29-03-2011

'Hybride model steeds populairder', interview met Peter Wilbrink, Country Manager NetApp

Deel dit bericht

 
´Hybride model steeds populairder´

Flexibiliteit van IT essentieel voor aansluiten bij externe dienstverlening

Cloud computing heeft grote gevolgen voor de manier waarop organisaties IT in kunnen zetten. Het kostenmodel verandert, en de infrastructuur wordt flexibeler. Maar het vereist wel een andere omgang met IT. Dat geldt ook voor de aanbieders. Nieuwe manieren van werken vragen van leveranciers dat zij hun producten en diensten aanpassen aan de veranderde wensen van CIO’s en IT managers. Executive-People.nl sprak met Peter Wilbrink over zijn visie op de transformatie in de IT-markt.

Peter Wilbrink, Country Manager NetApp heeft de vraag naar ICT vanuit de business anderhalf jaar geleden duidelijk zien veranderen. “De crisis heeft grote invloed gehad op de business-processen. Ondernemingen zijn zichzelf de vraag gaan stellen wat de kern is van hun business. Wat doe ik zelf? En hoe kan IT de energie leveren, en de motor zijn voor wat ik als bedrijf doe? Welke onderdelen van IT vormen een onderdeel van de eigen go to market,  en welke onderdelen zijn faciliterend?”

Dergelijke vragen waren niet nieuw, maar dat proces is door de crisis wel in een stroomversnelling gekomen. “IT kreeg niet meer het budget dat er voorheen was. Net als iedere andere investering moet die in IT bijdragen aan hogere verkoopcijfers, of in ieder geval in dienst staan van de bedrijfsdoelstellingen. CIO’s willen nadrukkelijk weten wat IT kan bijdragen  aan de business.”

Daar hoort volgens Wilbrink ook de vraag bij welke onderdelen van de IT je in huis wilt houden, en welke je gaat uitbesteden. “Dat is het punt waarop organisaties nu gaan kijken naar wat cloud computing voor hen betekent. Men brengt eerst in kaart hoe de eigen IT eruit ziet, en gaat dat vervolgens optimaliseren. Dat proces wordt steeds urgenter door de druk om kosten te reduceren. Ook speelt mee dat je zo flexibiliteit kunt creëren om het bedrijf te ondersteunen. Een deel willen bedrijven niet naar buiten brengen omdat het onderscheidend vermogen oplevert. Maar er is ook een stuk dat je goed kunt optimaliseren, en waar je vrij snel additionele capaciteit bij kunt trekken bij bijvoorbeeld uitbreiding en overnames.”

Er bestaat geen eenduidige definitie van cloud computing. Wilbrink beschrijft het als gebruik maken van een externe organisatie die hen kan voorzien van bepaalde services op IT-vlak. Dat kunnen verschillende services zijn, software, infrastructuur en applicaties. Dit geeft de klant de mogelijkheid daar vanuit een ander business model gebruik van te maken. “Dat is waar het grote onderscheid zit voor organisaties. Je bent geen eigenaar, en je kunt veel flexibeler omgaan met de vraag naar services.”

Deze trend heeft grote invloed op de manier waarop aanbieders de markt benaderen. Wilbrink ziet dit goed bij de partners die de technologie van NetApp aan eindgebruikers aanbieden. “Wanneer de vraag bij de klant verandert, betekent het ook dat de oplossingen die hij zoekt bij zijn leveranciers anders zijn. Zij kunnen bijvoorbeeld hybride modellen gaan aanbieden waarbij een deel van de infrastructuur blijft staan, en een deel wordt uitbesteed. Wij werken samen met diverse partijen die zich nu ontwikkelen van pure system integrator naar een brede aanbieder van services.”

Bijzonder is dat tegelijkertijd ook partijen die aan de andere kant van het spectrum opereren, de hosting partners, hun aanbod veranderen. “Zij helpen de business met een geoptimaliseerde infrastructuur die zowel de aanbieder als de klant flexibiliteit biedt. Wij werken met diverse partijen in deze markt samen.”

Deze convergentie hangt nauw samen met de voorwaarden waar aan moet worden voldaan bij het organiseren van cloud computing. “Veel organisaties zijn nu bezig om hun eigen IT flexibel te maken, zodat ze in staat zijn het aan te sluiten op een externe omgeving. Dat is een vraag waar wij, via onze reselling partners, momenteel veel mee bezig zijn. Onze partners zetten infrastructuur bij de klant neer waarmee ze de volgende stap kunnen zetten.”

“Het gaat daarbij steeds vaker om managed services, en daar ondersteunen we onze partners in met channel-programma´s. Een van die partnerprogramma’s is het service provider-programma. “Daarmee helpen we partijen die vanaf de infrastructuur komen. We bieden ze enablement-technologie om de nodige flexibiliteit te creëren, en ondersteunen ze bij het benaderen van de markt.”

Hij constateert dat door de veranderingen in de vraag allerlei nieuwe vormen van samenwerking ontstaan tussen integratiepartners en service providers. “Je kunt het vergelijken met de auto-industrie. Concurrerende bedrijven werken daar al heel lang samen, en dat zie je hier ook ontstaan. Concurrentie wordt minder belangrijk dan de samenwerking, het doel is gezamenlijk een oplossing neer te zetten. Die ontwikkeling staat nog wel in de kinderschoenen, maar steeds meer organisaties kijken hoe ze hun klant van dienst kunnen zijn zonder alle investeringen zelf te doen.”

De Verenigde Staten lopen hierin voorop, maar ook in Nederland gaat het steeds sneller. De grote vraag is nu hoe je het aanbod van reselling partners en grote providers laat aansluiten op de IT van de eindgebruiker. “Voor de business betekent dit dat je de vraag goed moet kunnen definiëren wat je nodig hebt van je IT organisatie. Dat moet IT samen doen met het algemeen management.”

Hij waarschuwt dat het niet altijd gelijk goedkoper is. “Flexibiliteit en dynamiek kosten ook wat. Aan de andere kant heb je dan een schaalgrootte die je als organisatie alleen niet zo makkelijk zou kunnen bereiken. Het is de combinatie van eenvoud en dynamiek, en de flexibiliteit. Uiteindelijk wordt het kostenplaatje wel lager, maar dat is niet noodzakelijkerwijs zo bij de eerste stap.”

Voorwaarde is wel dat de organisatie goed moet aangeven wat van de IT wordt verwacht. “Hoe beter je de SLA kunt definiëren, hoe minder risico er voor beide partijen aan vastzit. Dat vergeten mensen wel eens. Soms denken ze dat de oplossing ligt in het buiten zetten van een eigen infrastructuur die niet werkt.”

Wat op de achtergrond nog steeds meespeelt hierbij is groene IT. “Dat heeft twee belangrijke oorzaken. Overheden en gelieerde organisaties vragen expliciet naar green. Daarnaast heeft groen het voordeel van de kostenbesparing. Niet alleen op aanschaf van de infrastructuur, maar ook het draaiend houden van die infrastructuur. Wij bieden bijvoorbeeld in onze technologie technieken aan om efficiënter om te gaan met de infrastructuur, met name in gevirtualiseerde omgevingen. Ons eigen datacenter heeft bovendien als een van de eerste datacenters in de VS een energy star-rating gekregen. Dit betekent dat we daar veel minder energie gebruiken om dezelfde hoeveelheid rekenkracht aan gebruikers te leveren. Dat doen we samen met technologiepartners als Cisco, Microsoft, VMWare en Citrix. Zo zijn we voor onze klanten onderdeel van een totaaloplossing.”