat veel bedrijven zich sterk blijven richten op antivirus. Dat is belangrijk, ook bij ons speelt het nog een belangrijke rol. Maar je ziet ondertussen steeds vaker ook aan andere kanten bedreigingen. Email bijvoorbeeld is wel goed geregeld bij de provider, maar spearfishing en APT’s krijgen vaak te weinig aandacht.”

Het open karakter van internet speelt criminelen in de kaart. “Het internet is een algemeen internet, en geen apart business internet. Iedereen kan overal bij, en als dus één specifieke site geïnfecteerd is kan iedereen besmet raken. Daar zou een bedrijf moeten beginnen bij het aanpakken van bedreigingen. Je ziet ondertussen wel dat er op dat gebied al stappen worden genomen. Maar de investeringen die het MKB kan doen zijn beperkt, en hardwarematige oplossingen kosten veel geld, ook in onderhoud.”

“Je moet die investeringen dus goed kunnen uitleggen. De specifieke functionaliteit van een business internet kan veel oplossen in het MKB. Bij een specifiek business internet word je beschermd tegen jezelf, en kun je niet naar schadelijke sites gaan. Net als vroeger bij virussen hebben we bijvoorbeeld een lijst met sites waar APT’s, spearfishing en Man in the Middle op de loer liggen.” We bieden een oplossing waarbij niet hoeft te worden geïnvesteerd in dure hardwarematige oplossingen en daarom zeer geschikt voor het MKB.

Gratis software

 “Het threat landschap bijhouden is voor ons heel belangrijk. We waren al vroeg met de constatering dat alleen antivirus niet genoegd was. Er is een palet aan producten omheen nodig die de andere bedreigingen aanpakt. Het wordt breder, en daar zijn we al veel langer mee bezig, en dat heeft nu geleid tot producten die daar perfect op afgestemd zijn.”

“Voor ons als organisatie betekent dit dat je moet proberen vooruit te kijken naar de bedreigingen die eraan komen. De cloud krijgt een enorme omvang, en daar moet je ook producten voor kunnen bieden. We houden de bedreigingen goed in de gaten, en luisteren vooral goed naar onze klanten. We willen graag weten, door middel van surveys bijvoorbeeld, wat er bij hen speelt. Dat bepaalt weer onze eigen strategie?”

]]>
Wed, 27 Aug 2014 08:00:42 +0200 Breed dreigingslandschap vraagt om intelligente securitystrategie http://executive-people.nl/item/515242/breed-dreigingslandschap-vraagt-om-intelligente-securitystrategie.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Rituals: Snelle groei gefaciliteerd door ICT http://executive-people.nl/item/515241/rituals-snelle-groei-gefaciliteerd-door-ict.html Cosmeticamerk Rituals maakt een spectaculaire groei door Tien jaar geleden had de keten nog één winkel in de Amsterdamse Kalverstraat en inmiddels is Rituals te vinden in veertien landen met 350 winkels en bijna 1000 ‘shop-in-shops’. IT speelt bij deze expansie een cruciale rol. Een van de meest recente projecten is het uniformeren van alle stamdata met behulp van de Master Data Management (MDM)-software van Stibo Systems. Hiermee heeft iedereen in de organisatie altijd de beschikking over de juiste data, wat uiteindelijk leidt tot altijd de meest recente stuurinformatie.

“In de begintijd hebben we ons vooral gericht op de voorkant, met zaken als het opbouwen van het merk, productontwikkeling en distributie”, zegt Jan-Willem Boerhout, als Director Program Management verantwoordelijk voor ICT strategie en alle ICT gerelateerde projecten binnen Rituals. “De afgelopen twee jaar zijn we bezig gegaan om de basissystemen stabiel te maken om verdere groei te faciliteren.”

“We zijn nu ook bezig met diverse uitgebreide ICT projecten, waaronder het vervangen van ons ERP-systeem en implementatie van de Master Data Management (MDM) oplossing STEP van Stibo Systems. Dat alles willen we natuurlijk ook wereldwijd regelen. Het zijn dus best veel IT-projecten die we in goede banen moeten leiden.”

Cruciale rol

Technologie speelt bij Rituals een cruciale rol. “Geen enkel product komt in de winkel zonder dat er technologie aan te pas komt. Om voor elkaar te krijgen dat onze klanten kunnen genieten van onze producten is veel technologie nodig. Daarin proberen we vooruitstrevender te zijn dan de gemiddelde retailer. Traditionele retailers lopen vaak een paar jaar achter met IT, omdat ze denken dat zij dat zij het zich niet kunnen permitteren om in nieuwe technologie te investeren omdat dit teveel risico's zou dragen.”

“Zelf heb ik al vanaf het begin de kans gekregen om nieuwe dingen te proberen, om nieuwe technologie in te zetten om ons flexibeler te maken, beter, en producten sneller naar de markt te brengen. Een goed voorbeeld van deze visie is dat wij acht jaar geleden al het hele idee van cloud computing hebben omarmd. Dit hebben we gedaan vanwege de flexibiliteit en lagere kosten.”

“Op ons hoofdkantoor staat bijvoorbeeld geen enkele server. Al onze servers staan in een private cloud. Dat geeft ons de mogelijkheid om snel winkels en hoofdkantoren in andere landen te openen. Het is eigenlijk alleen een kwestie van inloggen. Ook de mensen die vanuit Nederland naar een bepaald land toegaan hebben zo toegang tot het systeem.”

“We kiezen sterk voor outsourcen, tenzij het zin heeft om iets in-house te doen. Onze IT-afdeling is daarom lean and mean. Wij proberen met technologie te innoveren. Technologie moet daadwerkelijk iets opleveren en zin hebben. Dan rollen we het uit.”

Gelukkig prijzen

“Ik mag me gelukkig prijzen met een managementteam dat daar voor open staat en in wil investeren. Maar het moet wel bewezen worden. Daarom introduceren we bijvoorbeeld niet in één keer tablets in alle winkels. We kijken eerst hoe het ons verkoopproces kan ondersteunen en of het in praktijk gaat werken. Medewerkers in de winkels werken bijvoorbeeld vaak met crèmes, wanneer je daarna met je vingers op een tablet moeten werken is dat misschien niet handig.”

“Zoals bij iedere startende ondernemer zijn zaken aanvankelijk gewoon gegroeid omdat we het zo doen. Wij gebruiken daarom net als elk bedrijf het fantastische allesomvattende pakket Excel. Daar kun je van alles mee doen, maar tegelijkertijd groeit dat bijna altijd uit zijn jasje. Bij ons speelde dat bijvoorbeeld bij productdata en productgegevens, vooral tijdens de snelle expansie naar verschillende landen. Overal hadden we bijvoorbeeld andere formulieren voor de douane nodig om onze producten het land in te krijgen. Het kost ongelofelijk veel handwerk om dat voor elk land apart te doen.”

“Alle productinformatie – van de afmetingen, tot ingrediënten en gewicht - stond altijd in een Excel bestand op onze shared drive. Twee jaar geleden hebben we geprobeerd om al die gegevens in een eigen database te stoppen om het controleerbaarder te maken. Dat is gelukt, alleen was dit uitsluitend op artikelen gericht.”

Processen

“Een van de eerste dingen die je dan goed moet weten is hoe je processen lopen. Wat je verder goed moeten weten is wat je basisgegevens zijn. Dan komen veel dingen naar boven. Een voorbeeld is informatie over de winkels. Als je wilde weten of in een winkel een bepaald meubel stond moest je de areamanager bellen. Dat kan met twintig winkels, maar met 350 winkels in veel verschillende landen kan dat niet meer.”

Daar was dus een systeem voor nodig dat meer bevatte dan alleen productinformatie. “We wilden al onze basisinformatie en statische informatie goed organiseren. Om de artikelassortimenten te linken aan typen meubels, aan type locaties en wellicht aan type medewerker. Al onze stamdata komen in één systeem. Veel leveranciers zijn echter voornamelijk gericht op productinformatie. Eigenlijk was Stibo Systems de enige aanbieder met een holistische visie.”

Rituals staat nu aan de vooravond van de implementatie. Bijzonder aan de nieuwe constructie is onder meer dat de master data niet meer uit het ERP-systeem komt, maar dat de ERP juist gevoed wordt met schone data. “Dat vereist ook voor de ERP-leveranciers een andere benadering. Want als je iets eenmaal inricht in een ERP-systeem volgens een bepaalde structuur is het lastig is om dat later weer te veranderen. Maar niets is zo veranderlijk voor een bedrijf als de markt.”

Anticiperen

“Als je goed wilt anticiperen op de markt heb je een flexibel systeem nodig. Een systeem dat met een paar drukken op de knop een andere benadering mogelijk maakt, en de data anders aanlevert. Dat kan niet in een ERP-systeem. Op dat gebied was nog wel wat overtuigingskracht nodig. Dus naast het implementatieteam en het bouwteam voor het MDM platform hebben we ook een aantal mensen verantwoordelijk gemaakt voor het veranderingsmanagement, om intern duidelijk te maken wat het doet.”

