12-05-2012

Robin van Poelje, CEO van TSS: ‘Burger, consument en patiënt drijven verandering´

Deel dit bericht


TSS is niet de bekendste naam op de Nederlandse IT-markt, maar dochterondernemingen als PinkRoccade Local Government, PinkRoccade Healthcare en voormalige Philips-onderdeel Tass zijn grote spelers in hun specifieke branche. Executive-People.nl sprak met Robin van Poelje, CEO van TSS, over trends en ontwikkelingen in de Nederlandse IT-markt.

TSS is een softwarebedrijf dat zich richt op diverse verticale markten, van lokale overheid en zorg tot hypotheken en operational automotive lease. Daarvoor ontwikkelt het bedrijf software, zorgt voor implementatie en onderhoud en heeft ook eigen datacenter. “We ontzorgen onze klanten door delen van de processen over te nemen”, aldus CEO Robin van Poelje. “We zien onszelf als een specialist die opereert op het kruispunt van business en IT. Business is leidend, maar we zijn natuurlijk wel een IT-bedrijf, dus technologie is ook belangrijk. We willen first mover zijn in business, en early follower in technologie.”

Volgens Van Poelje gaat het goed met TSS, ondanks de recessie: “Vorig jaar heeft de IT-markt niet veel groei laten zien, maar wij zijn met 22 procent gegroeid. Zonder de acquisities komen we nog steeds uit op een autonome groei van zes procent. Daar kunnen we niet ontevreden mee zijn in deze lastige markt.”

Zo vinden veel ontwikkelingen plaats in de gezondheidszorg. “Daar speelt een duidelijke trend om IT optimaal in te zetten, daarin zijn nog veel slagen in te maken. Het percentage aan investeringen in IT is vergeleken met bijvoorbeeld de financiële sector vrij laag, dus er is veel te winnen. De sector gezondheidszorg heeft te maken met druk op budgetten en veeleisende klanten. In veel gevallen biedt IT een oplossing.”

Online consult

“Om patiënt optimaal te bedienen hebben we bijvoorbeeld een platform ontwikkeld waarin we proberen de patiënt zelf achter de knoppen te zetten. Zo kan hij onder meer zelf afspraken maken met de arts, waardoor het aantal no shows fors naar beneden blijkt te gaan. De arts kan vooraf online al vragen stellen, zodat hij het consult beter kan voorbereiden. Tevens kan de arts zien wat zijn collega’s in vergelijkbare situaties hebben gedaan.”

De vraag komt volgens hem in veel gevallen neer op procesautomatisering, waar patiënt, burger of consument bij betrokken worden. “Kostenbesparing is natuurlijk een element dat bij veel organisaties speelt. Maar daarnaast ligt het accent op business improvement. De aansluiting van IT op business-behoeften, dus het oude vraagstuk van de business-IT-alignment, speelt nog volop. Het gaat om oplossingen waarmee je de business vooruit helpt, kosten verlaagt en klanten beter bedient.”

Daarin speelt ook cloud computing een rol, alleen niet in iedere sector in gelijke mate. De gezondheidszorg staat daar bijvoorbeeld wel voor open. “Bij Pharmapartners zien we dat huisartsen allemaal digitaal werken, met een koppeling naar apotheken. Die oplossing draait dan bij ons in het rekencentrum, wij verzorgen de updates en de upgrades. In die sector zijn we vrij ver. In andere sectoren worden nu langzaam stappen gezet naar dedicated hosting, dat gaat stapje voor stapje.”

“In de overheidmarkt is men bijvoorbeeld wat behoudender over de plaats waar de data staan, in verband met de privacygevoeligheid. Voor MKB-bedrijven weegt die overweging iets minder zwaar dan bij een bank. Je kunt bij cloud computing een onderscheid maken tussen oplossingen in de kern van een bedrijf, en oplossingen die secundair zijn. Wanneer de data minder gevoelig zijn halen bedrijven die makkelijker ‘uit de muur’, terwijl ze de kernprocessen in eigen huis houden.”

Toekomst

“De vraag is in alle sectoren: ga je bezuinigen op IT, of met IT? Ik denk dat het gaat om het laatste. Het gaat om de hele waardeketen: wat doe je zelf, wat besteed je uit, waar koppel je? In die waardeketen zal de komende tien jaar nog heel veel gebeuren op IT-gebied, er kan nog veel geautomatiseerd worden.”

“Wanneer je die slag naar de toekomst wilt maken zul je soms wel het verleden los moeten laten. Je moet je richten de gemeente van de toekomst, de zorg van de toekomst, de financiële instelling van de toekomst. Die verandering wordt gedreven door de burger, consument en patiënt. We zijn grillig, en daar moet je op in kunnen spelen als organisatie. Dat is een kwestie van cultuur en organisatie, technologisch is vrijwel alles mogelijk.”

“Vroeger werkten organisaties vanuit functionele departementen. Door het internet komt de klant nu op één plek binnen, en die wil niet langs allerlei verschillende loketten gaan. Je moet dus de organisatie kantelen, zodat je je meer richt op de consument. Dat geldt voor overheid, zorg en financiële sector. Allemaal zijn ze op zoek naar een geïntegreerd beeld van de instelling. Dat zijn technologische uitdagingen, maar de uitdaging is de manier waarop je dat organisatorisch inricht, en de andere manier van werken invoert die daar bij hoort. Wat die trajecten complex maakt is dat je verstand moet hebben van veel zaken tegelijk: technologie, de markt, de processen. En je moet het laten werken in bestaande omgevingen. Ik ben nog nooit bij een bedrijf geweest waar geen historie staat.”

Ondanks de moeilijke markt is van Poelje positief gestemd. “Ieder rapport geeft dat aan het niet goed gaat met de IT. Maar we dat er in de segmenten waar wij actief zijn nog groei is. We verwachten ook dit jaar een lichte autonome groei te kunnen laten zien. We zullen steeds vaker producten en diensten brengen die door samenwerking van de dochterondernemingen tot stand komen. We leggen zo steeds meer verbindingen over de marktsegmenten heen, het gaat om oplossingen voor integrale bedrijfsvoering.”
  

Tags

Software