“Het is dus zeker niet alleen een technisch verhaal. Maar die communicatiekant wordt vaak vergeten bij IT-implementaties. Je moet werken aan je imago, en uitleggen wat je nu aan het doen bent. De afkortingen die wij altijd gebruiken binnen de ICT-sector worden door de meeste mensen niet begrepen. Een van de dingen waar wij al een tijdje mee bezig zijn is daarom bedenken hoe we dit systeem gaan noemen binnen het bedrijf. We moeten het een naam geven zodat iedereen begrijpt waar je het over hebt. Dat is best lastig. We zijn er dan ook nog niet over uit. Ik ben er zelf voorstander van om de naam van de software, STEP, te gebruiken. Dat is wat de mensen zien. Het is in ieder geval heel belangrijk om dat veranderingsmanagement goed in te richten.”

Het project moet volgens hem twee dingen opleveren. “Aan de ene kant moet het een systeem opleveren waarmee we onze stamdata eenduidig opslaan en managen, zodat we altijd over dezelfde dingen praten binnen het bedrijf. Aan de andere kant moet het een nieuwe functie in het bedrijf opleveren. Het moet iemand zijn die als een soort bok op de haverkist gaat zitten en zegt: 'als jij nieuwe zaken wilt toevoegen aan je winkel, ga ik eens kijken hoe dat zich verhoudt tot de rest van organisatie en waar dat allemaal impact op heeft.' Dat is essentieel. Je kunt niet zomaar een systeem neerzetten en niemand daar ‘eigenaar’ van maken.”

“Dit is typisch een systeem dat past bij de business. Heel veel dingen worden alleen maar belegd bij ICT omdat het lijkt dat zij de enigen zijn die het begrijpen. Maar je moet zorgen dat je een ICT-organisatie hebt die met techniek de business ondersteunt. Maar het daadwerkelijke eigenaarschap van de inhoud van dat systeem moet wel ergens in het bedrijf belegd zijn. Uiteindelijk willen we dat iedereen in de organisatie het over hetzelfde heeft als bepaalde zaken, zoals winkels of producten, ter sprake komen.”

meer informatie hier

]]>
Sat, 23 Aug 2014 08:40:06 +0200 Rituals: Snelle groei gefaciliteerd door ICT http://executive-people.nl/item/515241/rituals-snelle-groei-gefaciliteerd-door-ict.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Walter van Uytven: ‘Iedereen wil mobiel werken’ http://executive-people.nl/item/502997/walter-van-uytven-a-iedereen-wil-mobiel-werkena.html



“Ik ben eigenlijk altijd een ondernemer geweest”, zegt Walter van Uytven, CEO van Awingu. In België heeft Van Uytven een lange track record in de IT, waarbij hij onder meer dit jaar door Datanews is gekozen tot ICT Channel Personality of the year. Door zijn ervaring hebben de investeerders van Awingu hem gevraagd om het bedrijf internationaal op de kaart te zetten.

“Ieder bedrijf is momenteel op zoek naar een oplossing waarmee zij werknemers toegang kunnen geven tot alle bestanden en applicaties, zonder dat er een complexe set up bij komt kijken, lokale drivers geïnstalleerd moeten worden en het nodig is lokale agents  te configureren. Awingu richt zich op zo’n oplossing, een reëel product dat mobiel werken mogelijk maakt.”

Aanvankelijk werd Awingu, zoals veel innovatieve start ups,  gerund vanuit een technologisch perspectief. Het is aan Van Uytven om de businesskant uit te bouwen met een volwassen sales- en marketingapparaat. “Awingu heeft alle fundamenten om commercieel succesvol te worden in binnen- en buitenland. Onze ambities zijn groei in Europa, en daarna expansie naar de Verenigde Staten, Azië en het Midden-Oosten.” Het eerste Amerikaanse sales kantoor is ondertussen geopend in North Carolina.

Desktopapplicaties mobiliseren

De typische vraag waar Van Uytven mee te maken heeft is volgens hem de wens van MKB- bedrijven om werknemers toegang te kunnen geven tot de bedrijfsapplicaties via verschillende devices. “We zien dat er bedrijven zijn die er zelfs over nadenken om niet meer zelf te investeren in devices, maar om werknemers een budget te geven en ze zo zelf een keuze te laten maken op welk apparaat ze werken. Essentieel is dan dus dat ze op een veilige manier toegang kunnen krijgen tot de relevante bedrijfsapplicaties en bestanden. Daar biedt Awingu de ideale oplossing voor, namelijk het mobiliseren van desktopapplicaties en het verschaffen van toegang tot bedrijfsgegevens op ieder moment tegen een lage bandbreedte.”

De oplossing is bedoeld voor MKB-bedrijven met een omvang van twintig werknemers tot enkele duizenden. “Aanvankelijk richtte Awingu zich op het faciliteren van hele grote bedrijven, maar mobiel kunnen werken is eigenlijk iets dat elk bedrijf nodig heeft. Alleen heeft bijvoorbeeld een klein advocatenkantoor met een vijftal werknemers niet dezelfde IT-voorzieningen als grotere bedrijven om dit te organiseren.

Eenvoudige server

De oplossing die Awingu hiervoor heeft ontwikkeld is de Smart Global Office (SGO), een cloud desktop-oplossing. Dit is een software-oplossing die op een eenvoudige server draait, virtueel of on-premise. Deze server vormt de schakel tussen de bestaande IT-infrastructuur van een bedrijf en de gebruiker. Waar hij staat maakt niet uit, het kan een publieke cloud zijn, op Amazone, Azure of Google. Awingu levert de benodigde software.

Deze software heeft weinig capaciteit nodig en draait al op een virtuele server met een 4GB geheugen. “Je hebt dus maar een heel eenvoudig servermodel nodig waarmee je de link kunt leggen met de back-end infrastructuur van het bedrijf.  Die wordt zo toegankelijk voor webbrowsers, die wel recent moeten zijn en HTML5 ondersteunen. Kortom, dit werkt op ieder toestel met internettoegang, van tablet en smartphone tot vaste computer en notebook. Voor de installatie hoeft niets te gebeuren, er is geen lokale configuratie nodig.”

Ook toegangsbeheer is automatisch geregeld. “Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld met consultants werkt, kunnen zij heel eenvoudig toegang krijgen tot een reeks applicaties. Wij beschrijven de applicatie wel eens als een soort kameleon, omdat de SGO-software zich aanpast aan de bedrijfsomgeving van de klant. Het is niet zo dat de bedrijfsomgeving aangepast moet worden.”

Snelheid

“Je kunt het ook een luie oplossing noemen. Ten eerste omdat wij hiermee het maximale uit de HTML5-functionaliteit halen. Ten tweede omdat we ons eigenlijk niet bezighouden met de gebruiker. We kijken dus niet welke gebruiker wat mag hebben, of welke gebruiker toegang heeft tot welke applicaties en drives. Omdat onze software verbonden is met de back end infrastructuur connecteren we tegelijkertijd met de authenticatie infrastructuur, zoals de domeinservers. Dus de rechten die een gebruiker al heeft als hij op kantoor is, nemen wij met onze oplossing gewoon over.”

Belangrijk is de snelheid. “Als je bijvoorbeeld in een traditionele virtuele desktop applicatie gaat werken en je wilt video’s afspelen gaat dat schoksgewijs. Wat wij doen is kijken naar het soort content dat we over moeten brengen. Als dat een filmpje is wordt de ruwe code overgebracht, en lokaal gecodeerd door HTML5. Ook uniek is de user locatie. Als je de user locatie neemt in een applicatie onder Citrix dan is dat de locatie van de applicatieserver, die in de VS zou kunnen staan. Maar klanten als bijvoorbeeld een lokale politiezone, die  willen weten waar ze zelf staan. HTML5 haalt deze data uit de GPS-ontvanger van het toestel of op basis van het IP-adres, waardoor je op een paar meter na altijd juist zit.

De applicaties die met de SGO benaderd worden zijn in feite alle applicaties die tegenwoordig normaal op kantoor gedraaid worden. “De kracht van deze technologie is het mobiel maken van oude legacy-applicaties. Bijvoorbeeld Microsoft Word en Microsoft Excel, maar ook een boekhoudpakket van twintig jaar geleden, AS400-applicaties en Linux-applicaties waar wellicht nooit cloudversies van zullen komen. Dus ook applicaties waarvan er nooit meer nieuwe versies komen kun je ermee draaien. Je krijgt dus een snelle gebruikerservaring omdat je zeer oude desktopapplicaties gaat cloudifyen en een nieuw leven geeft aan desktopapplicaties. Je krijgt hierdoor een gebruiksvriendelijke user interface op een tablet.”

Politie

Voor Awingu zijn partners een belangrijk onderdeel van de strategie. “In België werken we met de high-end/enterprise integratoren. Daarnaast werken we in het MKB met kleinere integratoren. In Nederland zijn wij nu aan het kijken of we kunnen gaan werken met hetzelfde profiel van spelers. Wij werken aan partnerships met diverse spelers. Voor de distributie gaan wij globaal werken met een broadline-partij en lokaal met een value-added distributeur.”

In Nederland werken ondertussen de eerste bedrijven met de oplossing van Awingu. In België heeft Awingu ondertussen veel tractie met overheidsinstellingen. “Daar is de software uitermate geschikt voor, omdat juist de overheid veel oude applicaties gebruikt, en geen budgetten heeft om nieuwe applicaties te ontwikkelen. Ook heel wat lokale politiezones van de Belgische politie gebruiken Awingu om agenten met een tablet op pad te sturen, waarmee ze toegang hebben tot software die soms nog uit de DOS-tijd stammen.”

MvdH

 

]]>
Sat, 09 Aug 2014 00:00:00 +0200 Walter van Uytven: ‘Iedereen wil mobiel werken’ http://executive-people.nl/item/502997/walter-van-uytven-a-iedereen-wil-mobiel-werkena.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
EMC: ‘Markt serviceproviders verandert razendsnel’ http://executive-people.nl/item/507083/emc-a-markt-serviceproviders-verandert-razendsnela.html  

EMC ziet de markt razendsnel veranderen. Inspelen op de behoeftes van de markt is voor serviceproviders dan ook van groot belang om relevant te blijven. EMC werkt proactief samen met serviceproviders om oplossingen perfect te laten aansluiten op de behoeftes van de markt. De DHPA is dan ook voor EMC een belangrijk platform om in contact te komen met zowel cloud-gebruikers als -leveranciers en helpt het bedrijf deze samenwerking aan te gaan.

"Consumenten willen steeds sneller steeds meer. Je hebt een aantal krachten in zowel de consumenten- als businessmarkt. Eén daarvan is mobiel. Je ziet dat iedereen continu online wil zijn. 'Big data' en de cloud in zijn algemeenheid zijn natuurlijk ook grote thema's. We zien dat door deze krachten de eisen vanuit de markt steeds zwaarder worden. Gebruikers stellen hogere eisen aan flexibiliteit, kosten en functionaliteit. Bedrijven worden dus steeds meer gedwongen om vernieuwende modellen te verzinnen voor de manier waarop zij zaken doen en de inhoud die zij leveren," legt Rens Koopman, District Manager voor Service Providers bij EMC uit”

Functionaliteit tegen functionaliteit

"Serviceproviders, cloud-partijen en outsourcers spelen een belangrijke rol in de wijze waarop bedrijven willen omgaan met het aanleveren van producten aan klanten. Hotels zijn hiervan een goed voorbeeld. Vroeger waren hotelbezoekers simpelweg klant bij een hotel. Tegenwoordig kunnen zij echter ook terecht bij bijvoorbeeld websites die alternatieven bieden. De strijd is dan ook niet langer product tegen product, maar functionaliteit tegen functionaliteit en alternatief tegenover alternatief. Deze alternatieven zijn eenvoudig beschikbaar, aangezien iedereen alles kan opzoeken. Dit zorgt ervoor dat bedrijven zeer flexibel moeten zijn en snel moeten kunnen schakelen.".

"Bedrijven kunnen echter niet langer alles zelf doen. Hier komt de ontwikkeling van de cloud dan ook vandaan. Steeds meer functionaliteit, capaciteit en performance wordt in de cloud gezet, wat organisaties ontlast. Vroeger kozen bedrijven tussen het zelf hosten van een oplossing of het outsourcen hiervan. Tegenwoordig zie je dat applicaties, workflows en acties steeds vaker door bedrijven tijdelijk of permanent in de cloud worden gezet, waarbij een hybride model wordt gehanteerd. Een dergelijk hybride model stelt bedrijven in staat de cloud te combineren met hosten in eigen beheer," aldus de District Manager voor Service Providers.

Diensten snel leveren

"Door deze ontwikkeling wordt het voor serviceproviders en outsourcers steeds belangrijker te zorgen dat zij snel een dienst kunnen leveren. Wij ondersteunen serviceproviders hierbij en richten ons op twee dingen. Wij proberen serviceproviders door onze producten en diensten in staat te stellen diensten efficiënt en kosteneffectief te leveren. Dit is echter iets waar alle spelers op de markt naar kijken. Wat wij specifiek anders doen, is dat wij proactief met de serviceprovider nadenken over de behoeftes van de markt. Onze salesorganisatie is dan ook specifiek ingericht voor de samenwerking met oursourcers en serviceproviders. Wij zien serviceproviders niet zo zeer als klant, maar juist als partner."

"Bij veel van onze concurrenten kan je ook terecht voor outsourcing of cloud-omgevingen. Ook wij hebben de mogelijkheid gehad deze opties aan klanten te bieden. EMC heeft echter besloten dit niet te doen en juist de samenwerking aan te gaan met serviceproviders bij de ontwikkeling van diensten. Wij onderscheiden ons door samen met serviceproviders oplossingen te ontwikkelen voor de markt. Voorbeelden zijn Backup as a Service, 'Archivering as a Service' en 'Uitwijk as a Service'. Steeds meer bedrijven brengen bijvoorbeeld hun data onder in een eigen datacenter, maar brengen de uitwijklocatie onder in de cloud," licht Koopman toe.

Data Analytics as a Service

"Je ziet ook allerlei nieuwe diensten ontstaan. Big data is bijvoorbeeld op dit moment een hot item. We zijn momenteel bezig met een aantal partners om Data Analytics as a Service op te zetten. EMC is samen met VMware in het bezit van Pivotal, dat een belangrijke pilaar vormt binnen onze federatie. Capgemini kondigde onlangs aan honderden mensen specifiek rond dit platform voor data-analytics te gaan opleiden. Je ziet dus dat ook grote oursourcers hierin investeren, aangezien iedereen op zoek is naar manieren om meer waarde te kunnen leveren aan klanten. Dit is dan ook wat wij heel proactief met serviceproviders doen".

"Wereldwijd en lokaal in Nederland hebben wij het doel samen te werken met oursourcers en serviceproviders. Veel bedrijven in Nederland willen dicht bij huis blijven op het moment dat zij data in de cloud zetten. In Amerika heb je bijvoorbeeld de Patriot Act. Bedrijven krijgen door deze wet het gevoel dat partijen die een datacenter in de Verenigde Staten hebben, minder gesloten kunnen zijn dan gewenst. Veel Nederlandse bedrijven willen dataopslag daarom graag dicht bij huis houden. Hier spelen wij op in, en werken samen met bijvoorbeeld ReasonNet en Open Line," zegt de District Manager voor Service Providers van EMC.

'DHPA is een belangrijk platform'

"De DHPA is voor ons een belangrijk platform in Nederland. Deze stichtingzorgt voor uitwisseling tussen gebruikers die cloud-leveranciers zoeken en cloud-partijen die samen nadenken hoe in te spelen op de marktbehoeftes. De DHPA is voor ons dan ook een belangrijk platform. Wij vinden daarom dat wij aanwezig horen te zijn op de Techday. Het evenement is daarnaast een ideale gelegenheid om de laatste producten en ontwikkelingen te laten zien aan onze doelgroep, aangezien deze massaal op de dag aanwezig is".

"In de ontwikkeling van datacenters in de komende paar jaar staat 'software defined' naar ons idee centraal. Denk hierbij aan software defined datacenter, software defined management, software defined storage en alles wat daarbij komt kijken. Het gaat de komende jaren dan ook veel meer over homogeen beheer, goedkoop beheer, snel beschikbaar kunnen stellen van opslagecapaciteit. Wij denken dat dit een heel belangrijke rol gaat spelen. Op het moment dat je deze softwarelaag goed geregeld hebt, kan je de service vanuit het datacenter veel flexibeler gebruiken om de business goed te ondersteunen," aldus Koopman.

WH

 

]]>
Sat, 02 Aug 2014 00:00:00 +0200 EMC: ‘Markt serviceproviders verandert razendsnel’ http://executive-people.nl/item/507083/emc-a-markt-serviceproviders-verandert-razendsnela.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Mark Wiertsema, Microsoft: ‘Cloud OS vereenvoudigt beheer' http://executive-people.nl/item/507079/mark-wiertsema-microsoft-a-cloud-os-vereenvoudigt-beheer.html


Cloud OS is een visie van Microsoft om het beheer van infrastructuur te doen, ongeacht de locatie waar deze zich bevindt. Zowel het datacenter van de eindgebruiker, de serviceprovider als publieke cloud-diensten kunnen hierdoor vanuit één omgeving worden beheerd. . "We willen graag een bijdrage leveren aan de 'hands-on' aanpak op de DHPA Techday, aangezien we de afgelopen jaren veel nieuwe innovaties in onze serverproducten hebben gelanceerd,," zegt Mark Wiertsema, Hosting en Cloud Sales Lead bij Microsoft.

“Cloud OS is geen product, maar meer een visie. De producten die deze visie mogelijk maken zijn Server 2012 R2, Windows Azure Pack en System Center. Dit zijn op zich bekende producten, al zijn de vele functionaliteiten nog niet voor iedereen duidelijk. Deze producten bevatten heel veel technologie die we in de afgelopen jaren ontwikkeld hebben voor het beheer van onze eigen 'multi-tenant' datacenters, Windows Azure of Office 365,” legt Wiertsema uit.

Hybride oplossingen

Het grootste deel van de IT wordt op dit moment door klanten 'on-premise' gedraaid, wat niet snel zal veranderen. De groei komt echter wel uit de cloud. Het antwoord hierop is dus hybride oplossingen. De klant heeft een deel van de applicaties in de eigen omgeving, andere applicaties in een gehoste omgeving bij een partner en maakt daarnaast ook gebruik van standaarddiensten als Office 365 voor de productiviteit. Voor de gebruiker moet de plek waar de applicatie zich bevindt transparant zijn. Dit ondersteunen wij met Cloud OS," legt de cloud-expert van Microsoft uit.

Serviceproviders willen het bijhouden van voorvallen (event management) zoveel mogelijk kunnen automatiseren en daarnaast voor hun klanten zowel het beheer van de infrastructuur als identiteits-, data- en applicatiebeheer vanuit één omgeving kunnen regelen," zegt Wiertsema. “Cloud OS is hier perfect voor”.

Veel ongebruikte functionaliteiten

"We zien dat veel beheerders wel de nieuwste technologie tot hun beschikking hebben, maar lang niet alle beheerfunctionaliteiten daadwerkelijk gebruiken. Beheerders gebruiken allerlei extra tools, waarvoor apart moet worden betaald. Zij kunnen op dit gebied dan ook een flinke efficiencyslag maken," aldus de Hosting & Cloud Sales lead. “Cloud OS maakt heel veel tools die op dit moment voor beheer worden gebruikt, eigenlijk overbodig”.

Wiertsema: "Beheerders lijken niet op de hoogte te zijn van alle functionaliteiten die aanwezig zijn in dit soort geïntegreerde beheeroplossingen. Onze standaardproducten hebben zich in de afgelopen jaren razendsnel ontwikkeld en er zijn veel nieuwe functionaliteiten aan de oplossingen toegevoegd. Wie zich dus een jaar geleden in onze oplossingen heeft verdiept, kan nu alweer veel nieuws ontdekken. De DHPA Techday is hiervoor een ideale gelegenheid."

"We willen de technologie die wij hebben ontwikkeld op de DHPA Techday laten zien en ervaren. We nemen daarom veel technische experts mee naar het evenement en geven bezoekers de mogelijkheid zowel vragen te stellen als cases voor te leggen. Bezoekers kunnen ons bijvoorbeeld hun huidige situatie voorleggen, waarna wij hun vertellen hoe wij deze case zouden aanpakken. De voordelen die Cloud OS voor hun specifieke situatie biedt worden hierdoor direct duidelijk," aldus de cloud-expert van Microsoft.

Perrit

Verschillende serviceproviders maken al gebruik van de Cloud OS-visie van Microsoft. Perrit is hier een goed voorbeeld van. Het bedrijf helpt als cloud-aggregator klanten door het aanbieden van 'turnkey' online diensten. Denk hierbij aan de complete Microsoft-productstack, maar ook aan add-on's en diensten van onafhankelijke softwareleveranciers. De dienstverlening van Perrit kan worden geleverd vanaf één van haar eigen locaties, vanaf Azure of vanaf de 'hosting fabric' van een willekeurige provider, inclusief de 'on-premise'-omgeving van de eindklant.

"De keuzevrijheid is door Cloud OS sterk vergroot. Op dit moment zijn heel veel mensen nog steeds on-premise. De hybride cloud blijft naar verwachting dan ook heel lang bestaan. Dit is dus een heel grote markt, die met Cloud OS heel goed ontsloten kan worden. Cloud OS maakt het uitrollen van applicaties eenvoudiger en meer gestandaardiseerd. De kwaliteit van de implementatie gaat hierdoor omhoog en applicaties worden minder foutgevoelig. Je kunt hierdoor op een andere manier je bedrijf inrichten en opnieuw kijken naar de manier waarop je als bedrijf de behoefte van de eindklant wilt invullen," zegt Henk Kok, CEO en oprichter van Perrit. Dat de hybride cloud voorlopig de toekomst is, blijkt uit onderzoek van IDC en Microsoft, die voorspellen dat maar liefst 70 procent van de bedrijven in 2016 zijn IT nog steeds voor een deel on-premise heeft.

Uitrollen naar verschillende platformen

"Wij leveren diensten van onafhankelijke softwareleveranciers en alle standaard Microsoft-producten vanuit de cloud in abonnementsvorm via partners naar klanten. Wij gebruiken hiervoor Cloud OS technologie waardoor wij heel gemakkelijk software kunnen uitrollen naar een willekeurig datacenter/platform.," legt Kok uit.

"De cloud wordt vaak opgedeeld in drie lagen: 'infrastructure as a service' (IaaS), 'platform as a service' (PaaS) en 'software as a service' (SaaS). Wij zeggen tegenwoordig echter dat de cloud eigenlijk bestaat uit drie assen. De eerste as bestaat uit de publieke of private cloud, waar een keuze tussen kan worden gemaakt. Een private cloud is uitsluitend beschikbaar voor de eindgebruiker, terwijl de eindgebruiker een publieke cloud deelt met andere gebruikers. De tweede as bestaat uit 'multi-tenant' of 'single-tenant'. Bij multi-tenant maken meerdere eindgebruikers gebruik van dezelfde fysieke software, maar hebben alleen toegang tot hun eigen data. Bij single-tenant is de eindgebruiker de enige gebruiker van de fysieke software. De derde as is 'managed' of 'unmanaged'. 'Managed' applicaties worden door de cloudprovider beheerd, terwijl 'unmanaged' applicaties bij de eindgebruiker zelf in beheer zijn," aldus de oprichter van Perrit.

Eenvoudig uitrollen

"In totaal zijn dit dus de acht kwadranten. Cloud OS zorgt ervoor dat je op een eenvoudige manier naar alle kwadranten kunt uitrollen, zonder dat je een eindklant met dit proces hoeft te vermoeien. Je kunt details die de eindklant eigenlijk niet interesseren, achterwege laten en hier zelf op de juiste manier invulling aan geven. Doordat Cloud OS beheer en support sterk standaardiseert, kan je daarnaast veel eenvoudiger aan de  klanten aangeven wat dit gaat kosten," licht Kok toe.

"De uitrol naar steeds meer verschillende omgevingen heeft tot gevolg dat het beheer complexer wordt. Cloud OS helpt cloudproviders desondanks de kwaliteit van hun dienstverlening te waarborgen. De technologie van Microsoft bevat alle beheerfunctionaliteiten die nodig zijn en maakt het mogelijk beheer van klant applicaties maximaal te automatiseren. Zowel de kwaliteit en betrouwbaarheid van de leverantie als de zekerheid dat de uitrol op iedere omgeving op exact dezelfde wijze verloopt, zorgt ervoor dat je veel minder technische ondersteuning nodig hebt," zegt de CEO van Perrit. Voor zowel de klant als de onafhankelijke softwareleverancier betekent dit dus een sterke reductie in kosten.

Onafhankelijke softwareleveranciers

"Vanuit dit perspectief is het dan ook eenvoudiger om met verschillende onafhankelijke softwareleveranciers te gaan samenwerken. Cloud OS gaat namelijk hand-in-hand met de veranderende manier waarop deze softwareleveranciers omgaan met hun ontwikkelproces. Cloud OS maakt het voor serviceproviders gemakkelijker samenwerkingen aan te gaan met onafhankelijke softwareleveranciers, aangezien applicaties op een mooie en gestructureerde manier kunnen worden uitgerold naar iedere omgeving. Hier liggen dus prima kansen voor serviceproviders," aldus Kok.

WH

 

]]>
Sat, 26 Jul 2014 00:00:00 +0200 Mark Wiertsema, Microsoft: ‘Cloud OS vereenvoudigt beheer' http://executive-people.nl/item/507079/mark-wiertsema-microsoft-a-cloud-os-vereenvoudigt-beheer.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Hero Business Solutions: 'Fundamentele verschuivingen in groeiende markt' http://executive-people.nl/item/507077/hero-business-solutions-fundamentele-verschuivingen-in-groeiende-markt.html
Hero Business Solutions is een ICT-intermediair met een bijzondere aanpak. 'Een 'matchmaker' met veel toegevoegde waarde', zoals ze het zelf noemen. Directeuren Jeroen de Vries en Edwin Gierstberg wisten hun bedrijf dwars door de crisis ieder jaar te laten groeien. Aan het einde van dit jaar willen ze zo'n honderd mensen gedetacheerd hebben bij hun klanten.

Hero Business Solutions vult tijdelijke posities bij klanten in, waarbij de focus op IT-vlak ligt. De Vries: “Wij zitten in het hogere marktsegment en leveren onder andere programmamanagers, projectleiders, architecten, senior ontwikkelaars, netwerk-engineers en senior IT-specialisten. Zo werkt ons model ook het best. Je komt naar ons voor moeilijk vindbare mensen. We proberen volledig vraaggedreven te werken, dus we gaan uit van de behoeften van de klant waarin we maximaal proberen te voorzien. Onder meer door de ‘onvindbare kandidaat' toch te vinden.”

Flexibiliteit en kwaliteit

Gierstberg benadrukt dat Hero Business Solutions veel meer is dan een CV-schuiver: “Je moet de omgeving goed kennen en meer kunnen doen dan alleen maar een goed mannetje leveren. Je moet met opdrachtgevers meedenken en met nieuwe input komen. Maar we zorgen er ook voor dat het een feest is als we langskomen.”

Om de beste match te realiseren pakt Hero het anders aan dan andere bedrijven in de markt. “Het belangrijkst is dat we niet eigen declarabele mensen in dienst hebben, zodat we nooit in de verleiding komen om mensen te gaan pushen voor een opdracht,” zegt De Vries. Mede door ons netwerk zijn wij sterk in het achterhalen van de klantvraag. Als die vraag eenmaal bij ons bekend is, hebben we een heel instrumentarium om zo snel mogelijk de beste mensen te vinden. Daarvoor hebben we een eigen dashboard ontwikkeld voor integratie met 'jobboard' en sociale media, daarnaast hebben we eigen databases met kandidaten. Zodra wij een positie mogen matchen voor een klant, gebruiken we al die kanalen om te kijken wie er beschikbaar is en wie de best mogelijke match is. Vervolgens maken we een selectie uit de aanmeldingen en houden we interviews, eerst telefonisch en dan 'face to face'."

De Vries ziet dat andere bedrijven het contact met klanten en potentiële kandidaten anders zien: “Je hebt in de markt eigenlijk vier verschillende matchmakers. Je hebt de echte integrators, waaraan je je werk kunt uitbesteden. Vervolgens de 'brokers', bedrijven die alleen maar op basis van harde vaardigheden matchen. Dan heb je nog de traditionele detacheringsbureaus, die zelf medewerkers in dienst hebben die ze proberen te slijten aan klanten. En je hebt ons als vierde smaak, een matchmaker die veel toegevoegde waarde levert, klanten goed kent, flexibel is en voor kwalitatief hoogwaardige matches gaat. De markt dacht traditioneel in de eerste drie smaken, maar de laatste vier a vijf jaar zien we dat die vierde smaak steeds vaker gevraagd en gewaardeerd wordt. Zeker voor het invullen van tijdelijke posities op een bepaald niveau wordt vaak geheel overgeschakeld op het matchmaking-model.

 

IFS-specialisten vinden in Singapore

Een goed, recent voorbeeld van een klant die op de 'Hero-manier' is geholpen met zijn vraag betreft een van Nederlands grootste scheepsbouwers. Die zocht IFS-specialisten om allerlei lokale systemen in China en Singapore te integreren in zijn ERP-systeem. Ze hadden een aanvraag bij Hero en andere bureaus uitgezet voor IFS-specialisten in Nederland die op locatie in Azië zouden gaan werken, maar alle kandidaten in Nederland waren al bekend bij de opdrachtgever en hadden vaak al een geschiedenis bij het bedrijf. Uiteindelijk heeft Hero haar registers in het buitenland opengetrokken en via een bevriend bureau in Londen kandidaten in Singapore zelf gevonden. Daarvan gaan er nu twee starten. Hero was de enige van alle leveranciers die op het idee kwam om in het buitenland kandidaten te zoeken. Er waren twee mensen nodig, en uiteindelijk kon Hero zelfs een keuze uit drie geschikte kandidaten bieden.

Geen probleem met de crisis

De crisis heeft Hero Business Solutions, in tegenstelling tot veel andere detacheerders, niet in de problemen gebracht. Het bedrijf is de afgelopen jaren juist flink uitgebreid. Gierstberg: “Wij konden iets wat weinig anderen konden, namelijk heel goed werk lokaliseren en daar de beste mensen bij vinden in de neergaande markt. Nu is de markt opgaand en merken we wel dat er fundamentele verschuivingen plaatsvinden. De vraag verandert van ‘waar ligt de business’ naar ‘waar zitten de kandidaten’.”

Gierstberg en De Vries zijn het er over eens dat 2013 voor hen de meest ideale economische situatie was. Enerzijds was er voldoende klantvraag en anderzijds waren de kandidaat relatief goed vindbaar. Vanaf begin 2014 is de vraag naar kandidaten hard gestegen en de beschikbaarheid van kandidaten daardoor sterk afgenomen. De te verrichten inspanningen om geschikte kandidaten te vinden zijn dan ook hard aan het oplopen.

“We merken dat klanten langzamer op marktveranderingen reageren dan kandidaten. Dus toen de economie neerging, zakten onze inhuurtarieven harder dan onze verhuurtarieven. Nu gebeurt precies het tegenovergestelde: we zitten op minimale verhuurtarieven terwijl de tarieven van de kandidaten hard omhoog gaan. Dat zet druk op onze marges en op het maken van een 'fit': want dan heb je een kandidaat gevonden en kom je er niet uit met betrekking tot het tarief."  Daarnaast zijn kandidaten niet meer zo lang beschikbaar zoals bijvoorbeeld twee of drie jaar geleden. Als een traject nu drie tot vier weken duurt, dan is een kandidaat vaak al bij een andere opdrachtgever begonnen. Opdrachtgevers moeten dikwijls nog wennen aan deze nieuwe realiteit. Uiteraard probeert Hero dit zowel aan de kant van de klant als ook van de kandidaat te managen en in goede banen te leiden.

Naast een aantrekkende markt merkt Hero ook dat ze meer en meer een ‘merk’ geworden zijn en dat het 'matchmaking' in aandeel toeneemt. Tot twee jaar geleden moest Hero actief de markt op. Dat model is inmiddels behoorlijk gekanteld, momenteel wordt 95 procent van alle aanvragen door opdrachtgevers zelf aangebracht bij Hero.

MV

 

]]>
Sat, 19 Jul 2014 00:00:00 +0200 Hero Business Solutions: 'Fundamentele verschuivingen in groeiende markt' http://executive-people.nl/item/507077/hero-business-solutions-fundamentele-verschuivingen-in-groeiende-markt.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Penny Baldwin, CMO Intel Security: ‘Beveilig je digitale leven’ http://executive-people.nl/item/507076/penny-baldwin-cmo-intel-security-a-beveilig-je-digitale-levena.html
Onlangs bracht Penny Baldwin een bezoek aan Nederland. Zij is als Chief Marketing Officer (CMO) verantwoordelijk voor het doorvoeren van de naamswijziging van McAfee in Intel Security. Executive People had met haar een exclusief interview over deze transformatie, en de strategische overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

De rebranding van McAfee tot Intel Security heeft volgens CMO Penny Baldwin diverse redenen. Aan de basis staat de terugkeer van Renée James als president van de board, de vrouw die drie jaar geleden verantwoordelijk was voor de acquisitie van McAfee door Intel. Zij heeft samen met CEO Brian Krzanich besloten om security een van de hoogste prioriteiten bij Intel te maken.

“Nu technologie steeds meer ingebed is in je persoonlijke en professionele leven, geloven wij dat veiligheid ook steeds meer ingebed moet worden in technologie”, legt Baldwin uit. “Alles zal met elkaar verbonden worden. En wij geloven dat alles daarom inherent veilig zou moeten zijn, zodat mensen onbezorgd hun digitale leven kunnen leiden, in de wetenschap dat ze zich geen zorgen hoeven te maken.”

Security alomtegenwoordig

“Security zou overal moeten zijn, alomtegenwoordig, altijd aan. Die lange termijnvisie is de reden dat McAfee Intel Security is geworden.” Volgens Baldwin past dit in de visie van Intel om een lange termijn-strategie te ontwikkelen die op onderdelen soms tien jaar vooruitkijkt, een bijzondere benadering in de volatiele ICT.

Aan de rebranding ligt een diepgaand marketingonderzoek ten grondslag. “Het is belangrijk om bij een dergelijk proces rekening te houden met de merkwaarden. Toen we onderzoek deden naar de brands kwam naar voren dat McAfee een aantal sterke waarden heeft. Het merk staat voor veiligheid en bescherming. Intel voegt daar de waarden performance, innovatie en vertrouwen aan toe.”

Vanwege die merkperceptie zal McAfee wel als productnaam blijven bestaan. “Maar Intel Security wordt het hoofdmerk dat die producten ondersteunt. En als we in de toekomst security integreren in de hardware zal dat gebeuren onder de naam Intel Security. Zo kunnen we de waardes van McAfee overbrengen naar het hoofdmerk. Want merkwaarden zijn fragiel, je moet ze verdienen bij je klanten.”

Uitdagingen

Ze erkent dat er een perceptuele erfenis bestaat voor de naam McAfee als niet meer dan een antivirus-provider. “Dat beeld is volledig verouder, maar het bestaat nog wel. En natuurlijk hebben we een antivirus-product, maar we hebben zoveel meer producten. Dus we willen er zeker van zijn dat de markt begrijpt dat we niet langer alleen apparaten beveiligen, maar het hele digitale leven.”

Over de rol die de recente ophef rond McAfee-oprichter en naamgever John McAfee speelt bij de naamswijziging is ze kort: “Hij is al twintig jaar niet meer bij het bedrijf betrokken. Deze beslissing is gebaseerd op sound business strategy op basis van een toekomstvisie op security. Intel Security is het juiste merk om die waardepropositie over te brengen.”

Vertrouwen

Volgens Baldwin zijn CIO’s nieuwsgierig naar de vraag wat Intel Security gaat doen om ze te helpen bij het aanpakken van de uitdagingen in hun core business. “Het gaat om de Total Cost of Ownership. Ze willen een vertrouwensband hebben met hun leverancier, en zijn op zoek naar een technologische visie om weg te komen van de vele individuele security providers. Ze willen één allesomvattende strategie die zorgt voor veiligheid, op kosteneffectieve manier.”

“Wij geloven dat veiligheid vraagt om coördinatie. Veiligheid die respondeert maakt je beter met ieder incident. Het is gelaagd, het is verbonden en het optimaliseert voortdurend je gehele veiligheidssysteem. Op dit moment geven de meeste veiligheidssystemen achteraf aan dat je aangevallen bent.Maar ze doen niets om te verbeteren. Wij vinden dat veiligheidssystemen je niet alleen moeten vertellen dat je bent aangevallen, maar er ook van moeten leren en die intelligentie porten naar alle security management functies om te zorgen voor een continue leercyclus die je steeds beter beschermt tegen bedreigingen.”

MvdH

 

]]>
Fri, 18 Jul 2014 00:00:00 +0200 Penny Baldwin, CMO Intel Security: ‘Beveilig je digitale leven’ http://executive-people.nl/item/507076/penny-baldwin-cmo-intel-security-a-beveilig-je-digitale-levena.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Peter van der Torn: Naar een Software Defined Datacenter http://executive-people.nl/item/507072/peter-van-der-torn-naar-een-software-defined-datacenter.html

 

Steeds meer organisaties overwegen een overstap naar een Software Defined Datacenter (SDD). Peter van der Torn, Presales Consultant bij i³ groep, vertelt wat een SDD precies is en wat de voordelen zijn. “Het inzetten van een SDD is geen doel op zich, maar een middel om businessuitdagingenaan te gaan.”

Wat is een Software Defined Datacenter (SDD)?

“In de visie van i³ groep bestaat een SDD uit infrastructuur in een datacenter die volledig isgevirtualiseerd en als servicevorm beschikbaar wordt gesteld. De core componenten zijn gepooldegevirtualiseerde server-, storage- en netwerkcomponenten. Daarnaast zijn er randvoorwaarden als sla’s.

Het vertrekpunt is de business logic, de vertaling van benodigde functionaliteiten die vanuit de business worden gesteld aan de ICT. Deze vertaalslag loopt via de automation- of orchestration-laag. (zie afbeelding) Een gebruiker dient bijvoorbeeld op basis van de gedefinieerde business logic via de orchestration-laag een verzoek in voor het gebruik van een functionaliteit, applicatie of andere toepassing. Vervolgens gaat de uitrol en toewijzing van recources uit de gevirtualiseerde infrastructuurpool op basis van door de beheerafdeling gedefinieerde workflows bijna helemaal automatisch.”

Brengt dit kostenvoordelen met zich mee?

“Jazeker,als je een SDD gaat invoeren gaat dat vaak stapsgewijs. Je begint met gevirtualiseerde servers en kijktdaarna naar andere te virtualiseren elementen. Je kunt dan naarautomation, het automatiseren van resource-uitrol. Omdat dit niet meer handmatig hoeft kun je de OPEX (OperationalExpense) van het beheer terugbrengen. Doorlooptijd en flexibiliteit van aanvragen kunnen enorm worden verbeterd en teruggebracht van enkele dagen of weken tot minuten of uren.”

Een SDD is dus niet iets wat je uit een doosje van de plank pakt?

“Klopt. Het zijn nog steeds infrastructuurspullen, maar het vertalen van de organisatiebehoeften is erg belangrijk. Het gaat veel verder dan alleen een doosje naar binnen schuiven. Er zijn vendoren die bijvoorbeeld zoveel mogelijk kerncomponenten in één doos stoppen, gecombineerd met de orchestration software, maar de vertaling van de business logic blijft ontzettend belangrijk.”

Hoe maak je de transitie naar een SDD?

“De transitie hoeft niet heel ingewikkeld te zijn. Nederland loopt voorop qua virtualisatie. Gemiddeld is bijna de helft van de workloadsgevirtualiseerd en bij veel organisaties zelfs meer. Het gaat vaak nog om het zetten van die laatste stappen naar een geconvergeerde, gepoolde omgeving. De echte uitdaging zit hem in het op elkaar afstemmen van business en IT. Het inzetten van een SDD is geen doel op zich, maar een middel om businessuitdagingenaan te gaan. Denk aan self-service portals en gebruikers sneller en efficiënter toegang geven tot ICT.”

Wat is het verschil tussen private clouds en SDD?

“Een SDD is een goede basis om een vorm van cloud mee op te zetten. Of dat dan een public, hybrid of private vorm is, maakt niet uit. Het verschil is dat een cloud ook een softwaredienst kan bevatten of vanuit een gedeelde infrastructuur kan komen. Een SDD is meer een middel om die clouddiensten makkelijk te kunnen integreren.”

Wat betekent deze ontwikkeling voor de ‘gevestigde orde’?

“Een veelgenoemde naam in deze context isVMware. Zij zijn pionier in virtualisatie. Maar omdat virtualisatie inmiddels gemeengoed is,moet ook VMware een volgende stap maken. Dat zijn dus SDD-oplossingen. Daarnaast rammelt Microsoft aan de deur met Hyper-V (en Systems Center als beheertool). Het gaat dus interessant worden de komende tijd! Aan de andere kant zijn er organisaties als HP en IBM die sterk inzetten op converged-oplossingen waarin de storage-, server- en netwerkcomponenten in één box zitten, samen met de automation software: een soort datacenter in a box. Ook komen er een hoop nieuwe bedrijven op, zoals Nutanix.

Je kunt niet zeggen dat door de software de hardware er niet meer toe doet. Die is nog steeds bepalend voor een deel van de snelheid van een infrastructuur. Maar de software gaat wel een steeds grotere rol spelen.”

Waar moet iemand die naar een SDD wil op letten?

“Eén van de keuzeswaar je voor gesteld wordt, is die tusseneen vendor die eigen producten ontwikkelt of een die alles baseert op open standaarden. Met open standaarden als OpenStackvoorkom je potentiële lock-in-situaties. Je ziet dat de grote leveranciers ook aanhaken bij deze open standaarden.Daarnaast kijken wij naar welke partijen de sterkste roadmap, de beste integratie met de hypervisor en betrouwbaarste support bieden voor onze klanten. Dat zijn nu Microsoft en VMware. Virtualisatie blijft tenslotte de belangrijkste karaktereigenschap van een SDD.”

Wat zijn redenen om naar een SDD over te stappen?

“Vaak wil men ICT beter laten aansluiten op veranderingen in organisaties. Dat kunnen overnames, groei of snel veranderende marktomstandigheden zijn waar traditionele ICT niet mee om kan gaan. Ook de behoefte aan self-service vanuit de gebruiker kan belangrijk zijn. SDD scheelt in de beheerdruk en geeft gebruikers meer vrijheid.”

Maar krijg je door self-service geen wildgroei?

“Je moet als organisatie goed kijken welke behoeften je hebt. Een angst die leeft is dat gebruikers door self-service-portals voor ieder wissewasje nieuwe recources claimen. Afhankelijk van de gedefinieerde business logics kan echter de mate van vrijheid bepaald worden. Je moet goed de workflows definiëren, en autorisaties en checks inbouwen, dan voorkom je wildgroei.”

 

]]>
Mon, 07 Jul 2014 00:00:00 +0200 Peter van der Torn: Naar een Software Defined Datacenter http://executive-people.nl/item/507072/peter-van-der-torn-naar-een-software-defined-datacenter.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
Naar Enterprise Service Management http://executive-people.nl/item/525794/naar-enterprise-service-management.html Zo'n 6.500 deelnemers van over de hele wereld bezochten Knowledge 14, de jaarlijkse klantenbijeenkomst van ServiceNow. Hier hoorden ze vooral praktijkverhalen over de overgang van IT-servicemanagement naar enterprise-servicemanagement. Waar service-management in het verleden vooral een zaak was voor de IT-afdeling, ontstaan in de praktijk bij de invoering van de software van ServiceNow slimme toepassingen bij andere afdelingen, bijvoorbeeld marketing en HR. Die toepassingen kunnen nu worden gedeeld via Share.

Ongeveer honderd CIO’s bezochten dit jaar Knowledge 14. “Zij zijn vooral erg geïnteresseerd in de kansen die onze oplossingen bieden om proactief te worden en IT-diensten op de juiste manier te leveren," zegt Kevin Tumulty, vicepresident EMEA van ServiceNow “Zij kijken naar zaken als catalogi en selfservice portals. Hoe zet je die technologie in, zodanig dat medewerkers een IT-ervaring hebben die overeen komt met wat ze thuis gewend zijn op hun tablet en smartphone?”

“Wij helpen de CIO´s met de vraag wie ze daarbij kan helpen, èn met de vraag wie ervaring heeft met dezelfde problematiek. Want ze staan allemaal onder druk, zowel van de kant van de CEO als van de CFO. Ze moeten meer competitief zijn, zorgen voor innovatie en tegelijkertijd kosten reduceren. Waar het op neerkomt, is dat zij de gebruikerservaring met IT moeten verbeteren, want die is in het verleden niet bepaald positief geweest.”

“Daarnaast willen ze alles wat er in een organisatie gebeurt managen. Het gaat om service-delivery, en die services komen zowel van binnen als buiten de organisatie. Het hele management van die twee zaken is voor hen de grote uitdaging. Ze hebben te maken met schaduw-IT, zoals Amazon-toepassingen waar ze niet bij zijn betrokken, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor IT. Niet om het allemaal volledig in eigen hand te houden, maar wel om ervoor te zorgen dat het volgens de regels, wetgeving en kosten gebeurt.”

Dàt is waar het volgens hem met servicemanagement heengaat: “Je wilt aan de ene kant je medewerkers de ruimte en de vrijheid geven om nieuwe dingen te ontwikkelen. En tegelijkertijd wil je dat wel binnen de kaders van de organisatie organiseren. We horen regelmatig van CIO’s dat andere afdelingen met een creditcard een eigen IT-omgeving regelen in de cloud, die na verloop van tijd verandert in de productieomgeving.”

Innovatie delen

Een van de belangrijkste aankondigingen tijdens Knowledge 14 was die van Share. Kevin Tumulty legt uit: “Wat we hoorden van onze klanten is dat we weliswaar jaarlijks bij elkaar komen, en daarnaast soms ook lokaal in gebruikersgroepen, maar wat ontbrak was de mogelijkheid de getoonde innovaties makkelijk te delen.”

Met Share komt hier verandering in, en wordt de gemeenschap uitgebreid, zodat iedereen wereldwijd kan zien wat er allemaal voor slimme applicaties zijn ontwikkeld op de software van ServiceNow. Tumulty: “Je kunt nu eenmaal ook op een evenement als Knowledge 14 nooit alle sessies volgen, terwijl je met Share wel gericht kunt zoeken naar toepassingen voor bepaalde sectoren of branches die bij je passen. Dit is echt iets wat we gemaakt hebben naar aanleiding van de feedback van onze klanten.”

Wat is Share?

ServiceNow Share is een online platform dat klanten en partners van ServiceNow in staat stelt om applicaties die zijn ontwikkeld met het ServiceNow Service Automation Platform te uploaden en downloaden. Share biedt ontwikkelaars dus de mogelijkheid om gebruik te maken van en verder te bouwen op bestaande content. Ook kunnen ontwikkelaars content delen via Share, om de ontwikkeling van nieuwe applicaties te versnellen en de dienstverlening te verbeteren.

Met Share kunnen klanten applicaties, extensies, stukjes code, workflow-documenten, integraties en dashboards sneller vinden, beter evalueren en eenvoudiger downloaden. Alle content is afkomstig van geauthenticeerde klanten en partners van ServiceNow en wordt gratis beschikbaar gesteld.

Enkele voorbeelden van ServiceNow-applicaties zijn:

HR Policy Tracking – een oplossing voor het overbrengen van het HR-beleid op nieuwe werknemers. De ontwikkelaar heeft deze applicatie ontwikkeld ter vervanging van een handmatig proces in Lotus Notes.

Legal Request Tracking System – deze oplossing automatiseert verzoeken aan de juridische afdeling. In dit systeem kan de status van verzoeken worden gevolgd, de volgorde van het goedkeuringsproces, de correspondentie, prioritering en de workflow.

Health and Safety Incident Management – deze oplossing houdt alle gezondheids- en veiligheidsincidenten bij en beheert deze via een goed gedefinieerde workflow. De applicatie gebruikt het ServiceNow-platform voor de workflow en het bijhouden van 'service level agreements' (SLA), meldingen, toegankelijkheid en rapportages.

Communication and Marketing Services – deze applicatie is bedoeld voor de intake, het beheer en de facturatie van marketingdiensten zoals reclame, merkproducten, digitale ontwerpen, e-mail, evenementregistratie, marketing, drukwerk en sociale media. De oplossing vervangt papieren mappen, Excel-sheets en vele e-mails.

Vulnerability Management System – de oplossing integreert een grote hoeveelheid data afkomstig uit 'network security vulnerability scanning systems' met informatie uit de ServiceNow Configuration Management Database (CMDB) en wijst vervolgens automatisch beoordelingen en reacties toe aan leden van het beveiligingteam.HereNow – deze software voegt automatisch real-time locatie-updates toe aan 'native' mobiele applicaties. Hierdoor komen de locatiebepalingen in applicaties die zijn ontwikkeld op het ServiceNow-platform volledig tot hun recht.

“Ontwikkelaars gebruiken het ServiceNow-platform om oplossingen te maken die een positieve bijdrage leveren aan de manier waarop een bedrijf werkt," zegt Shane Jackson, vicepresident marketing, ServiceNow. “ServiceNow Share stelt deze ontwikkelaars in staat om dit proces efficiënter en sneller uit te voeren.”

Nederlanders in de prijzen

Knowledge14 had dit jaar ook een beetje een Nederlands tintje. Plat4Mation, een Nederlandse softwareontwikkelaar die net een half jaar bestaat, heeft tijdens dit evenement de Innovation of the Year-award in de wacht gesleept. Deze award wordt jaarlijks uitgereikt aan het bedrijf dat de slimste oplossing heeft gebouwd met de software van ServiceNow. De prijs werd aan de winnaars uitgereikt door Fred Luddy tijdens zijn keynote. Plat4mation werd beloond voor de faciliteitsbeheer-app Facility4u die zij met de software van ServiceNow hebben ontwikkeld.

]]>
Mon, 30 Jun 2014 21:40:32 +0200 Naar Enterprise Service Management http://executive-people.nl/item/525794/naar-enterprise-service-management.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg
De shift naar strategisch IT-advies http://executive-people.nl/item/522238/de-shift-naar-strategisch-it-advies.html Advies Werkplek 2015 voor Universiteit Utrecht

De IT-markt verandert razendsnel. IT-bedrijven kunnen niet achterblijven en passen zich aan de nieuwe mogelijkheden van technologie en de wensen van klanten aan. De opkomst en acceptatie van bedrijfsbrede IT-oplossingen - die bedrijfsprocessen ondersteunen en faciliteren - heeft ervoor gezorgd dat klanten vaker behoefte hebben aan strategisch IT-advies. PQR is met de markt en de klantbehoefte meegegroeid en in de waardeketen opgeschoven. Van origine leverde het hardware-oplossingen, tien jaar terug werd dat al steeds meer IT-advies en inmiddels wordt de omslag naar strategisch IT-advies gemaakt. Steven Habes, Senior Project Manager PQR, verklaart deze trend en illustreert hoe strategisch IT-advies de nieuwe werkplek van Universiteit Utrecht heeft vormgegeven.

Te veel mogelijkheden
De IT-markt verandert harder dan ooit. “Er is steeds meer mogelijk door technische ontwikkelingen zoals cloudoplossingen en oplossingen die opgebouwd zijn uit meerdere - van verschillende leveranciers afkomstige – componenten. Er kan eigenlijk teveel! Zeker als deze oplossingen ook nog als ‘nutsvoorziening’, als volledig werkend geheel, worden aangeboden,” aldus Habes. “Dit leidt in de markt tot een stijgende behoefte aan advies over de (on)mogelijkheden van deze ontwikkelingen en de toepasbaarheid daarvan in specifieke situaties. Daarnaast hebben we te maken met de naweeën van een economische crisis, waardoor veel partijen qua IT-investeringen in een afwachtende modus zijn beland en twijfelen over grote investeringen. Klanten zoeken naar advies over hun infrastructuur. Liefst snel, beknopt en overzichtelijk. Zij hebben vragen als: ‘Hoe ziet de werkplek van de toekomst eruit’ of ‘Wij willen Het Nieuwe Werken integreren in onze werkprocessen, wat zijn daarvan de consequenties voor onze infrastructuur?’ en ‘Wat is de toekomst van cloudoplossingen, hoe moeten wij hier in de toekomst mee omgaan?’.”

Adoptie ‘IT = Business Enabler’
“Een IT-bedrijf dat deze ontwikkelingen adopteert, verstevigt haar positie in de markt en zal zich gaan richten op het geven van strategisch advies. Dat wil zeggen: minder focus op bits en bytes, meer focus op functionaliteit en functionele behoeften in relatie tot de vraag vanuit de business. Dit brengt voordelen met zich mee. Het geeft de mogelijkheid het dienstenportfolio uit te breiden, in een vroeg(er) stadium bij klanten aanwezig te zijn en een lange termijnrelatie te realiseren. Een advies dient objectief en in het belang van de klant te zijn. Wij doen veel eigen, leveranciersonafhankelijk onderzoek en hebben een breed productportfolio waardoor de kans op belangenverstrengeling vrijwel nihil is. Daarnaast hebben wij uitgebreide kennis van en ervaring met implementatieprocessen. Bedrijven die deze slag willen maken, moeten zich wel realiseren dat zij duidelijk moeten definiëren waarover zij wel en niet adviseren. Wij beperken ons tot IT-consulting, tot het adviseren over strategische onderwerpen binnen de IT-voorzieningen en de wijze waarop IT bedrijfsprocessen kan ondersteunen. Binnen dat kader richt ons strategisch IT-advies zich met name op de optimalisatie van de IT-infrastructuur zodat die bestaande of toekomstige bedrijfsprocessen kan ondersteunen op de korte en middellange termijn.”

Universiteit Utrecht vraagt raad
Dat is nu precies wat PQR bij Universiteit Utrecht heeft gerealiseerd. “Universiteit Utrecht heeft gevraagd of wij konden helpen bij het ontwikkelen van een visie voor hun digitale studie- en werkomgeving waarmee zij de komende 5 tot 7 jaar in hun behoeften kunnen voorzien. Anders gezegd, de universiteit vroeg ons advies uit te brengen over de manier waarop zij hun IT-infrastructuur konden optimaliseren om de komende jaren aan de eisen en wensen van medewerkers en studenten te voldoen. De gebruiker stond hierin centraal en moest meerdere keuzemogelijkheden krijgen om flexibel (plaats-, device- en tijdsonafhankelijk) te kunnen werken. Hierbij zijn beleids- en beveiligingskaders in acht genomen. Dit advies is dus niet alleen gebaseerd op functionaliteit, maar houdt ook rekening met de bedrijfsprocessen en regels en richtlijnen waaraan deze moeten voldoen.”  

Aanpak
“Kennis opdoen over een organisatie is de eerste stap. Dit doen we door middel van een inventarisatie van het beleidskader, de bedrijfsprocessen en de plaats die IT binnen de organisatie inneemt,” aldus Habes. “In de eerste drie maanden hebben wij medewerkers, studenten, onderzoekers en docenten van de verschillende faculteiten geïnterviewd om inzicht te krijgen in de manier waarop zij gebruikmaken van de IT-faciliteiten, wat de knelpunten zijn en hoe het beter zou kunnen of zou moeten. We houden daarbij rekening met de ontwikkelingen in het onderwijs en het onderzoek. Op basis van de verschillende interviewsessies hebben wij een Programma van Eisen opgesteld. Aansluitend hebben we  persona’s bepaald. Een persona is een fictieve persoon die model staat voor een bepaald type gebruiker en de wijze waarop deze gebruik maakt van de beschikbare IT-voorzieningen. De inventarisatie, het Programma van Eisen en de gedefinieerde persona’s zijn vertaald naar het strategisch IT-advies document: ‘Visie Digitale Studie- en Werkomgeving’.”

René Ritzen, Corporate Information Security Officer van Universiteit Utrecht: “Wij hebben PQR gevraagd ons te helpen bij het definiëren van onze Werkplek van Morgen. PQR heeft binnen onze gelederen uitgebreid geïnventariseerd hoe, waarvoor, waarmee en waarom IT wordt ingezet.” Habes vult aan: “Deze informatie is gecombineerd met de mogelijkheden die de technologie biedt en in de toekomst gaat bieden en waar wij als PQR alles vanaf weten. De toekomstige digitale studie- en werkomgeving van Universiteit Utrecht hebben we op deze manier gebaseerd op feiten en kennis, waardoor ik ervan overtuigd ben dat deze visie levensvatbaar is.”

Gebruiker centraal
“De gebruiker centraal was het belangrijkste uitgangspunt in de ‘Visie Digitale Studie- en Werkomgeving’”, zegt Ritzen. “Dat komt dan ook naar voren in de 12 statements waaruit de visie bestaat. Deze statements zijn onderbouwd met een motivatie zoals die uit de interviews naar voren is gekomen. Vervolgens is voor ieder statement de implicatie voor de technische infrastructuur aangegeven. Deze zijn vertaald in een IT-infrastructuur waarin alle facetten van de toekomstige werk- en studieomgeving aanwezig zijn. Een belangrijk onderdeel van dit traject is dat de uitkomst door iedereen gedragen wordt. Daarom zijn er persona’s vastgesteld met en door gebruikers. Studenten en medewerkers zullen zich herkennen in de beschreven persona’s en hun werkwijze.” Habes voegt hieraan toe: “Je ziet dat heel de samenleving individualistischer wordt. Door de werkplekken op deze manier vorm te geven, kunnen gebruikers zelf kiezen maar houdt de IT-afdeling van de universiteit de regie. Zij bieden aan wat de gebruiker wil, maar doen dat op eigen voorwaarden.” 

Eigen beheer of sourcing? 
Universiteit Utrecht weet natuurlijk ook dat in de huidige markt vrijwel alles kan. Daarom hebben zij aangegeven de mogelijkheid te willen houden om gebruik te maken van (cloud)diensten van derden. Binnen het project is daarom een sourcingstrategie voor het gebruiken van IT-diensten rond de digitale studie- en werkomgeving ontwikkeld. Op basis van deze sourcingstrategie wordt per dienst bepaald of deze wordt betrokken van derden of in eigen beheer wordt genomen. “De universiteit doet niet alles per definitie in eigen beheer. Bij het sourcen van standaard IT-diensten wordt gekeken of deze in de markt te koop zijn. Diensten die voor de universiteit van strategisch belang zijn of waarvoor bedrijfsspecifieke kennis nodig is, worden bij voorkeur wel in eigen beheer gehouden. Ook dit traject hebben wij uitgebreid met PQR besproken, zodat zij hierover een sluitend advies konden geven,” aldus Ritzen.

Een werkplek van vandaag, morgen en in de toekomst!
“Het resultaat van het strategische IT-advies zien we niet alleen terug in de uitwerking in de documenten, te weten het adviesdocument en het document met de diverse werkplekken van morgen - inclusief sourcingstrategie”, zegt Habes. “Het hele proces voorafgaand aan het uiteindelijke advies heeft ook veel draagvlak gecreëerd binnen de universiteit. Deze ingrediënten leveren de universiteit een uitstekende basis voor de inrichting van een digitale studie- en werkomgeving die tegemoet komt aan de eisen en wensen van de individuele eindgebruiker. Het adviestraject is afgerond met een investeringsindicatie, nodig om de werkplekconcepten van morgen te kunnen realiseren.”

Inmiddels zijn een aantal van deze concepten binnen de universiteit als pilot in gebruik. Het strategische IT-advies dat op verzoek van en in samenwerking met Universiteit Utrecht tot stand is gekomen, wordt nu in praktijk gebracht.

PQR heeft vanaf het begin van dit project een belangrijke adviserende rol gespeeld en mede bepaald hoe het project vorm zou gaan krijgen. In nauwe samenwerking met de universiteit is er een strategisch IT-advies voor de optimalisatie van de IT-infrastructuur tot stand gekomen, zodat deze infrastructuur de komende jaren bestaande en toekomstige werkplekconcepten binnen Universiteit Utrecht ondersteunt.


Universiteit Utrecht
Universiteit Utrecht is een groot en veelzijdig kenniscentrum dat onderwijs en onderzoek van internationale kwaliteit biedt. De Universiteit wil jonge mensen academisch vormen, nieuwe generaties onderzoekers opleiden, academici opleiden die kennis en professionele vaardigheden combineren, grensverleggend onderzoek doen en bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Universiteit Utrecht heeft 7 faculteiten met ruim 30.000 studenten en ongeveer 5300 medewerkers. De directie Information and Technology Services (ITS) verzorgt de IT-basisdiensten voor medewerkers, studenten en bezoekers van Universiteit Utrecht, het beheer van de netwerkinfrastructuur van de Universiteit en het beheer van de concernsystemen.

]]>
Mon, 30 Jun 2014 00:00:00 +0200 De shift naar strategisch IT-advies http://executive-people.nl/item/522238/de-shift-naar-strategisch-it-advies.html&field=Foto1&rType=crop&height=165&width=165.jpg